zondag 21 juni 2015

Voorbij Koning Arthur: 'The Buried Giant' van Kazuo Ishiguro


Met de zoektocht van een ouder echtpaar naar hun zoon schildert Kazuo Ishiguro in The Buried Giant een desolaat Brittannië. Een land dat de wereld van Koning Arthur achter zich heeft gelaten en zich voorbereidt op een nieuwe onbekende tijd. Een boek dat de meningen verdeelt, maar wanneer je op sleeptouw laat nemen door Ishiguro een heel fijn en mysterieus avontuur.

De Britse schrijver Kazuo Ishiguro die in 1954 werd geboren in Japan maar in 1960 met zijn familie verhuisde naar het Verenigd Koninkrijk is in Nederland waarschijnlijk het meest bekend door zijn prachtige roman The Remains of the Day over Lord Darlington's butler Stevens in het Verenigd Koninkrijk rondom de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen won hij daarmee in 1989 de prestigieuze Man Booker Prize, maar werd het boek tevens in 1993 succesvol verfilmd door James Ivory met een prachtrol van Anthony Hopkins als de stijve, traditionele maar feitelijk intens sentimentele Stevens. Hoewel Ishiguro in totaal viermaal is genomineerd voor de Man Booker Prize is het opvallend dat zijn recente boeken gemengde kritieken hebben ontvangen. Wellicht dat dit ook te maken heeft met het feit dat Ishiguro telkens nieuwe wegen inslaat. Zonder meer staat vast dat zijn meest recente boek The Buried Giant weer een heel andere kant van Ishiguro laat zien. Een kant die wederom tot gemengde kritieken heeft geleid, maar zonder meer het lezen meer dan de moeite waard. Maar dan moet je wel meegaan in Ishiguro's flirt met het genre van de fantasy die hij op zijn compleet eigen en literaire wijze invult.

Daar waar draken en monsters nog leven

Wie een hekel heeft aan fantasy en het liefst met een grote boog heenloopt om alles wat maar riekt naar The Lord of the Rings zal al bij het lezen van de eerste pagina van The Buried Giant de moed in de schoenen zakken. Want al vanaf het prille begin wordt - alsof het de gewoonste zaak van de wereld is - verwezen naar monsters. En gaandeweg het lezen zal duidelijk worden dat ook draken gewoon bestaan in het Brittannië van Ishiguro. Want zijn nieuwste roman situeert hij in een Brittannië dat nog maar heel recent afscheid heeft genomen van het tijdperk van de (letterlijk) legendarische Koning Arthur en daarvoor de Romeinse wereld. En beter is het er niet op geworden want  hoewel de strijd tussen de Britten en de Saksen tot het verleden behoort en de bevolkingsgroepen naast elkaar leven is het de vraag hoe lang deze kalmte nog zal duren. In ieder geval is het leven buitengewoon simpel en maken deze Engelsen avant la lettre vooral een regressie door naar een simpel boerenleven waar mensen in kleine gemeenschappen bij elkaar wonen ter bescherming tegen de grote boze buitenwereld. Een regressie die ook lijkt te slaan op het geheugen van iedereen. Mensen verdwijnen zonder dat er ooit nog naar ze wordt omgekeken, simpelweg omdat ze vergeten zijn. Een mist die het geheugen van alle Engelsen aantast lijkt zich meester te hebben gemaakt van deze toekomstige wereldmacht. In deze desolate wereld volgen we het oudere echtpaar Axl en Beatrice die ergens weten dat hun wereld niet meer klopt en het plan opvatten om hun gemeenschap te verlaten en hun zoon op te zoeken. Hun zoon woont in een afgelegen dorp maar waarom dat zo is en waarom ze hem al zo lang al niet meer gezien hebben en waarom ze eigenlijk nu op zoek naar hem gaan, is zowel voor de lezer als het echtpaar zelf niet duidelijk. Het gevoel dat de wereld waarin ze leven op een kruispunt staat, doet hun verlangen hun zoon te zien opbloeien. Hun zoektocht naar hun zoon krijgt de vorm van een queeste waarin ze tegelijkertijd stukje bij beetje weer komen te weten over de wereld waarin ze leven en wat de rol van de mist daarbij is. 

Realistische fantasy
Wederom alsof er niets aan de hand is komen Axl en Beatrice in deze wereld van monsters en draken ook gewoon Sir Gawain tegen. Inmiddels een stuk ouder en één van de laatste herinneringen aan het tijdperk-Arthur. Op diverse momenten in hun queeste zullen ze hem treffen terwijl ze tevens worden bijgestaan door de Saksische strijder Wistan en de jonge Edwin die zij bij hun eerste tussenstop - samen met Wistan - van een wisse dood hebben gered. Want deze Edwin is ontvoerd en heeft daarbij een wond opgelopen die hem tekent voor alle inwoners van het bijgelovige Brittannië. Ondanks de fantasy-elementen en het feit dat het verhaal in een ver verleden speelt, is de stijl van Ishiguro bovenal realistisch en eigentijds. Dat maakt het verhaal juist zo geloofwaardig en blijf je lezen in The Buried Giant waarbij stukje bij beetje, maar overigens nooit helemaal, het mysterie rondom de zoon van Axl en Beatrice en de bijzondere mist die hangt over Brittannië wordt ontrafeld. Of Axl en Beatrice hun doel bereiken en bovenal blij zijn met het resultaat is een vraag die iedere lezer voor zichzelf moet bepalen. Want Ishiguro is volstrekt ambigu in de afronding van zijn verhaal. Menig lezer zal zich ook blijvend afvragen wat nou precies het karakter van dit boek is. Een variatie op het fantasy-genre, een allegorie op het leven van oude mensen, een kenschets van een vervlogen Engeland, een combinatie hiervan of iets compleet anders? Daarom zullen de nodige lezers zoals ook menig recensent niet uit de voeten kunnen met dit boek. Voor diegenen die zich overgeven aan Ishiguro is dit boek zonder meer een beloning waarbij tijdens het lezen op momenten de gedachte postvat dat dit één van de fijnste boeken van de afgelopen tijd is. Doch moet in alle eerlijkheid gezegd worden dat direct na het lezen van de laatste pagina het idee van een echt grandioos boek kan ontstaan enige distantie in de tijd dat effect weer iets teniet doet. Probeer het gewoon is het devies want de wanneer het boek niet bevalt, wordt dat snel duidelijk. Maar wanneer je door blijft lezen, is de beloning zeker daar. 

Oordeel FerdiBlog: **** 

'The Buried Giant' van Kazuo Ishiguro is in maart 2015 uitgegeven door Faber & Faber. Een Nederlandse vertaling - 'Vergeten Reus' - is ook verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Atlas Contact. Bestellen kan hier

donderdag 18 juni 2015

Derk Jan Eppink in een Europees Wonderland: 'Het rijk der kleine koningen'


Derk Jan Eppink vervolgt zijn avonturen achter de Europese schermen en schildert met humor een bij vlagen ontluisterend beeld van het Europees Parlement. Helaas dreunen zijn persoonlijke antipathieën soms hinderlijk door waardoor de kracht van  zijn waarnemingen afneemt.

Love him or hate him maar Derk Jan Eppink heeft de bijzondere gave om onderwerpen die de meeste mensen amper interesseren voor een breed lezerspubliek aantrekkelijk te maken. Want het is een ongetwijfeld een gave  wanneer je het werk van de Europese Commissie tot onderwerp van een buitengewoon scherp, analytisch en humoristisch boek kunt maken. Maar Eppink deed het in 2007 met Europese Mandarijnen waarin hij een kijkje achter de schermen gaf als voormalig medewerker van de Europese Commissie in de kabinet van achtereenvolgens Frits Bolkestein (1999-2004) en Siim Kallas (2004-2007). Voor iedereen enigszins geïnteresseerd in politiek in het algemeen en Europa in het bijzonder een absolute must read. Het zal daarom niet verbazen dat  naar een gelijksoortig boek maar dan over Eppink’s periode als lid van het Europees Parlement  reikhalzend zal zijn uitgekeken. En hoewel Eppink in Het Rijk der Kleine Koningen wederom zich van zijn meest humoristische kant laat zien en een fijn lezende avontuur in een Europees Wonderland schetst, wordt de kracht van zijn verhaal met enige regelmaat overschaduwd door zijn (blijkbaar diepgewortelde) afkeer van een aantal Europese politici met stip op één zijn Nemesis ALDE-fractievoorzitter en voormalig Belgisch premier Guy Verhofstadt. Enige subtiliteit had zijn boek zoveel sterker gemaakt…

Een Nederbelg in het Europees Parlement
Het aardige aan Het Rijk der Kleine Koningen is dat Eppink met gevoel voor zelfspot en relativering – kwaliteiten die nou niet automatisch met de meeste Europese politici worden geassocieerd (ja, we hebben het over jou Martin Schulz!) – zijn belevenissen vertelt als nieuwbakken Europarlementariër voor de Vlaamse Lijst Dedecker. En dat is natuurlijk wat vreemd aangezien Derk Jan Eppink (1958) gewoon in Doetinchem is geboren en de Nederlandse nationaliteit heeft. Maar gezien het transnationale karakter van het Europees Parlement kon Eppink op de lijst staan voor Lijst Dedecker (LDD), het vehikel van de uit de liberale (inmiddels Open) VLD  opgestapte Jean-Marie Dedecker. Voor de liberaal Eppink geen al te grote stap die hij graag uit de doeken doet. Wanneer LDD uiteindelijk in 2009 slechts één zetel haalt en Eppink korte tijd in het ongerede wordt gelaten of lijstaanvoerder Dedecker alsnog de aan Eppink beloofde zetel inneemt. Uiteindelijk houdt Dedecker zich aan zijn woord en begint Eppink’s vijf jaar durende avontuur in het Wonderland van het Europees Parlement.

Guy Verhofstadt, the man Eppink loves to hate
Het meest fascinerende en relevante deel van Het Rijk der Kleine Koningen is de beschrijving van het grote belang van partijvorming binnen het Europees Parlement en de totstandkoming van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR). Een partij die alleen maar tot stand kon komen omdat de Conservatieven van David Cameron – door diens belofte tijdens de leiderschapsverkiezingen van de Tories om de stevig pro-Europese EVP te verlaten – een nieuwe partij moesten vormen en daarvoor minimaal EP-leden uit zeven landen moesten samensmelten tot een nieuwe politieke kracht. De uiteenzetting door Eppink van dit proces en sowieso het licht werpen op de rol en werking van de pan-Europese partijen in het Europees Parlement is één van de hoofdredenen om dit boek te lezen . Opvallend daarbij is dat de ECR in de huidige periode echt volwassen is geworden en de liberale ALDE verstoren heeft als derde kracht – na de Europese Volkspartij (EVP) en de Europese Socialisten  (PES) – in het Europees Parlement. Diezelfde ALDE waar Eppink – als lijstduwer voor de VVD – kandidaat voor was in 2014. Ook zijn conclusie dat het Europees Parlement – of althans delen daarvan – in een soort schijnwereld leven en meer oog zouden moeten hebben voor het belang van nationale parlementen en ‘meer Europa’  niet automatisch ‘een beter Europa’ betekent, is zeker geen vreemde gevolgtrekking. Jammer genoeg wordt het boek – in tegenstelling tot Europese Mandarijnen – teveel overschaduwd door een bijtend sarcasme in de richting van zijn bête noir: zijn afkeer voor bepaalde politici met als absoluut hoogtepunt Guy Verhofstadt. Er valt veel over Verhofstadt te zeggen en zeker niet louter goede dingen, maar Eppink lezende is de man de verpersoonlijking van de Europese duivel en dat is ook gewoon too much. Een subtielere en gekwalificeerde terechtwijzing van enkele Europese politici die het draagvlak voor Europa onder een groot deel van de bevolking nou niet echt versterken, zou zoveel effectiever zijn. Juist op dit momenten laat de humor van Eppink hem in de steek en is de zuurgraad te hoog.  En dat doet helaas behoorlijk afbreuk aan een verder zeer lezenswaardig boek dat – hoe je het wendt of keert – meer inzicht geeft in het Wonderland dat het Europees Parlement is.

Oordeel FerdiBlog: ***½

‘Het Rijk der Kleine Koningen’  van Derk Jan Eppink is sinds maart 2015 verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Pelckmans. Bestellen kan hier.


Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het online nieuwsmagazine. Met enige regelmaat zullen recensies op het gebied van Kunst & Cultuur ook daar gepubliceerd worden.

zondag 14 juni 2015

Concert 13 juni 2015: Marc Albrecht en het kantelpunt van de muziek


Schönberg: Begleitmusik zu einer Lichtspielszene
Korngold: Vioolconcert
Mahler: Symfonie Nr. 1

Simone Lamsma (viool)
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Concertgebouw, Amsterdam

Marc Albrecht laat - als vanouds - het Nederlands Philharmonisch Orkest stralen in "filmische" werken van drie componisten rond het kantelpunt van de klassieke muziek. Niet in de laatste plaats door de virtuositeit van violiste Simone Lamsma. Nu ook met de handige en inzichtelijke Wolfgang-app.

Voor de seizoensafsluiting van het Nederlands Philharmonisch Orkest kiest chef-dirigent Marc Albrecht (1964) voor het thema "Filmmuziek". Een in de klassieke muziek nogal uitgekauwd thema dat vooral gekozen lijkt te worden om klassieke muziek meer toegankelijk te maken. Gelukkig kiest Albrecht daarbij juist voor die muziek die het zonder film moet doen en compleet afhankelijk is van de fantasie van de luisteraar. Want Begleitsmusik zu einer Lichtspielszene van Arnold Schönberg (1874-1951) is filmmuziek zonder film en diens poging om het medium film een plek in zijn werk te geven. Een kort stuk dat met de tussentitels Drohende Gefahr, Angst en Katastrophe al het nodige weggeeft. Overigens daarbij uitgaande van zijn twaalftoonsmuziek waardoor deze atonale verinnerlijking van de opkomst van de film dit toch zeker een geval apart maken. Daartegenover stelt Albrecht het Vioolconcert van Erich Wolfgang Korngold (1897-1957). Dit voormalige muzikale wonderkind moest Wenen ontvluchten voor de oprukkende Nazi's en verruilde niet alleen zijn vaderland voor The Land of the Free maar ook zijn muziek. Want waar hij in Europa een exponent was van de (nadagen van de) Romantiek stortte hij zich in de Verenigde Staten op de filmmuziek en de volvette Technicolor-klanken. Het einde van het Derde Rijk betekende Korngold's terugkeer naar zijn thuisland én de terugkeer naar de Romantiek met als één van de meeste bekende exponenten zijn in 1945 geschreven Vioolconcert. Zijn Hollywood-leerschool klinkt door in dit heerlijke en meteen aansprekende werk. Maar Korngold marcheerde hopeloos achter de ontwikkelingen aan. Het modernisme had de Romantiek afgelost en één van de meest snerende (doch wel erg goed gevonden) commentaren op zijn Vioolconcert - "More corn than gold" - markeerde zijn feitelijke verbanning uit de wereld van de serieuze muziek. Binnen deze twee uitersten bevindt zich de Eerste Symfonie van Gustav Mahler (1860-1911). Een symfonie met een duidelijk programma dat Mahler overigens al snel wegstreepte om de fantasie van de luisteraar alle ruimte geven. Toch trekt juist door deze muziek een film in je hoofd voorbij. Tegelijkertijd bevindt het werk van Mahler zich op het kantelpunt tussen de Romantiek (Korngold) en het modernisme (Schönberg). Daarom is het fijne programma van Albrecht en zijn orkest vooral een muzikale reis langs dit kantelpunt waar je de filmconnectie als extraatje bijgeleverd krijgt.

Korngold als Strauss, Mahler als Mahler

Een reis die zonder meer geslaagd is, want met de talentvolle Simone Lamsma, zet Albrecht een heerlijke uitvoering van Korngold's Vioolconcert neer. De virtuositeit van Lamsma straalde ervan af terwijl de uitvoering door Albrecht zich liet kenmerken door een aanpak waardoor Korngold klonk als die andere laatste vertegenwoordiger van de Romantiek: Richard Strauss. Geen verrassing aangezien Albrecht - in zijn andere functie als chef van de Nationale Opera - grote successen viert met zijn interpretaties van de opera's van Richard Strauss. En ook zijn interpretatie van de Eerste Symfonie van Mahler is zonder meer succesvol. Albrecht weet zijn orkest op te stuwen om recht te doen aan Mahler's eerste trede op het symfonische pad. Dat dit succesvol is, is meteen duidelijk wanneer na het spetterende slot van het eerste deel - Langsam, scheppend - Immer sehr gemächlich - het publiek - net als overigens na het eerste deel van Korngold's Vioolconcert - al applaus uitbreekt. Albrecht tekent voor een doorleefde uitvoering van deze symfonie en weet goed toe te werken naar een fijn hoogtepunt in het laatste deel van het werk. Er wordt daarbij in het algemeen goed gemusiceerd door de musici van het Nederlands Philharmonisch Orkest waarbij een aantal foutjes en onzuiverheden graag over het hoofd worden gezien. In dat opzicht kan deze uitvoering meer dan in schaduw staan van de uitvoering van dezelfde symfonie enkele dagen geleden uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker door Gustavo Dudamel. Al komt de uitvoering door het Nederlands Philharmonisch Orkest in vergelijking dan toch raffinement en een sense of urgency tekort. Maar dat is dan ook het verschil met de absolute mondiale top wat juist de kwaliteit van het Nederlandse orkest onderstreept. 

De Wolfgang-app
Wat ook de kwaliteit van dit orkest onderstreept is de continu queeste naar het dichterbij brengen van de muziek bij het publiek. Niet alleen door voorafgaand aan een concert muzikale cafés te organiseren, maar ook "ontmoetingen" te organiseren tussen de musici en het publiek. Bij dit concert werd tevens een pilot uitgevoerd met de Wolfgang-app. Deze app geeft tijdens het concert - in stijlvol zwart met gedimde letters zodat er geen overlast is voor overige bezoekers - realtime informatie over het stuk dat gespeeld wordt. Voor dit concert was de app alleen beschikbaar voor de symfonie van Mahler waarbij op gezette tijden (het totaal aantal berichten telde zo ongeveer dertig) een korte tekst verscheen die slaat op de muziek die je op dat moment hoort. Bij de aankondiging van het gebruik van de app op de Facebook-pagina van het orkest waren er - naast ondersteunde reacties - natuurlijk meteen al reactionaire reacties ("Voortschrijdende waanzin. Mahler met mayonaise"), maar de praktijk wijst uit dat dit onterecht is. Juist door deze teksten luister je met meer intensiteit naar de muziek en kan je een en ander beter plaatsen. Daarbij was een goede balans gevonden tussen beschrijving van de muziek en informatie over de context. Overigens viel op dat de schrijver een goede was, want de koddigheid van sommige berichten raakte precies de goede snaar. Als middel om publiek en muziek samen te brengen en dergelijke concerten voor een breder publiek aantrekkelijk te maken is het zonder meer een toevoeging. Hoewel het natuurlijk wel wat problemen kan opleveren met verkeerde instellingen waardoor telefoons juist eerder afgaan en gewaakt moet worden dat de eigen fantasie niet te veel wordt ingekaderd bij het luisteren van de muziek (hoewel  je natuurlijk er zelf voor kiest om de app te gebruiken). Misschien dat naast het muzikale kantelpunt dat het prachtige programma van het Nederlands Philharmonisch Orkest symboliseerde er ook een ander kantelpunt aan de gang was.

Oordeel FerdiBlog: ****



Lees hier de recensie op FerdiBlog van de uitvoering op 11 juni 2015 van de Eerste Symfonie van Mahler door de Berliner Philharmoniker onder Gustavo Dudamel.

Marc Albrecht en het Nederlands Philharmonisch Orkest sluiten het seizoen af met een programma van Schönberg, Korngold en Mahler op 13 en 15 juni 2015. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 13 juni. Klik hier voor meer informatie en het bestellen van kaarten bestellen. 

zaterdag 13 juni 2015

Concert 11 juni 2015: Mr. Dudamel goes to Berlin?


Mozart: Serenade Nr. 9 "Posthoorn" 
Mahler: Symfonie Nr. 1

Gustavo Dudamel, Berliner Philharmoniker
Philharmonie, Berlijn

Een maand nadat de musici van de Berliner Philharmoniker geen overeenstemming wisten te bereiken over hun nieuwe chef-dirigent toont Gustavo Dudamel in een zinderende Eerste Symfonie van Mahler waarom hij terecht één van de kanshebbers is. En solliciteert daarmee openlijk naar één van de meest felbegeerde posities in de wereld van de klassieke muziek.

In Frank Capra's filmklassieker Mr. Smith goes to Washington (1939) maakt padvindersleider Jefferson Smith (gespeeld door James Stewart) de gang naar Washington D.C. om aan te treden als senator. Diens naïviteit komt in botsing met de keiharde politieke wereld van de Amerikaanse politiek. Ook Gustavo Dudamel (1981) maakte deze week de gang naar een machtscentrum, maar dan die van de klassieke muziek: de Philharmonie aan de Herbert von Karajan Straße in Berlijn. Want de Berliner Philharmoniker van Berlijk maakt - samen met het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam en de Wiener Philharmoniker in Wenen - de dienst uit in de wereld van de klassieke muziek. Op 11 mei kwamen de  Berlijnse musici op een geheime locatie - de Jezus Christuskerk in Dahlem - bijeen om te stemmen over de opvolger van Sir Simon Rattle en daarmee tevens de verre opvolger van onder andere Claudio Abbado en de grote Herbert von Karajan. Tegen de traditie in zijn de Berlijners niet in hun missie geslaagd en is aangegeven dat het orkest binnen een jaar opnieuw samen komt in de hoop dat er dan wel 'witte rook' voor een nieuwe muziekpaus kan opstijgen. Daarbij is het niet duidelijk of deze uitkomst het gevolg is van een richtingenstrijd binnen het orkest (de behoudende factie die voor Christian Thielemann gaat versus de Andris Nelsons-adepten die meer willen dan alleen het klassieke Romantische repertoire) of dat er eigenlijk geen dirigenten beschikbaar zijn. Want de methode van de Berliner Philharmoniker om tot een keuze te komen en deze (van te voren niet ingelichte) uitverkorene te informeren zodat de nieuwe chef-dirigent zich overgeeft aan Berlijn verhoudt zich slecht met de huidige praktijk waar chef-dirigenten al jaren van tevoren zijn vastgelegd in contracten die vele jaren omvatten. Want het lijkt erop - hoewel niet bevestigd - dat andere grote kanshebbers zoals Mariss Jansons maar ook Gustavo Dudamel daarom niet in de running kunnen zijn. Toch gaf het eerste concert van Dudamel bij de Berliner Philharmoniker na dit verkiezingsechec toch wel heel erg het idee van een open sollicitatie. Een nieuw contract bij de Los Angeles Philharmonic op zak of niet... 

Waar is de posthoorn?
De Philharmonie in Berlijn
Want Dudamel werd met veel enthousiasme ontvangen door het Berlijnse publiek met zijn programma van Mozart en Mahler. Opvallend daarbij was de connectie tussen dirigent en orkest in combinatie met de geweldige akoestiek van de Philharmonie. In Serenade Nr. 9 van Mozart wist Dudamel met name de houtblazers tot prachtige en technisch zeer hoogstaande inbrengen te verleiden. Aparte overigens aan deze serenade met de veel betekende bijnaam "Posthoorn" is dat pas in het zesde en daarmee voorlaatste deel de posthoorn daadwerkelijk zijn opwachting maakt. Tot die tijd meandert het (best lange) stuk, dat vermakelijk en vrolijk is, eigenlijk (te lang) door. De intrede van de posthoorn en een energieke afsluiting maken veel goed, maar het is zeker geen stuk om het publiek achterover te doen slaan. Desalniettemin was duidelijk dat het publiek zeer ingenomen is met de jonge, energieke Dudamel die het product  is van het Venezolaanse El Sistema. Dudamel is daarbij de afgelopen jaren de omslag aan het maken van groot talent naar gevestigde dirigent. En van de naïviteit die Mr. Smith kenmerkte in zijn tocht naar Washington is bij Dudamel niets te merken. Want omstandig gaf hij al na deze serenade aandacht aan de hoofdrolspelers in het orkest en laafde zich aan het enthousiasme van het publiek. De term 'open sollicitatie' zal bij velen in het hoofd opgekomen zijn. 

Kippenvel 
Maar een dergelijke open sollicitatie doe je natuurlijk niet met een serenade van Mozart. Nee, daar is het grotere werk voor nodig. En niets markeert beter het serieuze werk dan een symfonie van Mahler. Dudamel kiest daarbij nog relatief bescheiden voor Mahler's eerste trede op het symfonische pad: de Eerste Symfonie. Maar Dudamel staat daarbij wel garant voor een hele fijne interpretatie. Vanaf de eerste noten bouwt hij zorgvuldig in ieder deel de spanning op waardoor elk deel ontlaadt in een geweldige climax waar je eerder wel dan niet kippenvel van krijgt. Dudamel kiest daarbij vaak ook voor enige versnelling in combinatie met breed aanzetten. En hoewel dit op het eerste gehoor niet altijd lijkt te passen bij deze Mahler ondersteunt het juist in Dudamel's toch naar die climax. Het grootse en enthousiaste applaus dat Dudamel ten dele viel was niet alleen een reflectie op een geweldige uitvoering van deze symfonie, maar ook de warme ondersteuning van het publiek voor deze grote kanshebber voor het Berlijnse purper. Ladies and gentlemen, you may start your betting!


Oordeel FerdiBlog: ****½


Gustavo Dudamel die in 2009 het Los Angeles Philharmonic aanvoert in de Eerste Symfonie van Mahler:


Lees hier en hier eerdere recensies op FerdiBlog van concerten met Gustavo Dudamel.

Op 11, 12 en 13 juni staat Gustavo Dudamel in de Berlijnse Philharmonie op de bok bij de Berliner Philharmoniker met een programma van Mozart en Mahler. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 11 juni 2015.

dinsdag 9 juni 2015

Concert 7 juni 2015: De onverwoestbare Paul McCartney


Paul McCartney
Out There

Ziggo Dome, Amsterdam

Voor de zesde keer sinds de jaren tachtig was Paul McCartney weer terug in Nederland. Met een ijzeren maar nog altijd frisse formule bracht de levende poplegende de 17.000 fans in het Ziggo Dome in vervoering. 

Het publiek in het Nederlands toespreken (“Hallo Mokum!”)? Check! Het concert “afsluiten” maar toch nog twee keer terug komen? Check! Bij de reprise met een vlag het podium op komen? Check! Een mix van nummers van The Beatles, Wings en de meest recente soloalbums? Het publiek laten meezingen met Hey Jude (“Nu de meisjes!”)? Check! Liedjes opdragen aan Linda, George en John? Check, check, dubbelcheck! Zie hier de ijzeren constanten die onderdeel maken van de concerten van Paul McCartney. Bij iedere andere artiest zou je je bekocht voelen voor het onvermogen om vernieuwing aan te brengen. Maar dan wordt buiten de kracht van Paul McCartney gerekend, want op dat podium staat een man die op 18 juni aanstaande 73 jaar wordt en nog altijd met net zoveel plezier op het podium staat als meer dan een halve eeuw geleden. En natuurlijk bedient hij zich van trucjes, maar is dat erg wanneer je zo’n fijne show neerzet waarvan een volledig uitverkocht Ziggo Dome en dus 17.000 fans van genieten? De vraag stellen is – zeker in dit geval - de vraag beantwoorden. Want de oude rocker stond – net zoals zijn voorgaande concerten de afgelopen kwarteeuw in het GelreDome en Ahoy – drie uur non-stop op het podium zonder dat hij ook maar een moment de indruk gaf dat het misschien een beetje teveel van het goede is. Sterker nog: iets meer anekdotes dan normaal, waaronder een aardige over een ontmoeting met de Russische regering na zijn Rode Plein-concert en een “uitbrander” aan het publiek dat zij (ook) Blackbird niet foutloos kunnen spelen . Maar ook een aantal gelukkige fans die op het podium mochten komen waaronder een huwelijksaanzoek. Gelukkig gaat het onverwoestbare karakter van zijn muziek hand in hand met een schijnbaar onverwoestbare gezondheid. Want hoewel afgevraagd kan worden of dit misschien niet de laatste keer was dat McCartney heeft opgetreden in Nederland, zou het me in het geheel niet verbazen wanneer we over een jaartje of drie de Paul McCartney Concert Checklist weer gezellig en naar volle tevredenheid kunnen afvinken.

Toch eigenlijk goed bij stem
Enige spelbreker bij Paul McCartney wil nog weleens zijn stem zijn. Afgelopen jaren is het een aantal keer voorgekomen – met als meest markante voorbeelden het popconcert ter gelegenheid van de Diamond Jubilee van Elizabeth en de Olympische Spelen in Londen – dat Sir Paul’s stem het niet meer trok. Gelukkig was hij – zoals de meeste tijd overigens – ook in de Ziggo Dome goed bij stem alhoewel je wel merkt dat een nummer zoals Maybe I’m Amazed (letterlijk) iets te hoog gegrepen was. Misschien daarom dat het prachtige Beatles-nummer The Fool on the Hill in de setlist van McCartney helaas ontbrak. Gelukkig viel er eigenlijk alleen maar te genieten van de veertig (!) nummers die Sir Paul – zoals altijd uitstekend begeleid door de fantastische drummer Abe Laboriel Jr. en de rest van zijn vaste band. En daar waar hij – toen hij 43 jaar geleden voor het laatst in Amsterdam was – geen of daarna teveel nummers uit zijn Beatles-periode speelde, was er daadwerkelijk sprake van een mix waardoor de nummers die niet afkomstig zijn van de Beatles geen programmavulling waren, maar zorgden voor een mooie gewogen mix van oude en nieuwe hits. Het hielp daarbij overigens ook dat de Ziggo Dome – meer dan Ahoy en veel meer dan het vreselijke GelreDome - de techniek én akoestiek uitstekend voor elkaar heeft. Sir Paul kent de kracht van beelden en zo was het concert niet alleen een feestje voor de oren, maar ook voor de ogen. Aardige was daarbij dat oude nummers met nieuwe video’s werden opgepimpt en nieuwe nummers zoals het voor de videogame Destiny geschreven Hope for the Future en My Valentine waaraan Johnny Depp en Natalie Portman hun medewerking hebben verleend. 

De hits blijven maar komen!
Voor het hele programma gold daarom - zoals Giel Montagne voor een of ander slecht Tell Sell-programa een compilatie van Hollandse hits aanprees – dat de hits maar bleven komen. Van gezellige meezingers Ob-La-Di, Ob-La-Da en Hey Jude tot Wings-hits Band on the Run en Nineteen Hundred and Eighty-Five en de ultieme klassiekers Eleanor Rigby en Yesterday. En natuurlijk ontbreekt Live and Let Die niet dat voor velen een hoogtepunt is door het (letterlijke) vuurwerk waar het mee gepaard gaat. Voor de kinderen in het publiek (veelvuldig met hun vader mee) zal dat wel even schrikken zijn geweest. Overigens spreekt hier ervaring aangezien in 1989 deze recensent (als negenjarige…) weg dook in de stoelen van Ahoy. Inmiddels is dit het zesde concert van Paul McCartney dat ik - traditiegetrouw met mijn vader die één van de grootste Beatles-fans en –kenners van Nederland is – bijwoon en het verveelt geen moment. Wat mij betreft – en velen met mij – gaat de onverwoestbare Paul McCartney gewoon door en is het enige einde dat hij kent het gelijknamige The End van het album Abbey Road. Volgende keer zijn we er gewoon weer en vinden we het net zo fantastisch dat hij een paar woordjes in het Nederlands zegt, met onze vlag opkomt en gezellig terugkomt voor twee reprises!

Oordeel FerdiBlog: *****


De ‘Out There’-tour van Paul McCartney deed op 7 en 8 juni 2015 de Ziggo Dome aan. Deze recensie is op basis van het optreden op 7 juni.

zondag 7 juni 2015

De geboortegrond van Maigret: 'De zaak-Saint-Fiacre'


Inspecteur Maigret keert terug naar het dorp van zijn jeugd om een aangekondigde misdaad te stoppen. De oplossing in De zaak-Saint-Fiacre toont zijn rol als bijstander, maar onthult tevens het verleden van Simenon's beroemdste schepping. 

Sinds september vorig jaar verblijdt De Bezige Bij boekminnend Nederland met heruitgaven van het werk van Georges Simenon. Sindsdien verschijnt elk kwartaal een viertal hoogtepunten uit diens oeuvre in nieuwe aansprekende vertalingen. Hoogtepunten uit zowel zijn reeks "losse" romans als natuurlijk de avonturen van de norse inspecteur Maigret. De zaak-Saint-Fiacre - in 1932 voor het eerst verschenen als L'affaire Saint-Fiacre - is een vreemde eend in de bijt binnen de Maigret-romans van Georges Simenon (1903-1989). Daar waar in de andere Maigret-verhalen hij een leidende rol speelt bij de oplossing van een misdaad wordt deze zaak eigenlijk buiten hem om opgelost. Niet helemaal verrassend aangezien Maigret wordt afgeleid door het feit dat het (fictieve) Saint-Fiacre het dorp is waar Maigret ter wereld is gekomen en zijn jeugd heeft doorgebracht. Daarom is de bijzondere misdaad in zijn geboortedorp ook een trip down memory lane

Een aangekondigde misdaad

Je kunt je leukere aanleidingen voorstellen om naar je roots terug te keren dan het bericht 'Ik kondig aan dat tijdens de vroegmis van Allerzielen in de kerk van Saint-Fiacre een misdaad zal worden gepleegd'. Hoewel aan het bericht weinig geloof wordt gehecht, komt het terecht op het bureau van Maigret die afreist naar Saint-Fiacre. Tijdens de vroegmis lijkt er geen mogelijkheid tot het plegen van een misdaad tot aan het einde van de mis het levenloze lichaam van de gravin van Saint-Fiacre wordt gevonden. Een vreemde moord aangezien - hoewel aangekondigd - niemand bij de gravin in de buurt is geweest en gif ook wordt uitgesloten. Kloeke speurder als Maigret is weet hij de doodsoorzaak te herleiden tot haar misboek waar een vervalst krantenbericht wordt gevonden waarin de dood van haar zoon Maurice bekend is gemaakt. De schrik is de met een zwak hart kampende gravin teveel en bevestigt de macabere aankondiging. Maigret en het dorp Saint-Fiacre staan voor een bizar mysterie waarbij juridisch gezien er evenwel niet echt sprake is van moord... 

Een fijne sfeerschets
De verdenking gaat al snel uit naar de vals doodgewaande Maurice die - behept met geldproblemen - het meest lijkt te profiteren van de dood van zijn moeder. Maar ook haar jonge particulier secretaris en vermeende minnaar Jean Métayer en haar rentmeester Gautier vallen onder de lijst van verdachten. Bijzonder aan deze Maigret-roman is dat de inspecteur eigenlijk een passant is in het verhaal. Hoewel hij een en ander onderneemt om het mysterie te ontrafelen, wordt deze buiten hem om opgelost. Tegelijkertijd geeft de roman zicht in het verleden van Maigret die als zoon van de rentmeester van de familie Saint-Fiacre wordt overspoeld door herinneringen aan zijn verleden. Het knappe aan De zaak-Saint-Fiacre is dat Simenon een erg fijne sfeerschets heeft gecreëerd die voor liefhebbers van Simenon in het algemeen en de avonturen van Maigret in het bijzonder een grote aanrader is. De eigentijdse vertaling door Kris Lauwerys versterken dit alleen maar waardoor de roman een universele aantrekkingskracht blijft behouden. Niet zonder reden is deze roman in 1958 al verfilmd, maar is Bruno Cremer's vertaling van Maigret nooit aan deze roman toegekomen. En dat is bijzonder jammer.

Zonder twijfel is deze heruitgave één van de hoogtepunten uit de Simenon-reeks van De Bezige Bij waarvan alleen maar gehoopt kan worden dat het verschijningstempo van vier boeken per kwartaal nog lange tijd gehandhaafd wordt. 

Oordeel FerdiBlog: ****½

Lees eerdere recensies op FerdiBlog van romans van Georges Simenon hier en hier

'De zaak-Saint-Fiacre' van Georges Simenon maakt onderdeel uit van de opnieuw vertaalde reeks van diens hoogtepunten van De Bezige Bij. In september 2014 en februari 2015 verschenen de eerste acht boeken uit deze reeks. Tegelijkertijd met 'De zaak-Saint-Fiacre' zijn 'De dood van Belle', 'De teddybeer' en de Maigret-roman 'Maigret en zijn dode' verschenen. Bestellen van 'De zaak-Saint-Fiacre' kan hier

donderdag 4 juni 2015

'The Legacy 2': Terugkeer van een strontvervelende hippiefamilie


De disfunctionele familie Grønnegaard doet weer van zich spreken en lijdt nog steeds onder de schaduw van haar mater familias. Oftewel: The Legacy is terug, maar is allesbehalve een herhaling van zetten.

In 2014 verraste de Deense staatsomroep DR met de tiendelige serie The Legacy (in het Deens Arvingerne) als opvolger van successeries The Killing en Borgen. Na misdaad en politiek was het nu tijd voor een familiedrama. Een buitengewoon succesvol drama waarin het wel en wee van de in veel opzichten nogal bijzondere familie Grønnegaard centraal staat. Een vervolg – de laatste aflevering liet die ruimte al wagenwijd open – kon niet uitblijven en gezien de Deense gewoonte om van successeries drie seizoenen uit te brengen, is de kans groot dat met The Legacy 2 slechts het tussenseizoen is verschenen. Toch is het de vraag hoe het redelijk afgeronde verhaal van de strijd om de erfenis van Veronika Grønnegaard door haar kinderen nog kan worden uitgesponnen tot een volwaardige vervolgserie. Dat het tweede seizoen slechts zeven afleveringen telt, doet het ergste vermoeden. Deze vrees is echter ongegrond want The Legacy 2 is gelijk de voorganger een puik familiedrama waarin je met overtuiging je groen en geelt ergert aan een strontvervelende hippiefamilie die zichzelf en het leven heel moeilijk maken maar toch op elkaar aangewezen zijn.

Een familie of commune?
In het eerste deel verviel de familie na de plotselinge dood van Veronika in behoorlijke chaos. Niet onverwacht aangezien Veronika zich op haar landgoed vooral wijdde aan zichzelf en haar kunst en minder aan haar kinderen Gro, Frederik en Emil. Tel daarbij op dat Veronika in haar laatste dagen haar vierde – ter adoptie opgegeven – kind Signe op het toneel laat verschijnen en haar het felbegeerde huis wil nalaten en de chaos is compleet. Een chaos die zich perfect leende voor een serie die eigenlijk geen melodrama kende en daarom misschien zo goed uitpakte. Van plotselinge sterfgevallen of andere narigheid bleef de serie weg. De eerste serie eindigde met wat losse eindjes – met name door Emil die wegkwijnde in een Thaise gevangenis door een mislukt avontuur aldaar – maar ook een familie die de realiteit accepteert dat ze met elkaar verder moeten. Niet voor niets lijkt de terugkeer naar landgoed Grønnegaard ditmaal meer een familie idylle. Hoewel de hippie inborst deze familie het landgoed al snel doet omslaan naar een commune. Zeker door de aanwezigheid van oude hipster Thomas, de ex-man van Veronika en vader van Gro (gespeeld overigens door Jesper Christensen alias Mr. White in Casino Royale). Deze Thomas die er rustig ook been in ziet om met een meisje dat zijn (klein)dochter had kunnen zijn een kind te baren met de welluidende naam Melody. Melody kan zo in de voetsporen treden van Signe alias Sunshine. Signe – winnaar van de familiestrijd – bestiert Grønnegaard nu en heeft wilde plannen om via (legale) hennepteelt haar broek omhoog te houden. Emil zit overigens nog steeds in Thailand vast waar Gro verwoede pogingen doet hem vrij te krijgen en daar financieel ver in moet gaan. Financiën die zij niet heeft en dit haar doet verleiden om eigen werk onder de naam van haar moeder te verkopen. En Frederik is nog steeds een moeilijke man die niet met zijn gevoelens overweg kan en Emil (begrijpelijkerwijs) nog steeds nadraagt dat Emil vreemd is gegaan met zijn vrouw. Nee, die Grønnegaards hebben het goed met elkaar…

Heilig boontje
Opvallend is dat waar in het eerste seizoen melodrama nadrukkelijk uitgesloten was het tweede seizoen juist wel kiest voor enkele (zeer) dramatische wendingen en gebeurtenissen. Met name in de derde aflevering vindt een confrontatie tussen Gro en Frederik plaats die bijzonder heftig is en kijkers niet onberoerd zal laten. Ook velt het lot een verstrekkend oordeel over één van de hoofdpersonen. Gek genoeg zou dit bouwen op melodrama, gezien de ingehouden en daarmee succesvolle dramatiek van het eerste seizoen, verkeerd moeten uitpakken, maar dat doet het dus niet. Evenzo pakt het niet slecht uit dat de hele familie Gønnegaard eigenlijk een strontvervelende familie van zelfzuchtige hippies is. Iedereen is vooral met zichzelf bezig en lijkt niet echt vatbaar voor wetgeving of goed fatsoen. Opvallend is dat de laatste (semi)loot aan de stam eigenlijk nooit over de schreef gaat, maar tegelijkertijd wel de vervelendste van het hele stel is. Als een soort heilig boontje in de overdrive haalt ze het bloed onder de nagels van haar broers en zus en zeker van de kijker. Vreemd genoeg is het familielid met het meeste op haar kerfstok – Gro – de meest sympathieke van het stel. Alle reden dus om de nieuwe verwikkelingen van de familie via de zeven nieuwe afleveringen gade te slaan. Daarbij is het overigens ook vermeldenswaard dat de intromuziek – gezongen door Nina Persson van The Cardigans – echt een topnummer is en daarmee een verrijking van de serie. En hoewel ook dit seizoen redelijk alle eindjes bij elkaar brengt, zou het verbazen wanneer de inmiddels klassieke Deense drieslag nu niet gevolgd zou worden.

The Legacy 2 is daarmee een waardige opvolger en verplicht kijkvoer voor alle fans van de eerste reeks. En voor diegenen die nog niet met The Legacy in aanraking zijn gekomen, maar houden van een goed familiedrama en Deense series stiekem erg amusant vinden is het een mooie gelegenheid om zich te storten op die strontvervelende Deense hippies. Je kan het slechter treffen.


Oordeel FerdiBlog: ****½ 


Lees hier de eerdere recensie van ‘The Legacy’ op FerdiBlog.


Het tweede seizoen van ‘The Legacy’ wordt door Lumière uitgegeven en is sinds  eind mei algemeen verkrijgbaar zowel op DVD als Blu-ray. Bestellen kan hier. Deze recensie is op basis van de Blu-ray-versie.

Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het online nieuwsmagazine. Met enige regelmaat zullen recensies op het gebied van Kunst & Cultuur ook daar gepubliceerd worden.