zondag 31 juli 2016

Concert 23 juli 2016: De Proms met Wagner en Tippett


BBC Proms 2016

Wagner: laatste scene uit Die Walküre 
Tippett: A Child of our Time

Tamara Wilson, sopraan
Susan Bickley, mezzosopraan
Peter Hoare, tenor
James Creswell, bas

BBC National Chorus of Wales
Mark Wigglesworth, BBC National Orchestra of Wales

De Londense zomer staat traditiegetrouw in het teken van muziek en dan vooral de BBC Proms, vooral bekend van die ene laatste avond met bijbehorende uitgelaten vlaggenvertoon culminerend in trotse vaderlandslievende werken van de bekendste Britse componisten. Dus wanneer je in de zomer in Londen bent, kan je natuurlijk niet om een concertbezoek heen. Een terugblik op de laatste van twee Proms-concerten. Ditmaal geen Mendelssohn en Mozart, maar Wagner en Tippett. 

In de muzikale zomer van de BBC Proms die pas op 10 september met de traditionele Last Night of the Proms wordt afgesloten, kan een muzikale grootheid zoals Richard Wagner natuurlijk niet ontbreken. Maar datzelfde geldt natuurlijk voor Britse componisten. Dat de laatste scene uit Wagner's Die Walküre wordt gecombineerd met een oratorium van Michael Tippett is dat niet zo vreemd. Zeker wanneer het BBC-koor en orkest van Wales onder leiding staan van Mark Wigglesworth. Tot voor kort was Wigglesworth de musical director van de English National Opera (ENO), het gezelschap dat zich de afgelopen decennia vooral heeft laten zien en horen met Engels gesproken versies van het kernrepertoire binnen de opera. Niet in de laatste plaats een compleet Engelstalige versie van Der Ring des Nibelungen. Enkele maanden geleden heeft Wigglesworth het gezelschap echter verlaten vanwege de grote bezuinigingen die in zijn ogen tot een onacceptabele invulling van de missie van ENO gaan leiden. Pas in 2015 gestart als opvolger van de hooggewaardeerde Edward Gardner is het de vraag wat dit voor zijn carrière gaat betekenen net als hoe ENO uit het moeras getrokken kan worden. Deze dramatiek ter zijde schuivend, is het daarmee een buitengewone goede keuze om Wigglesworth dit programma te late leiden waar opera en oratorium bij elkaar komen. 

Vader en dochter
Hoewel Wagner's muziek in het algemeen en Die Walküre in het bijzonder de nodige bombast kent, is dat juist niet het geval in de allerlaatste scene van het tweede deel van de Ring. Want in deze scene staat de relatie tussen vader Wotan en dochter Brünnhilde centraal. Een relatie die het sterk te verduren heeft omdat zijn favoriete dochter tegen zijn wensen is ingegaan. In deze scene wordt zij hiervoor gestraft, maar is het tegelijkertijd een gevoelig afscheid waarin deze bijzondere relatie tot uitdrukking komt. Wotan's prachtige Leb wohl is daar één van de voorbeelden van. Aan Wigglesworth en de muzikale krachten van de BBC National Orchestra & Chorus van Wales om deze beledig shunt tot leven te brengen. Voor de liefhebbers van bombast was overigens gedacht door de Walkürenritt (Hojotoho! Hojotoho!) aan het programma toe te voegen. Met sopraan Tamara Wilson en bas James Creswell werd het een uitvoering die niet teleurstelde, waarbij Wilson zonder meer een betere Brünnhilde wist neer te zetten dan Creswell's Wotan. Ondanks dat de balans in het orkest niet altijd leek te kloppen, was duidelijk dat Wigglesworth beschikt over de ruime operaervaring om een dergelijke highlight overtuigende te brengen. 

Tweede Wereldoorlog
Hoewel werk van Wagner wel vaker een concert opent, beperkt dit zich eigenlijk altijd tot een ouverture zoals die uit Tannhäuser of Die Meistersinger en eventueel de Siegfried Idyll. Maar wanneer je een scene uit Die Walküre als 'opwarmer' gebruikt, moet het programma na de pauze natuurlijk wel staan als een huis. Met A Child of our Time van de Britse componist Michael Tippett (1905-1998) is dat gelukkig ook zo. Buiten zijn eigen eigen land is Tippett minder bekend, maar dat is in het Verenigd Koninkrijk wel anders en zeker dit oratorium da allesbehalve onbekend terrein voor veel Britse concertbezoekers. Dit 'contemplatieve' oratorium geïnspireerd op Bach en Händel is door Tippett aan de vooravond van en tijdens de Tweede Wereldoorlog gecomponeerd. Directe aanleiding voor dit driedelige werk voor orkest, koor en vier solisten was de moord op een Duitse diplomaat in Parijs in 1938 door een jonge Poolse Jood. Een daad die door de Nazi's misbruikt zou worden om de terreur van de Kristallnacht te ontketenen. Uit solidariteit met de onderdrukten schreef Tippett dit prachtige koorwerk. Want ondanks dat Tippett een tijdgenoot was van Benjamin Britten en daarmee een representant van moderne klassieke muziek is de muziek van A Child of our Time zeker toegankelijk en van een bepaalde (omineuze) schoonheid. Opvallend daarbij is dat Tippett voor de koralen gebruikt maakt van Amerikaanse spirituals die daarmee het karakter van onderdrukking alleen maar verder onderstrepen en tegelijkertijd het werk iets buitengewoon eigens geven. Met een duur van bijna 70 minuten voelt het soms wat aan de lange kant, maar in de mooie uitvoering is dat een ondergeschikt punt. Zeker tot het doorlopende hoogtepunt van de spirituals. En hier wist het team van Wigglesworth een teleurstelling te voorkomen. Het koor en orkest waren in goede doen, terwijl hier wederom Tamara Wilson zich liet horen als de beste solist. Maar ook hier waren haar collega's (helaas) wat minder. Zo hield de contemplatieve Tippett zich goed staande tegenover de bombastische Wagner. 

De BBC Proms 2016 vinden plaats van 15 juli tot en met 10 september, veelal in de Royal Albert Hall. Dit concert, op zaterdag 23 juli, was Proms 11. Meer info en kaarten bestellen hier.

vrijdag 29 juli 2016

Concert 22 juli 2016: De terugkeer van de dirigerende Monica Seles?


BBC Proms 2016

Mozart: Symfonie Nr. 39
Mendelssohn: Concertaria Infelice
Mozart: Concertaria Ah, Io previdi
Mendelssohn: Symfonie Nr. 4 Italienische 

Rosa Feola (sopraan)
Jérémie Rhorer, Le Cercle de l'Harmonie
Royal Albert Hall, Londen

De Londense zomer staat traditiegetrouw in het teken van muziek en dan vooral de BBC Proms, vooral bekend van die ene laatste avond met bijbehorende uitgelaten vlaggenvertoon culminerend in trotse vaderlandslievende werken van de bekendste Britse componisten. Dus wanneer je in de zomer in Londen bent, kan je natuurlijk niet om een concertbezoek heen. Een terugblik op de eerste van twee Proms-concerten.

De BBC Proms - of beter gezegd de Henry Wood Promenade Concerts presented by the BBC - vinden al sinds 1895 plaats en bieden de (klassieke) muziekliefhebbers twee zomermaanden feest. Van onbekende orkesten tot de grote namen (Bernard Haitink is een graag geziene gast tijdens de Proms) en bijzondere crossover-samenwerkingen (vorig jaar met bijvoorbeeld de Pet Shop Boys), voor ieder wat wils in de statige doch volkse Royal Albert Hall midden in de gegoede Londense wijk Kensington. Met het vooruitzicht om in juli in Londen te zijn vlak nadat de Proms waren afgetrapt met de Firts Night of the Proms was het een uitgemaakte zaak dat kaartjes gekocht moesten worden. In het enthousiasme werden daarbij voor twee opeenvolgende avonden kaarten gekocht: een avond Mozart en Mendelssohn en een avond met wat zwaardere kost: Wagner en Tippett. Hoewel de immense Royal Albert Hall niet echt geschikt lijkt voor wat meer kleinschalig werk, is de combinatie van Mozart en Mendelssohn niet te versmaden. Zeker niet wanneer het prettige symfonieën betreft als Mozart's 39e en de Italiaanse symfonie van Mendelssohn. Diezelfde Mendelssohn die zo'n warme band had met het Verenigd Koninkrijk in het algemeen en haar (toenmalige) Koningin in het bijzonder. Met zo'n programma was het besluit snel genomen en waren de kaarten besteld. Klaar dus voor de allereerste Proms. 

Verkeersregelaar
Daar waar normaal ook het orkest en de dirigent van belang zijn om tot een besluit te komen, was de combinatie van Proms en muziek van Mozart en Mendelssohn afdoende. Dat bleek een misvatting. Want eenmaal gezeten onder de grote koepel van de Royal Albert Hall - vernoemd naar de vroeggestorven  echtgenoot van Koningin Victoria - viel het kwartje van de dirigent pas. Want de Franse dirigent Jérémie Rhorer die met het mede door hem opgerichte orkest zijn Proms-debuut maakte, bleek dezelfde dirigent die afgelopen november zijn opwachting maakte bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, toen met een programma van Wagner, Liszt en (wederom) Mendelssohn. Dat concert was zeer gedenkwaardig, maar niet op de goede manier aangezien dit één van de slechtste concerten is die ik me kan heugen. Niet alleen omdat hij de muziek niet liet ademen, maar vooral zijn (letterlijke) houding als dirigent. Alsof een verkeersregelaar voor het orkest stond. Maar nog erger: het gekreun tijdens het dirigeren ware hij de dirigerende equivalent van Monica Seles. De avond leek daarmee al over voordat deze begon. Maar in alle eerlijkheid: ditmaal viel het allemaal behoorlijk mee. Hoewel Rhorer nog steeds een verkeersregelaar is en zijn overdreven gesticulaties hem niet bepaald als een serieuze dirigent doen overkomen, wist hij ditmaal het orkest wel te bewegen tot muziek maken die de componisten tot eer strekt. Dat het zijn eigen orkest betreft (en die blijkbaar door de verkeersregelingen heen kunnen kijken) zal zeker hebben geholpen. Hoewel ver genoeg van hem af gezeten, leek het er ook op of het kreunen ditmaal achterwege was gelaten. Zijn tennissende alter-ego heeft hem wellicht permanent verlaten dan wel een avondje rust gekregen. 

Sopraan vs. Royal Albert Hall: 1-0

Hierdoor leverde het orkest prima doch geen wereldschokkende uitvoeringen af van deze klassieke symfonieën. Daarbij overigens niet geholpen bij de omvang van de Royal Albert Hall waardoor dergelijke kleinschaligere symfonieën die ook nog eens worden uitgevoerd door een authentiek (en dus klein) ensemble een beetje vervliegen in die immense ruimte. Datzelfde kan overigens niet gezegd worden voor het tweetal concertaria's dat het programma verrijkte. Want naast de symfonieën waren ook twee (lange) concertaria's geprogrammeerd zodat het programma voor de pauze een symfonie van Mozart bevatte en een aria (Infelice) bevatte, terwijl de rollen na de pauze waren omgekeerd met de aria Ah, Io previdi. Deze aria's werden gezongen door de uitmuntende Italiaanse sopraan Rosa Feola die geen enkele moeite had met de grote ruimte die de Royal Albert Hall is en daarbovenop ook nog eens dictie had waardoor de aria's woordelijk te verstaan waren. Kom je ook niet elke dag tegen. De aria's vormden daarmee het ware hoogtepunt van deze Proms-introductie. Nu alleen nog hopen dat Rhorer zich ooit nog ontwikkelt tot een serieuze dirigent.

De BBC Proms 2016 vinden plaats van 15 juli tot en met 10 september, veelal in de Royal Albert Hall. Dit concert, op vrijdag 22 juli, was Proms 9. Meer info en kaarten bestellen hier

donderdag 28 juli 2016

Concert 21 juli 2016: De rode loper uit voor de Pet Shop Boys


Pet Shop Boys
Inner Sanctum

Royal Opera House, Londen

Hoewel de Pet Shop Boys nooit (echt) weg zijn geweest, markeerde het drie jaar geleden verschenen Electric hun hernieuwde kennismaking met het grote publiek. Met hun nieuwe album Super gaan Neil Tennant en Chris Lowe door op deze succesvolle weg. Met vier geweldige optredens in de Royal Opera House trapten de Pet Shop Boys de bijbehorende Inner Sanctum-tour af. Eind november is Nederland aan de beurt.

Voor het grote publiek zijn de Pet Shop Boys toch vooral een reliek uit de jaren tachtig toen nummers als West End Girls, It’s a Sin en Always on my Mind de hitlijsten bevolkten. In de jaren negentig was er nog een opleving met Go West en New York City Boy, maar spoedig daarna verdween het succesvolste duo in de Britse popmuziek (met een verkoop van meer dan 50 miljoen platen) van de radar. Althans voor het grote publiek. Want gemiddeld eens per drie jaar verscheen er gewoon weer een nieuw album met die typische elektrische pop sound (synthpop) van de Pet Shop Boys. Een sound die de rustige Neil Tennant en stoïcijnse Chris Lowe al die jaren stug hebben volgehouden en de basis vormde voor tour na tour. Tot grote vreugde van al hun fans, waaronder deze. Pas in 2013 kwamen de Pet Shop Boys bij het grote publiek weer terug op de radar met hun album Electric. Tevens het eerste album van hun eigen label x2. Terwijl Parlophone Records vaarwel werd gezegd, startte de samenwerking met producer Stuart Price die mede aan de basis staat van de succesvolle  aanpassing van die typische sound van de Pet Shop Boys aan de 21e eeuw. Electric vormde het eerste deel van een drieluik met Price waarvan Super het middelste deel is. In april verscheen dit nieuwe album en hoewel het succes iets minder is dan Electric zijn de Pet Shop Boys nog steeds terug van weggeweest. Super vormt meteen de aanleiding voor de Inner Sanctum-tour die wel heel bijzonder van start is gegaan met een vierdaagse residency bij The Royal Opera House in London. 

Kolkende massa
De statige Royal Opera is nu niet het eerste podium dat je associeert met de Pet Shop Boys, maar de afgeladen grote zaal bleek perfect voor een geweldige show met een perfecte balans tussen nieuwe en oude hits. Al bij de eerste noten van het nummer en titelgever van de tour Inner Sanctum gingen de ruim 2.250 petheads (de bijnaam voor PSB-fans) helemaal uit hun dak en veranderde de grote zaal in een kolkende en dansende massa. De shows van de Pet Shop Boys zijn altijd piekfijn geprogrammeerd van een spetterende start tot een einde dat nooit een einde is en altijd afsluit met een toegift van een aantal echte klassiekers. Hits van recente albums Super en Electric werden afgewisseld met de eerder genoemde evergreens van de Pet Shop Boys. Toch was het opvallend dat de zaal – in tegenstelling tot wat je zou verwachten, ook gegeven de gemiddelde leeftijd – op alles los ging, maar dat nieuwe hits zoals Vocal van Electric en Burn van Super daarin een buitencategorie vormden. Het zijn dan ook heerlijke nummers die als geen ander profiteerden van de gelikte en indrukwekkende laser- en lichtshow. 

Bourgeoisie? Bour-geoi-sie!
Wie overigens de Pet Shop Boys wegzet als camp zou dat nog eens moeten heroverwegen, want hoewel de catchy discotonen en fijne beats een bepaalde camp suggereren, doen de teksten (van de hand van Neil Tennant, terwijl de muziek voor rekening van Chris Lowe komt) dat zeker niet. Want met titels als Inner Sanctum en Love is a Bourgeois Construct wordt er toch wel iets gevraagd van de gemiddelde luisteraar. Het is daarom nogal koddig om een volle zaal – aangejaagd door de immer keurige Neil Tennant – BOUR-GEOI-SIE te horen scanderen. Sowieso is het altijd zeer de moeite waard om de teksten tot je te nemen. Treffend voorbeeld is The Dictator Decides het low key-nummer van het nieuwste album. Een heerlijke parodie op dictators in het algemeen en Kim Jong-un in het bijzonder:
The joke is I'm not even a demagogue
Have you heard me giving a speech?
My facts are invented
I sound quite demented
So deluded it beggars belief
It would be such a relief not to give another speech
Voor de liefhebber: dit nummer lijkt de tegenpool te zijn van Delusions of Grandeur (1997, B-side Red Letter Day) dat zowel qua muziek en tekst lekker over the top is:
Give me power over people in a palace
with a permanent guard
and the flags unfurled
Give devotion, dedication, celebration
not some cheap charade
and I'll rule the world
All of these delusions of grandeur
because they said 'We don't understand you'
and I want revenge
Zoals eigenlijk met alle concerten die de Pet Shop Boys geven, valt op dat de heren (inmiddels is Neil 62 en Chris 56) nog altijd heel veel plezier hebben in het geven van concerten, terwijl het allesbehalve podiumbeesten zijn. Chris Lowe staat zoals gebruikelijk de hele show stoïcijns achter zijn keyboard terwijl Neil Tennant qua beweging niet verder komt dan heen en weer over het podium lopen en gezellig de beat mee te slaan op zijn dijbeen. En op de een of andere manier is het zo natuurlijk dat het volledig werkt. Daarmee hebben de Pet Shop Boys de ideale formule gevonden om tot een succesvolle show te komen. Een show die eindigde met een nieuwe (en zeer geslaagde versie) van Left to my own devices en Go West. Maar na het standaard ‘Thank you and good night’ van Neil, volgde natuurlijk nog een toegift. Ditmaal met Domino Dancing en de klassieke Brenda Lee-cover Always on Your Mind die naadloos over ging in een encore van de hit van hun nieuwe album Pop Kids. Met een tekst die perfect van toepassing is op de Pet Shop Boys én hun publiek:
They called us the Pop Kids
'Cause we loved the pop hits
And quoted the best bits
So we were the Pop Kids


In april is ‘Super’ het nieuwste album van de Pet Shop Boys verschenen. Een vierdaagse ‘residency’ bij The Royal Opera House van woensdag 20 t/m zaterdag 23 juli 2016 vormt de start van de Inner Sanctum-tour. Deze recensie is op basis van het optreden op donderdag 21 juli. Meer info over de tour – die op 29 november poppodium 013 in Tilburg aandoet – is hier te lezen.

woensdag 27 juli 2016

Stephen King's Lord of the Rings. 'The Stand' van Stephen King


Een epos schrijven is niet alle schrijvers gegeven. Want het simpelweg afleveren van een vuistdik boek, maakt nog niet The Lord of the Rings of andere soortgelijke verhalen. Met The Stand – in het Nederlands verschenen als De Beproeving - schreef Stephen King in 1978 zijn epos. Een epos dat twaalf jaar later in een onverkorte versie verscheen en opeens 400 pagina’s extra telde. In de meeste gevallen een slecht voorteken, maar ruim een kwarteeuw na die definitieve versie is het lezen van The Stand allesbehalve een beproeving.

Het zal (vaste) lezers van mijn blog niet ontgaan zijn dat na Pet Sematary dit nu het tweede achtereenvolgende boek van Stephen King is dat besproken wordt. En dan ook nog eens een boek dat – wederom in navolging van Pet Sematary – allesbehalve nieuw is. Bij mij werkt het vaak zo dat het lezen van het ene boek van een schrijver, leidt tot een volgend boek van diezelfde schrijver. Zeker wanneer het schrijvers betreft die je in een boek trekken zoals Robert Harris, Ian McEwan en Stephen King. Na het lezen van Pet Sematary kon ik de lokroep van een volgende shot Stephen King niet weerstaan. En met de zomer nu dan toch eindelijk begonnen en daarmee meer tijd voor een dikke pil, kwam daarmee The Stand in het vizier. Zonder twijfel het meest epische verhaal van de hand van Stephen King en tegelijkertijd – samen met It – zijn langste verhaal. Althans uitgaande van de onverkorte versie die in 1990 is gepubliceerd.

Het einde van de mensheid?
Want The Stand – in Nederland uitgegeven als De Beproeving – telt in de meest recente (Engelstalige) editie ruim 1.300 pagina’s, terwijl de oorspronkelijk versie uit 1978 het met 400 pagina’s minder moest doen. Een aderlating die overigens – althans volgens het voorwoord van King – niet met kwaliteit van doen had, maar met praktische overwegingen: de prijs die de uitgever kon vragen verhield zich niet tot de productiekosten voor het oorspronkelijke manuscript. In de onverkorte versie die in 1990 verscheen, kan de The Stand-lezer van het prille begin meer achtergronden lezen over de karakters, zijn compleet nieuwe karakters teruggekeerd en is de pop culture-omgeving geactualiseerd. Het is daarmee een beetje als The Lord of the Rings waarbij het populaire karakter Tom Bombadil een grote rol in het boek heeft, maar in de filmversie in geen velden of wegen te bekennen is. Daarmee houden de vergelijkingen met het magnum opus van J.R.R. Tolkien overigens niet op. Het epische karakter van het verhaal dat The Stand is, maakt het daarmee The Lord of the Rings van Stephen King. Want in The Stand grijpt een genadeloos griepvirus om zich heen die het einde van de mensheid lijkt in te luiden. Door de continu veranderende aard van het virus blijkt het ontwikkelen van een vaccin onmogelijk en worden de Verenigde Staten in een kwestie van weken gedecimeerd. De rest van de wereld lijkt hetzelfde lot beschoren, maar dat is voor de overlevenden niet te achterhalen omdat met de dood van het overgrote deel van de Amerikanen tegelijkertijd de gehele infrastructuur waardoor de maatschappij functioneert tot stilstand komt.

Een strijd tussen Goed en Kwaad
Want hoewel de plaag genadeloos toeslaat, blijkt een (zeer) beperkt deel van de getroffenen immuun te zijn. Aan deze groep de schone taak om niet alleen te overleven, maar ook te zorgen voor (een beperkte vorm van) wederopbouw om tot een nieuwe samenleving te komen. In deze desolate omstandigheden vormen zich rondom Las Vegas (Nevada) en rondom Boulder (Colorado) twee concurrerende samenlevingen die gescheiden worden door de Rocky Mountains. De ene – niet zonder toeval met Sin City als hoofdstad – een dictatuur onder de geheimzinnige Randall Flagg, de ander als een voortzetting van de Amerikaanse democratie, maar wel goddelijk geïnspireerd door zuster Abagail Freemantle. Want King zou King niet zijn, wanneer het hier niet alleen een verhaal betreft over de gevolgen van een dergelijke plaag, maar uiteindelijk gaat over de strijd tussen Goed en Kwaad. Een strijd waarbij Randall Flagg de personificatie is van de duivel en geëquipeerd is met magische krachten waaronder een alziend oog dat geïnspireerd is op Sauron uit The Lord of the Rings. Ook een Gollum-achtige figuur in de vorm van de pyromaan de Trashcan Man draagt bij aan de vergelijkingen met Tolkien’s verhaal. Zo is daar aan de ‘goede’ kant ook nog eens een soort fellowship die de leiding neemt van de Free Zone en daarmee het democratische antwoord op het uitdijende imperium van Randall Flagg vormt. Deze Randall Flagg wordt in The Stand voor het eerst door King geïntroduceerd, maar komt in verschillende hoedanigheden en soms met een andere naam voor in diverse van diens verhalen. Gelukkig kunnen de inwoners van de Free Zone rekenen op de bescherming van zuster Abagail en daarmee goddelijke interventie. 

Een karakterschets
Hoewel de ruim 1.300 pagina’s die The Stand omvat een hele kluif lijkt, komt het tijdens het lezen diverse keren voor dat het je als lezer niet zou verbazen als er nog eens honderden pagina’s extra zouden moeten volgen. Want King neemt ruim de tijd om de diverse personages in hun context te plaatsen en tegelijkertijd de gevolgen van een dergelijke plaag voor een samenleving als de onze uit te werken. Hij maakt daarbij niet de fout om dit uitputtend te doen waardoor hoe hele basale zaken zoals eten en drinken na zo’n ramp wel aan bod komen, maar lang niet altijd tot in detail worden uitgewerkt. Het gevaar van een dergelijke apocalyptische context is dat een schrijver zich verliest in de details of – aan de andere kant van het spectrum – zich juist te weinig rekenschap geeft van de gevolgen van een dergelijke ramp. Ook het toevoegen van een magisch/goddelijk element is met gevaren omkleed. Want wat begint als een apocalyptisch doch realistisch verhaal kan daarmee verworden tot een weinig serieus te nemen fabeltje. King weet hier goed de balans te houden en heeft daarmee een rijk geschakeerd verhaal geschreven dat – ondanks enkele ‘inzak’-momenten – blijft fascineren en nooit (echt) het idee doet ontstaan dat 1.300 pagina’s wat aan de ruime kant is. Sterker nog: zodra de eindstrijd tussen Goed en Kwaad daadwerkelijk begint, bekruipt je als lezer het gevoel dat er te weinig pagina’s resteren om het verhaal af te ronden. Zeker omdat King veel tijd neemt om zijn karakters uit te werken alsmede de gevolgen van een dergelijke ramp. Daarmee is The Stand allesbehalve een beproeving en zonder twijfel The Lord of the Rings van Stephen King. 

In 1978 verscheen ‘The Stand’ van Stephen King. In 1990 volgde de onverkorte versie die ruim 400 pagina’s meer telt dat de oorspronkelijke uitgave. Een Nederlandse vertaling – onder de titel ‘De Beproeving’ – is verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Luijtingh-Sijthoff. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 17 juli 2016

Dierendag zal nooit meer hetzelfde zijn... 'Pet Sematary' van Stephen King


Ruim 30 jaar geleden verscheen Pet Sematary van Stephen King. Geïnspireerd door zijn eigen leven centreert King zijn verhaal rondom een spookachtig begraafplaats voor huisdieren waardoor Dierendag voor de verhuisde familie Creed alle onschuld verloren heeft. Een terugblik op deze griezelklassieker. 

Dat Stephen King (1947) de koning van griezelboeken is, zal voor weinigen als een verrassing komen. En hoewel zijn oeuvre inmiddels immens is (waarbij echte klassiekers afgewisseld worden met minder geslaagde pogingen), schrijft Stephen rustig door. Recent is Sleeping Beauties verschenen, het laatste deel van een trilogie over detective Bill Hodges. Maar boeken als It, The Stand, de Dark Tower-serie, The Shining, 11/22/63 en Salem’s Lot vormen toch wel de kern van zijn succes als schrijver en de reden waarom hij zoveel fans heeft. Een boek dat ook altijd deel uitmaakt van dit rijtje is Pet Sematary, in Nederland uitgegeven als Dodenwake. Met dit boek is wat bijzonders aan de hand, want niet alleen maakt King in het voorwoord de lezer deelgenoot van het feit dat de inspiratie voor dit verhaal zeer persoonlijk was, maar dat hij lange tijd het boek niet wilde publiceren vanwege het schokkende karakter. Pas bij het wisselen van uitgever werd dit boek gepubliceerd omdat King nog één boek moest aanleveren vanwege zijn aflopende contract. En zo werd Pet Sematary in 1983 alsnog gepubliceerd.

Laat de Indianen in godsnaam met rust…
En wie het boek eenmaal heeft gelezen, kan concluderen dat Pet Sematary zonder meer griezelig en schokkend is, maar dat evenzo een goed idee is geweest om het boek uit te brengen. Want Pet Sematary neemt de lezer meer naar het idyllisch gelegen plaatsje Ludlow in Maine, één van de Amerikaanse staten in het traditionele en door de koloniale geschiedenis beïnvloede New England. De familie Creed, bestaande uit Louis en Rachel en hun kinderen Ellie en Gage, strijken daar neer vanwege Louis’ baan als medicus bij de universiteit. Hun pittoreske huis is gelegen aan een drukke weg terwijl niet ver van hun achtertuin een mysterieus en goed bijgehouden pad loopt dat eindigt bij een begraafplaats voor huisdieren. Een recept voor ellende zoals later zal blijken. Dit alles komt nog helemaal overeen met het leven van King die in de jaren zeventig ging werken bij de Universiteit van Maine en samen met zijn familie verhuisde naar een gelijksoortig huis aan een evenzo drukke straat. En net als in Pet Sematary is nabij het huis een dierenbegraafplaats te vinden. In het fictieve universum van King heeft de dierenbegraafplaats bij de familie Creed een verband met de oorspronkelijke bewoners van Maine: de Indianen. Want in directe verbinding met de begraafplaats voor dieren staat een begraafplaats voor Indianen. En vaste prik in het griezelgenre is dat Indianenbegraafplaatsen altijd ellende betekenen en dat is in Pet Sematary niet anders.

“It’s alive!!”
Want in het kielzog van de familie Creed is daar Winston Churchill, althans de naar de grote staatsman vernoemde kat van de familie Creed die als koosnaam Church heeft. Deze kat, de liefde van dochtertje Ellie, zal (denk aan de drukke weg) de gang naar de dierenbegraafplaats maken. Ook Smucky, de kat van de familie King, is begraven op de dierenbegraafplaats en maakt een cameo in de fictieve universum van de familie Creed. Maar waar het voor Smucky einde verhaal is, begint het avontuur voor Church pas. Want tegenover de familie Creed – aan de andere kant van de weg - woont het oudere echtpaar Jud en Norma. Al vanaf de eerste dag ontstaat er een soort vaderlijke relatie tussen Jud en Louis. In die vertrouwelijkheid vertelt Jud over de geschiedenis van de dierenbegraafplaats, het effect van de Indianenbegraafplaats en daarmee de mogelijkheid om gesneuvelde dieren weer tot leven te wekken. Deze wetenschap zal Louis benutten om Church – tragisch om het leven gekomen tijdens de afwezigheid van de rest van de familie – weer tot leven te brengen zodat zijn dochtertje Ellie de pijn van het verlies van haar favoriete dier wordt bespaard. Deze op zich begrijpelijke actie leidt tot een kettingreactie met tragische gevolgen voor vrijwel alle betrokkenen wanneer een gruwelijk ongeluk binnen de familie Creed zich voltrekt. Een schaduw die bijna ook over de familie King had gehangen. Dan blijkt dat hoe graag je het ook zou willen de dood (helaas) onomkeerbaar is en dat je grootst wens opeens je ergste nachtmerrie kan betekenen. 

Hoewel Pet Sematary al meer dan dertig jaar oud is, vertoont het verhaal geen tekenen van ouderdom. Niet alleen omdat het verhaal op zich griezelig is en blijft, maar ook omdat de tand des tijds weinig invloed heeft gehad. Want New England van toen kan nog steeds zo bestaan. Weliswaar zijn er in het verhaal geen smarthphones of sociale media te bekennen, maar ook niets waardoor het verhaal (hopeloos) ouderwets toont. Het is een fijne pageturner die intens macaber is en zonder twijfelt behoort tot de griezelklassiekers van Stephen King. 

In 1983 verscheen ‘Pet Sematary’ van Stephen King. Een Nederlandse vertaling – onder de titel ‘Dodenwake’ – is verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Luijtingh-Sijthoff. Deze recensie is eerder gepubliceerd bij online nieuwsmagazine Jalta.

vrijdag 8 juli 2016

Opera 3 juli 2016: Prachtige verwarring in Tsjaikovski's 'Pique Dame'


De Nationale Opera
Pique Dame
(Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, 1840-1893)

Misha Didyk, Hermann
Alexey Markov, Graaf Tomski/Zlatogor
Vladimir Stoyanov, Vorst Jeletski
Larissa Diadkova, Gravin
Svetlana Aksenova, Liza

Stefan Hernheim (regie) 
Philipp Fürhofer (decor en kostuums)

Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor
Mariss Jansons, Koninklijk Concertgebouworkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Na zijn grote succes met Jevgeni Onjegin keert Mariss Jansons terug bij De Nationale Opera met Tsjaikovski's Pique Dame. Jansons ontlokt zijn voormalige orkest een fijnzinnig spel en prachtige klanken die recht doen aan de melodieuze overvloed van Tsjaikovski's muziek. En hoewel de eigenzinnige en compleet op de persoon van de componist gerichte enscenering tot (te) veel verwarring leidt, werd het toch een meer dan memorabele uitvoering. 

Dat componisten een hoofdrol spelen in hun eigen opera's is evident. Een opera van Wagner klinkt en 'voelt' als Richard Wagner, terwijl een werk van Puccini in de verste verte niet als Tsjaikovski kan worden aangemerkt, maar alleen als Puccini. Maar letterlijk een hoofdrol spelen in een eigen opera? Nee, daar zijn eigenlijk geen voorbeelden van te vinden. Dat heeft de Noor Stefan Hernheim allerminst weerhouden om in zijn visie op Tsjaikovski's Pique Dame de componist de onbetwiste hoofdrol te geven. Een hoofdrol die al start voordat de eerste noot daadwerkelijk klinkt. Want terwijl de zaal en orkestbak van Nationale Opera & Ballet in stilte gehuld is, toont zich een 19e eeuwse studeerkamer waar een oudere man zijn gerief krijgt door een jongere officier. Nadat de jonge officier de klus geklaard heeft, toon de oudere man zich als niemand minder dan Tsjaikovksi. Niet zo vreemd wanneer men beseft dat Tsjaikovski - gelijk overigens zijn broer Modest - homo was in een Tsaristisch Rusland dat allesbehalve ontvankelijk hiervoor was. In 1893 zou Tsjaikovski - angstig voor zijn ondergang door het bekend worden van zijn homoseksualiteit - zichzelf van het leven beroven door het drinken van een glas met cholera besmet water. Drie jaar daarvoor ging zijn opera Pique Dame in premiere. Een opera met een libretto van zijn broer Modest met als lijdend voorwerp de Russische officier Hermann - de jonge officier uit Hernheim's proloog - wiens verboden liefde voor reeds verloofde Liza en zijn fascinatie voor het geheim van een oude gravin, bijgenaamd 'Schoppenvrouw' (Pique Dame) zijn ondergang betekent. Maar in de wereld van Hernheim is Tsjaikovski het lijdend voorwerp en is hij vrijwel onophoudelijk op het toneel te vinden. En niet alleen dat, een groot deel van de hoofd- en bijrollen, maar ook het - immer geweldig zingende - Koor van De Nationale Opera is gekleed als de componist.

Verwarring alom
Het moge duidelijk zijn: voor Stefan Hernheim gaat Pique Dame over Tsjaikovski en diens complexe leven. De uitvoering van dat idee is prachtig door de 19e eeuwse enscenering in combinatie met de prachtige kostuums. Maar zelfs met de voorwetenschap dat Tsjaikovski de hoofdrol in zijn eigen opera speelt, is het knap lastig om dit gegeven te rijmen met het verhaal en libretto van Pique Dame. En hoewel dit tot de nodige negatieve recensies heeft geleid, is het idee origineel en tot op zeker hoogte daarmee bewonderenswaardig, hoewel het de vraag is of dit idee ooit echt had kunnen werken. Daarmee wekt de regie veel verwarring waardoor de dramatiek van de opera nooit helemaal volledig kan worden en het ook vaak de vraag is wat er precies gaande is op het toneel. Want wanneer hoofdrolspeler Hermann - mooi vertolkt door Misha Didyk - een laatste poging doet om het geheim van de gravin om immer een winnende set kaarten te hebben, daarmee rijk te worden en op die manier zijn geliefde Liza de zijne te maken, sterft de gravin zonder het geheim verklapt te hebben. In het libretto sterft ze zodra Hermann een pistool trekt, maar hier drinkt ze uit het noodlottige glas met cholera besmet water. Een glas dat veelvuldig terugkomt tijdens de gehele opera en daarmee de suggestie wekt dat de gravin zelfmoord pleegt. En hoewel cholera er in het echt toch een behoorlijk tijdje over doet om een slachtoffer te maken, was het hier in een mum van tijd met de gravin gedaan. Voor de overzichtelijkheid, maar ook de dramatiek doet het echter bijzonder weinig. 

Een muzikaal feest met Mariss
Wat daarentegen fenomenaal werkt is de terugkeer van Mariss Janson bij De Nationale Opera. Ruim een jaar nadat hij afscheid heeft genomen van het Koninklijk Concertgebouworkest was, stond hij weer voor zijn orkest. Alleen al zijn aanwezigheid - zonder een noot te spelen - bracht orkest en publiek in beroering. En dat was ook meer dan terecht aangezien de muziek van Tsjaikovski Jansons meer dan past. Jansons wist het KCO te verleiden tot een fijnzinnige uitvoering die volstrekt recht deed aan de prachtige muziek van Tsjaikovski. Daarbij ondersteund door het Koor van De Nationale Opera en het Nieuw Amsterdams Kinderkoor. Ondanks de grote haken en ogen bij de regiekeuzes bleek deze Pique Dame toch memorabel, zeker wanneer men het niet erg vindt om enigszins verward Amsterdam te verlaten. 



'Pique Dame' van Tsjaikovksi in de regie van Stefan Herheim en in co-productie met Royal Opera House Covent Garden te Londen is van 9 juni t/m 3 juli 2016 opgevoerd door De Nationale Opera en was tevens onderdeel van het Holland Festival. Deze recensie is op basis van de laatste uitvoering op 3 juli.