woensdag 29 juni 2011

OpinieBlog: De Culturele Loopgravenoorlog


De discussie over de bezuinigingen op cultuur is verzand in een karikaturale loopgravenoorlog tussen cultuurbarbaren en subsidieslurpende luie kunstenaars. Het moment van het definitieve besluit is dichtbij. Halbe Zijlstra heeft nog maar kort de tijd om de loopgraven te verlaten en de cultuursector bij te laten dragen aan de bezuinigingen mèt behoud van de culturele kwaliteit en diversiteit.

Dat bezuinigd moet worden op cultuur ontkent, behalve Frits Bolkestein, helemaal niemand meer. In de aanloop naar de presentatie van de cultuurplannen van staatssecretaris Zijlstra is gepoogd, onder andere door de Raad voor Cultuur, om de invulling van bezuinigingen te beïnvloeden. Duidelijk is geworden dat dit niet gelukt is en de geloofwaardigheid van de Raad staat daarmee op de tocht. Tegelijkertijd heeft Zijlstra zich laten gelden als een staatssecretaris die vooral zijn eigen plan volgt en zich weinig gelegen laat aan het ‘veld’. Het debat met de kamer van afgelopen maandag bevestigde dit beeld alleen maar. Zelfs moties van de coalitie konden niet op steun rekenen, slechts beperkte sympathie omdat in de ogen van Zijlstra financiële dekking ontbrak. Deze onverstoorbaarheid is geen slechte eigenschap voor een bewindspersoon, maar Zijlstra slaat daar in door. Niet in de laatste plaats om vooral toch in diverse interviews te laten blijken dat hij weinig op heeft met cultuur. Daar is niks mis mee, maar van een bewindspersoon mag toch verwacht worden dat na benoeming in ieder geval een poging wordt gedaan om die kennis te vergroten. We zouden het toch ook niet van minister Schippers accepteren wanneer zij zou stellen dat de Nederlandse gezondheidszorg wel leuk en aardig is, maar ze zelf het graag houdt bij homeopathie.

 
Zijlstra stelt terecht criteria aan de cultuursector: kwaliteit, bereik, maatschappelijke activiteit, talentontwikkeling en financiën. De fout die hij daarbij maakt is dat zijn beleid hinkt op twee gedachten. Naast de criteria bepaalt hij ook hoeveel orkesten, dansgezelschappen, toneelgroepen etc. er mogen zijn en hoeveel de te behalen bezuiniging moet zijn. Gekoppeld aan een onhaalbare termijn. Als een ensemble zou voldoen aan die criteria, moet Zijlstra ook in de buidel tasten, anders is zijn visie slechts een wassen neus voor het doorvoeren van bezuinigingen. Wanneer de sector, meer dan nu, haar eigen broek moet ophouden, zou het in de lijn van verwachting liggen dat een beoogde bezuiniging wordt gekoppeld aan concrete fiscale maatregelen die het mecenaat voor de sector vergroot. Het slechts kijken naar de mogelijkheden is niet genoeg. In de V.S. wordt de sector voor het overgrote deel door particulieren in stand gehouden. Maar dat is ook een stuk makkelijker aangezien de V.S. een historisch lage belastingdruk en aantrekkelijke fiscale maatregelen voor het mecenaat kennen. Nederland mag dan geen ‘culture of giving’ hebben, maar het feit dat het hoogste belastingtarief 52% is, helpt niet. Ook de BTW-verhoging is in tegenspraak met een meer op de markt gerichte cultuursector. Voor een liberaal een vreemde stellingname.

Het jammere aan de discussie is dat de redelijkheid in de cultuursector, verwoordt door de Raad van Cultuur maar ook prominente kunstenaars zoals Carine Crutzen, overschreeuwd wordt door lieden die klassiek links lijken te vertegenwoordigen en protesteren tegen in hun ogen rabiaat rechts. De Mars der Beschaving heeft waarschijnlijk meer steun gekost dan opgeleverd. Ook de schandalige brief van Ramsey Nasr aan premier Rutte heeft de terechte grieven van de cultuursector overstemd. Wat daarbij overigens ook niet helpt is de PVV. Ondanks de provinciale PVV-steun voor de regionale cultuurdragers manifesteert deze partij zich op weinig inhoudelijke wijze in het debat. Leden van het Residentie Orkest een ‘clubje toeteraars’ noemen zoals Kamerlid en Haags gemeenteraadslid Fritsma een tijd terug deed, wakkeren het vuur alleen maar verder aan.

De enige die het tij kan keren is de man die erover gaat: Halbe Zijlstra. Donderdag vinden de stemmingen over zijn voornemens plaats. In de korte tijd die hem rest zou het hem sieren om de discussie over cultuur uit de loopgraven te halen en een poging te doen om de terechte noodzaak tot bezuinigingen te verenigen met de terechte wens tot behoud van een cultuurbeleid van kwaliteit en diversiteit.

dinsdag 28 juni 2011

CD-recensie: 'Happiness' van Hurts


Sommige lezers van mijn blog vinden de inhoud een tikkeltje 'high brow' en dat het de suggestie wekt dat ik de hele dag niet anders doe dan klassieke concerten bezoeken en boeken lezen. Ik kan een ieder geruststellen: ik ben groot fan van de Pet Shop Boys, ga ook naar musicals en ben als eerste in de bios te vinden als er weer eens een echte Hollywood Blockbuster getoond wordt. Heb een Pathé Unlimited-kaart ('alsof het gratis is') en een film moet wel heel slecht zijn, wil ik 'm niet gezien hebben. Zodra de gelegenheid zich voor doet, zal ik een blog aan een van die andere voorkeuren wijden. Om daar alvast een begin mee te maken nu eens een cd-recensie: 'Happiness' van Hurts.

Ik kijk eigenlijk nooit naar PinkPop wanneer het tijdens Pinksteren wordt uitgezonden op de publieke omroep, maar afgelopen Pinksteren viel ik midden in het optreden van het Britse duo 'Hurts' met 'Better than Love' en was niet meer weg te slaan. Heb meteen de cd besteld en sindsdien staat de cd vaak op: thuis, op de fiets, op kantoor. Kortom: ik ben fan.

'Happiness' is het debuutalbum van Theo Hutchcraft (zanger) en Adam Anderson (synth player) uit Manchester. Hurts valt te scharen onder de noemer van 'Synthpop' waarvan één van de bekendste voorbeelden Depeche Mode is. Depeche Mode zit al jaren in mijn afspeellijst omdat die depressieve eighties-sound helemaal mijn ding is. Ook A-ha en (daar zijn ze!) de Pet Shop Boys horen hierbij. Hoewel de Pet Shop Boys wel heel erg hun eigen sound hebben. Wikipedia beschrijft Synthpop als een muziekstijl waarbij synthesizers en elektronische drums domineren. Daarbij meldt Wikipedia meteen dat synthpop alleen nog maar populair is in de gothic-subcultuur. Betekent blijkbaar dat mijn nieuwe kleurvoorkeur zwart is. Hurts zet die lijn voort en brengt synthpop naar de 21e eeuw.

Ondanks wat gemengde recensies zijn ze wat mij betreft daar erg goed in geslaagd. In de aanloop naar de release van dit album zijn 'Wonderful Life' en 'Better than Love' uitgebracht als singles. Dit zijn, naast 'Devotion' (feat. Kylie Minogue) die vast nog als single uit komt, de hoogtepunten van het album. Nu is bij mij vaak het geval dat ik een aantal nummers van een album goed vind om vervolgens de rest niet te luisteren. Dit album (11 nummers) is in zijn geheel top: goede mix tussen (power)ballads en meer uptempo nummers. In beginsel doet het denken aan Depeche Mode, maar Hurts heeft heel erg z'n eigen sound die wat mij betreft tot meer albums mag leiden. Het feit dat Kylie Minogue meedoet in 'Devotion' zegt genoeg over de star quality van deze Mancunians. Wat mij betreft kan de conclusie niet anders zijn dan dat dit album in je collectie niet mag ontbreken. Zo kun je met goed fatsoen je eighties-voorliefde rustig in de 21e eeuw botvieren.

PS. Voor de oplettende luisteraar: de cd heeft niet 11, maar 12 nummers. Bij het laatste nummer, 'Water', zit een hidden track op 4m42s: 'Verona'.

vrijdag 24 juni 2011

'Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed' van Bas Heijne


Een paar weken geleden nam ik deel aan een panel over de Amerikaanse presidentsverkiezingen  in 2012 georganiseerd door de 11e editie van de BKB Academie. Hoewel de verkiezingen nog ver weg zijn, was er genoeg aanleiding voor Jan-Kees Emmer (adjunt-hoofdredacteur van de Telegraaf) en mijzelf om het gesprek aan te gaan met de Amerikaanse deelnemers van het panel: de Democraat Michael Johnston en de Republikein Jonathan Paton. Uiteraard kwam ook de naam van Sarah Palin voorbij in combinatie met de Tea Party-beweging als voorbeeld van populisme in de V.S. Ondanks de overweldigende media-aandacht voor Palin ging niemand van het panel ervan uit dat Palin vanaf 2012 kan worden aangesproken met 'Madam President'. Obama, ondanks zijn kwetsbare positie, lijkt zich voor te kunnen bereiden voor een tweede termijn in het Witte Huis. De enige 'dark horse' die gezien werd is Obama's voormalige ambassadeur in China de Republikein Jon Huntsman. Mocht hij de Republikeinse primaries winnen dan zou Obama op moeten passen, maar dat is een 'tall order' voor een gematigde Republikein.

Hoewel deze lange inleiding weinig met een boekrecensie te maken heeft, hangt het nauw samen met het recent uitgegeven essay van Bas Heijne 'Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed'. Enerzijds omdat het onderwerp van zijn essay, het populisme, vele landen, waaronder de V.S., bezig houdt en anderzijds omdat, naast een mooie BKB-mok, dit boek mij ten deel viel voor mijn deelname aan het panel.

Ontegenzeggelijk is 'Het Populisme', dat zeer lastig te definiëren valt, een belangrijk onderwerp in binnen- en buitenland. Een essay erover lijkt daarom zeer voor de handliggend. Jammer genoeg is Heijne niet geslaagd in zijn voornemen: ik ben van zijn, goed geschreven, essay niet veel wijzer geworden. Een ondertitel als 'Het populisme ontleed' belooft ook eigenlijk te veel. Veel verder dan het populisme karakteriseren en de spanning die het voortbrengt aanstippen komt hij niet. Dat is wat mij betreft een (fatale) zwakte in het essay.

Desalniettemin zijn voor mij twee hoofdstukken van het boek het lezen meer dan waard. In het hoofdstuk 'Een nieuwe beweging' zet hij scherp neer waarom er sprake is van een cultuurkloof en daarmee waarom de huidige politiek maar moeizaam een antwoord kan formuleren op populistische partijen dan wel populistische stellingnames die over het hele politieke spectrum voorkomen. Aan de ene kant staat een groep die algemene principes probeert toe te passen op een steeds ongelijksoortiger samenleving terwijl aan de andere kant een groep staat die bestaat uit een sterk geïndivudualiseerde generatie die de eigen ervaring of ervaring van anderen gebruikt om uitspraken te doen over de samenleving. In mijn opinie hebben beide groepen zowel gelijk als ongelijk en leidt de spanning tussen de twee stellingnames tot onvrede. Heijne formuleert geen antwoord, maar dat kun je hem eigenlijk ook niet kwalijk nemen. Wat hij wel goed doet is met een praktisch voorbeeld komen hoe deze twee stellingnames verzoend worden: Mr. Frank Visser, tevens de titel van het hoofdstuk hierover. Deze olijke rechter, bekend van de NCRV-programma's 'De rijdende rechter' en 'Recht in de regio' is een voorbeeld van een officiële instantie, in dit geval de rechterlijke macht, die de eerder genoemde tegenstelling wel weet te overbruggen door via herkenbaarheid, nabijheid en dialoog recht te spreken. Uitspraken van Mr. Frank Visser worden, ook als ze niet in het voordeel van een beklaagde uitvallen, geaccepteerd en het vertrouwen in de rechterlijke macht, althans de persoon van Mr. Frank Visser, is onaangetast. Uiteraard is dit niet dé oplossing en een politiek systeem gebaseerd op Mr. Frank Visser denk ik ook het mijne van, maar het geeft in ieder geval wel een handvat in deze discussie en daar kunnen we Heijne dankbaar voor zijn.

dinsdag 21 juni 2011

'Midnight in the Garden of Good and Evil' van John Berendt


'Midnight in the Garden of Good and Evil' is zonder twijfel één van de mooiste titels voor een boek. Gek genoeg heb ik deze titel lang geassocieerd met de film van Clint Eastwood met dezelfde titel en Kevin Spacey in de hoofdrol en niet het boek van John Berendt. De film heb ik jaren geleden gezien en er staat me weinig meer van bij behalve dat het een intrigerende film was zonder een topper te zijn. De reden dat ik dit boek ben gaan lezen was overigens niet de film, maar het tweede (en vooralsnog laatste) boek van John Berendt, The City of Falling Angels, waar ik eerder een blog over heb geschreven.

'Midnight in the Garden of Good and Evil' en 'The City of Falling Angels' hebben veel met elkaar gemeen. In beide gevallen betreft het non-fictie (geschreven en lezend als een roman) waarbij John Berendt jaren in een stad doorbrengt en de kleurrijke inwoners en verhalen verbonden met de stad beschrijft. Bij 'City' betrof het Venetië, 'Midnight' gaat over Savannah, Georgia in de Verenigde Staten. Beide boeken hebben ook gemeen dat een gebeurtenis, die met name de 'high society' bezig houdt, de rode draad van het boek vormt. Waar de Venetiaanse elite zich bekommert over de brand in 'La Fenice', zo is de 'upper crust' gefascineerd door de moord op Danny Hansford door de prominente antiekhandelaar Jim Williams. De 'relatie' tussen Danny en de dertig jaar oudere Jim fascineert en scandaliseert de inwoners van Savannah.

Savannah was de vroegere koloniale hoofdstad van Georgia en later de eerste hoofdstad van Georgia als onderdeel van de Verenigde Staten. Inmiddels is Atlanta de hoofdstad van Georgia en is Savannah nu een grote trekpleister voor toeristen vanwege de architectuur en de historische gebouwen. Berendt, voormalig editor van New York Magazine, kwam in de jaren tachtig in Savannah terecht toen hij op een avond besefte dat een diner in hip restaurant in New York ongeveer net zoveel kostte als een retour naar een van de vele middelgrote steden in de Verenigde Staten. Op een van die trips belandt hij in Savannah waar het zo goed bevalt dat hij acht jaar lang tussen New York en Savannah pendelt waarbij hij steeds vaker het grootste deel van de tijd in Savannah doorbrengt en de kleurrijke inwoners leert kennen.

Het boek valt in twee delen uiteen. Het eerste deel vormt een introductie op Savannah en haar inwoners terwijl hij in het tweede deel ingaat op de (slepende) rechtzaak tegen Jim Williams voor de moord op Danny Hansford. De inwoners van Savannah zijn intrigerend. Van de al eerder genoemde hoofdrolspelers Jim Williams ('What I enjoy most is living like an aristocrat without the burden of having to be one') en Danny Hansford ('A walking streak of sex') tot aan Joe Odom ('The Sentimental Gentleman') en de travestiet Chablis ('I dance, I do lip synch, and I emcee,” she said. “Shit like that. My mama got the name Chablis of a wine bottle'). Maar de echte hoofdrol is weggelegd voor de prachtige en historische stad Savannah die met liefde wordt beschreven door Berendt. Een stad die geniet van haar historie, maar graag alles bij het oude laat en tegelijkertijd gastvrijheid als 'Hostess City of the South' hoog in het vaandel heeft. Later in het boek wordt nog wat voodoo aan het verhaal toegevoegd in de persoon van Minerva die Jim Williams op haar eigen wijze bijstaat in zijn rechtzaak. Op een aantal momenten speelt het boek zich af op de bekendste begraafplaats van Savannah: Bonaventure Cemetery. Aan deze begraafplaats ontleent het boek ook de cover: de Bird Girl Statue is daar te vinden.

Net als The City of Falling Angels is John Berendt een meesterlijke verteller en schrijver. Een schrijver die zijn eigen genre lijkt te hebben uitgevonden: de waargebeurde misdaadroman. Truman Capote's 'In Cold Blood' komt misschien het dichtste in de buurt van dit genre. De schrijfstijl van Berendt spreekt in ieder geval mij ontzettend aan waardoor ik elke keer weer verleid werd om met het grootste gemak en genoegen de bijna 400 prachtig geschreven pagina's te verslinden. Net als bij Venetië lukt het hem om door dit boek Savannah een ziel te geven. Zowel Savannah als Venetië staan alleen al door deze boeken op het lijstje van 'must see'-steden. Waar Venetië snel verandert en tot bezoek op korte termijn noopt, is Savannah tijdloos: 'For me Savannah's resistance to change was its saving grace. The city looked inward, sealed off from the noises and distractions of the world at large. It grew inward, too, and in such a way that its people flourished like hothouse plants tended bij an indulgent gardener. The ordinary became extraordinary. Eccentrics thrived. Every nuance and quirk of personality achieved greater brilliance in that lush enclosure than would have been possible anywhere else in the world'.

dinsdag 14 juni 2011

'A Year in Provence' van Peter Mayle


Met Pinksteren achter de rug is de blik alweer ferm gericht op de zomer. En een zomer is het prettigste om naar uit te kijken wanneer een vakantie in La Douze France is voorzien. Komende zomer zit ik daarom met vrienden in de buurt van St. Tropez en daarna iets boven Lyon. Ter voorbereiding hierop kreeg ik van ze het boek 'A Year in Provence' van Peter Mayle. In dit boek beschrijft hij het eerste jaar van hemzelf en zijn vrouw als bewoners van een huisje in de Lubéron vallei in de Provence.

Het boek heeft eigenlijk niet veel om het lijf, maar omschrijft een jaar van typisch Frans leven in de Provence. Van uitgebreide lunches via vage vrienden die op bezoek komen tot de verbouwing van hun huis: alles komt aan bod. De verbouwing is overigens de rode draad van het verhaal: het duurt het hele jaar en alleen door de werklieden en hun vrouwen uit te nodigen voor een pré-Kerstfeest om het einde van de verbouwing in te luiden, lukt het om de verbouwing voor de Kerst af te krijgen. Tijd en afspraak zijn prettig rekbare begrippen in de Provence. Mayle heeft een prettig leesbare schrijfstijl met veel (onderkoelde) humor.

Een ieder die ooit in de Provence is geweest zal het boek met plezier en herkenning lezen. Voor diegenen die het genoegen van de Provence niet kennen, maar wel van plan zijn te gaan: dit boek is een leuke inleiding op de vakantie die komen gaat. Tijdens je vakantie het boek lezen maakt ligt minder voor de hand en in de donkere dagen van herfst of winter het tot je te nemen doet het boek al helemaal niet goed. Oftewel: lees het nu of in de aanloop naar de zomer van 2012: een prima boek om je alvast te verheugen op een paar weken La Douce France!

zaterdag 11 juni 2011

Concert 10 juni 2011: Ein Deutsches Requiem


Brahms: Ein Deutsches Requiem

Ingela Bohlin (sopraan), Robert Holl (bas)
Nederlands Concertkoor, m.m.v. VU-Kamerkoor
Residentie Orkest, Claus Peter Flor
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Het is ironisch dat op de dag dat het kabinet een besluit neemt over de door staatssecretaris Zijlstra voorgestelde cultuurbezuinigingen het - in de gevarenzone verkerende - Residentie Orkest een requiem op de lessenaar heeft. Het Residentie Orkest heeft in een persbericht wijs gereageerd op de plannen van Zijlstra en geconstateerd dat het orkest mogelijkheden ziet, mede met hulp van de decentrale overheden, een plek in de basisinfrastructuur te behouden. Dit laat onverlet dat ik toch vraagtekens zet bij de plannen van Zijlstra. Natuurlijk moet er bezuinigd worden, maar omvang en tempo lijken niet opportuun. Daarbij is er naar mijn smaak (hopelijk vooralsnog) te weinig aandacht voor de toegevoegde waarde van cultuur aan de kwaliteit van leven en de aantrekkelijkheid van met name stedelijke gebieden. Goed om je op topensembles te richten, maar als je alles wat eronder zit wegbezuinigt is het wel gedaan met de kweekvijver. Dit is echter een onderwerp voor een aparte blog, terug naar het concert!

Claus Peter Flor is een graag geziene gastdirigent bij het Residentie Orkest. Vorig jaar zag ik hem al eens in Den Haag met een volledig Wagner-programma waaronder de Wesendonck-Lieder en het slot van de Götterdämmerung: prachtig. Ook zag ik hem met Bruch en Franck op de lessenaar, tijdens een vakantie in Dallas, bij het Dallas Symphony Orchestra waar hij jarenlang vaste gastdirigent was om het chef-dirigentschap door toedoen van Jaap van Zweden, die de Texanen in de armen hebben gesloten, aan zijn neus voorbij te zien gaan. Flor is een typisch product van regionale Duitse orkesten die geen wereldberoemde, maar wel hele goede dirigenten afleveren. Een kenner van de Duitse Romantische muziek dus. Voor de liefhebber van Mendelssohn: Flor heeft met 'zijn' Bamberger Symphoniker een paar prachtige opnames gemaakt van de symfonieën en ouvertures van Mendelssohn.

'Ein Deutsches Requiem' van Johannes Brahms (1833-1897) ken ik, ondanks de status van klasieker, niet goed. Ik heb pas recent een opname ervan gekocht onder Herreweghe. Tijdens dit concert heb ik me helemaal kunnen onderdompelen in dit Requiem van de niet-religieuze Brahms. De dramatiek en het altijd op de loer liggende onheil van Requiems in het Latijn ontbreken hier. Zoals in de programmatoelichting treffend Brahms-kenner Karl Geringer wordt geciteerd, eindigt elk van de zeven delen van Brahms' Requiem in een sfeer van blijmoedig vertrouwen of liefdevolle belofte. In tegenstelling tot de Latijnse requiems is dit werk niet bedoeld voor God, maar om mensen troost te bieden en te verzoenen met het idee van lijden en dood. De prachtige vertolkingen van dirigent, koor, orkest en solisten versterkten dit gevoel alleen maar. Met name de Nederlandse bas Robert Holl was zeer indrukwekkend. Op zijn meer dan indrukwekkende CV prijken daarom niet voor niets meerdere hoofdrollen in de opera's van Wagner. Het samenspel tussen orkest en koor was prachtig gedoseerd door Flor waarbij met name het tweede deel bij mij leidde tot kippevel, maar bij een man een paar rijen voor me tot tranen (van ontroering, niet afgrijzen).

Ik ga er maar vanuit dat dit Requiem het Residentie Orkest troost moet bieden in deze moeilijke tijden en dat er geen sprake is van een herdenkingsconcert.

zondag 5 juni 2011

'The Middle Sea. A History of the Mediterranean' van John Julius Norwich


Eén van mijn rode draden van het lezen van boeken is dat het niet zelden voorkomt dat het lezen van het ene boek de interesse, vaak via een omweg, in het andere boek veroorzaakt. Na het lezen van City of Falling Angels van John Berendt wilde ik meer lezen over Venetië. John Julius Norwich (geb. 1929) heeft vele historische boeken geschreven waaronder een geschiedenis van de Venetiaanse Republiek. Nu had ik die niet paraat maar had ik al wel jaren ongelezen zijn 'The Middle Sea. A History of the Mediterranean' op de boekenplank staan. Na het lezen van de ruim 600 pagina's heb geen spijt van deze keuze.

'The Middle Sea' is de geslaagde poging van Norwich om een geschiedenis te schrijven van het Middellandse Zeegebied van de oude Grieken tot aan het Verdrag van Versailles in 1919. Voor Norwich zijn de beschavingen rondom de Middellandse Zee geen onbekende. Naast het al genoemde boek over Venetië schreef hij al een driedelige geschiedenis van het Byzantijnse/Oost-Romeinse rijk (330 - 1453). Deze drie delen heeft hij zelf samengevat in het boek 'A Short History of Byzantium' dat ik in 2007 las. Norwich heeft de gave om lange historische periodes begrijpelijk en bijzonder leesbaar op te schrijven zonder dat alle namen, jaartallen en gebeurtenissen gaan duizelen. In 'The Middle Sea' is het gelukkig niet anders. Enige voorkennis helpt, maar is zeker geen voorwaarde om het boek te lezen. Via een chronologie wordt de hele geschiedenis van de Middellandse Zee uit de doeken gedaan. Als je altijd al meer wilde weten over de Grieken, Romeinen, Byzantium, de Kruistochten, de krachtmeting tussen opeenvolgende Pausen en Heilige Roomse Keizers, de Venetiaanse Republiek ('La Serenissima'), de eenwording van Italië en de opkomst en ondergang van het Ottomaanse Rijk dan kun je geen beter startpunt nemen dan 'The Middle Sea'.

De kracht van Norwich ligt in zijn zeer leesbare en vermakelijk schrijfstijl waarbij het soms lijkt alsof je aristocratische grootvader bij een knapperend haardvuur vol verve vertelt over 'zijn' Middellandse Zee. Daarbij moet je wel houden van zijn typisch (Britse) stijl die (gelukkig) niet altijd even objectief is. Wanneer je gruwt van een zin als 'The infuriated mob fell on the royal palace, sacked it - sparing, thank heaven, the Palatine Chapel - and set fire to the state records and archives' dan moet je het boek zeker niet lezen. Maar ik vermoed dat het, net als voor mij, juist een aanbeveling is. Deze typering van Norwich is overigens niet vreemd wanneer je iets meer van de man weet. John Julius Cooper, 2nd Viscount Norwich CVO, zoals hij volledig heet, is de zoon van de prominente Conservatieve MP Duff Cooper die tijdens de Tweede Wereldoorlog zitting had in het Britse kabinet en nadien verheven werd in de (erfelijke) adelstand. Duff Cooper was, net als zijn zoon schrijver, waaronder een biografie van Talleyrand.

De reden dat Norwich stopt bij het einde van de Eerste Wereldoorlog is het feit dat het rekken van het boek naar de Tweede Wereldoorlog en verder het boek te lang hadden gemaakt. Daarbij is hij van mening dat bij het einde van de Eerste Wereldoorlog de historische significantie van het Middellandse Zeegebied nog evident was om snel af te glijden naar de huidige raison d'être van het gebied: plezier. Norwich, in zijn eigen woorden, stelt daarom dan ook: 'How much better to draw the curtain while it was still essentially the Mediterranean it had always been, of which every wave told a story, and every drop was noble.'

vrijdag 3 juni 2011

Toneel 1 juni 2011: 'De Kus' met Carine Crutzen en Huub Stapel

'De Kus'

Carine Crutzen (De Vrouw), Huub Stapel (De Man)
Tekst en regie: Ger Thijs
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Ik ga eigenlijk heel weinig naar toneel, maar na 'De Kus' te hebben gezien, moet daar maar eens verandering in komen. 'De Kus' is een origineel toneelstuk van Ger Thijs met in de hoofd- en enige rollen Carine Crutzen als 'De Vrouw' en Huub Stapel als 'De Man'. 'De Kus' gaat over een toevallige ontmoeting tussen een man die ongelukkig is vanwege zijn carrière als cabaretièr die in het slop zit en een vrouw die op weg is naar het ziekenhuis is om te horen of ze borstkanker heeft of niet. Geestelijk en lichamelijk ongeluk worden samengebracht in een gesprek dat de hele voorstelling omvat.

De toevallige ontmoeting begint bij een bank langs een wandelroute waar de vrouw al zit en de man had willen zitten, zoals hij altijd doet tijdens zijn 'denkwandelingen'. Na een moeizame eerste kennismaking ontwikkelt de ontmoeting tot een lang gesprek waar tussendoor een deel van de route naar het ziekenhuis wordt afgelegd en ze steeds meer van elkaar komen te weten en daarmee veel met elkaar delen. Dat delen is bovendien uniek voor ze, het wordt al snel duidelijk dat ze deze gesprekken niet voeren met hun eigen man en vrouw.

Het voorafgaande lijkt te wijzen op een nogal zwaarmoedig toneelstuk waarbij je naar twee mensen op een bank zit te kijken in afwachting van, de titel verraadt het al, de kus die het toneelstuk doet eindigen. Wat dit toneelstuk zo goed maakt is de prachtige dialoog waar mooie en ontroerende momenten worden afgewisseld met grappige en bij tijd en wijle hilarische gesprekken. De dialoog komt natuurlijk over en de acteerprestaties van Carine Crutzen en Huub Stapel doen de rest. Daarbij was ik vooral verrast door Huub Stapel. Crutzen heb ik, mede vanwege haar rollen in 'De Brug' en 'Oud Geld', al hoog zitten. Huub Stapel ken ik toch met name van andere - mindere - rollen. Een collega die 'De Kus' ook heeft gezien stelde terecht dat de bewondering voor het acteren van Stapel 'De Lift' en SBS geheel deed vergeten.

'De Kus' is inmiddels genomineerd voor de AVRO Toneel Publieksprijs. Vol overtuiging heb ik gestemd in de verwachting dat deze prijs 'De Kus' niet zal ontlopen.