donderdag 12 december 2013

Opera 10 december 2013: 'De Speler' van Sergej Prokofjev


De Nederlandse Opera
De Speler
Sergej Prokofjev (1891-1953)

John Daszak, Aleksej Ivanovitsj
Sara Jakubiak, Polina
Pavlo Hunka, Generaal
Renate Behie, Baboelenka
Gordon Gietz, Markies
Kai Rüütel, Blanche
George Nigi, Mr. Astley
Marcel Beekman, Vorst Nilsky
Matthew Zadow, Baron Würmerheim
Roger Smeets, Potapitsj

Koor van De Nederlandse Opera
Marc Albrecht, Residentie Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Dat een gokverslaving je wereld kan beperken en of je nu wint of verliest je leven er niet beter op wordt, is voor Sergej Prokofjev (1891-1953) een mooie aanleiding geweest om de roman De Speler van Fjodor Dostojevski te gebruiken als basis voor een gelijknamige opera uit 1917. Een opera wiens experimentele muziek de moderne tijd met urgentie aankondigt doch pas in 1929 voor het eerst te horen was: de Russische Revolutie gooide roet in het eten en dwong Prokofjev uit te wijken naar de Verenigde Staten. Met de daadwerkelijke eerste uitvoering zoveel jaar later was de impact van dit stuk minder dan in 1917 en misschien is dat wel de reden waarom deze opera vrij onbekend is en niet bijster vaak wordt uitgevoerd. 

Dat weerhield het uitstekende spelende Residentie Orkest er niet van om onder de bezielende leiding van Marc Albrecht deze moderne en bij tijd en wijle absurdistische opera met verve te brengen. In een inventieve 'gesloten' enscenering van een hotel-casino in Roulettenburg volgen we Aleksej Ivanovitsj die gokverslaafd is en via het gokken de geldproblemen van zijn vriendin Polina hoopt op te lossen. In dit vreemde hotel-casino ontmoet Aleksej, overigens uitstekend vertolkt door John Daszak, een aantal andere zonderlinge figuren waaronder Polani's stiefvader - de Generaal - die rondhangt in het hotel-casino in afwachting van de dood van de rijke Baboelenka ('Grootmoedertje') waardoor haar erfenis hem toekomt en hij zijn schulden bij de Markies kan aflossen. Helaas voor de Generaal duikt Baboelenka onverwacht op en jaagt met een ongekende vitaliteit het grootste deel van haar rijkdom er doorheen. Sommigen zouden het zien als de ultieme daad van vrouwelijke onafhankelijkheid, maar anderen als the last hurrah van een vrouw aan het einde van haar leven. Niet alleen is de Generaal zijn erfenis kwijt, ook zijn vriendin Blanche vindt het wel best met hem en laat merken dat de enige aantrekkingskracht die hij had zijn toekomstige financiële situatie betrof. 

Hoewel onze hoofdpersoon Aleksej in de opera weinig geluk kent, verandert zijn geluk in de laatste akte: hij laat de bank springen en kan Polina uit de brand helpen. Russische vrouwen zijn daarbij onvoorspelbaar en Polina werpt zijn geld terug en verlaat hem, Aleksej achterlatend in een permanente gokverslaving die hij maar weer snel in de praktijk brengt. Daarmee de conclusie rechtvaardigend dat een gokverslaving - gelijk elke verslaving - isolatie met zich mee brengt en leidt tot een gesloten wereld. Een thema dat in meer of mindere mate voor alle bezoekers van het hotel-casino in Roulettenburg geldt en prachtig gevat in de enscenering die tevens de (toenmalige) tijdsgeest mooi neerzet, maar altijd blijk geeft van een gesloten wereld zonder uitgang naar de buitenwereld. Overigens is de muziek van Prokofjev zeker niet ieder's smaak. De urgentie, het modernisme en het 'zware': je moet er wel van houden. Maar alle reden om een kaartje voor deze muzikale waarschuwing tegen gokken te overwegen. 

De Nederlandse Opera voert 'De Speler' nog uit op 13,17, 20, 23, 26 en 29 december 2013 uit. De première was op 7 december. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 10 december. Kaarten bestellen kan hier

De trailer van 'De Speler':



woensdag 11 december 2013

'The Bridge II' zet grensverleggende spanning onverminderd voort


Met The Bridge II is het gelukt  de spanning van de eerste serie te evenaren, waardoor The Bridge zichzelf positioneert als misschien wel de beste Scandinavische crimeserie.
 
Al eerder is hier en op andere plaatsen hoog opgegeven van de Scandinavische televisie-industrie. Het succes van The Killing en Borgen is algemeen bekend en vorig jaar – in de slipstream van dat succes – werd ook de Zweeds-Deense coproductie The Bridge (Bron / Broen) in Nederland uitgebracht. De vondst van een lijk op de Sontbrug (Øresundsbron), precies op de grens tussen Denemarken en Zweden, bracht de autistische Zweedse inspecteur Saga Norén en de womanizing Deense inspecteur Martin Rohde samen. Aan dit duo de opdracht om de moordenaar op te sporen en diens almaar uitdijende complot een halt toe te roepen. Net als bij de succesformule van The Killing blijf je als kijker gekluisterd aan het scherm en zie je de oplossing zich ontvouwen in tien spannende afleveringen van elk een uur. Het is niet zo gek dat het fenomeen binge-viewing benoemd is, want series zoals The Bridge zijn hiervoor gemaakt: eenmaal begonnen, is het onmogelijk te stoppen.
 
De moorddadige Sontbrug
Hoewel The Killing een afgeronde verhaallijn kent en uiteindelijk heeft geleid tot drie series, leek het minder voor de hand te liggen dat er ook een vervolg zou komen op The Bridge. Titel en verhaallijn van de serie waren zo verbonden met de Sontbrug dat het toch moeilijk leek een vervolg te creëren dat niet halfslachtig aan zou doen. Immers zou wederom een moord op of rondom de Sontbrug weinig geloofwaardig zijn. Het knappe aan The Bridge II is dat de schrijvers erin geslaagd zijn een verhaallijn te verzinnen die de spanning van het origineel evenaart (en misschien op punten zelfs overstijgt) en tegelijkertijd de aanleiding weer te vinden rondom de Sontbrug.
 
The Bridge II vindt plaats dertien maanden na de dramatische gebeurtenissen van het origineel waarbij Martin en Saga weliswaar de moordenaar, politie-collega Jens, hebben gepakt, maar dit wel ten koste is gegaan van het leven van Martins zoon August. Martin is nog altijd in diepe rouw en leeft inmiddels gescheiden van zijn vrouw en zijn (resterende) kinderen. Saga daarentegen functioneert gezellig autistisch door en lijkt – emotioneel althans – nergens vatbaar voor. Sterker nog: Saga heeft inmiddels een relatie met ene Jakob die het nodige met haar te stellen heeft in de serie, omdat haar klinische benadering van een relatie nu niet bepaald romantisch is.
 
Ecoterrorisme
Het botsen van een oude olietanker op de Sontbrug waarbij aan boord gevangen gehouden Zweedse en Deense jongeren worden gevonden, brengt Martin en Saga weer bij elkaar. Het onderzoekt leidt al snel tot een groep ecoterroristen die dood en verderf zaaien om aandacht te vragen voor hun groene agenda. The Bridge zou The Bridge echter niet zijn als dit niet slechts het topje van de ijsberg blijkt en achter deze terroristen een gewiekste mastermind met compleet andere doelstellingen schuilgaat. De combinatie van de sociale Martin en de autistische (maar enorm analytische en scherpe) Saga werkt wederom aanstekelijk en in de spannende tien afleveringen die de tweede serie beslaat, krijgen we ook een kijkje in de (emotionele) keuken van Martin en Saga. Martin worstelt nog steeds met de dood van zijn zoon en gaat in de gevangenis de confrontatie aan met Jens, in een poging hem de ernst van zijn daden te laten inzien. Ondertussen worstelt Saga met haar relatie en komen we door toedoen van Martin meer te weten over haar familieachtergrond en zien we dat erachter dat koele exterieur zeker emotie schuilt.
 
Gezien de spanning die bij het kijken van een serie als The Bridge hoort, is het verstandig het verhaal in zo vaag mogelijke termen te beschrijven – spoilers zijn absoluut ongewenst. Het knappe aan de serie is overigens dat natuurlijk het complot wordt opgelost, maar niet zonder persoonlijke gevolgen voor Martin en Saga, die overigens uitstekend worden neergezet door Kim Bodnia en Sofia Helin. Hier blijft The Bridge het (g)rauwe en realistische karakter van de Scandinavische crime series trouw. En daar waar het einde ook een echte afsluiting betekent van het eerste seizoen, laat het een los eindje achter waardoor het niet anders kan dat op termijn een derde (en gelijk The Killing laatste?) serie verschijnt. En dat is voor niemand een straf. Voor nu kunnen alle liefhebbers van crimeseries in het algemeen en Scandinavische series in het bijzonder hun hart ophalen bij het bloedstollende The Bridge II.
 
The Bridge II’ is sinds 4 december overal verkrijgbaar zowel op DVD als Blu-ray en wordt uitgegeven door Lumière in de serie ‘Lumière Crime Series’. Eerder was de DVD-versie al exclusief via de webshop van De Volkskrant verkrijgbaar. Bestellen kan hier.
 
De trailer van de ‘The Bridge II’:
 

 

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

maandag 9 december 2013

The Last Empress: 'De Keizerin' van Jung Chang



Jung Chang schrijft met De Keizerin een zeer lezenswaardige biografie van keizerin-weduwe Cixi en verhult haar sympathie voor ‘De Oude Boeddha’ niet.

Gezien het toenemende belang van opkomende wereldmacht China is het niet vreemd dat de interesse in de Chinese geschiedenis – gelijk de fascinatie voor de geschiedenis van de huidige hegemoon de Verenigde Staten – toeneemt. Jung Chang (1952) is hier een exponent van en dit wordt ondersteund door het verkoopsucces van haar familieautobiografie Wilde Zwanen, drie dochters van China en haar controversiële (lees: zeer negatieve) biografie Mao, het onbekende verhaal geschreven met haar man de Britse historicus Jon Halliday. Nu heeft Chang zich geworpen op het levensverhaal van keizerin-weduwe Cixi (ook bekend als Tsu Hsi), een vrouw waar haar bewondering evident voor is.

Vooroordelen
Bijna veertig jaar domineerde Cixi (1835-1908) het Chinese Keizerrijk tijdens de Qing-dynastie. Een niet geringe prestatie voor een ieder, maar toch zeker voor een vrouw. Toch is relatief weinig bekend over Cixi in de Westerse wereld op enkele (negatieve) vooroordelen na naar aanleiding van de Bokseropstand (1899-1901) en de beschrijving in de geschiedenisboeken ervan. En natuurlijk wordt het beeld van Cixi gevormd door Bernardo Bertolucci’s magistrale The Last Emperor (1987) over de laatste keizer van China Puyi die op driejarige leeftijd door Cixi werd uitgeroepen tot de (laatste) heerser van het in elkaar stortende Chinese keizerrijk.

Voordat de Qing-dynastie ten val zou komen was Cixi aan de macht. Haar tocht naar het centrum van de macht verliep via het zijn van de bijvrouw van keizer Xianfeng (1831-1861). In die rol kreeg zij de enige zoon van Xianfeng en bij het opvolgen van diens vader als keizer Tongzhi (1856-1875) kwam de feitelijke macht in haar handen. Een macht die ze ruim veertig jaar zou uitoefenen als regent voor keizer Tongzhi en na diens dood via haar neefje keizer Guangxu (1871-1908). Ze zorgde ervoor dat Guangxu haar niet overleefde waardoor ze tot op het laatste moment de macht in handen hield en het einde van de dynastie voorzag.

Chinese girl power
Jung Chang positioneert Cixi overduidelijk als het voorbeeld van girl power in China en de drijvende kracht achter de modernisering van China waardoor Cixi “het middeleeuwse China de moderne tijd in leidde”. Een modernisering die zich met name in de laatste jaren van haar bewind voltrok. Chang vertelt het verhaal van Cixi vol verve en heeft daarmee een zeer leesbare biografie geschreven waarbij ook de context van Cixi’s bewind duidelijk wordt. Een context van een China dat ook hoognodig moest moderniseren omdat zij geen partij was voor de Westerse mogendheden (met name Rusland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) terwijl het opkomende Japan een steeds groter gevaar voor China vormde. De Opiumoorlogen en de Bokseropstand maakte duidelijk dat China niet bestand was tegen de moderne tijd. In de ogen van Chang moderniseerde Cixi China met behoud van de eeuwenoude Chinese tradities en leidde China door deze moeilijke tijd en stelt zij dat Cixi in de geschiedenisboeken niet fair behandeld is: “Ze werd ofwel gezien als tiranniek en wreed of hopeloos incompetent, of allebei”.

Na het lezen van Chang’s strijdbare verdediging van Cixi en de vergelijking met de tirannie van het communisme die na Cixi (en de nationalisten onder Chiang Kai-shek) plaats vond, kan moeilijk anders geconcludeerd worden dat Cixi inderdaad tekort is gedaan. Daarentegen is het natuurlijk wel de vraag of de weergave van Cixi’s leven en daden door Chang niet ietwat te rooskleurig zijn. Gek genoeg stoort dit bij het lezen van deze ‘hagiografie’ geen moment. Voor allen die meer willen weten over de fascinerende geschiedenis van het Chinese Keizerrijk in het algemeen en de formidabele Cixi in het bijzonder is dit boek zonder meer een aanrader.

‘De Keizerin’ van Jung Chang is oorspronkelijk in het Engels uitgegeven als ‘The Empress Dowager Cixi: The Concubine Who Launched Modern China’ en in het Nederlands vertaald door Bart Gravendaal en Maarten van der Werf voor Meulenhoff Boekerij. Bestellen kan hier

zaterdag 7 december 2013

Musical 2 december 2013: 'The Book of Mormon'


The Book of Mormon
Verhaal, muziek en tekst door 
Trey Parker, Robert Lopez en Matt Stone

Prince of Wales Theatre, Londen

Wie de film South Park: Bigger, Longer & Uncut (1999) gezien heeft, zal het niet verbazen dat de makers van de succesvolle (en nog steeds lopende) serie South Park ambities hebben in de wereld van de musical. Want de filmversie van South Park grossiert in muzikale nummers die afgekeken lijken van het beste wat musicals te bieden hebben. En hoewel het overduidelijk spoofs zijn, zitten de nummers dermate goed in elkaar dat het ook een ode is aan de muziek van musicals. De filmversie van South Park smaakte blijkbaar naar meer, want twaalf jaar later (in 2011) ging de eerste echte musical van Trey Parker en Matt Stone in première op Broadway: The Book of Mormon

Satire met een hart
Inmiddels is de musical een groot succes en wordt de musical niet alleen op Broadway opgevoerd, maar ook in Chicago en hebben er twee tours in de Verenigde Staten plaats gevonden. En sinds 2013 is The Book of Mormon ook te zien in het Mekka van de musical: de West End in Londen. Net als in de V.S. is ook in Londen The Book of Mormon een grote hit en de grappigste musical die deze recensent heeft gezien. Want The Book of Mormon is een satire op religie in het algemeen en de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (de Mormomen) in het bijzonder. Op geraffineerde wijze leggen Matt Stone en Trey Parker via aanstekelijke liedjes de inconsistenties van het Mormoonse geloof bloot om tegelijkertijd ook de boodschap uit te dragen dat het effect van geloof positief kan zijn. Het is daarom niet vreemd dat Matt Stone sprak van 'an atheist's love letter to religion'.  

Overigens betekent dit niet dat de musical in de verste verte moet worden gezien als een vorm van promotie voor de Mormonen. Want door de verhalen van de echte Boek van Mormon door de musicalwasstraat te halen en de gemiddelde musicalbezoeker te confronteren ermee onderstreept toch in hoge mate het ietwat belachelijke karakter van deze op drie na grootste christelijke stroming in de Verenigde Staten. Een stroming waar ook de voormalige presidentskandidaat Mitt Romney deel van uitmaakt. Het is ook niet zo vreemd dat Mormonen in het algemeen wat vreemd worden aangekeken in de Verenigde Staten en daarbuiten. Oervader van de Mormomen is Joseph Smith (1805-1844) die een Goddelijke openbaring claimde te hebben ondergaan die hem leidde naar een (gouden) geschrift dat kan worden gezien als het derde deel van de Bijbel. In dit deel worden de verhalen verteld van Goddelijke profeten die leefden op het Amerikaanse vasteland waarmee de Bijbelse verhalen dus ook een Amerikaanse dependance zouden kennen. Op grond hiervan leidde Joseph Smith zijn volgelingen naar het onontgonnen Westen om onderweg aan zijn einde te komen waarna zijn volgelingen zich vestigden in de Amerikaanse Utah en Salt Lake City stichtten. Een staat en een stad waar de Mormonen nog altijd dominant zijn. 

Ode aan de musical
Op basis hiervan hebben Matt Stone, Trey Parker en Robert Lopez een hilarische (en vooral niet zoetsappige) musical geschreven met liedjes die een satire zijn op de muziek van musicals, maar tegelijkertijd ook een ode aan de musical zijn. In The Book of Mormon volgen we de jonge Elders Price en Cunningham die na hun opleiding - tot hun beider schrik- aan elkaar worden gekoppeld en naar Oeganda worden gestuurd. Price is de veelbelovende Mormoon die wordt gekoppeld aan de wandelende ramp die Cunningham is. In Oeganda kunnen ze alleen maar constateren dat hun missie om de lokale bevolking - onderdrukt door een een militaire junta - het ware geloof te laten vinden volstrekt hopeloos is. Zoals altijd bij een musical is de wandelende ramp de redder van het verhaal en vindt de ijdele Price het licht en ontdekken de Mormomen van Oeganda en de lokale bevolking dat ze elkaar kunnen vinden in het concept van geloof en niet de rigide lijn van het Boek van Mormon. En zo krijgt deze hilarische en uitstekend in elkaar zittende musical een happy end in de beste traditie van de nuscial. Een enorme aanrader voor allen die binnenkort in New York, Chicago of Londen zijn!

Het openingsnummer 'Hello!' van 'The Book of Mormon' tijdens de Tony Awards 2012:


donderdag 5 december 2013

Concert 1 december 2013: LSO on Film: The Music of Patrick Doyle


Selecties uit de (film)muziek van Patrick Doyle:
Much ado about Nothing, Hamlet, Eragon, Sense and Sensibility,
Harry Potter and the Goblet of Fire, Henry V, Jack Ryan: Shadow Recruit, Corarsik
Calendar Girls, Rise of the Planet of the Apes, Wah-Wah, Brave

Janis Kelly (sopraan), Tomo Keller (viool), Emma Thompson & Sir Derek Jacobi
Frank Strobel, London Symphony Orchestra & Chorus
Barbican Hall, Londen

Grote kans dat de naam Patrick Doyle (1953) weinigen wat zegt, zelfs wanneer erbij vermeld wordt dat hij filmcomponist is. Maar de kans is evenzo groot dat zijn muziek, met name voor films zoals Henry V ('Non Nobis Domine'), Hamlet ('In Pace') en Harry Potter and the Goblet of Fire ('Potter Waltz'), juist wel heel bekend voorkomt. En zeker met het oog op de laatste film uit dit rijtje is dat knap omdat de oorspronkelijke muziek voor de Harry Potter-films door niemand minder is geschreven dan de absolute grootmeester van de filmmuziek: John Williams. Toch heeft Patrick Doyle het aangedurfd om voor de vierde film uit de Harry Potter-reeks, de eerste film zonder huiscomponist Williams maar wel met diens bekende 'Hedwig's Theme', uitstekende muziek te componeren. En het feit dat deze muziek in de schaduw kan staan van de muziek van Williams zegt veel over het talent van Doyle. Een talent dat al in een vroeg stadium is ontdekt door acteur-regisseur Kenneth Branagh wiens verfilmingen van Shakespeare allemaal bogen op de muziek van Patrick Doyle. Muziek in films zoals Hamlet, Henry V en Much ado about Nothing voegen zonder twijfel veel toe, niet in de laatste plaats door een mooie bijrol voor Doyle in Henry V waarin hij het 'Non Nobis Domine' inzet. 

Een schaterende en kwebbelende Schot
Alle reden dus voor het London Symphony Orchestra (LSO) om Doyle ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag te eren met een concert volledig in het teken van zijn muziek. Zoals altijd bij concerten in het Barbican Centre vindt voorafgaand aan het concert een inleiding plaats met deelnemers van het concert. In dit geval werd Patrick Doyle geïnterviewd door Gareth Davies, eerste dwarsfluit van het LSO. Doyle blijkt een onvervalste Schot met een enorm zonnige kijk op het leven en een grote dosis humor. Schaterlachend en kwebbelend vloog daarom de inleiding voorbij waarbij Doyle niet voorbij ging aan het moeizame herstel van een zware ziekte en zijn liefdadigheidswerk ten behoeve van de bestrijding van leukemie. Liefdadigheid die hij vorm heeft gegeven door het organiseren van een concert met medewerking van zijn vrienden uit de filmindustrie zoals Kenneth Branagh, Emma Thompson en Sir Derek Jacobi.

De hoge achting van vrienden en familie voor Doyle was onmiskenbaar zichtbaar in de Barbican Hall: vele aanwezigen waren precies dat. Zo ontstond tijdens het concert een uitgelaten sfeer die het concert alleen maar ten goede kwam. Overigens niet in de laatste plaats door het uitstekende London Symphony Orchestra dat al jarenlang vertoeft in de top vijf van de beste orkesten van de wereld. Daarbij is filmmuziek een specialiteit van het LSO aangezien deze muziek vaak op het programma staat en het LSO tal van soundtracks heeft verzorgd. Een traditie die begonnen is met het opnemen van de daadwerkelijke soundtrack van de Star Wars-films. Dit werd nog eens onderstreept door de dirigent van de avond: Frank Strobel. Naast zijn focus op twintigste eeuwse componisten heeft hij zich gespecialiseerd in uitvoeringen van filmmuziek, onder andere door het live begeleiden van (oudere) films zoals Metropolis, Battleship Potemkin en de filmversie van Richard Strauss' Der Rosenkavalier. Deze laatste uitvoering heb ik - met veel plezier - enkele jaren geleden gehoord en gezien in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag. 

Schotse roots
De gespeelde selectie uit de filmmuziek van Doyle vormde een prachtig overzicht van diens werk. Opvallend daarbij was dat in veel van zijn werken zijn Schotse achtergrond impliciet (Much ado about Nothing, Wah-Wah) of heel erg expliciet (alle Schotse instrumenten rijkelijk present in een suite uit de Pixar-film Brave) te horen is. Zijn Schotse roots waren overigens het beste hoorbaar in het enige muziekstuk van de avond dat niet door Doyle voor film is gecomponeerd: Corarsik for Violin and Orchestra (2009). Dit werk heeft Doyle speciaal geschreven voor de vijftigste verjaardag van Emma Thompson. Het werk is digitaal uitgebracht nadat Thompson het liet horen in het bekende BBC Radio 4-programma Desert Island Discs

Doyle had ook nog een nieuwtje: de wereldpremière van enkele delen uit de in januari uit te komen film van Kenneth Branagh uit de Jack Ryan-reeks (The Hunt for Red October, Patriot Games etc.): Jack Ryan: Shadow Recruit. Tijdens het concert was Doyle zelf ook meermalen aan het woord om zijn dank over te brengen aan het LSO c.s. maar ook om zijn kinderen aan te kondigen die - zeer verdienstelijk - het nummer I find your love uit Calendar Girls ten gehore brachten. Ook sopraan Janis Kelly kwam nog langs voor het zingen van 'Weep you no more, sad fountains' uit Sense and Sensibility. Hoogtepunten van de avond waren overigens de bijdragen van twee van zijn vrienden: de overbekende Emma Thompson en Sir Derek Jacobi. Op muziek uit Much ado Nohing declameerde Emma Thompons 'Sigh no more'. Het absolute hoogtepunt - zeker voor deze liefhebber van I, Claudius - was toch echt Sir Derek Jacobi die op muziek van Hamlet op imponerende en magistrale wijze 'My Thoughts be Bloody' uit Shakespeare's Hamlet voordroeg. De volledige Barbican Hall ging hierbij terecht uit zijn dak. Wat een heerlijk concert!

'Non Nobis Domine' uit 'Henry V':


woensdag 4 december 2013

Murder She Wrote meets Mad Men: 'Maria Lang Mysteries'

© Lumière

De nieuwe Scandinavische crimeserie Maria Lang Mysteries laat zien dat niet alles uit Scandinavië grauw en rauw is. Met deze mooie tegenhanger van The Killing duurt het Scandinavische tv-succes voort.

Het voortdurende succes van de Scandinavische televisie-industrie is fascinerend. Want hoe kan het toch dat de drie Scandinavische landen met in totaal ‘slechts’ 24 miljoen inwoners met hun televisieseries zo’n impact hebben? Zeker in het licht van het feit dat de talen van Scandinavië amper te volgen zijn waardoor multitasking tijdens het kijken (lees: pielen met je smartphone of tablet) onmogelijk is en de culturen van Scandinavië dermate eigen zijn dat herkenbaarheid toch ook niet de verklaring kan zijn.

Het politieke drama van Borgen is universeel terwijl blijkbaar de (g)rauwheid van The Killing de Nederlandse (en Europese!) kijker mateloos fascineert. Gezien het succes van The Bridge (deel 2 is inmiddels verschenen) zou het rauwe en grauwe misschien toch de verklaring zijn voor het Scandinavische succes. De filmversies van de Millennium-trilogie onderstrepen dat punt. 

Een idyllisch, maar moorddadig dorp 
Maar dan hebben we daar opeens een nieuwe Zweedse crimeserie die in niets lijkt op The Killing of The Bridge: de Maria Lang Mysteries. Want hoewel moord en doodslag aan de orde van de dag is in het Zweedse dorp Bergslagen valt deze nieuwe televisiester aan het Scandinavische firmament het beste te omschrijven als een mix van Murder, She Wrote en Mad Men. De Maria Lang Mysteries zijn gebaseerd op de detectives van Maria Lang, pseudoniem voor de Zweedse schrijfster Dagmar Lange (1914-1991) en gaan over passionele moorden. Het koppel Puck en Eje dwarrelt gelijk Jessica Fletcher uit Murder, She Wrote door hun eigen wereld en lopen opvallend genoeg continu tegen moorden in hun (welvarende) omgeving aan. Een eigenschap die er vast voor gaat zorgen dat Bergslagen net als Jessica Fletcher’s fictieve woonplaats Cabot Cove een gemiddeld aantal moorden op jaarbasis krijgt te verstouwen waar menig grote stad zich nog voor zou schamen. De fotogenieke en über-Zweedse Puck en Eje worden bijgestaan door een vriend en vertegenwoordiger van de wet: detective Christer Wijk.

Jaren vijftig
Het aardige aan de Maria Lang Mysteries is dat het speelt in het Zweden van de jaren vijftig. Dit is overigens niet zo vreemd aangezien de boeken van Maria Lang die de basis vormen voor deze serie ook in die periode geschreven zijn. Daarmee zijn de Maria Lang Mysteries ook meteen een tijdsbeeld van het Zweden van de jaren vijftig, een Mad Men op z’n Zweeds zo u wilt. Juist dit zorgeloze en vrolijke tijdsbeeld vormt een scherp contrast met hetgeen borrelt onder de oppervlakte van kneuterigheid en gezelligheid. Want de moorden zijn allesbehalve kneuterig en gezellig en raken ook thema’s zoals homoseksualiteit die in de jaren vijftig volstrekt niet bespreekbaar waren, maar desalniettemin wel gewoon figureerden in de boeken van Maria Lang. Over progressief gesproken!

Gelijk de oervader van het Scandinavische succes Wallander bestaat de serie uit zes afgeronde verhalen van elk anderhalf uur. Wie net als deze recensent verslingerd is geraakt aan everything Scandinavian en na Wallander, The Killing en Borgen op zoek is naar een nieuwe serie om de donkere wintermaanden in zelfgebreide Sarah Lund-trui door te komen, doet er niet onverstandig aan om de Maria Lang Mysteries aan te schaffen. 

'Maria Lang Mysteries' is op DVD verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Lumière. Kopen kan hier. De trailer van de Maria Lang Mysteries:


Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

donderdag 28 november 2013

Opera 27 november 2013: Magistrale 'Götterdämmerung' maakt de DNO-Ring rond



De Nederlands Opera
Götterdämmerung
Richard Wagner (1813-1883)

Stephen Gould, Siegfried
Catherine Foster, Brünnhilde
Kurt Rydl, Hagen
Alejandro Marco-Buhrmeister, Gunther
Astrid Weber, Gutrune / Dritte Norn
Michaela Schuster, Waltraute
Werner van Mechelen, Alberich
Nicole Piccolomini, Erste Norn
Barbara Senator, Zweite Norn / Wellgunde
Machteld Baumanns, Woglinde
Bettina Ranch, Flosshilde

Koor van De Nederlandse Opera
Hartmut Haenchen, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Met Götterdämmerung is de cirkel rond. Niet alleen als de afsluiting van Richard Wagner's magnum opus Der Ring des Nibelungen, maar ook voor allen betrokken bij de reprise van de productie van De Nederlandse Opera. In het nieuwe jaar wordt deze Ring - in hemelbestormende en inventieve enscenering van Pierre Audi - voor het allerlaatst en zoals Wagner het bedoeld had, achter elkaar, uitgevoerd, waarna de enscenering hetzelfde lot zal ondergaan als het goddelijke Walhalla aan het einde van Götterdämmerung: totale vernietiging. 

Deze productie, maar ook de voorgaande uitvoeringen ervan, zijn louter met complimenten overladen. En dat is ook niet zo vreemd aangezien het hele team van De Nederlandse Opera erin geslaagd is om Wagner's meesterwerk als waarlijk Gesamtkunstwerk uit te voeren. Zonder uitzondering waren de solisten gedurende de gehele Ring van hoge kwaliteit en - op een enkele uitzondering na - werden de verschillende rollen die gedurende de vier delen die de Ring omvat door dezelfde solisten uitgevoerd ook wanneer dit betekende dat een solist bij het ene deel vrijwel de hele tijd op de planken stond en in een ander deel voor een bijrol terugkeerde. Dit alles ondersteund door de muzikale macht van het Nederlands Philharmonisch Orkest onder aanvoering van de geweldige Hartmut Haenchen die de muziek van Wagner doorgrondt alsof het zijn tweede natuur is. Vier delen lang is het publiek van Het Muziektheater vergast met wonderschone orkestrale klanken van ongekende transparantie. Een prestatie van formaat.

In Götterdämmerung zijn de hoofdrollen - gelijk Siegfried - wederom weggelegd voor Siegfried en Brünnhilde in vlekkeloze uitvoeringen van Stephen Gould en Catherine Foster. Met name Gould is een fenomeen die in Siegfried al diepe indruk maakte. Hij wordt daarbij op de hielen gezeten door Catherine Foster die gisteravond overigens zichtbaar (maar niet hoorbaar!) kampte met ziekte, maar moedig voort ging. Zij werden dit keer echter bijgestaan door Kurt Rydl als de kwaadaardige en listige Hagen, zoon van Alberich met wiens diefstal van het Rijngoud de hele ellende begon. Rydl's invulling van Hagen was compleet: hij was het kwaad in persoon en verleende zijn diepe en donkere basstem aan een figuur die de ondergang van Siegfried en daarmee ook die van de goden in gang zette.

Want ook hier is de cirkel van de Ring rond: de kettingreactie die ontketend werd door de snode diefstal van het Rijngoud van de Rijndochters door Alberich en werd voortgezet door de hebberigheid van de goddelijke Wotan c.s. komt in Götterdaämmerung tot een vurig einde. De liefde van Siegfried en Brünnhilde, zo mooi bezongen in de laatste akte van Siegfried, wordt door Hagen vergiftigd door Siegfried van een vergetensdrank te laten drinken en hem verliefd te laten worden op Hagen's halfzus Gutrune. Brünnhilde is daarmee prooi geworden voor de Hagen's halfbroer Gunther, koning der Gibichungen. Uiteindelijk wordt het ware gezicht van Hagen duidelijk wanneer deze de onsterfelijke Siegfried met een speer treft op de enige plek waar hij kwetsbaar is: zijn rug. Informatie verkregen van een woeste Brünnhilde die niet door heeft dat Siegfried - buiten zijn schuld om - haar vergeten is. Hell hath no fury like a woman scorned, zullen we maar zeggen... 

Dit alles leidt uiteindelijk tot het verdriet van Brünnhilde over de dood van Siegfried, de terugkeer van de Ring aan haar vinger, de ontmaskering van Hagen, de dood van Gunther en Gutrune en het besluit van Brünnhilde om een einde aan haar leven te maken door alles in vuur en vlam te zetten en zo de Ring terug te geven aan de Rijndochters. Haar actie leidt tot de dood van Hagen en het einde van Walhalla. Met het prachtige slotsolo Starke Scheite van Brünnhilde en een meesterlijk orkestraal slot eindigt een magistrale Götterdämmerung en misschien wel de beste productie van De Nederlandse Opera. Zurück vom Ring!

De trailer van 'Götterdämmerung':


Lees hier de eerdere recensies van Das Rheingold, Die Walküre en Siegfried.

zondag 24 november 2013

Toneel 22 november 2013: 'Nieuwspoort' van het Nationale Toneel

© Kurt van der Elst / Het Nationale Toneel

Het Nationale Toneel
Nieuwspoort

Hannah Hoekstra, Joris Smit,
Reinout Scholten van Aschat, Sallie Harmsen

Nationale Toneel Gebouw, Den Haag

Een op voorhand interessante combinatie van het Nationale Toneel en Nieuwspoort verzandt - op wat aardige vondsten na - in oppervlakkigheid en stereotypes. 

Sinds 2007 benoemt Internationaal Perscentrum Nieuwspoort (waar ondergetekende lid van is) een rapporteur om onderzoek te doen naar het 'politiek-publicitaire complex'. Dit jaar is Nieuwspoort een samenwerking aangegaan met het Nationale Toneel waarbij Hannah Hoekstra, Joris Smit, Reinout Scholten van Aschat en Sallie Harmsen zich dertien weken begaven in de wereld van politiek en journalistiek. Op basis van hun waarnemingen in de politiek belangrijke periode rondom Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen en het lezen van diverse boeken van en over de Haagse incrowd is de toneelvoorstelling Nieuwspoort ontstaan. 

Gelijk allen die in of rondom het Binnenhof werken of hebben gewerkt, was ik erg benieuwd naar deze voorstelling. Het is daarom niet verrassend dat het publiek grotendeels bestond uit journalisten en (medewerkers van of aspirerende) politici. Niets is leuker dan je eigen wereld verslagen te zien worden. 

De vier frisse en jonge acteurs begonnen goed met enkele grappige sketches die het wezen van politiek en journalistiek op onderdelen als één groot toneelspel ('de camera gaat aan en 'Geert' wordt 'Wilders') neerzetten. Tegelijkertijd constateren de acteurs zelf halverwege de voorstelling dat het dertien weken rondlopen in de wereld van de politiek en de journalistiek ze niet veel verder hebben gebracht dan oppervlakkigheid. Juist deze constatering had een mooie breuk kunnen bieden met de voorgaande sketches waardoor de diepte opgezocht had kunnen worden en daarmee een wat reëler beeld neergezet had kunnen worden van de wereld van politiek en journalistiek.

Een poging daartoe werd ook gedaan met de op diverse momenten voorgedragen constatering dat we het in Nederland helemaal niet zo slecht voor elkaar hebben en dat al het geklaag over politiek en journalistiek op bepaalde punten zeker niet onwaar is, maar dat we - juist in internationaal perspectief - eigenlijk in een land wonen dat op orde is, weinig tot geen (structurele) corruptie kent en een voorbeeldige democratie is. Dat leidt de jonge honden van Het Nationale Toneel tot een verkenning van dichter-politicus Solon in het Athene van de Griekse Oudheid. Een poging ook om weer terecht te komen in de comfort zone van het acteren na de ongerijmdheden van het politieke en journalistieke bedrijf. Opvallend daarbij was dat het centrale thema van dit by far langste onderdeel van de voorstelling toch ook weer als boodschap de eeuwigheid van populisme in de politieke inhield. 

Alle goede bedoelingen en deze uitstekende acteurs ten spijt is het Nieuwspoort niet gelukt om daadwerkelijk een licht te schijnen op de wereld van het Binnenhof zonder in de val van de oppervlakkigheid te geraken. Even leuk voor de incrowd, weinig nieuws onder de zon voor de rest. 

'Nieuwspoort' van het Nationale Toneel is op 20 november 2013 in première gegaan. Door de grote belangstelling zijn in Den Haag op 29 en 30 november extra voorstellingen gepland. Tevens vinden van 3 t/m 7 december voorstellingen plaats in Amsterdam. Kaarten bestellen kan hier. Deze recensie is gebaseerd op de voorstelling van 22 november 2013.

vrijdag 8 november 2013

Concert 7 november 2013: Van Zweden stoft Beethoven af en zindert in Bruckner

© JaapvanZweden.com / Bert Hulselmans 

Beethoven: Symfonie Nr. 5
Bruckner: Symfonie Nr. 4

Jaap van Zweden, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam 

Jaap van Zweden laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dan met name de uitstekende hoornisten schitteren in Beethovens overbekende Vijfde Symfonie en de 'Romantische' Vierde Symfonie van Bruckner.

De eerste maten van de Vijfde Symfonie van Ludwig van Beethoven (1770-1827) zijn misschien wel de bekendste noten in de geschiedenis van de muziek: ‘Pà-pà-pà-páá’. Alsof het Lot zelf klopt op de deur. Gevaar van zo’n overbekend stuk is dat het heel moeilijk is om het nog fris en fruitig te laten klinken, waardoor de creatie van Beethoven slachtoffer is van het overduidelijke muzikale succes.

Afgestoft
Gisteravond liet Jaap van Zweden met het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) horen dat één van de fundamenten van de Westerse muziekgeschiedenis nog steeds als nieuw kan klinken en je op het puntje van je stoel laat zitten. Want wat een heerlijke uitvoering viel het publiek van De Doelen ten deel. Van Zweden liep bij de uitvoering niet in de val door unverfroren te kiezen tussen de authentieke (lees: snelle tempi, klein orkest, originele instrumenten, transparantie) en romantische (lees: brede tempi, uitgebreid orkest, moderne instrumenten, lekker breed) uitvoeringspraktijk. Hij koos – gelijk de recente opnames van Chailly met het Gewandhausorchester en Haitink met de London Symphony Orchestra – voor een uitstekende middenweg waarbij met name in het eerste en laatste deel hij een flink tempo (lees: urgentie) inzette met grote dynamiek. Daarentegen was het tweede deel, het Andante Moderato, heerlijk lyrisch en legde hij met een op punten muisstil Scherzo de basis om in de finale flink uit te pakken. Opvallend was de grote rol die Van Zweden toedichtte aan de hoornisten die werkelijk de avond van hun leven speelden. Enige aanmerking is dat het tempo in het laatste deel dermate hoog was dat het een enkel moment in het orkest schuurde, maar de spanningsbeleving van het publiek nam hierdoor alleen maar toe.

Bruckner op jacht
Ook na de pauze was een hoofdrol weggelegd voor de uitmuntende Rotterdamse hoornisten waarbij met name eerste hoornist Martin van de Merwe de show stal. Juist voor hoornisten is de Vierde Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896) een feestje gezien de dominante rol van dit nobele instrument. Bij het horen van deze symfonie gaan de gedachten altijd uit naar de jacht, waan je je te paard nabij een Engels landhuis in gezelschap van een Lord en zijn jachthonden en lijkt de bijnaam van deze symfonie - ‘De Romantische’ - bizar. Inmiddels is duidelijk dat Bruckner hiermee de romantiek van de natuur en haar indrukwekkende schoonheid bedoelt en wie dat eenmaal weet zal in Bruckner’s magnifieke Vierde weidse vergezichten zien die samenkomen in de grandeur van de natuur.

Van Zwedens stevige interpretatie liet grote verschillen bestaan in de dynamiek van de vier delen waarbij de hoornisten telkens terecht de hoofdrol opeisten. Gelijk Beethovens Vijfde zorgde dit voor een uitgekiende spanning die in de hele zaal (op een paar hoestende stoflongen na, je zit toch dichtbij de haven) voelbaar was. Van Zweden speelde ook hier met de tempi en benadrukte de zachte delen en pakte uit bij de (tussentijdse) finales. Ook hier viel op dat het gekozen tempo, met name in het derde deel, het Scherzo & Trio, tot wat ongemak in het orkest leidde. Even leken de hoornisten en de overige koperblazers niet meer compleet synchroon te lopen, maar Van Zweden kon dit nog prima herstellen. Sowieso was het de avond van Van Zweden waarvan niemand kan stellen dat zijn mimiek en (soms een tikkeltje overdreven) aanwijzingen onduidelijk zijn.

Zonder twijfel hebben het publiek van De Doelen en het Rotterdams Philharmonisch Orkest gisteravond Jaap van Zweden in hun armen gesloten. Zowel voor de pauze als daarna viel Van Zweden een terechte staande ovatie ten deel. De gebruikelijke bos bloemen (kan iemand de achtergrond van deze toch ietwat vreemde traditie toelichten?) gaf Van Zweden zeer terecht aan hoornist Martin van de Merwe, want stiekem was zo niet hij dan wel zijn instrument de echte ster van de avond!

Jaap van Zweden is op 7, 9 en 10 november 2013 te gast bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dirigeert de Vijfde Symfonie van Beethoven en de Vierde Symfonie van Bruckner. Op 7 en 10 november in de Doelen te Rotterdam en op 9 november in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag. Kaarten bestellen voor de uitvoering op 9 november kan hier en voor 10 november (matinee!) kan hier.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

maandag 4 november 2013

'Jurassic Park' van Michael Crichton


Een boek kan soms ook te bekend zijn. Die conclusie moet - althans voor mezelf - getrokken worden wanneer het gaat om bestseller-auteurs zoals Stephen King (zie hier voor mijn recensie van King's 11.22.63) en Michael Crichton. Jurassic Park (1990) betekende - na The Andromeda Strain (1969) - de definitieve mondiale doorbraak van Michael Crichton (1942-2008). Met diens boek over het gelijknamige themapark waar dinosaurussen weer tot leven waren gebracht en de verfilming in 1993 door niemand minder dan Steven Spielberg brak een ware dinomania uit. Jurassic Park bleek een enorme blockbuster en zette de naam van Crichton definitief in de schijnwerpers. Vele bestsellers, films en series zouden volgen. 

Pageturner
Diens boek is - gelijk de film - een enorme verkooptopper. Jaren en jaren geleden kocht ik de paperback-editie op een Amerikaanse vliegveld als reserveboek in het vliegtuig. Eenmaal thuis belandde het boek ongelezen in de boekenkast. En hoewel ik Jurassic Park menigmaal in mijn handen heb gehad om te gaan lezen, was er altijd een ander boek dat meer mijn aandacht trok. Daarbij is het natuurlijk altijd de vraag hoe handig het is om een boek te lezen waarvan je de film zo goed kent.

Het bijzondere aan Jurassic Park is dat hoewel de film in grote lijnen het boek volgt het boek nog steeds leest als een enorm spannende en goed doordachte pageturner. Het knappe van Crichton is dat hij mogelijke ontwikkelingen in de wetenschap op een overtuigende manier weet te brengen in samenhang met een verhaal waar de spanning langzamerhand wordt opgebouwd. 

Het verhaal van Jurassic Park is natuurlijk overbekend, maar Crichton vertelt het dan ook met verve. We volgen de bezoekers van Jurassic Park, een themapark op een afgelegen eiland voor de kust van Costa Rica. De rijke John Hammond is het gelukt om expertise en geld samen te brengen tot het themapark van de toekomst: een hypermoderne dierentuin waar dinosaurussen door het klonen van oeroud DNA van dinosaurussen - ontgonnen uit de botten van dinosaurussen en in amber bewaarde muggen volgezogen met dinobloed en aangevuld met onder andere DNA uit kikkers - opnieuw hun opwachting maken op de Aarde.

Weekend weg
Terecht zijn er grote twijfels bij de financiers van Hammond over de wijsheid van een dergelijke onderneming. Zeker in het licht van het feit dat in Costa Rica reptielachtige aanvallen hebben plaatsgevonden op kleine kinderen en baby's die doen vermoeden dat de uit de hand gelopen dierentuin van Hammond niet zo waterdicht is als hij doet vermoeden. Om de financiers te overtuigen en zijn creatie veilig te stellen, nodigt Hammond een kleine groep wetenschappers (Dr. Grant, Dr. Sattler en Dr. Malcolm) en de vertegenwoordiger van zijn financiers Donald Gennero samen met zijn kleinkinderen (Tim en Lex) uit om een weekend door te brengen in Jurassic Park. Natuurlijk loopt dit weekend volledig uit de hand en ontsnappen - door toedoen van een op geld beluste medewerker van Hammond (Nedry) - de dino's met alle gevolgen van dien. Gelijk de film, loopt in het boek de bodycount snel op.

Boek versus film
Opvallend is dat hoewel de film het boek behoorlijk volgt er toch een groot aantal verschillen zijn. Daar waar John Hammond door Richard Attenborough wordt neergezet als een wat wereldvreemde miljonair die onbedoeld een groot gevaar voor de mensheid heeft gecreëerd, daar is de John Hammond in het boek een stuk naargeestiger. Het loopt met de boekversie van John Hammond dan ook anders af dan in de film. Het einde van de boekversie van Jurasssic Park is ook aanmerkelijk anders en biedt meer ruimte voor de duiding van het dinogedrag. Iets waar in de film geen ruimte voor was. 

Gelijk de film kent het boek tal van spannende momenten waarbij hoofdpersonen net wel (of net niet) ontsnappen aan de gevaren van Jurassic Park. Opvallend daarbij is dat een behoorlijk aantal scènes de filmversie niet hebben gehaald, maar wel terecht zijn gekomen in de het kritisch ondergewaardeerde en donkere filmvervolg The Lost World (1995) en het aanmerkelijk mindere Jurassic Park III

Crichton heeft met Jurassic Park een heerlijk spannend verhaal geschreven dat je door de bladzijden jaagt alsof je door een T-Rex wordt achtervolgd. En ook al is het boek ruim twintig jaar oud en is de filmversie in ons collectieve geheugen gegrift: je krijgt geen spijt van dit boek.

dinsdag 29 oktober 2013

'11.22.63' van Stephen King


Stephen King is één van de bekendste en bestverkochte populaire schrijvers van de wereld. Je moet onder een steen hebben geleefd, wil je niet in aanraking zijn gekomen met zijn verhalen die de basis vormen voor een onnoemlijk aantal films en televisieseries. Van filmklassiekers The Shining en The Shawshank Redemption tot The Green Mile en Carrie, maar ook tot minder geslaagde (doch niet minder spannende dan wel vermakelijke) bewerkingen als Christine, Silver Bullet, The Langoliers en de serie waar deze recensent op jonge leeftijd veel nachtmerries door heeft gekregen en een hekel aan clowns heeft overgehouden: It. En toch moet ik toegeven dat ik tot 11.22.63 nog nooit één letter van één van zijn vele, vele boeken had gelezen. 

Snob
Wellicht heeft de snob in mij het tegengehouden onder het motto 'als zoveel mensen het goed vinden, kan het niet goed zijn'. Een sentiment dat velen hebben met bijvoorbeeld schrijvers zoals Dan Brown en Michael Crichton, terwijl ik Dan Brown met veel plezier lees (en zojuist begonnen ben in Jurassic Park). Na goede recensies gelezen te hebben van Stephen King's (toen) nieuwste boek 22.11.63 heb ik de sprong gewaagd en de Engelstalige versie gekocht - die daarom de Angelsaksische datering volgt en 11.22.63 heet in plaats van 22.11.63 - om deze vervolgens bijna twee jaar ongelezen in de boekenkast te laten wegstoffen.

Het bloed kroop blijkbaar toch waar het niet gaan kon dus toen ik mijn boekenkast aan het afspeuren was naar een nieuw te lezen boek pakte ik - met enige scepsis dat zeker! - toch eindelijk een boek van Stephen King. En laat één ding volstrekt helder zijn: na het lezen van 740 pagina's kan ik niet anders concluderen dat ik Stephen King (en daarmee mezelf) te kort heb gedaan, want 11.22.63 is een fascinerend boek waarmee Stephen King laat zien dat hij na zoveel geschreven boeken nog altijd iets origineels heeft te zeggen.

'Waar was jij toen...'
Tweeëntwintig november 1963 is net zoals 11 september 2001 een datum die in het collectieve geheugen gebrand is. Tot die fatale elfde september was de vraag 'waar was jij toen...' slechts voorbehouden voor het moment dat schutter Lee Harvey Oswald vanaf de zesde verdieping van de Texas School Book Depository de 35e president van de Verenigde Staten, John F. Kennedy, fataal zou verwonden. Ook agent J.D. Tippit zou slachtoffer worden van Oswald terwijl de Democratische gouverneur van Texas (later minister van Financiën onder Richard Nixon) John Connally zwaargewond zou raken. Vele boeken zijn over deze politieke moord geschreven en het simpele feit dat een nietsnut zoals Oswald de Amerikaanse president en daarmee machtigste man op aarde kon doden, is voer voor een eindeloze reeks complottheorieën. 

Stephen King nestelt zich met zijn 11.22.63 in een druk veld, maar kiest volledig zijn eigen weg. Want zijn boek over de moord op Kennedy gaat eigenlijk helemaal niet over Kennedy, maar over een leraar Engels uit Maine Jake Epping die door een terminaal zieke kennis Al Templeton wordt gewezen op het bestaan van een soort wormhole in Templeton's restaurant en daarmee de mogelijkheid om van 2011 naar 9 september 1958 te reizen. Het vreemde aan deze toegangspoort tot het verleden is dat hoe lang je ook in het verleden ronddoolt, bij terugkomst ben je slechts twee minuten weggeweest, hoewel de eigen biologische klok gewoon doortikt. Lang heeft Templeton deze poort gebruikt voor zijn eigen (beperkte) gewin tot hij beseft dat het mogelijk is om levens te veranderen. Er is echter een catch: zaken die in 1958 worden veranderd, klinken door in 2011. Maar wanneer de poort naar het verleden opnieuw wordt genomen, sta je wederom in het Maine van 9 september 1958 en gaat alles weer in de reset.

Al had zich voorgenomen met alle kennis in heden en verleden opgedaan te leven in het verleden en de moord op Kennedy te verijdelen. Door zijn ziekte is dat niet meer mogelijk en vraagt hij Jake om het stokje over te nemen. Het mag niet als een verrassing komen dat Jake dit uiteindelijk ook doet en daarbij ook test of de toekomst inderdaad veranderd kan worden.

Tijdsbeeld
Het mooie aan dit boek is dat het aspect van het tijdreizen, maar ook de moord op Kennedy veel minder dominant is dan je zou denken. Het gaan veel meer over de bevreemding die George Amberson (zoals Jake in het verleden heet) doorstaat, een tijdsbeeld van eind jaren vijftig en begin jaren zestig en over de verschillen tussen toen en nu, maar ook over zijn leven in het verleden. Een leven dat hem voert langs diverse steden, maar steeds dichter bij Dallas brengt. Een Dallas dat overigens in de jaren vijftig en zestig een veel naargeestigere stad was dan de bruisende metropool die het nu is. In het dorpje Jodie nabij Dallas raakt hij verliefd op bibliothecaresse Sadie, maar is hij ook gedwongen een dubbelleven te leiden waarbij hij zeker wil weten dat Lee Harvey Oswald daadwerkelijk een lone gunman is zodat hij zeker weet dat met de voortijdige dood van Oswald Kennedy zal leven. En daarmee de conclusie trekt dat de wereld beter af is wanneer Kennedy blijft leven. 

Door deze verscheidenheid is het boek een feest om te lezen en het aparte is dat King het voor elkaar krijgt om in de jolijt van het verleden ook de dreiging van de aankomende toekomst manifest te maken. Het verloop van het boek blijft daarom onvoorspelbaar en de vraag of Oswald alleen handelde, de moord op Kennedy voorkomen kan worden en welke gevolgen dit heeft voor de toekomst, kan alleen maar beantwoord worden door het boek zelf te lezen. In het nawoord geeft King zijn duidelijke mening over een al dan niet bestaand complot alsmede zijn visie op de ontwikkeling van de V.S. in het algemeen en Dallas in het bijzonder.

Voor mij staat in ieder geval één ding als een paal boven water: het heeft veel te lang geduurd voordat ik voor het eerst een boek van Stephen King heb gelezen. Die fout maak ik niet nog een keer. 

Voor wie overigens ooit eens een bezoek brengt aan Dallas kan het uitmuntende The Sixth Floor Museum van harte aanbevolen worden. Een indrukwekkende rondleiding (via uitstekende audioguide) valt de bezoeker ten deel. Zoals ze in de V.S. zeggen: 'highly recommended!'. 


zaterdag 26 oktober 2013

Concert 25 oktober 2013: Harnoncourt's Bruckner schittert in het Concertgebouw


Bruckner
Symfonie Nr. 5

Nikolaus Harnoncourt, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Nikolaus Harnoncourt laat op zijn geheel eigen wijze de Vijfde Symfonie van Bruckner schitteren tot groot enthousiasme van het Concertgebouwpubliek.

De symfonieën van Anton Bruckner (1824-1896) kunnen niet anders dan voor iedere dirigent zowel hemels als hels zijn. Zijn negen symfonieën vormen voor dirigenten de kans om ware kathedralen van muziek als ultieme uiting van devotie uit te voeren. Daarbij doen zich bij Bruckner immer twee hindernissen voor. Enerzijds de keuze voor de uitvoeringsvariant aangezien de legendarische zelftwijfel van de componist heeft geleid tot vele uitvoeringsversies van diverse van zijn symfonieën. Anderzijds leidt de soms fragmentarische aard van zijn werk – Bruckner is ook de meester van de ‘ongemakkelijke overgang’ – tot de uitdaging om de coherentie van een symfonie te bewaken en te bevorderen.

De Liefhebbende God
De Vijfde Symfonie is in dit opzicht anders dan zijn symfonische broeders. Van de Vijfde bestaat slechts één versie en de sfeer van de symfonie is met name plechtig te noemen als ode - in de woorden van Bruckner - aan ‘De Liefhebbende God’. Bruckner heeft de Vijfde gemaakt tot een prachtig complex weefsel van grootse muzikale vergezichten, schertsende passages en prachtige apotheosen. Tegen het einde van het laatste deel, dat hetzelfde begin kent als het eerste deel, komen de twee hoofdthema’s uit dat deel – een koraal en een fuga – prachtig samen waarna het hoofdthema uit het eerste deel er prachtig door heen klinkt.

Aan Nikolaus Harnoncourt (1929) de schone taak om het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) te leiden door deze Vijfde Symfonie. En Harnoncourt’s achtergrond maakt hem misschien wel het meest geschikt om de Oostenrijkse Bruckner te doorgronden. Bruckner leefde in de hoogtijdagen van Wenen toen het nog de hoofdstad was van het Habsburgse Rijk. Laat Nikolaus Harnoncourt – voluit Johann Nicolaus Graf de la Fontaine und d’Harnoncourt-Unverzagt – juist een afstammeling zijn van de Habsburgers. A match made in heaven zoals zou blijken.

Reconstructie
Vanaf de eerste maten maakte Harnoncourt duidelijk dat hij zijn geheel eigen interpretatie heeft c.q. reconstructie verzorgt van het werk van Bruckner. Hij speelde de gehele symfonie met de tempi en de dynamiek. Daar waar hij het eerste deel - het Adagio-Allegro - het fragmentarische karakter van Bruckner’s composities onderstreepte door (korte) pauzes aan te brengen tussen de verschillende onderdelen, koos hij in het derde deel – het Scherzo – juist voor een zeer stevig tempo dat de urgentie en dynamiek ten goede kwam.

Het KCO speelde – zoals gebruikelijk – voorbeeldig, al lieten de koperblazers in het begin een klein steekje vallen door hoorbaar bijgeluid. Een klein detail dat de pret voor de rest niet mocht drukken. Na het wegsterven van het spectaculair door Harnoncourt vormgegeven slot beloonde het Concertgebouwpubliek de inmiddels ver de leeftijd van tachtig gepasseerde dirigent met een stormachtig applaus wat de inmiddels iets minder goed ter been zijnde Harnoncourt wat extra loopwerk op de befaamde trap van het Concertgebouw bezorgde. Natuurlijk als erkenning van het feit dat het een bijzondere gebeurtenis is wanneer Harnoncourt voor het KCO staat, maar vooral als grote waardering voor de prachtige uitvoering van Bruckner’s Vijfde Symfonie. 

Nikolaus Harnoncourt is op 24 en 26 oktober 2013 te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest in het Concertgebouw en dirigeert de Vijfde Symfonie van Bruckner. Voor de matinee-uitvoering zijn nog enkele kaarten beschikbaar. Meer informatieen kaarten bestellen kan hier. Deze recensie is op basis van het concert van 24 oktober.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.