zondag 29 november 2015

Concert 29 november 2015: Een trefzekere Tsjech op de bok


Smetana: De Moldau en Sárka uit Má Vlast
Sjostakovitsj: Vioolconcert Nr. 2
Janácek: Taras Bulba

Frank Peter Zimmermann (viool)
Jakub Hrůša, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Trefzeker en met zichtbaar plezier debuteert Jakub Hrůša bij het Koninklijk Concertgebouworkest met een ode aan zijn thuisland Tsjechië. Een ode waarin hij De Moldau muzikaal laat stromen en Frank Peter Zimmermann uitstekend begeleidt bij diens karakteristieke uitvoering van Sjostakovitsj' desolate Tweede Vioolconcert. En als uitsmijter veel klokgelui en het Concertgebouw-orgel in Taras Bulba van Janácek. 

Hoewel het al een tijdje bekend is dat Daniele Gatti de opvolger van Mariss Jansons is als chefdirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, gaat zijn benoeming pas in tijdens het 2016-2017-seizoen en geeft dat het komende seizoen ruimte aan het KCO om diverse gastdirigenten de revue te laten passeren. En dus ook debutanten waaronder de Tsjechische Jakub Hrůša (1981) die de laatste tijd bij onder andere Glyndebourne hoge ogen gooit en met ingang van het volgende seizoen de opvolger is van Jonathan Nott bij het eminente Bamberger Symphoniker. Enkele jaren geleden hoorde ik deze dirigent voor het eerst bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Die "ontmoeting" leverde een gemengd beeld op door een prachtige uitvoering van Dvořák's Zesde Symfonie en een wat matig Vioolconcert van Korngold. Met name door een te gesticulerende houding van Hrůša die daarmee wat afbreuk deed aan de uitvoering. Nu in het Concertgebouw was Hrůša even trefzeker als in Rotterdam en ook even enthousiast, maar zijn dirigeerhouding was daar in overeenstemming mee. Tel daarbij op een programma bestaande uit louter gerelateerd aan zijn heimat en met medewerking van de immer goede violist Frank Peter Zimmermann en een muzikaal feestje tekende zich af.

Een gloedvol stromende Moldau
En wat voor feestje! Het overbekende De Moldau (Vltava) uit Má Vlast (Mijn Vaderland) van Bedrich Smetana (1824-1884) bleek Hrůša op het lijf geschreven te zijn. Hij liet het KCO stralen in dit prachtige werk en zorgde daarmee dat je - bijna letterlijk - werd meegevoerd in de muzikale reis langs de Moldau door het hart van de Bohemen. Diezelfde Bohemen die lang onderworpen waren aan het Habsburgse Rijk dat haar eigen identiteit steeds meer op de voorgrond stelde niet in de laatste plaats door een eminente rij componisten waaronder Smetana, Janácek en Dvořák. Met oog voor detail, de balans in het stuk én het orkest zette Hrůša een voorbeeldige uitvoering mee die het publiek van het Concertgebouw op deze gure en winderige zondagmiddag deed wegdromen. Een uitvoering waar je - als je heel goed luisterde - soms ook de Rijn zoals verbeeld door Wagner kon horen stromen. Het minder bekende derde deel -  Sárka - over de gelijknamige legendarische strijdster werd met evenzo veel aplomb neergezet en deed geen moment onder voor het alom bekende tweede deel. Om het programma voor de pauze af te ronden was Frank Peter Zimmermann wederom van de partij bij het KCO. Deze uitmuntende violist zonder opsmuk was - sinds zijn debuut in 1990 - al 39 keer eerder te gast bij het KCO. Een orkest - 'dat vriendelijke orkest' in de woorden van hemzelf - dat zichtbaar een goede band onderhoudt met Zimmermann want de synergie tussen orkest en solist was overduidelijk. Een synergie die werd versterkt door de wijze waarop Hrůša Zimmermann begeleide. Compleet anders dan toen hij James Ehnes begeleidde in het Vioolconcert van Korngold. Het desolate en troosteloze Tweede Vioolconcert van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) is niet bepaald makkelijk voor het oor en een aantal jonge luisteraars in de Grote Zaal zullen het niet altijd plezierig hebben gevonden, maar wat voor iedereen overduidelijk was, is dat met Zimmerman een uitmuntende solist was aangetreden die vol pathos maar zonder de eerder gememoreerde opsmuk dit werk van de geplaagde Sjostakovitsj bracht. Want onder het juk van het Sovjet-dictatuur moest Sjostakovitsj immer op zijn tellen passen en zich - althans aan de oppervlakte - houden aan de muzikale regels die het regime stelde. De tekenen van protest zijn ook in dit werk te horen wat daarmee meteen de kracht en tegelijkertijd de moeilijkheid van het stuk verklaren. Want een gezellig stuk is het niet, technisch uitdagend en werken op de emotie des te meer. Een terecht groots applaus en een prachtig toegift was het resultaat.

Legendarische doden
Na de pauze was het de beurt aan die andere Tsjechische grootheid: Leos Janácek (1854-1928). Zijn orkestrale toondicht Taras Bulba handelt over de gelijknamige 17e eeuwse kozakkenhoofdman die het niet makkelijk heeft. Ga maar na als de drie delen die het orkestwerk samenvormen allen relateren aan de dood van zijn zoons en zichzelf: 'De dood van Andrij', 'De dood van Ostap' en 'De voorspelling en de dood van Taras Bulba'. Het laatste deel eindigt desalniettemin - met veel klokgelui en het Concertgebouw-orgel - spectaculair en relatief opgewekt aangezien Taras Bulba - vanaf de brandstapel, dat dan wel weer - voorspelt dat zijn volk uiteindelijk zal triomferen. En dat volk was niet het enige dat zou triomferen. Ook hier liet Hrůša zijn kwaliteiten niet onbetuigd en verleidde het KCO tot een heerlijke uitvoering die volledig past bij zijn Tsjechische roots. Een uitvoering die overigens in aantal opzichten deed denken aan het werk van Benjamin Britten die evenwel van een latere muzikale periode is, maar gek genoeg leek Taras Bulba wat elementen van Britten in zich te herbergen die soms deden denken aan bijvoorbeeld Britten's bekendste opera Benjamin Britten. En laat Hrůša nu juist ook met het werk van Britten recent grote triomfen gevierd te hebben... Eén ding is duidelijk:  Hrůša heeft ontegenzeggelijk uitstekend gedebuteerd bij het KCO en moge dit de eerste van een lange reeks gastdirigentschappen zijn in Amsterdam. In Bamberg kunnen ze zich in ieder geval al volop verheugen op zijn komst.

Oordeel FerdiBlog: ****

Op 25, 26 en 29 november 2015 maakt Jakub Hrůša zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest met werken van Smetana, Sjostakovitsj en Janácek en met medewerking van violist Frank Peter Zimmermann. Deze recensie is op basis van het concert op 29 november. 

vrijdag 27 november 2015

Concert 26 november 2015: Een dirigerende Monica Seles


Wagner: Ouverture en Venusberg uit Tannhäuser
Liszt: Concert voor Piano en Orkest Nr. 1
Mendelssohn: Symfonie Nr. 5 Reformatie

Bertrand Chamayou (piano)
Jérémie Rhorer, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Een op papier prachtig programma wordt volledig vergald door een dirigent die subtiliteit mist en vergeet muziek te laten 'ademen'. Dat hij daarnaast steunt en kreunt ware hij de muzikale evenknie van Monica Seles maakt de blamage compleet. Een kandidaat voor de zwarte lijst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest dat zoveel beter verdient. 

Er zijn van die concerten waar je ontzettend naar uit kunt kijken. Enkele dagen geleden viel mijn oog op een reeks van twee concerten door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van de voor mij onbekende Franse dirigent Jérémie Rhorer. Het programma van Wagner, Liszt en Mendelssohn is gewoon een fijne combinatie dus geen wonder dat hier een mooi concert uit moest volgen. Gezeten bij het orgel met maximaal zicht op de dirigent en daarmee zijn dirigeerstijl kon het feest beginnen. Helaas bleek dit feest van korte duur. Een oneven aanzet bij de ouverture uit Wagner's vroege opera Tannhäuser bleek een voorbode van veel ellende. Ellende die overigens vooral door de dirigent zelf werd gecreëerd. Want hoewel de ouverture prachtig is, is het nu niet bepaald een stuk om je als dirigent compleet in te verliezen c.q. je gecontroleerde houding te verlaten. Helaas is dan buiten Jérémie Rhorer gerekend die alleen al vreselijk afleidt door een stijl van dirigeren die meer op de werkzaamheden van een verkeersregelaar lijkt dan daadwerkelijk muziek maken. Alsof dat nog niet genoeg is, begint Rhorer te puffen, steunen en mee te grommen met de muziek zodra dit in zijn ogen een beetje spannend is en toont zich daarmee de muzikale equivalent van tennisster Monica Seles. Met dien verstande dat de geluiden van Seles voortkomen uit grootse inspanning en dat dit voor Rhorer toch in veel mindere mate geldt. Gelukkig was er tussen de ouverture van Wagner en het pianoconcert van Liszt wat tijd nodig om de piano in stelling te brengen en was de Grote Zaal van De Doelen verre van gevuld waardoor nog snel een plek ver weg van de dirigent en zijn gegrom te vinden was. 

Een slechte aflevering van Maestro
Hoewel het gegrom op die afstand - met gelukkig ook nog de piano van de eveneens Franse pianist Bertrand Chamayou er nog tussen - veel minder opviel, werd nog meer duidelijk dat van het edele vak van dirigent Rhorer weinig tot geen kaas heeft gegeten. Niet alleen kiest Rhorer voor een te snel tempo waardoor Chamayou hem in het opwindende pianoconcert van Liszt amper kon bijbenen, tevens nam hij niet eens de moeite om echt contact te leggen met de pianist waardoor deze tijden lang naar de dirigent keek zonder opgemerkt te worden. In de tussentijd bleef Rhorer maar druk het verkeer regelen en ontstond bij deze steeds ongelukkig wordende concertbezoeker het idee bij een uitzending van Maestro beland te zijn en dat hier een celebrity een poging doet om het vak van dirigent te leren c.q. na te doen. Wat dat blijft vooral bij het dirigeren van Rhorer een probleem: hij dirigeert niet, hij imiteert of hij een grootse dirigent is. Uiteindelijk is het vooral een vertoning. 

Muziek moet "ademen" 
Een vertoning omdat een ware dirigent oog voor de muziek en de musici heeft. Een ware dirigent laat muziek "ademen" zelfs wanneer een straf tempo wordt aangehouden. Een ware dirigent heeft oog voor de balans in het orkest en zal altijd aan de blazers vragen om zich een tikkeltje in te houden. Niets van dit alles was het geval bij Rhorer. De hoop dat na de pauze met de Reformatie-symfonie van Mendelssohn het tij nog enigszins  zou keren, bleek ongegrond. Weer een (te) snel tempo waarbij de muziek op alle punten werd afgeknepen en de blazers veel te hard waren, zelfs nu achter in de zaal gezeten. Alleen tijdens het spelen van het beroemde Dresdener Amen - ook door Wagner jaren later gebruikt in Parsifal - en de start van het Andante wanneer de strijkers vrij spel hadden, klonk de pracht van de muziek van Mendelssohn door. Het is een grof schandaal dat een goed orkest zoals het Rotterdams Philharmonisch Orkest met zo'n dirigent is opgescheept. Laten we hopen dat dit een typisch geval is van "eens maar nooit meer" en dat we Rhorer nooit meer in Rotterdam hoeven te begroeten. Het orkest verdient beter en alleen daarom blijven er toch nog twee van de vijf sterren onder aan de streep. Rohrer verdient er namelijk geen. 

Oordeel FerdiBlog: ** 

Op 26 en 27 november 2015 is Jérémie Rhorer - samen met pianist Bertrand Chamayou - te gast bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 26 november.

zondag 22 november 2015

Opera 21 november 2015: Een klassieke Butterfly in Budapest


Hongaarse Staatsopera
Madama Butterfly
(Giacomo Puccini, 1858-1924)

Gabriella Létay Kiss, Cio-Cio-San (Madame Butterfly)
Andrea Ulbrich, Suzuki
István Kovácsházi, Pinkerton
Csaba Szegebi, Sharpless
Gergely Boncsér, Goro
Erika Markovics, Kate

Koor en Orkest van de Hongaarse Staatsopera
Péter Halász
Hongaarse Opera, Budapest 

De Hongaarse Staatsopera doet haar geschiedenis eer aan met een prachtig uitgevoerde Madama Butterfly, maar kiest voor een wel erg degelijke enscenering die door inventieve belichting (gelukkig) toch nog een beetje moderniteit uitstraalt. 

Hoewel de Weense Staatsopera één van de heilige plekken van de opera is, doet de Hongaarse Staatsopera ook een flinke duit in het zakje. Want de opera van Wenen vormde - zeker onder het Habsburgse Rijk en - een cultureel epicentrum met onder andere Gustav Mahler als chef. De Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie leidde echter ook tot een eveneens indrukwekkende opera in Budapest. Wie de twee operagebouwen van Wenen en Budapest in ogenschouw neemt, ziet veel overeenkomsten. Daarbij aangetekend dat de opera in Budapest nog beschikt over het (schitterende) oorspronkelijke interieur terwijl de Weense opera - met dank aan de Tweede Wereldoorlog - weer opnieuw (en minder geslaagd) moest worden opgebouwd. Met een prachtig uitgevoerde Madama Butterfly laat de Hongaarse Staatsopera haar herkomst horen en toont aan dat - ondanks de ondemocratische ontwikkelingen in het land - de muzikaliteit nog altijd de boventoon voert.

Vuige Pinkerton
De Hongaarse Staatsopera kiest voor een (oudere) enscenering van Miklós Gábor Kerényi die in de nadagen van de Habsburgers niet had misstaan. Puccini's verhaal over de liefde tussen de Amerikaan Pinkerton en de vijftienjarige (!) Cio-Cio-San wordt verteld door een decor zonder poespas en volledig trouw aan het libretto. Geen ingewikkelde symboliek dus, maar een decor dat het huis van Butterfly in Japan weergeeft en de (enige) plaats van handeling is van haar relatie met Pinkerton. Hoewel "relatie" wel heel veel eer geeft aan deze Pinkerton die in beginsel weliswaar verliefd is op Butterfly, maar met haar trouwt zodat hij makkelijk in haar (wel heel erg jonge...) kimono kan geraken. Want deze liefde slaat heel snel om in (berekende) lust waarbij een dialoog tussen Pinkerton en de Amerikaanse consul ter plaatse, Sharpless, duidelijk maakt dat dergelijke huwelijken in Japan makkelijk gesloten én verbroken worden. Na zijn prijs te hebben binnen gehaald, verlaat Pinkerton Japan om een immer hoopvolle Butterfly achterlaten. Daarbij niet wetende dat zij zijn kind heeft gebaard. Wanneer hij hier drie jaar later achterkomt, keert hij - met zijn nieuwe vrouw Kate - terug naar Japan om het kind terug te halen. Om het geluk van haar zoontje te garanderen terwijl de laffe Pinkerton haar niet onder ogen durft te komen, ontneemt Butterfly zichzelf het leven en eindigt Madama Butterfly in een regelrechte tragedie. Velen zullen hier ook (deels) het verhaal van de musical Miss Saigon in herkennen, maar het moge duidelijk zijn dat Madama Butterfly de inspiratie vormde voor Claude-Michel Schönberg en Alain Boublil. Daar waar Miss Saigon relateert aan de aanwezigheid van de Verenigde Staten in Vietnam, is de context van Madama Butterfly de Amerikaanse aanwezigheid in het Japan aan het begin van de 20e eeuw en is in premiere gegaan in 1904. Hoewel Puccini vele memorabele muziek op zijn naam heeft staan en ook in deze opera de melodie - waaronder variaties op de Star-Spangled Banner - 'aan zijn kont heeft hangen' is hier meer sprake van een doorgaande melodieuze verhandeling dan fameuze aria's zoals bijvoorbeeld in Turandot, La Bohème of Tosca

Een lichtend voorbeeld
Juist door het continue karakter is Madama Butterfly een van de vaste onderdelen van het operarepertoire. En daarom niet zonder reden dat de een klassieke opera als de Hongaarse Staatsopera deze met enige regelmaat laat terugkeren op het programma. Dit vertaalt zich ook in het klassieke en weinig vernieuwende decor, waarbij veel wordt goed gemaakt door de uitstekende belichting en de personenregie. De belichting liet het koor als schaduwen op de achtergrond een rol spelen terwijl de personenregie het lot van Butterfly onderstreept door een stil leven van de gehele cast met de in de armen van Pinkerton gestorven Cio-Cio-San als tragisch middelpunt. Samen met de prachtige aria van Butterfly tijdens het begin van de tweede akte het absolute hoogtepunt én kippenvel-moment van de uitvoering. Niet in de laatste plaats door het meer dan uitstekende optreden van Gabriella Létay Kiss - wiens gezichtsuitdrukking overigens niet altijd in overeenstemming is met de emotie die de muziek vertolkt en daardoor nodeloos af kan leiden - en bovenal het orkest van de Hongaarse Staatsopera dat de melodieuze muziek van Puccini sprankelend en "vol" speelde. Een tikkeltje ouderwetse, maar voorbeeldige én stiekem toch heel fijne Madama Butterfly van de Hongaarse Staatsopera.

Oordeel FerdiBlog: ****


Van 19 november tot en met 5 december 2015 voert de Hongaarse Staatsopera Puccini's 'Madama Butterfly' op in de enscenering van Miklós Gábor Kerényi. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 21 november. 

maandag 16 november 2015

Concert 16 november 2015: Een handkus van Haitink


Schumann: Ouverture 'Manfred' 
Schumann: Pianoconcert
Schumann: Symfonie Nr. 2

Murray Perahia (piano)
Bernard Haitink, Chamber Orchestra of Europe
Het Concertgebouw, Amsterdam

De oude meester was weer terug in Nederland. In het Concertgebouw brachten Bernard Haitink en het Chamber Orchestra of Europa vrijwel het volledige orkestrale oeuvre van Robert Schumann ten gehore. De aanstekelijke virtuositeit van Murray Perahia in het Pianoconcert en de zichtbare affectie tussen Haitink en de musici zorgden voor een onvergetelijke avond. 

Wanneer bij een concert zoals gisteren alles klopt, wordt de magie van muziek bijna tastbaar. Des te meer in de schaduw van de vreselijke gebeurtenissen in Parijs waar liefhebbers van muziek slachtoffer werden van de ideologie van haat. Deze gebeurtenissen hebben ook het Chamber Orchestra of Europe (COE) niet onberoerd gelaten en leidde tot een terecht verzoek van de concertmeester tot een moment van stilte ter nagedachtenis aan alle slachtsoffers in Parijs. De Grote Zaal van het Concertgebouw overziend zal vast menig bezoeker – in ieder geval deze – hebben doen stil staan bij hoe kwetsbaar we ook in Nederland zijn en wat de gevolgen van een dergelijke aanslag in het Concertgebouw kunnen zijn. Gelukkig is muziek meer dan tijdverdrijf, maar gaat er ook een helende werking van uit. Want het effect van Haitink op dit orkest was niet mis te verstaan. Het is sinds enkele jaren traditie dat het COE enkele dagen vertoeft in het Concertgebouw en het werk van één componist centraal stelt. Beethoven en Brahms passeerden afgelopen jaren al de revue, maar nu was het de beurt aan het werk van Robert Schumann (1810-1856). In drie concerten en met medewerking van topsolisten als Isabelle Faust , Gautier Capuçon en Murrah Perahia zijn het viool-, cello- en pianoconcert alsmede de vier symfonieën en enkele ouvertures uitgevoerd. Een muzikale hoorn des overvloeds door een overvloed van talent.

Het ongemak van Schumann
Na Beethoven en Brahms is Schumann een misschien wat minder voor de hand liggende keuze omdat diens werk minder universeel populair is dan de die andere muzikale grootheden. In een interview met Preludium geeft Haitink aan dat Schumann pas later voor hem in beeld is gekomen en dat hij ambivalent tegenover diens symfonieën stond. Echter ‘Al werkend heb ik er een grote liefde voor ontwikkeld’. De uitvoering van de Tweede Symfonie maakte dat zonneklaar. Deze bij tijd en wijle dreigende symfonie en geschreven door Schumann ten tijde van zijn psychische inzinking, werd door Haitink virtuoos en gevoel voor impact gedirigeerd. Moeiteloos vuurde hij het Chamber Orchestra of Europe – opgericht in 1981 en voortkomend uit het European Union Youth Orchestra – aan tot grootse prestaties. In het razendsnelle Scherzo benadrukte Haitink het manische karakter en vroeg veel van met name de strijkers. Maar dat bleek niet teveel gevraagd en werd – terecht – na afloop van het Scherzo door Haitink beloond met een handkus voor alle strijkers. Daar konden zelfs enkele oneffenheden van de koperblazers niet tegenop. Dezelfde meeting of minds was al te horen in de Ouverture ‘Manfred’ die het concert opende en Schumann’s muzikale vertaling is van het gelijknamige gedicht van Lord Byron en fantasie over zonde en schuldgevoel. Muziek alleen als amusement is niet aan de orde bij Schumann: het gaat ergens over, muziek moet een verhaal hebben.

Twee oude vrienden
Het ongetwijfelde hoogtepunt van het concert was echter het Pianoconcert waar Haitink zijn oude en goede vriend Murray Perahia voor gestrikt had. Hoewel Haitink niet altijd de makkelijkste is – getuige zijn gecompliceerde verhouding met het Koninklijk Concertgebouworkest – staat er op de bok immer een dirigent die zich ten dienste stelt van de muziek: zowel de componist als de solist. Het is dus geen wonder dat topsolisten zoals Perahia, maar ook de eerder genoemde Capuçon en Faust en andere toppers zoals Maria João Pires, Alfred Brendel en Mitsuko Uchida zo graag met Haitink werken. Het vanaf de première immer populaire Pianoconcert toont Schumann op zijn best: een virtuoze samensmelting van piano en orkest met een grote rol voor met name de houtblazers levert een synergie van sprookjesachtige allure op. De diverse thema’s worden tussen de drie delen heen en weer geslingerd en zorgen daardoor voor een eenheid die je op het puntje van je stoel doen zitten. Zeker in de handen van meesterpianist Murray Perahia die het concert speelde alsof hij het zelf allemaal geschreven had: met gedecideerde toets en groot gevoel voor muzikaliteit. Samen met het orkest en Haitink vormde Perrahia zo een muzikale drie-eenheid die het publiek in extase bracht. Gezien het stormachtige applaus voor Perahia voor de pauze en het zo mogelijk nog stormachtigere applaus aan het einde van het concert - Haitink grapte dat hij er doof van werd – onderstrepen het verlangen dat ondanks zijn gevorderde leeftijd we hopelijk nog vele jaren mogen genieten van Haitink. 

Oordeel FerdiBlog: *****

Op 11, 13 en 15 november 2015 bracht het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Bernard Haitink vrijwel het volledige orkestwerk van Robert Schumann in het Concertgebouw. Deze recensie is op basis van het concert op 15 november. Deze recensie is tevens gepubliceerd bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 15 november 2015

Ballet 14 november 2015: Tragische én magische Giselle


Nationale Opera & Ballet
Giselle
(Adolphe Adam, 1803-1856)

Sasha Mukhamedov, Giselle
James Stout, Graaf Albrecht
Dario Elia, Hilarion
Floor Eimers, Myrtha

Het Nationale Ballet
Ermanno Florio, Het Balletorkest
Het Muziektheater, Amsterdam 

Het Nationale Ballet benadrukt in de herneming van Giselle de tragiek en magie van deze boerendochter wiens hart wordt gebroken door haar adelijke geliefde. Door de tegenstelling van kneuterig boerendorp en een meer abstract magisch bos waar dood over leven heerst, tekenen het technisch uitmuntende ensemble voor een memorabele avond. 

Hoewel het ballet Giselle sinds jaar en dag één van de pilaren is waar het klassieke ballet op rust, geldt deze status niet voor de componist van het ballet. Want hoewel de muzikale nalatenschap van opera's en balletten van Franse componist Adolphe Adam (1803-1856) flink is, is tegenwoordig alleen nog Giselle courant. En hoe! Met dit ballet over de gelijknamige boerendochter die - och nee! - verliefd raakt op ene Albrecht. Daar is natuurlijk niet zo veel mis mee en voor Giselle alleen maar mooi omdat ook jachtopziener Hilarion een oogje op haar heeft. Het probleem is echter dat deze Albrecht incognito zijn tour d'amour onderneemt. Want - houdt u uw tweede 'och nee!' maar gereed - deze Albrecht blijkt stiekem een graaf. En het geeft natuurlijk geen pas en kan zonder twijfel worden geclassificeerd als onmogelijke liefde. Een concept waar Hilarion meer dan oog voor heeft en al snel vermoedt dat zijn net iets te beschaafde en hoffelijke tegenstrever meer is dan hij zich voordoet. Voor Hilarion alle aanleiding om op onderzoek uit te gaan en een smoking gun te vinden zodat hij - ware hij een uit de commissie-Stiekem lekkende fractievoorzitter - deze informatie met de hele wereld (lees: gezellig boerendorpje gesitueerd in een sprookjesachtig bergdal) kan delen en zo Giselle voor zich winnen. Terwijl de agrarische Miss Marple zijn onderzoek uitvoert, bouwt de liefde tussen Giselle en Albrecht zich op en ontvangt het dorp - terwijl Albrecht gelukkig zich uit de voeten heeft gemaakt -  de hertog en diens gevolg. Noodlot slaat echter snel toe wanneer Hilarion het zwaard van Albrecht vindt en zo Albrecht's nobele afkomst onthult en Giselle - uit puur ongeluk en met een slechte gezondheid waar haar moeder Giselle continu voor waarschuwt - zich letterlijk dood danst. Exit Giselle. 

Een "geestelijke" sekte
Na ruim een uur met prachtig ballet en amusante intermezzo's waar het technisch begaafde ensemble van het Nationale Ballet haar kunnen toont, lijkt het voorbij en kan het publiek ietwat confuus de pauze in met vragen als 'Hoe komt dit nu nog goed?' en 'Wat gaan we na de pauze überhaupt nog zien?'. Gelukkig blijkt  de schijnbaar immer het leven vrolijk tegemoet te gaande Adolphe Adam een hele tweede akte uit zijn mouw te hebben geschud. Scene van handeling: een magisch bos gedomineerd door de gedenksteen voor Giselle. Rondom deze treurige plek waren de wiki's, geesten van voor hun huwelijk gestorven bruiden. Giselle is er nu één van en gedoemd om jonge en vooral fitte mannen te verleiden richting hun dood. Hilarion is hun eerste slachtoffer en ook Albrecht lijkt aan dat lot - dat adel en boerenstand niet onderscheidt - niet te kunnen ontkomen. De liefde van Giselle redt hem uiteindelijk, hoewel het ook helpt dat de dageraad zich aankondigt en daarmee de macht van opperwild Myrthe en haar volgelingen breekt. Giselle keert terug naar het graf en Albrecht naar zijn leven. Niet echt een happy end maar wel een positieve reflectie op het concept liefde.

Voorbeeldig
En hoewel het natuurlijk allemaal wat kneuterig klinkt, weet het Nationale Ballet - zoals altijd uitmuntend muzikaal begeleid door het Balletorkest ditmaal onder de gedecideerde Ermanno Florio - het met volle overtuiging op de planken te brengen. Zoals gezegd staat de technische souplesse van het ensemble buiten kijf, maar zijn ook de solisten van hoge kwaliteit: Sasha Mukhamedov, James Stout en Dario Elia. Het zegt overigens veel over de kwaliteit van het Nationale Ballet wanneer beseft wordt dat dit niet de eerste solisten zijn maar "slechts" de tweede solisten. Het misschien wat ouderwets en - zeker in het geval van het boerendorp - kneuterig aandoende decor- en kostuumontwerp van Toer van Schayk slaagt juist wonderwel door de tegenstelling tussen de tragiek van het boerendorp en de spookachtige magie van het bos in schemer. De tweede akte is door de meer abstracte uitvoering, de feeërieke sfeer en bijna hypnotiserende samenspel van het ensemble het absolute hoogtepunt, maar heeft het tragische boerenkarakter van de eerste akte nodig om tot één geheel te komen. Geen wonder dus dat Giselle deel uitmaakt van het vaste repertoire van het klassieke ballet in het algemeen en die van het Nationale Ballet in het bijzonder.  

Oordeel FerdiBlog: ****


Van 13 oktober t/m 15 november 2015 heeft het Nationale Ballet 'Giselle' hernomen. Deze recensie is gebaseerd op grond van de uitvoering op 14 november 2015. 

vrijdag 6 november 2015

Concert 5 november 2015: Sjostakovitsj in context


Sjostakovitsj: Symfonie Nr. 5

Jaap van Zweden, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Jaap van Zweden spoort “het beste Russische orkest ten westen van Minsk” aan tot een geweldige en ruige uitvoering van de Vijfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. De combinatie met een muzikale talkshow en de Wolfgang-app brengen de context van het werk en de onderdrukking van het Sovjetregime angstig dichtbij en maken dit concert af. 

Uit ellende kan veel moois voortkomen. Die boodschap komt met de Vijfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) luid en duidelijk over. Aan de schaduw van Stalin’s terreur die over de Sovjetunie hing, kon niemand ontsnappen. En toen Sjostakovitsj’ succesvolle opera Lady MacBeth van Mtsensk door Stalin niet op waarde werd geschat, moest Sjostakovitsj – na negatieve berichtgeving in de Pravda – niet alleen vrezen voor gebrek aan (muzikaal) succes, maar voor zijn leven. Zijn Vijfde Symfonie werd zijn goedmakertje richting Stalin die genoot van deze optimistisch eindigende muziek. Gelukkig voor Sjostakovitsj had Stalin niet door dat in de gelaagdheid van dit complexe werk rebellie zich schuil hield. Een opstandigheid die voor de goede luisteraar zonneklaar is. Nu is deze context (relatief) algemeen bekend, maar heeft het Rotterdams Philharmonisch Orkest ervoor gekozen om deze symfonie op te nemen in hun Core Classics-serie waar een werk voor de pauze via een muzikale talkshow wordt besproken om het werk na de pauze uit te voeren. Met medewerking van Jaap van Zweden, televisie- en radiomaker Wilfried de Jong en enkele leden van het orkest kon het publiek zich voorbereiden op wat komen zou. En alsof dat niet genoeg was, kon het publiek via de Wolfgang-app nog meer context tot zich nemen. Een geslaagde combinatie die een extra dimensie gaf aan de wervelende uitvoering en het publiek het werk van Sjostakovitsj compleet en in alle facetten liet voelen. 

Een muzikale talkshow
Orkesten doen allerlei pogingen om klassieke muziek meer toegankelijk te maken, maar ook de verbinding met het publiek te zoeken. Het Core Classics-concept is daar een voorbeeld van. En door te kiezen voor een setting van een muzikale talkshow ontstond – zelfs met een moderator die zijn gasten wat meer ruimte had kunnen geven en zijn eigen kennis iets minder op de voorgrond had kunnen plaatsen – een inleiding op de muziek die echt van toegevoegde waarde was. Wilfried de Jong kon zijn passie voor deze symfonie delen en zat er dus niet als de “Moeten we niet ook een BN’er aan het programma toevoegen?”-gast, maar als een liefhebber die tevens een mooie column uitsprak over een concertervaring in een tuin in Italië met cellowerk van Sjostakovitsj. Jaap van Zweden – ondersteund door enkele leden van het orkest met voorop de gehele contrabas-sectie – vertelde over de achtergrond van de muziek, de wijze van uitvoering en de verschillen in interpretatie die variëren van het schmierende van Bernstein en – zijn eigen voorkeur – de getrouwe, rauwe en ruige uitvoering door de legendarische Russische dirigent Kirill Kondrashin. 

Een Russisch orkest
Het Rotterdams Philharmonisch onder de immer energieke en van de muziek genietende Van Zweden liet horen dat de jaren met Gergjev en de voorkeur voor Russische muziek het orkest terecht aanspraak kan maken op de titel “het beste Russische orkest ten Westen van Minsk”. De bij tijd en wijle ruige uitvoering met een intrinsiek gevoel voor het juiste tempo en uitmuntende bijdragen van onder andere de houtblazers en de kopersectie zorgden voor een uitvoering die indruk maakte en op momenten kippenvel bezorgde. Inmiddels is het Rotterdams Philharmonisch – net als het Nederlands Philharmonisch Orkest - ook aan de Wolfgang-app waardoor op gezette momenten toelichtende teksten op je smartphone verschijnen om de muziek en de context van de muziek te duiden. Een erg goede vondst die niet afleidt van de muziek, maar juist meer betekenis geeft door niet voor te schrijven wat je hoort, maar wat je zou kunnen horen. Door deze kennis en de talkshow kan je het werk in haar context plaatsen, de onderdrukking van het communisme voelen en één worden met de muziek. 

Oordeel FerdiBlog: *****


Op 5 en 6 november bracht het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder gastdirigent Jaap van Zweden de Vijfde Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. Het concert op 5 november vond plaats in de ‘Core Classics’-serie met voorafgaand een muzikale talkshow met o.a. Jaap van Zweden en Wilfried de Jong. Op 6 november vond een “regulier” concert plaats met voor de pauze het Vioolconcert van Benjamin Britten. Deze recensie is op basis van het ‘Core Classics’-concert op 5 november.

woensdag 4 november 2015

Berlusconi, wat een portret... 'Berlusconi, een portret' van Alan Friedman


Voor velen is het verwonderlijk dat Berlusconi – de clown van Europa – jarenlang premier van Italië is geweest. Nu het tijdperk-Berlusconi definitief voorbij is, verschijnt voor het eerst een door Berlusconi geautoriseerde biografie van de hand van journalist Alan Friedman. En zonder een blad voor de mond te nemen, schetst hij een intrigerend portret van een politicus-zakenman die in veel opzichten ook een portret is, maar daarmee tegelijkertijd ook tekort wordt gedaan. 

De economische crisis die Europa sinds 2008 in haar greep hield en in de jaren daarna de Eurozone op haar grondvesten zou doen schudden, bleek uiteindelijk fataal voor het premierschap van Berlusconi. Italië – één van de grootste economieën van Europa en de wereld – leek hard op weg naar faillissement en uitreding uit de Eurozone lonkte. Alleen stevige hervormingen konden het land nog redden. Het door internationale geldschieters en de Eurozone gewenste zakenkabinet onder leiding van voormalig Europees commissaris Mario Monti betekende de exit van Berlusconi. Een exit die – mede door het succes van de huidige Italiaanse premier Matteo Renzi – het definitieve einde van Berlusconi’s politieke macht lijkt te hebben ingeluid. Een goed moment dus voor een biografie van de omstreden politicus-zakenman. Hoewel het clowneske karakter, de bunga bunga-feestjes en gerechtelijke problemen van Berlusconi het beeld over hem permanent zullen bepalen, is hij tevens drievoudig premier van Italië en is zijn tweede kabinet het langstzittende kabinet in de geschiedenis van Italië. Tel daarbij zijn invloed als zakenman via mediaconglomeraat Mediaset op en zijn eigenaarschap van AC Milan en een biografie lijkt zich bijna vanzelf te schrijven. Aan de Amerikaanse journalist-schrijver Alan Friedman de uitdaging om het leven van Berlusconi te gieten in een biografie. Let wel: een door Berlusconi geautoriseerde (!) biografie. 

Fair and balanced
In alle eerlijkheid: bij deze lezer bestond een grote dosis wantrouwen vanwege het geautoriseerde karakter van dit portret van Berlusconi. Hoe gerespecteerd als journalist ook, het is bij een dergelijke biografie altijd schipperen en de kans is eerder aanwezig dat het een hagiografie wordt dan een schets die als fair and balanced kan worden betiteld. En dan wordt niet de betekenis aan fair and balanced bedoeld zoals Fox News die vaak hanteert. Verrassend genoeg neemt Friedman geen blad voor de mond en blijkt Berlusconi tijdens de diverse (op video opgenomen) interviews geen blad voor de mond te nemen en – hoewel met duidelijke tegenzin – ook de controverses rondom vrouwen en de wet te willen bespreken. Groot voorbeeld voor Friedman hierbij zijn de beroemde en beruchte Frost/Nixon-gesprekken. Een echte smoking gun vindt Friedman niet, maar door de feiten én de zienswijze van Berlusconi objectief weer te geven, wordt een wel heel duidelijk beeld geschapen van de schaduwzijden van Berlusconi en zijn imperium. Tegelijkertijd geeft Friedman – mede door zijn wortels in de Italiaanse samenleving (via zijn vrouw) – een goed inzicht in de politiek van Italië en daarmee de voedingsbodem voor de opkomst van Berlusconi en diens beweging Forza Italia. Een opkomst die in drie maanden tijd tot het eerste (kortdurende) kabinet-Berlusconi leidde. Een start van een periode waarin Berlusconi via zijn drie kabinetten in het hart van de geopolitiek opereerde en tal van historische gebeurtenissen vanaf de eerste rang meemaakte en in sommige gevallen ook mede bepaalde. 

Mijn goede vriend Poetin
Dat Berlusconi goede relaties onderhield met onder andere George W. Bush is bekend. Evenals het feit dat hij en Sarkozy elkaars bloed wel konden drinken en dat zijn verslechterende verhouding met Angela Merkel één van de oorzaken van zijn (laatste) exit als premier was. Maar binnen dat scala van wereldleiders is daar ook de bijzondere vriendschappelijke relatie tussen Berlusconi en Poetin. Als onderdeel van het portret sprak Friedman onder andere ook met Poetin die scherp observeerde dat een man die zolang en vaak premier van Italië is geweest, “betekent dat mensen op hem hebben gestemd, het betekent dat doorsnee Italiaanse burgers iets heel aantrekkelijk vonden in zowel zijn politieke agenda als zijn persoonlijkheid. Ik geloof dat er een positieve chemie bestaat tussen hem en een groot deel van de Italiaanse burgers. Hij is een opmerkelijke, eerlijke en heel interessante persoon. Dat alles suggereert dat Silvio Berlusconi, zowel als politicus als de persoon, de plaats in de Italiaanse geschiedenis krijgt die hij verdient”. In een notendop vat dit de (terechte) aanleiding voor dit portret samen waarbij Friedman in ruim 300 pagina een heerlijke lezend, interessante en bij tijd en wijle verrassende biografie heeft geschreven waarbij de positieve en negatieve kanten van Berlusconi aan bod komen die bepalend zijn niet zozeer voor die plaats in de geschiedenis, maar hoe deze wordt ingevuld. The jury’s still out…

Oordeel FerdiBlog: ****

‘Berlusconi. Een portret’ is de vertaling door Bep Fontijn en Maarten van der Werf voor uitgeverij Unieboek|Het Spectrum van Alan Friedman’s ‘Berlusconi. The Epic Story of the Billionaire Who Took Over Italy’ en is sinds kort verkrijgbaar. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.