zaterdag 16 april 2011

Concert 15 april 2011: Johannes-Passion


Bach: Johannes-Passion
James Gilchrist (tenor, Evangelist), Thomas Bauer (bas, Christus), Henriette Bonde-Hansen (sopraan), Bernarda Fink (alt), Werner Güra (tenor) & Florian Boesch (bas, Pilatus)

Koninklijk Concertgebouworkest & Groot Omroepkoor
 Jan Willem de Vriend
Concertgebouw, Amsterdam

'Herr, unser Herrscher' is misschien wel het prachtigste begin van een muziekstuk. Een kleine tien minuten word je op de prachtige noten van Johann Sebatian Bach meegenomen door een muzikale stroom die zijn weerga niet kent. Een gevoel van 'foreboding' maakt zich meteen meester. De Johannes-Passion mag dan als minder (coherent) worden beoordeeld dan de Matthäus-Passion: het mag de pret toch niet drukken. De Johannes is korter, kent meer koorwerk en minder aria's dan de Matthäus. Daarbij wel de constatering dat de Matthäus meer memorabele momenten heeft.

De uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Jan Willem de Vriend was voorbeeldig. De Vriend timmert al jaren aan de weg, maar begint steeds meer zichtbaar te worden. Niet in de laatste plaats door cd-opnames met het Orkest van het Oosten dat, met het oog op de internationale markt, over de grens het Netherlands Symphony Orchestra wordt genoemd. Met transparant en dynamisch spel van een kleinschalig KCO toonde De Vriend zich een ware Vriend van Bach. Hij werd geholpen door goede prestaties van het Groot Omroepkoor en een aantal eminente solisten. Daarbij was James Gilchrist als de Evangelist het absolute hoogtepunt: wat een geweldige stem en dictie. Ook alt Bernarda Fink, tenor Werner Güra en bas Florian Boesch waren uitstekend gecast. Die laatste speelde ook de rol van Pilatus met verve: breekbaar toch krachtig. Daarbij rees wel de vraag waarom Boesch niet gecast is als Christus. Thomas Bauer heeft een mooie donkere stem, maar ik vond het als Christus niet helemaal op zijn plek. Het was een beetje Christus 'by way of Wotan'. Het breekbare ontbrak volledig. Enige echte minpunt aan de opstelling was sopraan Henriette Bonde-Hansen. Mooie stem, maar ze zong de aria's alsof het Bel Canto-repertoire betrof. Een tandje minder Bel Canto en meer dictie en verstaanbaarheid hadden geholpen. Overigens is het een ondankbare rol: tijdens de hele Johannes-Passion heeft de sopraan maar twee aria's.

Zowel voor de pauze als aan het einde kwam weer dat moment dat het publiek zich afvroeg of er geklapt moest worden of niet. De Passies van Bach nemen daar een bijzondere plek in. Bij kerkuitvoeringen wordt er in principe niet geklapt en ook bij uitvoeringen zoals deze is het niet echt gebruik. Het blijft natuurlijk wel de muzikale beschrijving van de lijdsensweg van Jezus. Daar liet het publiek van het Concertgebouw zich weinig aan gelegen: een staande ovatie was het resultaat. Van mij hoeft dat in dit specifieke geval niet zo, blijf het wat vreemd vinden. Maar ieder zijn ding!

Wie nog op zoek is naar een mooie cd-opname van de Johannes-Passion kan ik de uitvoering door de English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir onder John Eliot Gardiner aanbevelen. Ook een recente opname van de Bachvereniging onder Jos van Veldhoven is niet verkeerd! 

maandag 11 april 2011

Concert 10 april 2011: Barokmuziek voor groot orkest


Bach: Toccata en fuga in d (bewerking Stokowski)
Händel: Water Music
Bach: Brandenburgs Concert Nr. 5
Purcell: Chaconne in g (bewerking Britten)
Bach: Air uit Orkestsuite nr. 3 (bewerking Stokowski)
Purcell: Dido's Lament 'When I am laid in earth' uit 'Dido and Aeneas' (bewerking Stokowski)
Händel: Music for the Royal Fireworks

Residentie Orkest, Richard Egarr
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Vrijdag 8 april had ik het voorrecht om in de ochtend de repetitie van dit concert bij te wonen. Helaas was het niet de eerste repetitie, maar één om de puntjes op de 'i' te zetten. In zo'n eerste repetitie zie je natuurlijk echt een dirigent in optima forma. Op 7 april was een deel van dit programma als Comedy Concert met op de bok Tijl Beckand onder het motto 'We will Barock you' uitgevoerd. De repetitie maakte wel in één keer duidelijk waarom de voorstelling tijdens de zondagmatinee zo'n groot succes was. De in Amsterdam woonachtige Brit Richard Egarr is een buitengewoon sympathieke en empathische dirigent die meteen een connectie maakt met het orkest. Dus geen dirigent in de traditie van Sir Georg 'Screaming Skull' Solti, maar zeker ook geen 'push-over'. Met een dosis onderkoelde Britse humor maakt hij tijdens de repetitie ook haarfijn duidelijk wat hem niet bevalt. Al tijdens de repetie kwam zulk mooi spel aan het licht dat ik na afloop niet anders kon dan een kaartje voor dit concert te kopen.

En de repetitie werd tijdens het concert meer dan overtroffen. Ondanks het feit dat Richard Egarr de opvolger van Christopher Hogwood is bij de Academy of Ancient Music is hij geen purist die daardoor nooit meer met volledig orkest op de planken staat. Sterker nog: hij geniet er vooral van en laat in een interview in het Vrienden-blad van het Residentie Orkest zijn waardering voor Stokowski en zijn 'Hollywood-sound' blijken. 'Stokowski is voor mij een grote, grote ster' zegt hij daar. Dat merk je ook tijdens het concert waar een aantal bewerkingen door Stokowski van Barokmuziek op de lessenaar staan (en ook nog een van Benjamin Britten). Puristen schijnen er van te gruwen, maar zoals het programmaboekje al aangaf, staat Stokowski in een traditie van een aantal eminente componisten die er ook heil in zagen om werk van anderen te orkestreren. Ik heb daar ook geen problemen mee: het werpt weer een ander licht op een compositie. Goed voorbeeld is Mahler's bewerking van Schubert's  14e strijkkwart 'Der Tod und das Mädchen'. Het origineel is prachtig, maar Mahler's bewerking voor strijkorkest vind ik ook prachtig. Stokowski's meest beroemde transcriptie, onder andere door het gebruik ervan in Disney's Fantasia, is misschien wel de Toccata en fuga. Oorspronkelijk voor orgel, maar nu gebracht in een prachtig georkestreerde versie voor groot orkest. Je moet wel een hele koele kikker zijn om deze versie niet prachtig te vinden. En Egarr bracht dit openingsstuk van het concert met verve! Mocht je overigens op zoek zijn naar de Stokowski-transcripties dan hoef je niet verder te kijken dan het Britse label Chandos dat een groot aantal opnames in de catalogus ervan heeft, uitgevoerd door het BBC Philharmonic onder leiding van Matthias Bamert.

Het gaat te ver om alle stukken los te bespreken, maar voor alle onderdelen geldt dat deze zonder uitzondering prachtig werden uitgevoerd waarbij Egarr tijdens het 5e Brandenburgse Concert zelf achter de piano kroop en in het tweede deel, samen met de concertmeester en een dwarsfluitist, een prachtig trio ten gehore bracht, waar ik vrijdag al stil van werd. Enige kritiekpunt is dat in het eerste deel de fluitist wat te zacht was, maar dat was dan ook het enige smetje op een verder prachtig concert dat terecht eindigde in een staande ovatie. Want ook dat lukt Egarr: in korte tijd niet alleen een connectie met het orkest opbouwen, maar ook met het publiek. Niet voor niets lieten de leden van het Residentie Orkest met hun voeten merken hoe groot hun waardering was voor Egarr. Dat heb ik ze eigenlijk nog niet zien doen bij hun chef-dirigent Järvi.

Terug nog even naar de repetitie. Ik sprak tijdens de pauze met de algemeen directeur van het Residentie Orkest, Niels Veenhuijzen, die met veel passie sprak over de grote maatschappelijke verbondenheid van het orkest met Den Haag. Onder andere door leerlingen in aanraking te brengen met klassieke muziek, en daarmee indirect hun ouders. Afgelopen jaar zijn daarmee 15.000 leerlingen bereikt, terwijl een jaar daarvoor het er 'maar' 3.000 tot 4.000 waren. En dit is slechts één van de projecten die het Residentie Orkest onderneemt. Je hoort er maar weinig over, maar wellicht dat dit ook duidelijk maakt waarom de Hofstad een Residentie Orkest nodig heeft: niet alleen voor de prachtige muziek maar ook de maatschappelijke meerwaarde.

vrijdag 8 april 2011

Concert 8 april 2011: Emanuel Ax speelt Brahms


Schumann: Symfonie Nr. 4
Brahms: Piano Concert Nr. 2

Emanuel Ax
Rotterdams Philharmonisch Orkest, Robin Ticciati
De Doelen, Rotterdam

De titel van het concert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest van 8 april 2011 was niet voor niets 'Emanuel Ax speelt Brahms'. Zonder twijfel was het programma na de pauze het absolute hoogtepunt. Echter toch nog wat woorden over het programma voor de pauze. Met enige scepsis zag ik de jonge Robin Ticciati (1983) het podium opkomen. 'The Boy with a Baton' zoals een lyrisch portret in de Evening Standard van deze Britse Gustavo Dudamel met Italiaanse roots was getiteld. En ondanks zijn wat slungelachtige, tegen het wufterige aan, wijze van dirigeren had hij er de wind bij de Rotterdammers goed onder. Dat resulteerde in een vierde symfonie van Schumann die lekker fris en afgestoft klonk. Mooie overgangen en zuiver spel domineerden. Nu ben ikzelf geen enorme fan van Schumann. Heb maar weinig van zijn werk op cd en luister er nog minder naar, maar in de aanloop naar dit concert heb ik de benchmark-opname van deze symfonie door het Orchestre Révolutionnaire et Romantique onder John Eliot Gardiner geluisterd. Ondanks dit vergelijkingsmateriaal stelde Ticciati niet teleur! Overigens lijkt het tegenwoordig gebruik om ook voor de pauze een staande ovatie te geven. Een avondje uit met een concert heeft dit schijnbaar nodig. Ik vraag me dan wel eens af hoe je blijk kunt geven van een echt zeldzaam goed gespeeld concert waar alles klopt?

Na de pauze was het de beurt aan Emanuel Ax. Deze eminente Amerikaanse pianist liet zijn kunnen met het tweede piano concert van Brahms goed horen. Dit piano concert is door Brahms gecomponeerd na zijn derde symfonie. Met andere woorden een laat werk: Brahms heeft het lang niet aangedurfd om symfonieën te schrijven. Hij was bang niet in de schaduw te kunnen staan van Beethoven. Gelukkig heeft hij zich over die angst kunnen zetten, anders hadden we prachtige werken zoals de onnavolgbare vierde symfonie moeten missen. En dat geldt ook voor zijn tweede piano concert. Dit lange piano concert is een prachtig samenspel tussen orkest en piano met name in het sprankelende en energieke tweede en het prachtige derde deel. Ax, uitstekend begeleid door het Rotterdams Philharmonisch onder Ticciati, gaf duidelijk zijn visitekaartje af met prachtig spel én samenspel. Dit optreden werd dan ook terecht met een staande ovatie beloond!

woensdag 6 april 2011

'Over rechts. De formatie' van Jos Heymans


Wat je ook van het huidige VVD/CDA-minderheidskabinet met PVV-gedoogsteun vindt, de formatie ervan is er één voor de geschiedenisboeken. Jos Heymans, parlementair verslaggever van RTL, hield tijdens de formatie een dagboek bij op de website van RTL Nieuws. Met het uitgeven van dit dagboek in boekvorm doet Heymans een duit in het zakje voor de geschiedschrijving van deze spannende politieke episode. Het boek heb ik overigens te danken aan een collega die het boek aan mij gaf naar aanleiding van het lezen van deze blog! Duidelijk is dat het dagboek alleen niet genoeg was om een boek echt te vullen. Om het boek wat steviger te maken is een interview met hoofdrolspelers Rutte en Verhagen, profielen van de bewindspersonen en een politieke analyse van Frits Wester toegevoegd. De toevoeging van Frits Wester is niet vreemd: hij en Heymans vormen al jaren een topteam in de Haagse journalistiek. Met minder budget en een kleinere redactie weten ze vaak Ferry Mingelen c.s. af te troeven. Mijn sympathie hebben ze.

In tegenstelling tot hun journalistieke kwaliteit heb ik toch wat op- en aanmerkingen bij dit boek dat overigens lekker wegleest. Het publiceren van het dagboek is tegelijkertijd de kracht en zwakte van het boek. Een groot deel van het dagboek had ik al gelezen op internet, maar de kwaliteit en leesbaarheid ervan maakt het geschikt voor publicatie. Probleem vind ik wel dat er verder niets mee gedaan is, althans zover ik kan waarnemen. Er heeft zelfs geen redactie plaats gevonden om tijdsaanduiding weg te nemen. Voorbeeld: er wordt net iets te vaak verwezen naar een gebeurtenis 'morgen' of 'gisteren'. Op een actuele website is daar niets mis mee, in een boek is het ietwat storend. Waarom niet, op grond van de dagboeken, een lopend verhaal gemaakt met daarin ruimte voor reflectie of wetenswaardigheden die bij het schrijven niet bekend waren, maar bij het publiceren wel? Ook over de toevoegingen ben ik niet ontzettend enthousiast: het interview met Rutte en Verhagen is vermakelijk, maar levert geen nieuwe inzichten op. De profielen kun je ook terugvinden op de site van de rijksoverheid en de politieke analyse van Frits Wester blikt vooruit in plaats van een terugblik. Dat doet de houdbaarheid van het boek geen goed.

Misschien is het wel een groot deel 'nitpicking'. Het blijft prettig om dit goede dagboek in boekvorm in de kast te hebben, al was het maar voor toekomstige referentie. Daarbij schrijft Heymans aanstekelijk en over sommige onderwerpen of personen met heerlijk onderkoelde humor. Lees maar eens 'Woensdag 6 oktober. Het staatsgeheim van de VVD' (p. 162-164) waar (inmiddels voormalig) hoofd voorlichting van de VVD Nick Kouwenhoven vakkundig door de mangel wordt gehaald. Dus gewoon kopen dit boek. Heerlijk voor in de trein, tram, bus of vliegtuig en als naslagwerk! Overigens blijft voor mij het beste boek over een formatie het boek van Frits Bolkestein en NOS-correspondent Margriet Brandsma over de formatie van Paars-II in 1998. Het dubbele perspectief van een politicus en journalist is zeer geslaagd. 'Haags Duet. Verslag van de verkiezings- en formatieperiode' is inmiddels uit de handel, maar via bijvoorbeeld bol.com nog prima tweedehands te verkrijgen. Krijg je geen spijt van!

maandag 4 april 2011

'What if?'-romans: 'The Afrika Reich' van Guy Saville & 'SS-GB' van Len Deighton

Afgelopen week heb ik het boek 'SS-GB' van Len Deighton gelezen. Deze blog ben ik begonnen met 'Anatomie van een moment'. Voorafgaand daaraan las ik 'The Afrika Reich' van Guy Saville. Beide boeken zijn 'What if?'-romans die uitgaan van de premisse dat Nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog won in plaats van verloor. Dit genre is behoorlijk uitgebreid. 'SS-GB' stamt uit 1978 terwijl 'The Afrika Reich' net uit is. In de tussenliggende jaren hebben onder andere 'Fatherland' van Robert Harris en 'The Plot against America' van Philip Roth het licht gezien. Van die eerste is zelfs een prima film gemaakt met Rutger Hauer. Deze is overigens op DVD noch Blu-Ray verkrijgbaar. Eigenlijk is het niet zo gek dat deze premisse zoveel boeken heeft voortgebracht. Het is makkelijker om een geloofwaardig verhaal te maken van deze alternatieve geschiedenis dan periodes uit een verder verleden. En laten we wel wezen, er zijn maar weinig gebeurtenissen in de afgelopen eeuwen die verstrekkender zouden zijn geweest bij een andere uitkomst. Overigens zijn er ook redelijk wat romans over andere tijdperken, waaronder een alternatief universum waar het Romeinse Rijk nooit is gevallen, zoals in de 'Romanitas'-trilogie van Sophia McDougall. Maar zoals de Engelsen zeggen 'that's rather stretching it'. Dat wat betreft het genre, nu de boeken zelf.


'The Afrika Reich' is de debuutroman van Guy Saville wiens uitgever, via de achterkant van het boek, deze roman nadrukkelijk in het rijtje plaatst van 'SS-GB' en 'Fatherland'. Het verhaal speelt in 1952. Het is tien jaar geleden dat de Britten smadelijk zijn verslagen bij Duinkerken wat heeft geleid tot vrede met Hitler. Duitsland heeft een groot Europees rijk en een ander gevolg van de vrede is dat Duitsland haar verloren kolonieën in Afrika terug heeft gekregen en haar rijk daar fors heeft uitgebreid. Engeland en Duitsland hebben Afrika verdeeld. Dit 'Afrika Reich' met autobahnen en Madagascar als een enorm concentratiekamp staat onder leiding van SS-er Walter Hochburg. Een vreselijker personage zul je niet gauw treffen.

Het verhaal draait om een Engelsman met Afrikaanse roots, Burton Cole, die als voormalige huurling nog eenmaal een opdracht aanneemt om de gevreesde Hochburg, samen met een persoonlijk samengesteld team, te vermoorden. Een voornemen dat voor Cole verre van zakelijk is, hij heeft nog meerdere appels met Hochburg te schillen. De plannen lopen anders dan gedacht en leidt tot een vlucht door Duits Afrika. Een vlucht waarbij, zoals vele recensenten al opmerkten, 'The Afrika Reich' een combinatie is van 'what if'-romans zoals 'Fatherland' en Joseph Conrad's 'Heart of Darkness'.  Op de achtergrond spelen de geopolitieke bewegingen tussen het zichzelf oppermachtig wanende Duitsland en Engeland dat wordt gezien als een schim van zichzelf dat alles op alles zet om vrede te bewaren. Daarbij geldt: 'there's more than meets the eye'.

Het boek leest als trein en is bij tijd en wijle zeer spannend. Daarbij is het verhaal van Burton kundig in de geopolitieke achtergrond verwerkt. Daarbij wordt ook nog een verhaallijn over twee Angolese zussen gevoegd die mij wat minder aansprak. Het verhaal krijgt een onverwachte wending in de laatste hoofdstukken en laat niet alle kaarten zien waardoor een vervolg zeer zeker mogelijk is zonder dat je je bekocht voelt. Het kan niet anders dan dat de filmrechten van dit sterke debuut van Guy Saville al zijn verkocht. Net als 'Fatherland' zou hier een goede film van te maken zijn.



'SS-GB' van ervaren thrillerschrijver Len Deighton is een stuk ouder dan het boek van Saville en is voor het eerst uitgebracht in 1978. De premisse van dit boek is een andere: Duitsland heeft de Tweede Wereldoorlog glansrijk gewonnen en heeft Engeland bezet. Churchill is geëxecuteerd en koning George VI zit gevangen in de Tower. De Duitsers hebben operatie Barbarossa nooit ingezet en kennen een innige vriendschapsband met de Sovjets met wie ze Europa verdeeld hebben. De VS hebben nooit deelgenomen aan de oorlog en voeren een isolationistisch beleid.

Kern van het verhaal is 'detective superintendant' Douglas Archer die werkt bij Scotland Yard dat wordt geleid door SS-generaal Kellermann. Het verhaal maakt duidelijk dat ondanks de bezetting 'life goes on'. Moorden blijven gepleegd worden en deze moeten worden opgelost. Het routine-onderzoek van Archer naar de moord op de Britse natuurkundige William Spode blijkt alles behalve routine en leidt tot verwikkelingen die het lot van de wereldgeschiedenis uiteindelijk mogelijkerwijs doen veranderen. Ik schrijf nadrukkelijk mogelijkerwijs omdat Deighton net als Saville kiest voor een ietwat open einde. Een einde waar je wel een vermoeden van hebt hoe deze gaat lopen, maar je het toch niet geheel zeker kunt weten. Het is lastig om over het verhaal te schrijven zonder (te) veel weg te geven, maar in ieder geval zijn de ontwikkeling van de atoombom, de bemoeienis van een naaste medewerker van Himmler (die ook een korte 'cameo' heeft) en een aanslag op een deel van de Nazi-top elementen die het boek erg spannend maken. Het is een goede thriller die je heerlijk aan het zwembad, op de bank of in het vliegtuig of in de trein kunt lezen.

zaterdag 2 april 2011

Concert 2 april 2011: Neeme Järvi dirigeert Wagner en Mendelssohn


Wagner: Parsifal (orkestrale bewerking van De Vlieger)
Mendelssohn: Symfonie Nr. 5 'Reformatie'

Residentie Orkest, Neeme Järvi
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Het Residentie Orkest bijt het spits af voor mijn eerste concertrecensie voor deze blog. Onder chef-dirigent Neeme Järvi bracht het orkest de orkestrale bewerking van Wagner's Parsifal door Henk de Vlieger en de vijfde symfonie van Mendelssohn ten gehore. Voordat ik inga op het concert zelf moet me toch van het hart dat ik altijd wat droevig word wanneer ik weer in de Dr. Anton Philipszaal zit. Ik kom inmiddels al een aantal jaren daar en eigenlijk zit de zaal nooit vol. Het helpt ook niet dat de zaal weinig sfeervol is. Het kunstwerk van Marte Röling dat de zaal domineert helpt in mijn ogen ook niet echt. Na wat googlen kwam ik via de website van Van Mourik Architecten erachter dat zij verantwoordelijk zijn voor de Dr. Anton Philipszaal. Op de site staat nadrukkelijk vermeld dat het project voor een 'extreem laag budget' is gerealiseerd. Dat zie je ook. Daarbij is de gemiddelde leeftijd van de bezoekers hoog en lijkt steeds meer de vraag aan de orde hoe het Residentie Orkest dit kan volhouden. Waar zij vroeger onbetwist het tweede orkest van Nederland was en met haar vorige chef-dirigent Jaap van Zweden furore maakte, wordt het orkest nu, zeker qua 'buzz' voorbij gestreefd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Yannick Nezet-Seguin en wellicht straks ook door het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Marc Albrecht (met diens dubbele aanstelling bij De Nederlandse Opera). Om nog maar te zwijgen van het ongenaakbare Koninklijk Concergebouworkest dat onder chef-dirigent Mariss Jansons de sterren van de hemel speelt en door Gramophone vorig jaar terecht is uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld. Wellicht dat het geplande Cultuurforum, waar pas in 2012 een besluit over valt en/of een nieuwe spannende dirigent het Residentie Orkest weer volle zalen kan geven.

Dat betekent overigens niet dat Neeme Järvi een slechte dirigent is. Het tegenovergestelde is het geval. Järvi is een zeer professionele en geroutineerde dirigent die een ontelbaar aantal opnames op zijn naam heeft staan. Het ontbreekt hem echter aan de eerder genoemde 'buzz'. Dit terwijl zijn dirigeren een genot is om naar te kijken. Een wijze van dirigeren die het beste valt te typeren als die van een koddige penguin. Daarbij krijgt Järvi het zelfs voor elkaar om slechts met zijn schouders het orkest door delen van een werk heen te voeren. Een orkest dat onder hem nog steeds prachtige klanken ten gehore brengt.

Wat dat betreft was ik niet teleurgesteld over de uitvoering. De orkestrale bewerking van Parsifal, van de Nederlandse slagwerker/componist Henk de Vlieger, is de  tweede orkestrale Wagner-opname van Järvi op het klassieke label Chandos. Met behulp van de Royal Scottish National Orchestra bracht hij dit als 'Parsifal. An Orchestral Quest' uit. Eerder verscheen bij hetzelfde label al de orkestrale bewerking, ook van De Vlieger, van Wagner's magnum opus 'Der Ring des Nibelungen'. Ditmaal met de titel 'The Ring. An Orchestral Adventure'. Inmiddels is ook een orkestrale versie van 'Tristand und Isolde' op Chandos uitgebracht. Duidelijk was in ieder geval dat Järvi Parsifal goed in de vingers had en het spel van het Residentie Orkest was zonder uitzondering prachtig. Het nadeel van een bewerking van een dergelijke nogal contemplatieve opera is wel dat het, in tegenstelling tot de Ring, toch wat meer 'saaiere' stukken kent. Dat wordt in een dergelijke bewerking al snel duidelijk. Daarbij komt ook nog eens het bekende euvel dat Wagner vaak wordt 'aangedaan': de 'bleeding chunks'. Het ten gehore brengen van orkestrale hoogtepunten zonder dat je het geheel kan overzien en daarom nogal eens misleidend wil zijn. Kortom: goede uitvoering, van een symfonische bewerking dat een goede poging is om Parsifal wat vaker in de concertzaal te krijgen zonder dat je vier uur moet uittrekken voor de hele opera. Een opera die overigens recent met veel succes concertante ten gehore is gebracht door Jaap van Zweden tijdens de Zaterdag Matinee. Ook het komende seizoen wordt Parsifal opgevoerd door De Nederlandse Opera.

Na de pauze was het de beurt aan de vijfde symfonie van Felix Mendelssohn-Bartholdy. Deze symfonie wordt 'Reformatie' genoemd omdat Mendelssohn deze schreef naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van de Augsburgse Confessie: het basisdocument van de protestantse reformatie. Bij het luisteren naar het eerste deel hoor je het 'leitmotif' van de Heilige Graal uit Parsifal. Wat speuren op internet gaf antwoord: Mendelssohn gebruikte het 'Dresden Amen' wat Wagner jaren later weer gebruikte voor Parsifal. Het is een mooie, levendige en spetterende symfonie. Ondanks de naam juist lichtvoetig. Minder zwaar dan bijvoorbeeld Mendelssohn's Schotse symfonie (Nr. 3). Wat mij betreft was dit het hoogtepunt van de avond. Hoewel deze symfonie zelden wordt uitgevoerd, had ik de symfonie dit seizoen al gehoord bij het Rotterdams Philharmonisch. Deze uitvoering was beter. Järvi houdt altijd van wat meer tempo en dat kwam het werk alleen maar ten goede. Dat gecombineerd met mooi orkestspel en het typerende gedirigeer van Järvi leverden een mooi concert op.

Concluderend: het Residentie Orkest verdient vollere zalen.