zondag 26 januari 2014

Toneel 25 januari 2014: Fascinerende dubbelzinnigheid in 'De Donkere Kamer van Damokles'

© Ben van Duin

Hummelinck Stuurman Theaterproducties
De Donkere Kamer van Damokles
Naar het gelijknamige boek van 
Willem Frederik Hermans (1921-1995)

Hein van der Heijden, Henri Osewoudt
Victor Löw, naamloze ondervrager
Annick Boer, Ria Osewoudt-Nauta
Reinier Bulder, Bart Nauta
Michel Sluysmans, Teurlings
Rob Das, Dorbeck
Randy Fokke, Marianne Sondaar

Ger Thijs (toneelbewerking en regie)
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

De uitstekende toneelbewerking van Hermans' klassieker De Donkere Kamer van Damokles toont de fascinerende dubbelzinnigheid ervan zonder antwoord te geven op de vraag of Henri Osewoudt een verzetsheld is of fantast. 

De Donkere Kamer van Damokles is zonder twijfel één van - zo niet het bekendste - boek van Willem Frederik Hermans. Eerder was het al onderwerp van een filmversie Als Twee Druppels Water (1963) van Fons Rademakers. Een film die vooral bekendheid genoot vanwege het feit dat financier Freddy Heineken "om persoonlijke redenen" in 1969 verordonneerde dat deze film niet meer vertoond zou worden. Pas bij zijn dood in 2002 zou de film weer het licht zien. 

Tweede Wereldoorlog
De Donkere Kamer van Damokles is Hermans' fascinerende verhaal over Henri Osewoudt, een simpele sigarenboer in het Zuid-Hollandse Voorschoten, die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog wordt bezocht door de geheimzinnige Dorbeck. Deze Dorbeck - die opvallende gelijkenissen vertoont met Osewoudt - is actief in het verzet en vraagt Osewoudt enkele klussen op zich te nemen. Een volstrekte wending in een leven dat wordt beheerst door een ongelukkig huwelijk met zijn vrouw (tevens volle nicht en dochter van oom Bart die tevens actief is in het verzet) Ria die zonder schaamte een verhouding heeft met de Voorschotense slager en NSB-sympathisant Teurlings. En dan is er nog moeder Osewoudt die in een vlaag van verstandsverbijstering jaren daarvoor de vader van Osewoudt heeft gedood en nu bij Osewoudt inwoont. De werkzaamheden van Osewoudt culmineren in de moord op enkele collaborateurs waardoor Osewoudt zich een verzetsheld waant. Wanneer hij tegen het einde van de oorlog vlucht van het nog altijd bezette noorden van Nederland naar het net bevrijde zuiden is hij er dan ook van overtuigd dat hij als held wordt binnengehaald. Niets is minder waar: Osewoudt wordt opgepakt vanwege de moord op een verzetsheld waarvan Osewoudt was gezegd dat deze juist een collaborateur zou zijn. Zijn opdrachtgever Dorbeck is in geen velden of wegen te bekennen en Osewoudt moet strijden tegen het beeld dat Dorbeck slechts bestaat in zijn fantasie. Een strijd die eindigt in een vlucht van Osewoudt en diens dood door een kogelregen. 

Dubbelzinnigheid
Juist deze dubbelzinnigheid of Osewoudt een verzetsheld is of toch een fantast vormt het hart van de uitstekende toneelbewerking door Ger Thijs. Daar waar Hermans' heeft aangegeven dat de lezer uiteindelijk kan geloven in het bestaan van Dorbeck en daarmee Osewoudt's rol als verzetsheld, laat de toneelbewerking het antwoord op deze vraag perfect in het midden. Dit met name ook door de fascinerende vertolking van Osewoudt door Hein van der Heijden die de tegenstrijdige persoonlijkheid en de wanhoop van Osewoudt om zijn gelijk te bewijzen geweldig over het voetlicht brengt. Ook de keuze van Thijs om het chronologische verhaal in een serie van flashbacks te brengen als onderdeel van de ondervraging van Osewoudt door een naamloze ondervrager versterkt deze dubbelzinnigheid en zorgt er tevens voor dat het verhaal met vaart wordt verteld. Een ondervrager die prima wordt vertolkt door Victor Löw die overigens voor vrijwel elke rol die hij speelt een zelfde maniertje ten toon lijkt te spreiden. Van der Heijden en Löw worden daarbij uitstekend bijgestaan door de bijrollen die stuk voor stuk goed gecast zijn.

Voor liefhebbers van geslaagde toneelbewerkingen van literatuur in het algemeen en het werk van Hermans in het bijzonder is de fascinerende dubbelzinnigheid van De Donkere Kamer van Damokles zonder meer een aanrader!

De trailer van 'De Donkere Kamer van Damokles':


'De Donkere Kamer van Damokles' wordt van september 2013 tot en met februari 2014 op diverse plekken in Nederland opgevoerd. Zie voor speellijst hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 25 januari 2014 in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag. 

Concert 24 januari 2014: A Touch of Fröst - 'The Human Body' in de KCO AAA-serie


AAA-serie 
The Human Body

Penderecki: Prelude voor klarinet solo
Lutoslawski: Danspreludes / Ouverture voor Strijkorkest
Glanert: Frenesia
Hillborg: Klarinetconcert 'Peacock Tales'
Fröst: Klezmer Dance No. 3, 'Let's be happy'
Bartók: Danssuite

Martin Fröst (klarinet)
Xian Zhang, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgbouw, Amsterdam


Gevoel voor theater kan de Zweede klarinettist Martin Fröst (1970) niet ontzegd worden. Het concert in de Actuele, Avontuurlijke, Aangrijpende AAA-serie van het KCO - waar nadrukkelijk de samenwerking met andere culturele instellingen wordt gezocht en moderne muziek het uitgangspunt is - begon met Fröst's uitvoering van de Prelude voor klarinet solo van Krysztof Penderecki (1933) terwijl hij vanaf de achterste rij van de Grote Zaal al spelend zijn weg baande naar het podium. Hiermee was meteen duidelijk dat het concert gericht op de motoriek van het menselijk lichaam a touch of Fröst zou meekrijgen en wel meer dan dat. 

Masker
Na de speelse Danspreludes van de Poolse componist Witold Lutoslawski (1913-1994) waar Fröst 'slechts' als reguliere solist optrad, bereikte zijn theatraliteit een hoogtepunt in het voor hem door de Zweede componist Anders Hillborg (1954) geschreven klarinetconcert Peacock Tales. Deels getooid met een masker poogde Fröst al dansend en de klarinet adorerend en onderwijl spelend de muziek kracht bij te zetten. Resultaat: een energieke eenmansopera die het publiek van het Concertgebouw zeer kon bekoren. Hoewel zonder meer knap en zeker fascinerend, bekroop soms ook enig ongemak de luisteraar en leek het op sommige momenten toch wel heel erg af te leiden van de muziek, waardoor niet meer de muziek of het klarinetspel maar de acrobatiek van Fröst (en de aangepaste belichting van de Grote Zaal) de aandacht opeiste. En of dat nu helemaal de bedoeling zou moeten zijn, is de vraag. Muziek is toch de kern en de rest is toch (on)gewenste franje. 

Zijn eerste (en vast niet laatste) optreden met het Koninklijk Concertgebouworkest sloot Fröst af met een compositie van zijn broer Göran Fröst (1974) geïnspireerd door de Jiddische Klezmer-muziek: Klezmer Dance No. 3, 'Let's be happy'. Deze aanstekelijke dans ingeleid door een impromptu improvisatie van Fröst waarbij onder andere het beginthema van Stravinsky's Le Sacre du Printemps langskwam, leidde tot veel vrolijkheid in de Grote Zaal van het Concertgebouw. 

Korte aandachtsspanne?
Hoewel het zonder meer de avond van Fröst was, viel er meer moderne klassieke muziek te genieten in Amsterdam. Onder leiding van de Chinese vrouwelijke (!) maestro Xian Zhang kwam de thematiek van The Human Body verder tot uiting in Lutoslawski's fascinerende Ouverture voor Strijkorkest dat vast en zeker een inspiratiebron moet zijn geweest voor Bernard Herrmann's iconische filmmuziek voor Pscyho. Ook één van de huiscomponisten van het KCO, Detlev Glanert (1960), gaf zijn visitekaartje af met het speciaal voor het 125-jarige KCO gecomponeerde Frenesia. Een orkestwerk als portret van de huidige mens en eerbetoon aan Ein Heldenleben van Richard Strauss dat Strauss opdroeg aan Willem Mengelberg en het KCO. Een waardig eerbetoon dat bij deze wereldpremière meteen aanspraak: van het grootse en meeslepende begin tot het subtiele slot. Gelijk Anders Hillborg was Detlev zelf aanwezig om het applaus van het publiek in ontvangst te nemen.

Opvallend bij dit alles is overigens dat het lijkt of moderne orkestwerken vooral niet te lang mogen duren. Vrijwel altijd bestaan dergelijke moderne programma's uit een veelvoud van werken die nimmer de duur van gevestigde werken uit een verder verleden evenaren en misschien iets zeggen over de kortere aandachtsspanne van het publiek, maar ook de schijnbare onmogelijkheid om werken over een langere tijdsperiode uit te werken en tot wasdom te laten komen. 

Disconnectie 
De avond werd afgesloten met de meest klassieke componist van die avond: de Danssuite van Béla Bartók (1881-1945). Gelijk alle werken van die avond leidde Zhang het KCO strak door de partituur, hoewel het einde van de Danssuite wat abrupt was en het daarom niet geheel duidelijk was of het stuk nu daadwerkelijk afgelopen was. Ook het in ontvangst nemen van applaus liep niet helemaal vlekkeloos: de overenthousiaste (en zeer sympathieke) Zhang zorgde binnen het orkest voor zichtbare verwarring met haar poging diverse leden en secties van het orkest onder de aandacht te brengen. Een kleine smet op een verder goede avond moderne muziek. 

Martin Fröst in het klarinetconcert 'Peacock Tales' van Anders Hillborg:


Het AAA-festival 'The Human Body' vond plaats van 17 tot en met 25 januari 2014 op diverse locaties in Amsterdam. Naast het Koninklijk Concertgebouworkest leverden het EYE Filmmuseum, het Muziekgebouw aan 't IJ, SPUI25, de Stadsschouwburg en het Stedelijk Museum een bijdrage in het programma. Deze recensie is op basis van het concert op 24 januari 2014.

woensdag 22 januari 2014

Mitt happens… 'Double Down' van Mark Halperin en John Heilemann


Mark Halperin en John Heilemann leggen opnieuw het onvergeeflijke karakter van de moderne Amerikaanse campagne bloot in een must read voor politieke junkies.

De strijd tussen Barack Obama en Mitt Romney in 2012 zal niet de boeken ingaan als de spannendste verkiezingen in de Amerikaanse geschiedenis. Daarvoor was – op onvoorziene grote blunders na – de voorsprong van Obama op Romney uiteindelijk te groot voor. Hoewel deze verkiezingen dus meer leken op Clinton vs Dole (1996) dan Gore vs Bush (2000) heeft dit journalisten Mark Halperin en John Heilemann niet weerhouden om een heerlijke inside account te schrijven van de verkiezingen voor het Amerikaanse presidentschap in 2012.

Game Change
Het duo Halperin en Heilemann deed voor het eerst van zich spreken met Game Change, hun laaiend enthousiast ontvangen verslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 en de primaries die leidden tot de strijd tussen John McCain en Barack Obama met als sluitstuk de eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Die verkiezingen, maar vooral ook de primaries, bevatten al het politieke drama dat een ieder zich kon wensen: de epische strijd tussen Obama en Hillary Clinton, de finale comeback van John McCain en de lancering van Sarah Palin. Halperin en Heilemann wisten deze dramatiek via honderden interviews zo feilloos te ontleden dat er zelfs een TV-film met Julianne Moore, Ed Harris en Woody Harrelson van is gemaakt. Geen geringe prestatie voor dergelijke non-fictie.

Shit happens
Na dit succes kon een vervolg over de laatste presidentsverkiezingen natuurlijk niet ontbreken. Probleem was natuurlijk wel dat de afgelopen presidentsverkiezingen niet echt heel spannend waren. Een TV-film van de weinig epische strijd tussen Obama en Romney zit er niet in. En toch is Double Down op een aantal punten interessanter dan Game Change. Niet alleen leest het als een trein, maar door minder (lees: andere) dramatiek geeft Double Down inzicht in de moderne Amerikaanse campagne en leggen Halperin en Heilemann feilloos het onvergeeflijke karakter ervan bloot. Want na het lezen van Double Down komt eigenlijk geen van de hoofdrolspelers er heel erg goed van af. Ook is duidelijk hoe een campagne een continue strijd is om verlies en onhandigheid te beperken waardoor kandidaten in een keurslijf zitten dat weinig te benijden is. De uitdrukking “shit happens” is kenmerkend voor campagnes, probleem is alleen dat het (onrealistische) doel juist is dat dit niet mag gebeuren. Met name de Romney-campagne had veel te stellen met een kandidaat die onhandige uitspraken tot een tweede natuur leek te hebben gemaakt. Na wederom een uitglijder van hun kandidaat werd daarom de toepasselijke catchphrase “Mitt happens” gemeengoed in Romneyworld.

Mitt Romney
Want laat één ding helder zijn: in dit boek is Romney de echte hoofdpersoon. Halperin en Heilemann leggen feilloos bloot hoe een zeer competente kandidaat die zonder meer beschikte over de middelen om Obama te verslaan daar jammerlijk genoeg in faalde. Dit met name omdat de Republikeinse basis (maar ook het establishment) nooit echt warm liep voor Romney en continu op zoek was naar een betere kandidaat. Wat leidde tot de Republikeinse primaries van de Zeven Dwergen waarbij om de zoveel tijd een nieuwe ster aan het firmament oplichtte om vervolgens in vlammen neer te gaan. Na het lezen over de werkelijk miserabele campagne en het dubieuze karakter van Jon Huntsman, de zelfvernietiging van Newt Gingrich en de achterliggende (medische) redenen van de implosie van Rick Perry kan niet anders geconcludeerd worden dat Romney by far de beste kandidaat was, maar uiteindelijk het vuur niet ontstak bij de kiezers om hem president te maken. Een vuur dat na het lezen van Double Down ook niet echt bij hemzelf te ontwaren is. Misschien uiteindelijk wel de belangrijkste reden waarom hij Obama niet kon verslaan die er minder goed voor stond dan gedacht, leed aan zelftwijfel en na een eerste mislukte presidentiële debat zijn adviseurs tot wanhoop dreef.

Voor iedere politieke junkie, maar ook voor een ieder die maar enigszins geïnteresseerd is in (Amerikaanse) politiek is het lezen van Double Down een no-brainer. Maar wees gewaarschuwd: het verkregen inzicht kan leiden tot ongeloof en depressie over de stand van de Amerikaanse politiek. Of zoals The Economist recenseerde: “Too often, the business of politics seems designed to inspire self-loathing. In short, presidential elections repel the well-adjusted and attract the distinctly odd. Then they strip those oddballs of what is left of their self-respect.”

‘Double Down. The explosive inside account of the 2012 presidential election’ van Time-journalist Mark Halperin en New York-journalist John Heilemann is de opvolger van hun succesvolle boek ‘Game Change’ over de verkiezingscampagne van 2008.’Double Down’ is in november 2012 verschenen.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

maandag 20 januari 2014

Stephen King's ode aan Bram Stoker's 'Dracula': 'Salem's Lot


Stephen King's ode aan Bram Stoker's Dracula fascineert niet zo zeer vanwege de vampier die  'Salem's Lot terroriseert, maar King's overduidelijke liefde voor het Amerikaanse dorpse leven. 

Na recent voor het eerst een boek van Stephen King te hebben gelezen - 11.22.63 - smaakte dit genoegen naar meer en heb ik een aantal van de meer bekende boeken van King gekocht waaronder 'Salem's Lot. Dit boek is - na het overbekende Carrie - het tweede boek van King dat is uitgegeven. In diverse interviews heeft King aangegeven dat dit in 1975 verschenen boek zijn favoriete boek is. Na de kleine 700 pagina's in een hoog tempo en met veel plezier (en een klein beetje angst en ongemak) te hebben gelezen, is het begrijpelijk dat dit verhaal zich met zo'n accolade mag tooien, want 'Salem's Lot weet van het begin tot het einde de spanning op te bouwen en continu te boeien: een letterlijke pageturner.

Dracula
Bram Stoker's Dracula - een boek dat deze recensent op dit moment met veel plezier leest - is overduidelijk van grote invloed geweest op Stephen King. Nu is dit ook niet zo moeilijk te stellen aangezien King het in zijn voorwoord zelf al zegt, maar er zijn meer aanwijzigingen dan deze meest voor de hand liggende. Gelijk Dracula handelt 'Salem's Lot over een vampier die zich nestelt in de moderne wereld en deze confronteert met het Kwaad uit een vervlogen tijd. Ook de karakters van beide verhalen vertonen de nodige overeenkomsten. Hoofdpersoon in King's vampier verhaal is de (enigszins autobiografische?) schrijver Ben Mears die terugkeert naar zijn geboortedorp Jerusalem's Lot (in de volksmond 'Salem's Lot) in de Amerikaanse staat Maine. Dit geboortedorp herbergt een duister geheim voor Mears en één van de redenen om terug te keren: een traumatische gebeurtenis in het spookachtige Marsten House waarvan Mears niet weet of hij daadwerkelijk iets bovennatuurlijke zag of dat het slechts aanstellerij was. Tijdens zijn verblijf in 'Salem's Lot poogt hij een boek te schrijven, maar komt een vampier op het spoor die beetje bij beetje 'Salem's Lot in duisternis hult. 

Deze moderne Dr. Jack Seward raakt snel verliefd op de jongere Susan Norton die gelijk de (niet-beantwoorde) liefde van Seward - Lucy Westenra - ten prooi valt aan de vampier. Tegelijkertijd vindt hij een luisterend oor bij Matt Burke, een leraar van de lokale high school, met wie hij een relatie opbouwt die in veel opzichten lijkt op de relatie tussen Seward en de beroemde (en berichte) vampierjager (Nederlandse!) Abraham Van Helsing. Overigens vallen veel kenmerken van Van Helsing ook terug te vinden in twee andere helpers van Ben Mears: de arts Jimmy Cody en misschien nog wel het meeste in Father Callahan die beschikt over de elementaire vampierkennis. Ten slotte wordt Mears in zijn strijd tegen de vampier bijgestaan door de heldhaftige scholier Mark Petrie die een mix lijkt van Jonathan Harker en Quincy Morris.

Het tuinpad van mijn vader
Toch is - niet tegenstaande het eerder gestelde - 'Salem's Lot in de kern een compleet ander boek dan Dracula, want de echte hoofdpersoon is niet Ben Mears, zijn makkers of de vampier maar het rustieke dorpje 'Salem's Lot. King pakt flink uit in zijn beschrijving van het dorpse leven van 'Salem's Lot en haar inwoners. Bloed vloeit pas rijkelijk laat in het boek, terwijl de onderhuidse spanning die 'Salem's Lot in zijn greep houdt misschien nog wel fascinerende dan het vampierverhaal dat uiteindelijk volgt. Een verhaal dat in de epiloog in een historische context wordt gezet waarbij King een ode brengt aan de wijze waarop Bram Stoker zijn verhaal vertelt: door de aaneenschakeling van dagboekfragmenten en krantenknipsels. Resultaat? Een griezelig goed verhaal dat iedere liefhebber van Stephen King én iconic terror (zoals het boek wordt aangeprezen) zonder angst kan aanschaffen. Of het gelezen kan worden zonder angst is een compleet andere verhaal… 

dinsdag 14 januari 2014

Concert 13 januari 2014: Fabelhaft! De Wiener Philharmoniker in Amsterdam

© Wiener Philharmoniker

Sibelius: 'Finlandia' & Vioolconcert
Bruckner: Symfonie Nr. 6

Leonidas Kavakos (viool)
Riccardo Chailly, Wiener Philharmoniker
Concertgebouw, Amsterdam

De machtige Wiener Philharmoniker maakt haar starpower volledig waar, terwijl de virtuoze Leonidas Kavakos imponeert met het Vioolconcert van Sibelius.

Het kan niet vaak genoeg herhaald worden dat Nederland met het Koninklijk Concertgebouworkest beschikt over het beste orkest ter wereld. Maar evenzo goed dient gememoreerd te worden dat de Wiener Philharmoniker en de Berliner Philharmoniker samen met het KCO deel uitmaken van een mondiale top drie waar de onderlinge kwaliteitsverschillen minimaal zijn. En dat dit ook zo is, was maandag te horen in het optreden van de machtige Wiener Philharmoniker in het Amsterdamse Concertgebouw.

Starpower
De Wiener Philharmoniker is een bijzonder orkest aangezien het orkest – in tegenstelling tot de collega’s in Amsterdam en Berlijn – geen vaste chef-dirigent kent. De Weense musici hechten zeer aan hun traditie van autonomie en nodigen de beste dirigenten ter wereld uit om de Wiener Philharmoniker te leiden. Een positie die dirigenten dit orkest zonder meer gunnen, al was het alleen maar om kans te maken om het best bekeken en het beroemdste concert te mogen dirigeren: het Neujahrskonzert. Deze elementen hebben de Wiener Philharmoniker een starpower gegeven die het KCO én de concurrenten uit Berlijn ontberen.

In het kader van een tournee trekt de Wiener Philharmoniker met voormalig KCO-chef-dirigent en beoogd chef van La Scala Riccardo Chailly door Europa met werken van Sibelius en Bruckner op de lessenaar. De aftrap was maandag in het Concertgebouw met een heerlijk spetterend en vol programma: het toondicht Finlandia en het Vioolconcert van Jean Sibelius (1865-1957) en de Zesde Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896).

Nationale trots
Het concert kende een fantastische start met een magistrale uitvoering van Sibelius’ call to arms aan het Finse volk tegen de Russische overheersing. De uitvoering van de Wiener Philharmoniker onder de bezielende en expressieve leiding van Chailly blonk uit door de volvette en robuuste doch immer transparante klanken van de Weense musici. Een uitvoering die dermate opzwepend was dat het Amsterdamse publiek bijkans de Finse nationale trots door de aderen kon voelen stromen.

Dit prachtige begin vormde slechts de inleiding voor het onomstreden hoogtepunt van de avond: het Vioolconcert van Sibelius uitgevoerd door de Griekse violist Leonidas Kavakos (1967). De warmte tussen de sympathieke en bescheiden Kavakos en de Wiener Philharmoniker én Chailly (met wie hij recent het Vioolconcert van Brahms voor Decca opnam) was evident. Kavakos én het orkest speelden de sterren van de hemel in dit voor violisten hondsmoeilijke werk en wist de spanning in het orkest en bij het publiek continu vast te houden. Het uitgebreide eerste deel was dermate goed dat het Amsterdamse publiek zich niet kon inhouden en een welgemeende faux pas beging door tussen de delen door te klappen. Kavakos speelde onverminderd indrukwekkend door en nam zelfs nog de  gelegenheid om waar mogelijk met de eerste strijkers mee te spelen. Dat en zijn neiging om tijdens het hele concert immer in contact te blijven met dirigent én orkest verklaren waarom hij zo hoog wordt geacht door de orkestleden. Bij het wegsterven van de laatste noot viel hem een verdiend stormachtig applaus van publiek én orkest ten deel. 

Oostenrijkse trots
Na dit hoogtepunt lukte het de Wiener Philharmoniker en Chailly ook nog eens om Bruckner’s Zesde Symfonie geweldig lyrisch en met respect voor de interne dynamiek van het stuk te spelen. Want dat onderscheidde maandag orkest en dirigent: naast de magistrale klanken was de aandacht voor de details van de werken alom aanwezig. Na het geweld van Finlandia draaiden de uitermate gedisciplineerde musici hun hand er niet voor om het Vioolconcert – zoals het hoort – uitermate zacht en subtiel te starten waardoor de eerste klanken van Kavakos’ viool leken voort te komen uit een nevel  van muziek. Een kwaliteit die in de Zesde Symfonie van Bruckner ook zeer evident was. Chailly genoot zichtbaar van de verschillen in dynamiek die hij in dit werk van de Oostenrijkse componist aanbracht. Een werk dat als geen ander in goede handen is van het meest Oostenrijkse dat Oostenrijk heeft te bieden: de Wiener Philharmoniker.

Moge de Wiener Philharmoniker nog veelvuldig Amsterdam vereren met haar aanwezigheid!

De Wiener Philharmoniker treedt onder leiding van Riccardo Chailly met een programma van Sibelius en Bruckner van 13 tot en met 19 januari op in achtereenvolgens Amsterdam, Geneve, Bazel, Keulen, Milaan en Parijs. Deze recensie is van het concert in Amsterdam op 14 januari 2014.

Lees hier een eerdere recensie van een concert van 16 maart 2012 met het Vioolconcert van Sibelius met eveneens Leonidas Kavakos maar ditmaal met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Valery Gergiev.

zaterdag 11 januari 2014

Toneel 11 januari 2014: Hilarische chaos in 'God van de Slachting'


Senf Theaterpartners
Carnage

Huub Stapel, Anneke Blok
Johanna ter Steege & Paul R. Kooij

Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Huub Stapel c.s. schitteren in Yasmina Reza's heerlijke en hilarische God van de Slachting waarbij een geschil tussen kinderen vier volwassen ouders in complete chaos storten. 

God van de Slachting behoeft eigenlijk geen introductie meer. Dit toneelstuk van de Franse (toneel)schrijver Yasmina Reza was als Le Dieu du Carnage een grote hit in Frankrijk, maar ook in vele andere landen. Het stuk is overigens nog veel bekender geworden door de succesvolle filmversie Carnage van Roman Polanski met Christoph Waltz, Kate Winslet, Jodie Foster en John C. Reilly als de twee ouderparen die bij elkaar komen om te spreken over een ruzie tussen hun twee kinderen. Een gesprek dat volwassen begint doch snel ontaardt in complete chaos door kinderachtigheid en onderhuidse spanningen tussen en binnen de echtparen.

Nederlandse vertaling
In de Nederlandse versie worden de twee echtparen gespeeld door respectievelijk Huub Stapel & Anneke Blok en Johanna ter Steege en Paul R. Kooij. De zoon van Eelco (Huub Stapel) en Annette (Anneke Blok), Ferdinand, heeft Bruno, de zoon van Linda (Johanna ter Steege) en Barry (Paul R. Kooij) met een stok geslagen. Gevolg: Bruno heeft forse schade aan onder andere zijn tanden waardoor het noodzakelijk is dat beide ouderparen bij elkaar komen om over de zaak te spreken en goede afspraken te maken over het vervolg.
Contrast
Door een uitstekende vertaling en een cast die volstrekt op elkaar is ingespeeld, is de snel ontaardende chaos geloofwaardig en biedt het toneelstuk een komisch inzicht in de spanningen tussen mensen de dunne scheidslijn tussen orde en chaos. Het meer zakelijke echtpaar met continu bellende zakenman Eelco en zijn vrouw Annette staat in schril contrast met de 'gewone' Barry en zijn vrouw Linda, gediplomeerd wereldverbeteraar en moralist. Deze twee werelden botsen in hun - op het eerste gezicht - afwijkende reacties op het geweld tussen hun beide zonen. Gaandeweg het gesprek tussen de beide echtparen wordt echter duidelijk dat de echtparen niet alleen op elkaar reageren, maar dat ook onderhuidse spanningen binnen de huwelijken tot uitbarsting komen. 

Hilarisch
Het toneelstuk, maar met name ook de acteurs, weten het publiek anderhalf uur te boeien en met regelmaat een schater- en/of bulderlach te ontlokken waardoor God van de Slachting zonder meer - ook of misschien wel juist voor diegenen die de getrouwe filmversie hebben gezien - een aanrader is en daarmee een mooie start van het toneeljaar 2014!

'God van de Slachting' speelt nog tot en met 1 maart 2014 door heel Nederland. Speellijst en het bestellen van kaarten kan hier

De trailer van 'God van de Slachting':


Concert 10 januari 2014: Iván Fischer bereikt ultieme schoonheid in Beethoven

© ClassicFM

Beethoven:
Symfonie Nr. 6 "Pastorale" 
Symfonie Nr. 7

Iván Fischer, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Iván Fischer bereikt ultieme schoonheid in het kernrepertoire en laat nadrukkelijk zijn visitekaartje achter bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Sinds het vorige seizoen is Iván Fischer (1951) druk doende om samen met het Koninklijk Concertgebouworkest alle symfonieën van Ludwig van Beethoven (1770-1827) uit te voeren. Dit in markant contrast met de recente opname van de hele cyclus door de chef-dirigent van het KCO Mariss Jansons. Een cyclus die - uitgegeven op zowel op cd als DVD - warm ontvangen is. Echter koos Jansons voor deze cyclus voor zijn "andere" orkest: het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Voor het KCO moet dit ongeveer gevoeld hebben als voor het Berliner Philharmoniker toen hun chef Simon Rattle koos voor de Wiener Philharmoniker om de cyclus voor EMI op cd te zetten. Toch zal dit alles in goede harmonie zijn afgesproken aangezien het respect en de waardering van Jansons voor beide orkesten evident is.

Goedmoedige dictatuur
En het Nederlandse publiek mag zich gelukkig prijzen met Fischer op de bok die dit kernrepertoire van de muzikale gigant Beethoven met een onnavolgbare schoonheid uitvoert. De grote uitdaging bij de uitvoering van dergelijk (over)bekend werk is dat het zo lastig is om er wat nieuws over te "zeggen". Om dit toch te kunnen doen, moet er sprake zijn van een absolute symbiose tussen orkest en dirigent. En op dat vlak heeft Fischer een uitstekende track record. Al jaren voert hij met een zegetocht met het door hemzelf opgerichte Budapest Festival Orchestra. Dit orkest is door Fischer zelf samengesteld en de leden hebben geen vast contract en moeten elke twee jaar bewijzen nog onderdeel van het orkest te kunnen zijn. Het orkest treedt een beperkte tijd van het jaar op wat zowel Fischer als de leden van het orkest veel vrijheid geeft om de vleugels uit te slaan. Deze werkwijze - hoewel wat goedmoedig dictatoriaal van aard - is de wortel van het succes van het Budapest Festival Orchestra en heeft Fischer het dirigeren tot in de puntjes doen beheersen. Een beheersing die bij zijn optredens met het KCO evident is. Dat Fischer in Amsterdam woont en Nederlands spreekt, helpt natuurlijk ook.

Ultieme schoonheid
Met de keuze van Fischer om de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven in één programma uit te voeren, kiest hij voor uitgekiende uitersten. In de Zesde - niet toevallige bijgenaamd de "Pastorale" - kiest Beethoven na het geweld van de Vijfde voor de weerspiegeling van het landelijke. Gevolg is een symfonie als een toondicht waarbij de verschillende delen scènes uit het landelijke leven vertegenwoordigen met titels als Scène bij de beek en Vrolijk samenzijn van de landmensen. Fischer bereikte in de uitvoering van deze "Pastorale" ultieme schoonheid: door een beperkte en anders opgestelde orkestrale bezetting ontstond een transparantie en coherentie die voor een uitvoering van zeldzame schoonheid zorgde. Dit was zonder twijfel de mooiste uitvoering van de Zesde in zeer lange tijd. 

Na deze tour de force sloot Fischer de avond af met een opwindende en eveneens coherente en transparante uitvoering van Beethoven's heerlijke Zevende Symfonie, een favoriet van deze recensent. Na de landelijke schoonheid kon het Amsterdamse publiek nu op het randje van de stoel zitten voor een uitvoering die bleef fascineren: van het ontroerende Allegretto tot het uitgelaten Presto. Het vierde deel - het Allegro con brio - sloot in een pittig tempo een vrijwel perfecte Zevende Symfonie af. Een deel dat naar de smaak van deze recensent ietsje langzamer had gemogen met meer nadruk op de blazers, maar dit is slechts haarkloverij in het aangezicht van een perfecte uitvoering van het kernrepertoire.

Visitekaartje
Wanneer een dirigent het kernrepertoire zo sprankelend kan uitvoeren, laat hij nadrukkelijk zijn visitekaartje achter. Hoewel Mariss Jansons - ondanks zijn broze gezondheid - (gelukkig) geen plannen heeft om op korte termijn afstand te nemen van het KCO is Iván Fischer zonder twijfel één van de kandidaten om hem op termijn op te volgen. En dat is voor niemand een straf. 

Iván Fischer over de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven:


Meer lezen over het geheim van dirigenten? Lees hier mijn recensie van 'Music as Alchemy' van Tom Service.

woensdag 8 januari 2014

Vervreemdend mysterie: 'Het Fantoom van Alexander Wolf' van Gajto Gazdanov


Uit de literaire begraafplaats die de Sovjet-Unie was,  is - met dank aan dirigent Valeri Gergiev - Gajto Gazdanov's vervreemdende en mysterieuze pareltje Het fantoom van Alexander Wolf  ontgonnen.

De kwaliteit van de Russische literatuur behoeft geen introductie, maar door de verstikkende gevolgen van de Sovjet-Unie voor de schrijvers uit die tijd is het anno nu nog steeds mogelijk dat 'nieuwe' Russische schrijvers worden (her)ontdekt ver na hun dood. Eén van deze 'nieuwe' schrijvers is Gajto Gazdanov (1903-1971). Geboren in Sint-Petersburg vocht hij in de Russische Burgeroorlog (1917-1923) aan de kant van het Witte Leger tegen de Bolsjewieken. Een strijd die in het nadeel van het Witte Leger uitpakte, leidde tot het vertrek van Gazdanov naar Parijs en publicatie van zijn werk in zijn thuisland na de ineenstorting van het Sovjetregime.
 
Onder aanvoering (en financiering) van dirigent Valeri Gergiev is het werk van Gazdanov uit de obscuriteit geplukt (en is en passant zijn graf gerestaureerd) en zijn recent een aantal van zijn boeken uitgegeven, waaronder Het fantoom van Alexander Wolf dat in september 2013 in een Nederlandse vertaling op de markt is gekomen.
 
Het fantoom van Alexander Wolf is zonder meer fascinerend. De naamloze verteller - wiens biografie op veel punten sterk lijkt op die van Gazdanov - verhaalt over zijn ervaringen in de Russische Burgeroorlog en zijn huidige leven in Parijs. De lezer wordt meteen door het verhaal gegrepen aangezien het boek start met de beschrijving door de verteller van een voor hem bijna-fatale episode tijdens die Burgeroorlog. Een episode die hij tientallen jaren later terugleest in een verhalenbundel van ene Alexander Wolf en daarmee concludeert dat zijn dood gewaande tegenstander van toen niemand anders kan zijn dan deze Alexander Wolf. Hiermee begint een queeste van de verteller om Alexander Wolf te achterhalen.
 
Nu klinkt dit alles wellicht als de start van een soort detective, maar de vervreemdende literaire stijl van Gazdanov waardoor de beschreven episodes vrijwel zonder daadwerkelijke gebeurtenissen passeren en zijverhalen relateren aan het hoofdverhaal domineren, maken dit boek allesbehalve tot een detective en leidt tot een mysterieuze fascinatie.
 
Het fantoom van Alexander Wolf is daardoor een boek waarbij het van belang is om zo min mogelijk te onthullen en vooral zelf te ondergaan. Voor allen die de Russische literatuur hoog achten en vervreemding en mysterie op waarde kunnen schatten is Het fantoom van Alexander Wolf een prachtige toevoeging op de wereldliteratuur.
 

zondag 5 januari 2014

Concert 4 januari 2013: Lavinia Meijer in het Paard van Troje


Diverse werken van Ludovico Einaudi, 
Philip Glass en Jacob ter Veldhuis

Lavinia Meijer (harp)
Paard van Troje, Den Haag

Met bewerkingen van Glass, Einaudi en een speciaal 'Extending the repertoire'-project met avant-popcomponist Jacob ter Veldhuis laat rijzende ster Lavinia Meijer de mogelijkheden van de harp horen.

De ster van harpiste Lavinia Meijer is rijzende. Haar beheersing van de harp en haar bewerkingen voor harp van met name de muziek van Philip Glass (1937) hebben haar bij een groot publiek bekend gemaakt. Na een succesvolle cd volledig gewijd aan de muziek van Philip Glass is recent een nieuwe cd verschenen met bewerkingen van de bekende Italiaanse hedendaagse componist Ludovico Einaudi (1955). 

Paard van Troje
Hoewel Meijer recent al optrad in de Haagse Nieuwe Kerk keerde zij gisteren terug naar de Hofstad voor een optreden in een minder voor de hand liggende zaal: Haagse poptempel Paard van Troje. Gezien de toegankelijkheid en populariteit van haar werk is dit niet zo'n vreemde locatie en bewijst zij het cross-over appeal van Glass, Einaudi en de harp. 

Philip Glass
Eenzaam gezeten op een donker podium laat Lavinia Meijer haar prachtige harp spreken en vertelt tussen de uitvoering door meer over het werk dat ze speelt en haar relatie met de gespeelde componisten. Door haar contacten met Philip Glass en Ludovico Einaudi kan Meijer bogen op de imprimatur van beide componisten voor haar bewerkingen. Bewerkingen die - met name in het werk van Philip Glass - nieuw licht werpen op zijn composities. Delen uit Metamorphosis klinken prachtig en hypnotiseren het aanwezige publiek. Daarnaast brengt ze - nergens op cd terug te vinden - een harpbewerking van een deel van Glass' soundtrack voor de film Koyaanisqatsi. Absolute hoogtepunt van de Glass-bewerkingen is overigens zijn muziek voor de prachtige film The Hours waarin de kijker het leven van drie vrouwen - waaronder Virginia Woolf - in drie verschillende tijdperken volgt. Ze worden allen verbonden door Woolf's boek Mrs. Dalloway. Aan het einde van de film wordt de tragische keuze van Virginia Woolf om zich te verdrinken ondersteund door Philip Glass' betoverende muziek The Hours. Het knappe aan de bewerking door Meijer is dat - in tegenstelling tot Metamorphosis en de (piano)werken van Einaudi - zij deze orkestrale muziek zo heeft bewerkt dat alle nuances en verschillende muzikale lijnen volledig door de harp worden neergezet. Daarom was The Hours voor mij, maar ook velen in het Paard van Troje, het hoogtepunt van de avond.

Fuck!
Het knappe daaraan is overigens dat Meijer moeiteloos een avond harp kan spelen zonder dat het gaat vervelen. De werken van Einaudi (w.o. Passaggio, Oltremare en I Giorni) liggen altijd prettig in het oor doch missen op punten het raffinement van Glass. Meijer had overigens nog meer in haar mars met het experimentele werk Cities change the song of birds van de avant-popcomponist Jacob ter Veldhuis. In dit werk word je geconfronteerd met de zelfkant van de samenleving, een deel van de samenleving waar Jacob Ter Veldhuis (in de VS: Jacob TV) door gefascineerd is. De hemelse klanken van de harp staan in schril contrast met de (opgenomen) gesprekken tussen een pooier en een prostituee, een moeder en dochter en een vrouw voor de rechtbank. Deze expliciete gesprekken (waarin het woord 'fuck!' vaker voorkomt dan in een gemiddelde Martin Scorcese-film) worden tevens ondersteund door Meijer zelf. Een wat aparte ervaring in het kader van extending the repertoire. Het publiek kon het - tot opluchting van Meijer - op prijs stellen en verliet niet de zaal zoals blijkbaar wel gebeurde toen het stuk haar première beleefde tijdens het Wereld Harpcongres. 

Meijer sloot het concert af met een toegift bestaande uit een eigen compositie gebaseerd op een bekende   melodie uit haar oorspronkelijke thuisland Zuid-Korea en opgedragen aan de aanwezige Koreaanse ambassadeur. De ster van Lavinia Meijer zal vast nog verder rijzen. 

Lavinia Meijer over Philip Glass in De Wereld Draait Door:

zaterdag 4 januari 2014

Een fascinerende nachtmerrie: 'Dominion' van C.J. Sansom


C.J. Sansom tekent voor een spannende misdaadroman gesitueerd in een fascinerend en beangstigend alternatief universum waar het Derde Rijk de winnaar is en het Verenigd Koninkrijk de grote verliezer… 

De fascinatie van schrijvers, zowel fictie als non-fictie, voor een alternatief universum waarbij de nachtmerrie van Hitler's Derde Rijk niet ten onder is gegaan in de Götterdämmerung van Berlijn in 1945 is groot. Dit is ook weinig verwonderlijk omdat er maar weinig gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid zijn die zo bepalend zijn geweest voor het verdere verloop van diezelfde geschiedenis. Was Duitsland de winnaar geworden van de Tweede Wereldoorlog dan had de wereld er volstrekt anders uit gezien, maar hoe blijft natuurlijk het grote vraagteken. Deze vraag heeft de basis gelegd voor een inmiddels uitgebreid genre van 'What if?'-romans dat varieert van Philip Roth's Het Complot tegen Amerika tot Fatherland van Robert Harris. Tot de publicatie van C.J. Sansom's Dominion (in Nederland vertaald als Mist over Londen) was de meest recente toevoeging op dit genre het uitstekende The Afrika Reich van Guy Saville, onderwerp van een eerdere blog waarbij ook het oudere SS-GB van Len Deighton is besproken. 

Stay calm and be defeated
De focus van veel van de 'What if?'-romans ligt - niet onterecht - op het Verenigd Koninkrijk: geen land dat bij de start van Hitler's waanzin zo bepalend was voor het verloop van de Tweede Wereldoorlog. Wanneer het Verenigd Koninkrijk in de beginfase een fatale slag zou zijn toegebracht en/of zich had overgegeven aan appeasement dan had Duitsland zonder meer grote kans gehad om de dominantie over Europa te bestendigen. Het is daarom niet verwonderlijk dat Sansom zijn alternatieve universum laat starten bij de zeer betekenisvolle ontmoeting tussen aftredend Britse premier Neville Chamberlain en de kanshebbers voor zijn opvolging: Winston Churchill en Lord Halifax. In Sansom's verhaal ziet Churchill af van het premierschap om minister van Defensie te worden onder Halifax. Een keuze die leidt tot de overgave van het Verenigd Koninkrijk na het debacle van de Slag om Duinkerke (1940). Als resultaat hiervan is het Verenigd Koninkrijk (nominaal) onafhankelijk, maar staat zij onder de hoede van Duitsland en de stevige afspraken in het kader van de overgave doch met behoud van haar Empire. Onder leiding van krantenmagnaat Lord Beaverbrook en Oswald Mosley blijft de regering van het Verenigd Koninkrijk de banden met Duitsland aanhalen met alle gevolgen van dien voor de Joden in het Verenigd Koninkrijk die steeds meer ten prooi vallen aan repressie, maar (nog) niet worden uitgeleverd aan Duitsland. Een Duitsland waarvan niet precies duidelijk is wat er met de miljoenen Joden is gebeurd die onder de Duitse heerschappij vallen. Door het partnerschap van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben de Verenigde Staten nooit de wapenen opgenomen tegen Duitsland waardoor niet Roosevelt, maar Taft president wordt en zich verre houdt van foreign entanglement. Hoewel Duitsland de winnaar is, is de oorlog tegen Rusland nog steeds gaande, een oorlog die steeds meer mankrachten en bronnen verkwanselt en Duitsland steeds verder verzwakt. De inauguratie van de meer anti-Duitse president Adlai Stevenson lijkt er op te wijzen dat de geopolitieke situatie verder in het nadeel van Duitsland verandert. 

Een beslissend geheim
Binnen deze context vertelt Sansom het spannende verhaal van de David Fitzgerald die werkzaam is in de Dominions Office en stiekem onderdeel is van het Britse verzet dat onder leiding staat van de ondergedoken Winston Churchill. Samen met zijn beste vriend Geoff Drax voert hij allerlei klussen uit voor het verzet. Klussen die alleen bestaan uit het verstrekken van vertrouwelijke informatie. Dit schaduwleven - gelijk het feit dat hij Joods is - houdt Fitzgerald angstvallig verborgen voor de buitenwereld en zijn vrouw Sarah. Een relatie die toch al moeizaam is door het verlies van hun enige zoon Charlie die op jonge leeftijd thuis is omgekomen bij een ongeluk. Deze situatie verandert volledig wanneer het verzet informatie krijgt dat een oude vriend van Fitzgerald, Frank Muncaster, in het bezit is van geheime informatie die de doodsteek of ultieme overwinning van Duitsland kan betekenen. Deze Muncaster zit in een gesticht nadat hij zijn broer uit een raam heeft geduwd en wordt niet alleen door het verzet achterna gezeten, ook Duitsland heeft zijn oog op hem laten vallen. Door de 'onafhankelijkheid' van het Verenigd Koninkrijk is de Duitse aanwezigheid op het eiland aanzienlijk, maar kunnen zij niet onafhankelijk handelen. Daarom wordt de Gestapo Sturmbahnführer Gunther Hoth erop uitgestuurd om Muncaster's geheim te ontfutselen. Dit leidt tot een race tegen de tijd waarbij verzet en Nazi's strijden om Muncaster en zijn geheim in de hoop de ultieme overwinning in de wacht te slepen… 

In ruim 700 pagina's schetst Sansom een overtuigend beeld van het alternatieve universum waarin allerhande bestaande personen een andere rol hebben dan we uit de geschiedenisboeken kennen. Het knappe en fascinerende aan het boek is dat Sansom de context prachtig en overtuigend schildert en daarmee het verhaal dat ten grondslag van deze thriller ligt optimaal ondersteunt. Voor liefhebbers van dit genre of een goede thriller hoeven niet verder te kijken dan Dominion. En wanneer het boek bevalt, is er nog een hele lijst van boeken die de 'What if?'-fascinatie verder kunnen voeden.