zondag 30 november 2014

Opera 29 november 2014: Een klinkende, maar vooral orkestrale 'Lohengrin'


De Nationale Opera
Lohengrin
(Richard Wagner 1813-1883)

Nikolai Schukoff, Lohengrin
Juliane Banse, Elsa von Brabant
Günther Groissböck, Heinrich der Vogler
Evgeni Nikitin, Friedrich von Telramund
Michaele Schuster, Ortrud
Bastiaan Everink, Der Heerrufer des Königs

Pierre Audi (regie), Jannis Kounsellis (decor)
Angelo Figus (kostuums)

Koor van De Nationale Opera
Marc Albrecht Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Het aanstekelijke enthousiasme van chef-dirigent Marc Albrecht verleidt het Nederlands Philharmonisch Orkest tot een klinkende 'Lohengrin' die vervolmaakt wordt door de solisten en de nog altijd uitstekende enscenering.

De Nationale Opera heeft de afgelopen jaren bijna het gehele oeuvre van Richard Wagner (1813-1883) zien passeren. Niet alleen de magistrale Ring des Nibelungen, maar ook Parsifal, Der Fliegende Holländer en Die Meistersinger von Nurnberg. Wagner's sleutelwerk Lohengrin  waar de Graalridder de van moord op haar broer verdachte Elsa von Brabant te hulp schiet op voorwaarde dat zij nooit naar zijn naam vraagt, ontbrak nog bij deze serie opvoeringen. Juist Lohengrin markeert, na de eerste volwaardige opera's Der Fliegende Holländer en Tannhäuser, de overgang naar de 'volwassen' Wagner die de wereld versteld zou doen staan met zijn opera's die terecht als gesamtkunstwerk de geschiedenis zijn ingegaan. De Nationale Opera kan daarbij terugvallen op een enscenering uit 2002 die twaalf jaar later nog steeds 'werkt'. Maar de echte ster van de avond was het Nederlands Philharmonisch Orkest dat aangejaagd door chef-dirigent Marc Albrecht de muziek van Wagner zonder meer recht deed.

Anonieme redder
Lohengrin en Elsa
Wagner had veel kwaliteiten (en ook een aantal zeer nare trekjes en overtuigingen), maar het schrijven van een kort en bondig libretto is er daar niet één van. Zo is het voor hem geen enkel probleem om het hierboven in één regel samengevatte verhaal van Lohengrin om te vormen tot een 3,5 uur durend epos. Dat sommige bezoekers dit nogal een zit vinden, is begrijpelijk, maar wanneer je je overgeeft aan de muziek die Wagner schreef voor dit verhaal van de anonieme redder vliegt de tijd voorbij. Want heel Brabant staat in vuur en vlam wanneer de Duitse koning Heinrich Brabant aandoet om ridders te werven voor zijn strijd tegen de Hongaren. Hij treft echter een Brabant in verwarring aan door de verdwijning van de Heer van Brabant laatst gezien met zijn zus Elsa. Friedrich von Telramund - ingefluisterd door zijn weinig prettige vrouw Ortrud - beschuldigt Elsa van moord. Een tweekamp onder het zicht van God moet uitmaken wie de waarheid spreekt. Niemand lijkt het voor Elsa op te nemen tot dat onze anonieme ridder verschijnt en Von Telramund verslaat. Dit leidt natuurlijk meteen tot een huwelijk met Elsa en daarmee is een nieuw Brabants power couple geboren die samen met Heinrich de strijd tegen de Hongaren aangaan. Enige voorwaarde voor deze happy end is dat Elsa nimmer naar naam en afkomst van onze anonieme ridder mag vragen. Aangespoord door de vileine Ortrud doet zij dit toch en wordt Lohengrin gedwongen - via het prachtige In Fernem Land - om te vertellen dat hij een Graalridder is de zoon van Parsifal. Prompt wordt hij aangevallen door Von Telramund. Lohengrin overwint uiteindelijk, maar verlaat een doodongelukkige Elsa die enige troost krijgt wanneer bij het vetrek van Lohengrin de zwaan die hem vergezelde bij zijn komst haar broer blijkt te zijn. Een relatief happy end, zeker wanneer de overige werken van Wagner in ogenschouw worden genomen...

Het orkest is de ster
De uitvoering van deze Lohengrin wordt gedragen door een uitstekend spelend Nederlands Philharmonisch Orkest. Met name de koperblazers hebben in deze opera de avond van hun leven, want ze worden te pas en te onpas ingezet om de koning en allerhande andere belangrijke momenten aan te kondigen. Niet alleen vanuit het orkest, maar ook als fernorchester en vanuit de zaal van het Muziektheater zelf. En ook het Koor van De Nationale Opera laat zich weer van haar beste kant zien in deze opera waar Wagner massaliteit graag onderstreept door het gebruik van een koor. Een massaliteit die uitstekend naar voren komt in de abstracte maar effectieve enscenering. Zowel koor als orkest worden enorm geholpen door het aanstekelijke enthousiasme van Marc Albrecht die iedereen dwingt het beste uit zichzelf te halen. Ook op de solisten valt weinig aan te merken hoewel gek genoeg niemand echt boven het ensemble uitstijgt. Meest opvallende was dan toch Michaele Schuster die de naargeestige Ortrud overtuigend gestalte gaf. Deze uitvoering van Lohengrin toont niet alleen de kracht aan van Wagner, maar ook het succesverhaal dat Marc Albrecht als chef van De Nationale Opera is. 

Oordeel FerdiBlog: ****


'Lohengrin' van Richard Wagner is van 10 t/m 29 november 2014 uitgevoerd door De Nationale Opera. Deze recensie is op basis van de laatste opvoering op 29 november 2014. 

vrijdag 28 november 2014

Concert 27 november 2014: De grillige vuurdoop van Gatti bij het KCO

Daniele Gatti tijdens zijn eerste repetitie bij het KCO als hun aanstaand chef-dirigent (foto: Renske Vrolijk)

Mahler: Symfonie Nr. 6
Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Net benoemd tot beoogd opvolger van Mariss Jansons wil Daniele Gatti te veel zijn stempel drukken bij het KCO met een (te) eigenzinnige uitvoering van Mahler’s Zesde. Voor dit moment een brug te ver. 

Met het aangekondigde vertrek van Mariss Jansons ontstak een silly season in de wereld van de klassieke muziek. Eén van de meest felbegeerde posities als chef-dirigent kwam vrij, een positie die over het algemeen voor zeer lange tijd wordt vervuld aangezien het orkest sinds 1888 slechts zes chef-dirigenten heeft gehad: Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en Mariss Jansons. Lange tijd leek Andris Nelsons, protegé van Jansons, de frontrunner met als gevaarlijke outsider Iván Fischer. Enigszins verrassend was het daarom ook dat na slechts een korte tijd na de aankondiging van het afscheid van Jansons witte rook aan de Van Baerlestraat in Amsterdam werd gesignaleerd met de aankondiging dat de Italiaan Daniele Gatti (1961) het stokje zou overnemen. Echt verbazingwekkend is dat niet aangezien Gatti al lange tijd dienst doet als gastdirigent en overduidelijk een connectie heeft opgebouwd met het orkest. Dit startte in 2004 met een indrukwekkend Wagner-programma en zette door in puike en vooral lyrische en temperamentvolle uitvoeringen van de Vijfde Symfonie (2010) en Negende Symfonie (2012) van Mahler en de succesvolle uitvoering van Verdi’s Falstaff met het KCO bij De Nationale Opera afgelopen seizoen. Met de Zesde Symfonie van Mahler kreeg Gatti zijn vuurdoop bij zijn nieuwe orkest. Helaas een grillige vuurdoop. 

Een veilige keuze
Het was gisteravond zonder meer duidelijk dat het optreden van Gatti bij het KCO het karakter van een first date had. Het publiek verwelkomde Gatti met open armen en Gatti laafde zich aan zijn aankomende nieuwe thuis, maar hij zal zonder meer de druk die op zijn schouders rust voelen. Zeker aangezien zijn benoeming, met name de afgelopen weken, in binnen- maar vooral buitenland behoorlijk kritisch is ontvangen. Termen als ‘te veilige keuze’ domineerden de instantoordelen. Deze recensent behoort niet tot dat koor. De concerten met Gatti zijn tot op heden immer wervelend geweest en een meer dan uitstekende uitvoering van de Negende van Mahler in oktober 2012 was voor deze recensent alle aanleiding om te voorspellen dat Gatti de grootste kanshebber zou zijn om Jansons op te volgen. Juist die Negende Mahler die - samen met de uitvoering van Verdi's Falstaff en een Alban Berg-opname voor RCO Live - het KCO hebben overtuigd om hun zegen aan Gatti te geven.

Gatti zoekt de uitersten
Met de Zesde van Mahler als vuurdoop maakt Gatti het zichzelf niet makkelijk. Dit krachtige en imposante werk is hondsmoeilijk om volledig goed te krijgen. In de Mahler-serie van het KCO was het aan (de inmiddels overleden) Lorin Maazel om de KCO door deze ‘tragische’ symfonie te loodsen. Het dreigende van de eerste delen ging hem niet goed af, maar een werkelijk prachtige en lyrische uitvoering van het Andante Moderato was het absolute hoogtepunt van de avond en misschien wel één van de beste uitvoeringen van dat deel. Gatti had zich heel duidelijk voorgenomen om zijn visitekaartje af te geven en een echt eigen interpretatie van Mahler’s Zesde neer te zetten. De dreiging van met name het eerste deel werd enorm voelbaar waardoor je meteen op het puntje van je stoel ging zitten. Een gejaagde dreiging van de marsgedeeltes in dit eerste deel wisselde Gatti af met de trager genomen rustige tussendelen. Gatti was op zoek naar de uitersten en zette deze lijn in de volgende delen door. Dit had als gevolg dat het hele stuk op zijn instigatie doorspekt was met tempowisselingen die het nodige vroegen van het KCO. En daar begon het toch flink te schuren wat de overall experience van dit donkere werk van Mahler geen goed deed. Het KCO moest op vele momenten alles uit de kast halen om de aankomend chef-dirigent bij te houden danwel dat bij de vertraging de consistentie verloren dreigde te gaan. En dat was – op de spannende en beeldschone momenten na - helaas flink hoorbaar en deed afbreuk aan dit monumentale werk. 

Desondanks een zonnige toekomst
Het lijkt er sterk op dat Gatti in zijn zucht om een goede eerste indruk te maken bewust kiest voor een duidelijk eigen interpretatie en het orkest met hem mee wilde nemen op die onstuimige reis. Dit kwam helaas niet uit de verf, waardoor de vuurdoop van Gatti – op z’n zachtst gezegd – nogal grillig was. Wat Gatti wilde met het orkest was duidelijk, maar is eigenlijk pas te realiseren wanneer dirigent en orkest een symbiose vormen door een hechte samenwerking. Een samenwerking die juist de komende jaren moet ontstaan. Hoewel de avond daarom teleurstellend is verlopen, biedt het alle perspectief voor de toekomst: een chef-dirigent die weet wat hij wil, de noodzakelijke kwaliteiten in huis heeft en alle tijd van de wereld om het KCO de sterren van de hemel te laten spelen. 

Oordeel FerdiBlog: ***

Lees eerdere recensies van het KCO onder Gatti op FerdiBlog: de Vijfde Symfonie van Mahler (als onderdeel van de KCO Mahler-serie), de Negende Symfonie van Mahler en Falstaff van Verdi. 

Aankomend chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest Daniele Gatti staat op 27, 28 en 30 november 2014 op de bok met zijn nieuwe orkest met de Zesde Symfonie van Gustav Mahler. Kaarten bestellen kan hier.

woensdag 26 november 2014

De terugkeer van Hercule Poirot: 'The Monogram Murders' van Sophie Hannah



Sophie Hannah treedt in de voetsporen van Agatha Christie en laat Hercule Poirot terugkeren voor de Monogram Murders. Helemaal geslaagd is de terugkeer helaas niet. 

David Suchet als Hercule Poirot
Niets zo vervelend wanneer een iconisch fictief figuur geen nieuwe avonturen meer kan beleven omdat de schrijver – al dan niet te vroeg – het aardse voor het eeuwige heeft verruild. De erfgenamen willen dan nog wel eens, zowel uit artistieke of geldelijke overwegingen of een combinatie van deze twee, een vervolg geven door een andere schrijver een nieuw avontuur te laten schrijven voor publiekslieveling. James Bond, Sherlock Holmes maar ook The Godfather zijn allemaal tot leven gewekt door nieuwe schrijvers. Tot voor kort bleef Hercule Poirot buiten schot. Zijn finale optreden Curtain: Poirot’s Last Case verscheen in 1975 van de hand van Agatha Christie (1890-1976). De afgelopen jaren is Poirot opnieuw leven ingeblazen door de nauwgezette en zeer succesvolle TV-bewerking met in de hoofdrol David Suchet die zonder twijfel tekent voor de definitieve vertolking van de Belgische detective Hercule Poirot. Recent is echter de verfilming van Curtain verschenen en is ook op dit valk een einde gekomen aan Poirot. Sophie Hannah springt in dit gat en levert met The Monogram Murders een nieuw avontuur van Poirot af.

De retraite van Poirot
Met Curtain maakte Agatha Christie definitief een einde aan het personage Poirot. Een einde dat zij al in de jaren veertig voorzag en schreef, maar pas in 1975 uitbracht als slot voor de Poirot-reeks. Dit betekent dat ieder nieuw avontuur van Poirot binnen de bestaande canon moet plaats vinden. Thrillerauteur Sophie Hannah (1971) heeft dit handig opgelost door The Monogram Murders in de hoogtijdagen van Poirot – de jaren twintig – te laten plaats vinden. In die periode is Poirot op retraite en is hij ‘ondergedoken’ bij een hospita niet ver van zijn befaamde kantoor en huis in de Whitehaven Mansions. Toevalligerwijs woont daar ook Edward Catchpool van Scotland Yard die voor dit mysterie de rol van Poirot’s trouwe sidekick Hastings heeft overgenomen. En ondanks dat Poirot niet zo lang op retraite is, heeft hij al diverse gewoontes opgedaan waaronder koffie drinken bij het nabijgelegen Pleasant’s Coffee House. Op een avond stormt daar een mysterieuze dame binnen die uiteindelijk een connectie heeft met een drievoudige moord in het Bloxham Hotel. De drie slachtoffers – die elkaar blijken te kennen – zijn allemaal op hun eigen kamer vermoord, teruggevonden in dezelfde houding en met in hun mond een manchetknoop met initialen: de Monogram Murders zijn geboren. Aan Poirot en Catchpool de taak om dit mysterie op te lossen.

Niet geheel geslaagd 
Hoewel The Monogram Murders lekker wegleest en een prima pageturner is die zonder meer herkenbaar is als Poirot-mysterie schort er toch het nodige aan. De gebeurtenissen en (tussentijdse) oplossingen zijn soms vergezocht en niet heel erg realistisch. Daarbij komt het karakter van Poirot ook pedanter over dan normaal en zijn de door hem aangedragen oplossingen zo uniek dat het de geloofwaardigheid, maar ook de consistentie van het verhaal niet ten goede komt. Het hangt somt net iets te veel van toevalligheden aan elkaar. Ook introduceert Hannah een wat geforceerd jeugdtrauma om Catchpool wat reliëf te geven. Al met al – zeker voor fans van Poirot – geen straf om te lezen, maar het zal voor David Suchet hoogstwaarschijnlijk geen aanleiding zijn om nog één keer in de huid van Hercule Poirot te kruipen. En dat is dan de echte misdaad van The Monogram Murders.

Oordeel FerdiBlog: ***½


‘The Monogram Murders. The Brand New Hercule Poirot Mystery’ van Sophie Hannah is op 9 september 2014 door HarperCollins uitgegeven. Bestellen kan hier.

zondag 16 november 2014

Concert 14 november 2014: Ticciati's potpourri van Franse 'petits bonbons'


Fauré: Suite 'Pelléas et Mélisande'
Berlioz: La Mort de Cléopâtre
Ravel: Valses Nobles et Sentimentales
Debussy: La Mer

Vesselina Kasarova (mezzosopraan)
Robin Ticciati, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Rising star Robin Ticciati weet hoe hij een orkest moet laten spelen, maar de potpourri aan bekend en minder bekend Frans werk overtuigt niet helemaal. Niet in de laatste plaats door mezzosopraan Vesselina Kasarova.

Robin Ticciati (1983) heeft de wind in de zeilen. Nog niet zo lang chef-dirigent van het Scottish Chamber Orchestra met wie hij al enkele goed ontvangen opnames uitbracht, is hij sinds begin dit jaar de zevende music director van de eminente Glyndebourne Festival Opera. En op zo'n jonge leeftijd voor het Koninklijk Concertgebouworkest staan, is ook niet niets. Hoewel het Rotterdams Philharmonisch Orkest al veel eerder zijn talent signaleerde. Al in 2011 stond hij niet onverdienstelijk op de bok bij de Rotterdammers met een programma van Schumann's Vierde Symfonie en het Tweede Pianoconcert van Brahms met pianist Emanuel Ax. En ook in dit programma met alleen maar Franse werken etaleert Ticciati zijn talenten. Maar een succesvol concert was het helaas niet.

Invaller
Naast drie orkestrale werken van Franse componisten heeft Ticciati ook gekozen voor een cantate van Hector Berlioz (1803-1869). In La Mort de Cléopâtre vertaalt Berlioz de laatste momenten van Cleopatra - bekend van haar romantische en strategisch mislukte liaison met Marcus Antonius tegen Octavianus - wanneer zij zelfmoord pleegt door zich te laten bijten door een slang. Voor deze cantate zou Elina Garanca aantreden, maar door ziekte is zij voor de hele reeks vervangen door de Bulgaarse mezzosopraan Vesselina Kasarova. Een niet zo gelukkige keuze aangezien Le Mort de Cléopâtre door  Kasarova niet echt tot leven werd gebracht. Niet alleen omdat haar stem niet echt passend leek voor dit stuk en zij ook vaak moeite moest doen om vanuit de lage registers hogerop te komen. Ook speelde de uitspraak haar parten waarbij het soms moeilijk voorstelbaar was dat hier sprake was van een Franse tekst. Het klonk allemaal wel erg Bulgaars. Ten slotte leidde Kasarova af door - zeker in het begin - door een staaltje overacting weg te geven die eerder op de lachspieren werkte dan de dramatiek van het moment onderstreepte. Laten we het erop houden dat Kasarova zeker geen slechte solist is, maar dat dit geen goede match was.

Petits bonbons
Gelukkig liet Ticciati in het gehele programma horen dat hij oog voor detail heeft, want dit programma van muzikale petits bonbons was zonder meer up his alley. In alle werken kwam het melodieuze en sprankelende van de Franse componisten zonder meer naar voren. De suite van Gabriel Fauré (1845-1924) naar het toneelstuk van Maeterlinck (een inspiratie voor tal van componisten) was daar een goed voorbeeld van. Met name in het prachtige en melancholische derde deel Sicilienne liet Ticciati zijn meesterschap gelden. Ticciati tekende tevens voor een goede uitvoering van La Mer van Claude Debussy (1862-1918). Dit prachtige toondicht over de zee is één van de favorieten van deze recensent en sowieso één van de hoogtepunten in het genre. Bovendien is dit werk ook een favoriet van het Koninklijk Concertgebouworkest. Bernard Haitink tekent voor de benchmark-opname en voerde hem diverse malen met zijn oude orkest uit. De laatste keer was in maart 2009 en deze recensent heeft nog steeds zeer warme herinneringen aan deze lyrische uitvoering. En het mooie is dat deze uitvoering bewaard is gebleven en onderdeel is van de livebox The Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra (2000-2010). Ook in 2012 stond La Mer nog op de lessenaars maar toen met Andris Nelsons op de bok. Een compleet andere uitvoering dan Haitink die bijna jazzy te betitelen was, maar daardoor evenzo bevredigend. Aan beide uitvoeringen kan Ticciati (nog) niet tippen. Daar was de uitvoering net iets te langzaam en te standaard voor, maar het was zeker wel een goede uitvoering. 

Grote probleem met dit concert is het programma zelf: het is teveel een samenballing van Franse petis bonbons. Hoe mooi de werken ook zijn, het is te fragmentarisch met als beste voorbeeld hiervan de Valses Nobles et Sentimentales van Maurice Ravel (1875-1937). Dit werk kent acht delen en dat is prachtig als onderdeel van een programma met een groot werk na de pauze, maar als onderdeel van alleen maar dit soort werken is het gewoon te veel van het goede. Ticciati is zonder meer een goede dirigent, maar een programma met focus en een betere zangeres hadden tot iets mooiers kunnen leiden.

Oordeel FerdiBlog: ***

Lees hier een eerdere recensie van een optreden van Robin Ticciati met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 2011. Lees hier de recensie van een eerdere uitvoering van 'La Mer' door het KCO. 

Robin Ticciati speelt bekend en onbekend Frans werk met het Koninklijk Concertgebouworkest en met medewerking van mezzosopraan Vesselina Kasarova op 12, 13 en 14 november in het Concertgebouw. Op 16, 17 en 18 november gaat het programma op tournee via Brussel, Luzern en Wenen. 

vrijdag 14 november 2014

Een terechte klassieker: 'Het Zwanenmeer' van het Nationale Ballet


Nationale Opera & Ballet
Het Zwanenmeer
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Maia Makhateli, Odette/Odile
Artur Shesterikov, Siegfried
Roman Artyushkin, Von Rothbart
Serguei Endinian, Alexander
Louise Vine, De Vorstin
Raimondo Fornoni, Von Rasposen

Rudi van Dantzig (choreografie)
Het Nationale Ballet

Mattew Rowe, Het Balletorkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Het Nationale Ballet tekent met overtuigende solisten en het uitstekende Balletorkest voor een meeslepend Het Zwanenmeer dat de status van terechte klassieker meer dan waar maakt.

Hoewel Tsjaikovski zelf weinig succes heeft beleefd aan Het Zwanenmeer is dit ballet uitgegroeid tot de maatstaf van het klassieke ballet en het populairste ballet aller tijden. Sowieso heeft Tsjaikovski - weliswaar postuum - weinig reden tot klagen: zowel Het Zwanenmeer als De Schone Slaapster en De Notenkraker vormen de heilige drie-eenheid van het ballet. Het geheim van het succes van zijn werk ligt besloten in het feit dat de verhalen en de muziek niet slechts ten dienste staan van het tonen van achtereenvolgende dansen, maar een uniform geheel vormen waardoor het geheel meer is dan de som der delen. Het helpt natuurlijk ook ontzettend dat de muziek van Tsjaikovski bomvol zit met prachtige en aansprekende melodieën. En op dat vlak is Het Zwanenmeer de eerste onder diens gelijken. Alle reden dus voor het Nationale Ballet om Het Zwanenmeer weer op te voeren in de choreografie van Rudi van Dantzig. 

Oude meuk?
Bij een dergelijk populair ballet - het Muziektheater was uitverkocht net als de resterende uitvoeringen in november - is het gevaar levensgroot dat de populariteit ten koste gaat van de vernieuwing. En wanneer je beseft dat de choreografie van Rudi van Dantzig - naar de choreografie van Marius Petipa en Lev Ivanov uit 1895 - uit 1988 stamt en dat het decor- en kostuumontwerp van Toer van Schayk eveneens uit die tijd stamt, ligt de conclusie al snel voor de hand dat hier sprake is van het opwarmen van oude meuk. Niets is echter minder waar. De choreografie is nog altijd even fris en zelfs de decors, hoewel wat ouderwets, werken nog steeds. Een evergreen als Het Zwanenmeer heeft niet zonder reden die status bereikt en dat was wederom te zien en te horen in de uitvoering door Het Nationale Ballet. 

Het Balletorkest
Want Het Nationale Ballet weet zonder twijfel een klassieker als deze een uitvoering te geven die het verdient. Niet in de laatste plaats door het uitstekend spelende Balletorkest onder leiding van Matthew Rowe. Door zijn strakke en meeslepende begeleiding zette het Balletorkest een puntgave uitvoering van Tsjaikovski's prachtige muziek neer. Dan is toch weer duidelijk hoe belangrijk het is dat een goede dirigent voor een orkest staat. Wie het AVROTROS-programma Maestro kijkt, weet welke muzikale ramp zich voltrekt met een slechte dirigent op de bok. En aangezien het Balletorkest (voorheen als Holland Symfonia) in Maestro de hoofdrol speelt, zal het orkest blij zijn dat in dit geval niet Oscar Hammerstein dirigeert alsof hij op een paard zit, maar hun eigen Matthew Rowe die precies weet hoe hij het beste uit zijn orkest haalt. 

De twee gezichten van Maia Makhateli
Tegelijkertijd is Het Nationale Ballet gezegend met uitstekende dansers, niet in de laatste plaats het uitstekende corps de ballet. Ster van de avond was zonder twijfel Maia Makhateli die de moeilijke taak heeft om zowel de Witte Zwaan (Odette) en de Zwarte Zwaan (Odile) te spelen. Odette - waar Prins Siegfried verliefd op wordt - moet onschuldig en onzeker zijn. Odile - de spitting image van Odette die door de kwade tovenaar Von Rothbart wordt gebruik om Siegfried in de luren te leggen - moet juist zeker en een tikkeltje arrogant zijn. Geen geringe opgave voor een danseres, maar een opgave waar Makhateli zich overtuigend van kweet. In Artur Shesterikov had zij een competente tegenspeler, maar op het gebied van de mannelijke rollen wordt Siegfried eigenlijk altijd weggespeeld door de veel interessantere rol van Von Rothbart uitstekend uitgevoerd door Roman Artyushkin. Zo zorgde het collectief van Het Nationale Ballet ervoor dat Het Zwanenmeer werd geëerd door een meeslepende uitvoering waarbij de tijd voorbij vloog. Het Nationale Ballet tekent daarmee voor een voorbeeldige uitvoering van een terechte klassieker. 

Oordeel FerdiBlog: ****½


'Het Zwanenmeer' wordt door Het Nationale Ballet in het 2014/2015-seizoen maar liefst tijdens drie reeksen uitgevoerd: in 2014 van 14 t/m 28 september & 6 t/m 15 november en in 2015 van 1 t/m 8 maart. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 11 november. De overige voorstellingen in 2014 zijn uitverkocht, maar voor de voorstellingen in 2015 zijn nog kaarten. Bestellen kan hier

dinsdag 11 november 2014

Bring up the stories: 'The Assassination of Margaret Thatcher' van Hilary Mantel


Hilary Mantel's verzameling van eerder gepubliceerde korte verhalen en slechts één nieuw verhaal voorspelt weinig goeds, maar de klein- en grootschalige dramatiek maken redelijk wat goed.

Hilary Mantel (1952) viert grote successen met haar boeken over Thomas Cromwell. In Wolf Hall en Bring up the Bodies fictionaliseert Mantel de opkomst van Cromwell in de hofhouding van Hendrik VIII. In 2015 volgt het derde (en laatste) deel The Mirror and the Light en zet de ondergang van Cromwell zich in. Zowel in 2009 als 2012 won Mantel met deze boeken de prestigieuze Man Booker Prize. In alle eerlijkheid moet deze recensent toegeven ooit begonnen te zijn in Wolf Hall en ondanks grote interesse in die historische periode kon Wolf Hall niet echt boeien waardoor dit één van de weinige boeken die niet uitgelezen terug de boekenkast in is verdwenen. Recent is een verzameling van korte verhalen van Mantel uitgegeven met als uitdagende titel The Assassination of Margaret Thatcher. Als fan van Thatcher was dit boek al snel in huis en gelukkig heeft deze verzameling ook z'n uitwerking gehad op de mening over Mantel. 

Oude verhalen
De verzameling bestaat uit tien korte verhalen die - op het laatste verhaal dat tevens dient als titelgever van het boek - in de periode 1993 tot en met 2013 eerder zijn verschenen. Het boek is daarom meer een compilatie dan een daadwerkelijk nieuwe uitgave. Toch mag dit alles de pret niet drukken, hoewel dit letterlijk althans wel het geval is: veel te lachen valt er niet. Alle verhalen kenmerken zich door dramatiek groot en klein en her en der ook veelal ongemak in het leven van mensen. Hoewel het leven van Mantel voor deze recensent een mysterie is, krijg je bij het lezen van de diverse verhalen het idee dat enige autobiografische inspiratie onderdeel uitmaakt van de verhalen.  Voor het eerste verhaal Sorry to disturb geldt dit overigens zonder meer aangezien dit gebaseerd is op de periode in Mantel's leven dat zij - vanwege het werk van haar man - in Saudi-Arabië woonde en daar volstrekt ongelukkig was. Een ander verhaal How shall I know you? is weliswaar fictief maar de belevenissen van een schrijfster op bezoek bij een obscuur literair clubje in een nietszeggend stadje zal vast de nodige autobiografische elementen herbergen. 

De kwaliteit van de verhalen wisselt her en der nogal. Sommige verhalen zijn fascinerend en macaber en "kloppen". Goed voorbeeld is The Long QT waar een buurtfeestje leidt tot het betrappen van de gastheer met een buurvrouw door de gastvrouw die daardoor een toeval krijgt. Een ander macaber verhaal Winter Break verhaalt over een wintervakantie van twee Britten die - afhankelijk van het perspectief - een duister slot kent, maar op de een of andere manier niet helemaal goed in elkaar valt.

Wachten op Thatcher
Door de intrigerende titel blijft het bij het lezen van de diverse verhalen toch een beetje wachten op het allerlaatste verhaal. En dit verhaal over een (fictieve) aanslag op Thatcher is zeker één van de hoogtepunten van de bundel, niet inde laatste plaats door de trefzekere schrijfstijl. Een schrijfstijl die trouwens nog weleens tot onduidelijkheid leidt over wat er nu precies is gebeurd. Herlezen is dan het devies, maar niet altijd prettig. Daarmee is Mantel - althans voor deze recensent - in aanzien gestegen en is het misschien het toch wel waard om nog eens te beginnen in Wolf Hall, maar door de onevenwichtigheid in de kwaliteit van de verhalen en het feit dat het grotendeels oude wijn in nieuwe zakken is, kan het niet meer zijn dan een gekwalificeerde leestip voor de liefhebbers van het korte verhaal en natuurlijk de fans van Hilary Mantel. Al zal die laatste groep na het lezen van de eerste alinea al zijn afgehaakt in totaal onbegrip hoe je een boek van Mantel deels gelezen weer terug in de boekenkast kunt zetten...

Oordeel FerdiBlog: ***½


'The Assassination of Margaret Thatcher' van Hilary Mantel is in september uitgegeven door Fourth Estate (onderdeel van HarperCollins). Bestellen kan hier

zondag 9 november 2014

Dans 8 november 2014: '25 Years León & Lightfoot' van het NDT


Nederlands Dans Theater
25 Years León & Lightfoot

Schubert (2014)
Sad Case (1998)
Some Other Time (2014)
Subject to Change (2003)

Nederlands Dans Theater 2
Theater aan het Spui, Den Haag

Met 25 Years León & Lightfoot laat NDT 2 zien dat het oeuvre van hun artistiek leiders één van continuïteit en vernieuwing is en waarbij in dit programma de combinatie met Schubert weergaloos is.

Inmiddels kan het choreografisch duo Sol León en Paul Lightfoot bogen op een oeuvre van meer dan vijftig balletten. Grootste begunstigde is natuurlijk het Nederlands Dans Theater (NDT) waar Lightfoot, ondersteund door León, als artistiek leider de scepter zwaait. De afgelopen jaren heeft dit tot vele hoogtepunten geleid waarbij voor deze recensent de choreografieën op de muziek van Philip Glass zoals Shoot the Moon en Swan Song favoriet zijn. Inmiddels is het duo alweer een kwart eeuw bij elkaar en is er genoeg reden om dit memorabele moment te vatten in een programma van vier choreografieën waarvan de helft kakelvers.

Schubert
In de vier werken die deel uitmaken van 25 Years León & Lightfoot speelt de muziek van Franz Schubert (1797-1828). Een nieuw werk op het Adagio van het zijn Strijkkwintet en getiteld Schubert laat een intrigerend duet zien tussen Yukino Takaura en Olivier Coeffard. Het melancholieke van Schubert komt - zoals vaak in het werk van León & Lightfoot - scherp naar voren in deze liefdesgeschiedenis die vooral door afstand wordt gemarkeerd. Dit prachtige duo komt aan het einde van het programma terug in het uit 2003 stammende Subject to Change waar ditmaal het Andante con moto uit Schubert's bekende Strijkkwartet Nr. 14 'Der Tod un das Mädchen' de muzikale inspiratie vormt. Met behulp van een groot rood tapijt ontstaat wederom een duet tussen twee geliefden die door de buitenwereld - gesymboliseerd door de dansers Benjamin Behrends, Alexander Anderson, Richel Wieles en Spencer Dickhaus - beïnvloedt worden. De combinatie van deze muziek, de choreografie en het - na ruim 10 jaar (!) - nog steeds innovatieve gebruik van een tapijt was zonder meer de hoogtepunt van de avond. Overigens kort daarop gevolgd door Schubert waarmee León & Lightfoot laten zien dat zij niet op hun lauweren rusten. 

Continuïteit 
Net als Schubert kent de melancholieke kant van León & Lightfoot ook een optimistische, satirische en grappige kant. De choreografie en daarmee ironisch getitelde Sad Case uit 1998 is hier een goed voorbeeld van. Op vrolijke en uitdagende Latijns-Amerikaanse muziek van onder andere Perez Prada en Ray Baretto gingen de jongens en meisjes van het NDT 2 goed los. Het knappe is overigens dat bij dit programma ervoor gekozen is om de eerste drie werken - Schubert, Sad Case en Some Other Time - vlekkeloos in elkaar te laten overgaan en zo één geheel te laten vormen (het tapijt van Subject to Change maakt deze werkwijze niet mogelijk, vandaar een pauze tussen de eerste drie werken en het laatste werk). Daarmee laten León & Lightfoot meteen de continuïteit van hun werk zien. Een continuïteit die tevens vernieuwing en afwisseling tussen melancholie en optimisme inhoudt. Het melancholische Some Other Time op muziek van die andere favoriet van het duo - Max Richter - viel misschien daarom wat minder goed dan de rest van het programma zeker na de uitgesprokenheid van Sad Case, maar dat laat onverlet dat weer prachtige dingen te zien waren. 

Locatie was ditmaal overigens het kleinschaligere Theater aan het Spui wat zorgde voor een enorme nabijheid tussen uitvoerenden en publiek en nog meer bijdroeg aan de intensiteit van de ervaring. Voor liefhebbers van León & Lightfoot is deze voorstelling zien een echte no brainer, maar dat geldt evenzo goed voor alle liefhebbers van (moderne) dans!

Oordeel FerdiBlog: ****½


Lees hier, hier en hier eerdere recensies op FerdiBlog van het NDT met (onder andere) werk van León & Lightfoot. 

Het NDT-programma '25 Years León & Lightfoot' wordt van 4 november tot 20 december in diverse theaters in Nederland opgevoerd.  Meer info en kaarten bestellen kan hier

vrijdag 7 november 2014

Een niet-kloppende optelsom: 'The Housekeeper and the Professor' van Yoko Ogawa


Alle ingrediënten lijken aanwezig om van The Housekeeper and the Professor iets moois te maken maar uiteindelijk pakt de optelsom zo niet uit. 

Niet zo lang geleden was de verhalenbundel Revenge van Yoko Ogawa onderwerp van een recensie op deze blog. Een fascinerende en macabere verzameling van verhalen die allesbehalve los van elkaar staan deed een fascinatie voor het werk van de Japanse schrijver Yoko Ogawa (1962) ontstaan. De romans The Housekeeper and the Professor en The Diving Pool waren al spoedig aangeschaft. Nederlandse vertalingen van het werk van Ogowa zijn overigens beperkt en schaars. The Housekeeper and the Professor lijkt alle elementen in zich te hebben om de fascinatie voor het werk van Ogawa weer te doen oplaaien. Ga maar na: iedere morgen wanneer een professor in de wiskunde waakt komt hij een huishoudster tegen die voor hem volstrekt onbekend is. Niet vanwege het feit dat het bureau elke dag een andere huishoudster aanlevert, maar omdat de professor - na een auto-ongeluk in de jaren zeventig - een korte termijngeheugen heeft dat niet verder terug gaat dan 80 minuten. De wereld voor het auto-ongeluk is hem nog immer bekend, alles daarna niet meer. Dit ietwat absurde uitgangspunt is een nieuwe stap in de magisch-realistische wereld van Yoko Ogawa.

De fascinatie voor wiskunde
Zo stapt ook de huishoudster elke dag weer in eenzelfde wereld die elke dag opnieuw begint. Een wereld die veel van haar voorgangers te veel is geworden en heeft geleid tot het vertrek van een groot aantal huishoudsters. De nieuwste huishoudster houdt echter stug vol en houdt zich ook zonder twijfelen aan de aparte regel dat zij nimmer de schoonzus van de professor mag contacteren in wiens tuin het huisje van de professor staat die sinds het ongeluk door haar wordt onderhouden. Een bizar werkend leven dat de alleenstaande huishoudster eigenlijk wel fascineert en nog meer haar zoontje - telkens door de professor de bijnaam Root (Wortel) gegeven vanwege zijn wiskundige fascinatie - die op verzoek van de professor niet alleen thuis mag blijven. Want hoewel de professor slechts 80 minuten geheugen heeft, is zijn kleding bezaaid met briefjes met informatie die hem doet beseffen dat hij een geheugenprobleem heeft, maar daardoor toch kan bogen op een soort schriftelijk geheugen zodat hij zelf ook weet dat zijn geheugen maar 80 minuten beloopt en dat de huishoudster een zoontje altijd meeheeft die hij Root noemt. In veel opzichten is het zoontje van de huishoudster de redding van de professor: zijn fascinatie voor wiskunde, maar ook een legendarische Japanse honkbalspeler deelt hij met Root en in mindere mate de huishoudster.

Een optelsom
Al met al zijn dit ingrediënten die helemaal passen bij Ogawa, maar op de een of andere manier wil het in dit boek niet goed samenkomen. Het centrale probleem blijft toch het korte termijngeheugen van de professor. De wijze waarop in het boek toch een band ontstaat terwijl elke dag - ware het Groundhog Day - weer opnieuw begint klopt gewoon niet en sowieso wordt dit gegeven niet goed genoeg uitgewerkt. En hoewel het boek slechts 180  pagina's lang is, loopt het voor het gevoel allemaal te lang door. Alsof het verhaal niet genoeg is om zoveel pagina's te vullen. De onderkoelde en mooie schrijfstijl van Ogawa zijn overigens weer present en het verhaal fascineert genoeg om door te lezen, maar het niveau van Revenge wordt niet gehaald. De kracht van die korte verhalen heeft Ogawa - althans bij dit boek - niet kunnen vertalen naar één lang verhaal. De optelsom valt in dit geval dus niet goed uit. Wellicht dat The Diving Pool uitkomst brengt...

Oordeel FerdiBlog: ***

Lees hier de eerdere recensie op FerdiBlog van 'Revenge' van Yoko Ogawa. 

'Hakase no Aishita Suushiki' van Yoko Agawa is in 2003 voor het eerst in Japan uitgegeven. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 2009. Deze recensie is op basis van de vertaling door Stephen Snyder uitgegeven door Vintage Books. Een Nederlandse vertaling is in 2010 uitgegeven maar slecht verkrijgbaar. De Engelstalige versie kan hier besteld worden. 

zaterdag 1 november 2014

Een verre van finaal oordeel: 'The Children Act' van Ian McEwan


Ian McEwan bezoekt - gelukkig met behoud van zijn prachtige proza - de rechterlijke wereld en vertelt het verhaal van een juridisch finaal oordeel dat in de echte wereld allesbehalve finaal is. 

Regelmatige bezoekers van deze blog zullen niet verbaasd zijn dat een recensie van het nieuwste boek van Ian McEwan (1948) hier terug te vinden is. Mijn kennismaking met McEwan begon in 2007 met het onnavolgbare Saturday en de afgelopen jaren ben ik het werk van McEwan blijven lezen waarbij hij zelden echt teleurstelt. Constante factor in het werk van McEwan is zijn prachtige proza dat zijn lezer meevoert in andersoortige verhalen. Het thema van The Children Act is ditmaal de juridische wereld van Fiona Maye. Fiona is een succesvolle rechter bij één van de belangrijkste rechtbanken van het Verenigd Koninkrijk: de High Court. Zij behartigt daar het familierecht en in veel gevallen het wel en wee van kinderen. Voor haar is de Children Act (Kinderwet) daarom van groot belang. Niet voor niets dat McEwan een deel van de wet citeert voorafgaand aan het boek: 'When a court determineer any question with respect to... the upbringing of a child... the child's welfare shall be the court's paramount consideration.' Een opdracht die Fiona Maye zeer serieus neemt en haar zeer gewaardeerd maakt bij haar vakgenoten. Totdat Fiona er achter komt dat een finaal oordeel in de rechtszaal niet altijd het finale oordeel in de echte wereld is.

Orde en chaos
De wereld van Fiona is er één van orde die wordt gedicteerd door de wet als haar gids. Zo manoeuvreert ze zich zonder al te veel moeite door haar professionele wereld. Een wereld waar een verkeerde beslissing fataal kan zijn voor je gezag. Ook haar eigen wereld, haar man Jack, zou zo geordend moeten zijn, ware het niet dat Jack - zonder zijn huwelijk te willen opblazen - aan Fiona permissie vraagt om een keer vreemd te gaan. Voorzienbaar effect: een verkilling tussen Fiona en Jack die zorgt dat Jack enkele dagen het huis verlaat en Fiona vertwijfeld achterlaat. Tegelijkertijd wordt Fiona in haar werk geconfronteerd met een uiterst moeilijke zaak. De zeventienjarige Adam Henry heeft leukemie en kan alleen gered worden met een bloedtransfusie. Zijn ouders zijn echter Jehovah's Getuigen en keuren vanwege hun sektarische geloof bloedtransfusie af. Ook de jonge Adam hanteert die lijn, maar heeft nog net niet de leeftijds des onderscheids bereikt. Het ziekenhuis vecht voor zijn leven en daarom is een juridische procedure aangespannen. Bij het aanhoren van de argumenten concludeert Fiona dat Adam een buitengewoon intelligente jongen is en heeft ze moeite tot een oordeel te komen. Tegen haar natuur (en die van haar professie in) maakt ze haar oordeel persoonlijk en besluit ze Adam op te zoeken in het ziekenhuis. Deze ontmoeting - prachtig beschreven door McEwan - leidt voor Fiona tot een finaal oordeel, maar markeert tevens de start van een eigen wereld die almaar chaotischer wordt. Het oordeel van Fiona is niet het einde van het verhaal, maar de katalysator. De gevolgen van dit oordeel voor zowel Adam als Fiona domineren de rest van het boek. 

Een finaal oordeel?
Door haar persoonlijke interventie komt Adam in haar leven en merkt Fiona dat haar finale oordeel soms in de echte wereld minder finaal is. Haar professionele en privéleven lopen daardoor steeds meer door elkaar met op de achtergrond de verstoorde verhouding met haar man Jack. Door de handelingen van Adam merkt ze dat ook de wet doorkruist kan worden door de handelingen van een kind: de dubbele betekenis van The Children Act is daarmee voor Fiona zonneklaar geworden. Voor de lezer een fascinerende reis door de wereld van het familierecht en de verhouding tussen Fiona en Adam. Een verhouding die soms balanceert op de rand van het geloofwaardige, maar immer gered wordt door de vertelkracht van Ian McEwan. Met The Children Act heeft McEwan wederom een prachtig boek afgeleverd dat weinigen zal teleurstellen.

Oordeel FerdiBlog: ****

Lees mijn eerdere recensies van Saturday, Sweet Tooth, Solar, Amsterdam en The Innocent

'The Children Act' van Ian McEwan is in september uitgegeven. De oorspronkelijke versie bestellen kan hier. De Nederlandse vertaling ('De Kinderwet') kan hier besteld worden.