dinsdag 30 december 2014

Ballet 29 december 2014: Een filmische en betoverende 'Cinderella' van het Nationaal Ballet


Nationale Opera & Ballet
Cinderella
(Sergej Prokofjev, 1891-1953)

Maia Makhateli, Cinderella
Young Gyu Choi, Prins Guillaume
Vera Tsyganova, Stiefmoeder Hortensia
Erica Horwood, Stiefzuster Edwina
Naira Agvanean, Stiefzuster Clementine
Serguei Endinian, Benjamin

Christopher Wheeldon (choreografie)
Julian Crouch (decor, kostuums)
Het Nationale Ballet

Matthew Rowe, Het Balletorkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Een geweldige enscenering zorgt voor een filmische en betoverende Cinderella die door de topsolisten en het altijd uitstekende Balletorkest precies de goede balans vindt tussen humor en drama en daarmee ongetwijfeld een klassieker in wording is. 

In 2012 ruilde het Nationale Ballet de oude enscenering van het bekende sprookje Assepoester met de choreografie van Sir Frederick Ashton in voor een compleet nieuwe Cinderella. Samen met het San Francisco Ballet werd gekozen voor Christopher Wheeldon die met Alice's Adventures in Wonderland (op nieuwe muziek van Joby Talbot) al furore had gemaakt bij The Royal Ballet. Het Nationaal Ballet zal geen spijt hebben van deze keuze want net als Alice's Adventures in Wonderland is deze Cinderella een instant-klassieker die daarom niet zonder reden zo snel alweer in de reprise is gegaan. 

Duidelijk geen Tsjaikovski
En dat terwijl de muziek van Sergej Porkofjev - hoewel melodieuzer dan zijn andere werk - nu niet bepaald toegankelijk is. Wie wil worden meegesleept in een muzikaal nirvana zoals de balletmuziek van Tsjaikovski komt met Prokofjev van een koude kermis thuis. Wederom in markante tegenstelling tot zijn oudere landgenoot Tsjaikovski is de muziek voor Cinderella niet meteen op zichzelf te luisteren. Maar dat laat onverlet dat Prokofjev's muziek uitermate geschikt is voor ballet en - meer dan Tsjaikovski - ten dienste staat van de choreografie en veel rauwer de afwisselende momenten van humor en dramatiek onderstreept. De muziek van Prokofjev wordt overigens enorm geholpen door het immer uitstekende Balletorkest dat door Matthew Rowe tot grote hoogten wordt gestuwd mèt oog voor het samenspel met het Nationaal Ballet. En dan te bedenken dat het voormalige Holland Symfonia niet zo heel lang geleden voor haar voortbestaan moest vrezen, maar nu een warm huis heeft gevonden bij het Nationaal Ballet.

Humor en drama hand in hand
De magische koets van Cinderella
De enscenering van Cinderella is filmisch waarbij bewust het risico genomen is dat alle kleuren, gadgets en sprookjesachtige kostuums over the top zijn en Cinderella de gedaante kunnen doen aannemen van een weliswaar kindvriendelijke maar ook een suikerzoete über-Disneyficatie die het doel voorbij streeft. Juist in deze productie is een goede balans gevonden tussen humor en drama. Zo kan je - aan het begin van Cinderella - oprecht gegrepen worden door het overlijden van de moeder van Assepoester en tegelijkertijd vol vrolijkheid een dronken stiefmoeder op het bal van de koning gadeslaan alsmede de strapatsen van de stiefzusters van Assepoester. Een vrolijkheid die omslaat in naargeestigheid wanneer stiefmoeder en stiefzussen hun wreedheid botvieren op Assepoester die uiteindelijk haar Prins op het witte paard treft door zichzelf met haar muiltje te ontmaskeren als de vamp van het bal en daarmee de liefde van de prins zeker te stellen. Het succes van de enscenering is moeilijk te beschrijven, maar de trailer van Cinderella geeft een goede indruk. Het is razend knap hoe de mogelijkheden van het Muziektheater ten volle worden benut, maar tegelijkertijd is ook de fantasie een grote bondgenoot van Wheeldon c.s. Want de slotscène van de eerste akte waarbij Cinderella in haar magische koets naar het bal wordt vervoerd is één van de hoogtepunten van het ballet. Door de onderdelen van de koets door diverse leden van het ballet te laten bewegen gekoppeld aan een flinke dosis suggestie en een strategisch wapperende nachtjapon van Assepoester wordt een fenomenale rit met de koets neergezet die zonder twijfel het aanwezige publiek enorm enthousiasmeerde. Een publiek dat zowel jong als oud volledig aan zijn trekken komt in deze uitvoering.  

Topsolisten
Maia Makhateli en Young Gyu Choi
Diezelfde balans tussen humor en drama was ook in goede handen bij de solisten van Cinderella. Young Gyu Choi zette een uitermate sympathieke Prins Guillaume neer en was de perfecte begeleider van de ster van de avond: Maia Makhateli. Eerder danste zij al de sterren van de hemel in Het Zwanenmeer van het Nationale Ballet. En ook nu liet Makhateli haar klasse weer zien. Een klasse die vooral tot uiting komt in een sierlijkheid en een souplesse waardoor het allemaal zo gemakkelijk lijkt wat zij doet. Terwijl dit natuurlijk geenszins het geval is. Het enige smetje op de avond was het corps de ballet dat lang niet altijd gelijk liep en daardoor wat rommelig oogde. Maar wanneer het corps tot eenheid kwam, was dit ook prachtig om te zien. Juist die foutjes laten zien hoe knap en foutloos solisten zoals Maia Makhateli (en niet te vergeten Young Gyu Choi) hun werk doen. Met Cinderella heeft het Nationaal Ballet een absolute topper in handen die ongetwijfeld uit zal groeien tot een populaire en geliefde klassieker.  

Oordeel FerdiBlog: ****½


Lees hier de recensie van 'Het Zwanenmeer' van het Nationale Ballet. 

'Cinderella' is een reprise van het Nationaal Ballet uit 2012 en wordt van 12 december 2014 t/m 1 januari 2015 opgevoerd. Deze recensie is op basis van de voorstelling van 29 december 2014. Meer informatie en (laatste) kaarten hier

dinsdag 23 december 2014

Opera 22 december 2014: Een hipster 'La Bohème'


De Nationale Opera
La Bohème
(Giacomo Puccini, 1858-1924)

Grazia Doronzia, Mimì
Atalla Ayan, Rodolfo
Joyce El-Khoury, Musetta
Massimo Cavalletti, Marcello
Thomas Oliemans, Schaunard
Gianluca Buratto, Colline

Benedict Andrews (regie)
Kinderkoor De Kickers
Het Koor van De Nationale Opera
Renato Palumbo, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

De Nationale Opera tekent voor een hipster-versie van Puccini's liefdesklassieker La Bohème en weet uiteindelijk te overtuigen. 

Puccini's liefdestragedie over de bohémiens Mimì en Rodolfo en de schaduw van Mimì's tuberculose die hun geluk vernietigt moet het niet hebben van het verhaal. Maar wie in aanraking komt met de muziek kan niet anders concluderen dat Puccini de melodie aan zijn kont heeft hangen. De opera's van Puccini zitten vol met instantly recognizable muzikale hoogtepunten en prachtige duetten. Puccini zou het nog voor elkaar krijgen om een libretto dat gaat over het groeien van gras om te zetten in een heerlijke opera. De uitdaging is om Puccini's muziek tot z'n recht te laten komen en een enscenering te creëren die dit alles ondersteunt. Met her en der een kleine kanttekening is De Nationale Opera er in geslaagd om een nieuwe versie van La Bohème neer te zetten die recht doet aan Puccini.

Schuivende panelen
De enscenering van de derde akte
La Bohème is typisch zo'n opera waarbij de oorspronkelijke enscenering - het speelt immers in Parijs en dan vooral het Mekka van de bohémiens het Quartier Latin - in niet al te vernieuwde vorm als uitgangspunt wordt genomen. Onder regie van Benedict Andrews kiezen De Nationale Opera en de English National Opera voor een coproductie waarbij afscheid is genomen van het Quartier Latin en deze is ingeruild voor een soort IKEA-variant (want armoede weelt tierig in La Bohème) waarbij de bohémiens en hun voorliefde voor donkere hoeken en eikenhout zijn ingeruild voor heldere frisheid. Andrews - gelijk het prachtige decor van Arabella in het vorige seizoen - maakt gebruik van de hydrauliek van het Muziektheater en laat de decor's bewegen en de loft van Rodolfo en zijn vrienden tussen de eerste en tweede akte omvormen tot het café waar Rodolfo en Mimì hun liefde bevestigen en de heerlijke Musetta (in een prachtrol van Joyce El-Khoury) haar sugar daddy aan de kant zet ten faveure van haar knipperlicht-relatie met Marcello. De tweede akte eindigt geweldig met de opkomst van de tamboers op de achtergrond van het decor om te komen tot één van de hoogtepunten van de avond. 

Een goed tempo
De lijn wordt in de derde (met een een indrukwekkend "leeg" decor) en de vierde akte waar Mimì te midden van haar bohémien-vrienden sterft doorgezet. Het lichte en vrolijke decor detoneert bij het slot van de opera zonder echt storend te zijn. De dood van Mimì zal menig bezoeker toch in ieder geval een beetje raken. In eerdere recensies van deze uitvoering door De Nationale Opera was er de nodige kritiek op dirigent Renato Palumbo die het tempo te veel heeft laten zakken. Het voordeel van het bezoeken van een uitvoering later in een reeks is dat dirigent, orkest en solisten volledig op elkaar ingesteld zijn en dat (terechte) kritiek op de eerste uitvoeringen in de latere uitvoeringen niet meer terug te horen is. Natuurlijk kan er ook sprake zijn van een fatale weeffout waaraan geen enkel aantal aanvullende uitvoeringen nog iets kan doen. Bij La Bohème is van dit laatste geen sprake en hanteert de Italiaanse dirigent een goed tempo dat hij de hele opera doorzet en daarmee het erfgoed van zijn vaderland eer aan doet. Toch jammer voor Mimì dat ze sterft aan tuberculose. Het levert geen topverhaal op, maar de opera mag er wezen, ook in deze uitvoering door De Nationale Opera.

Oordeel FerdiBlog: ****


'La Bohème' wordt door De Nationale Opera van 4 t/m 30 december 2014 opgevoerd. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 22 december 2014. Meer info hier

zaterdag 20 december 2014

Concert 16 december 2014: The Tallis Scholars in Rome


The Tallis Scholars

Després: Gaude, Virgo, Mater Christi
Palestrina: Missa Papae Marcelli
Allegri: Miserere
Pärt: Magnificat
Mouton: Nesciens Mater
Praetorius: Magnificat V

Peter Philips, The Tallis Scholars
Aula Magna, Sapienza Universiteit, Rome

The Tallis Scholars brengen a capella meesterwerken uit lang vervlogen tijden in de Eeuwige Stad en slagen hier, met name in Allegri's prachtige Miserere, fantastisch in. 

Wie naar het Miserere van Gregorio Allegri (1582-1652) luistert, kan zich bijna voorstellen waarom Paus Urbanus VIII (1568-1644) de verspreiding van dit werk verbood op straffe van excommunicatie. Een straf die - zeker in die tijd - niet licht werd geriskeerd. Allegri zette - zoals vele andere componisten - Psalm 51 om in een a capella zangdevotie die door de kwaliteit ervan al snel de meest populaire versie werd. Zo populair dus dat het Miserere alleen te horen was tijdens de Goede Vrijdag-dient in de Sixtijnse Kapel en daarmee het exclusieve bezit van de Paus. Toch kon de geestelijke en wereldlijke macht van het Vaticaan niet voorkomen dat het Miserere zich zou verspreiden. Een verspreiding die een vlucht nam door collega-componist Mozart die na het horen ervan deze zonder al te veel problemen op schrift kon zetten en zo het Miserere toegankelijk maakte voor de wereld. De Britse a capella groep The Tallis Scholars keert terug naar the scene of the crime en schittert met een programma van oude heilige muziek met als absoluut hoogtepunt Allegri's Miserere.

The Tallis Scholars
The Tallis Scholars in de Aula Magna
Hoewel The Tallis Scholars vernoemd zijn naar de beroemde Middeleeuwse Engelse componist Thomas Tallis (1505-1585) beperken zij zich zowel qua repertoire als geografie niet tot Engeland. Vorig jaar vierden The Tallis Scholars nog hun veertigjarige bestaan en is het concerten geven in heel Europa een tweede natuur geworden. Het collectief, met bekende leden zoals Mark Padmore die ook vaak als solisten optreden in bijvoorbeeld de Passies van Bach, specialiseert zich de heilige muziek van de Middeleeuwen en rekent - naast Tallis - ook grootheden als Allegri, Palestrina en Praetorius toe. Voor hun programma in Rome kwam Tallis alleen in de reprise aan bod, terwijl de heilige drie-eenheid van Allegri, Palestrina en Praetorius werd uitgebreid met Després, Mouton en Pärt. Arvo Pärt (1935) is een vreemde eend in de bijt aangezien hij veel is, maar niet Middeleeuws. Zijn Magnificat uit 1989 past echter naadloos bij zijn verre voorgangers. 

Het andere Rome
De façade van de Aula Magna
Een dergelijk "heilig" programma zou je verwachten in één van de duizend (!) kerken die Rome rijk is. Gekozen was echter voor de Aula Magna van de Sapienza Universiteit. Sapienza is in 1303 door Paus Bonifatius VIII gesticht en is de grootste universiteit van Rome én Europa. Het gebouw van de Aula Magna is van een hele andere orde en wie de façade en inrichting beziet ziet hier zonder twijfel de architectuur zoals in zwang onder de dictatuur van Il Duce. De Aula Magna is in de jaren dertig gereed gekomen en ook geopend door Mussolini. Hoewel de setting niet erg paste bij het concert, was de akoestiek dat zonder meer wel. The Tallis Scholars lieten horen waarom ze zo hoog aangeschreven staan en de absolute hoogtepunten waren de Missa Papae Marcelli van Giovanni Pierluigi da Palestrina (ca. 1525-1594) en natuurlijk Allegri's Miserere. Juist het Miserere is één van de signature pieces van The Tallis Scholars en waarbij zij enige embellishments aan hebben toegevoegd door een vrouwelijke solist boven de harmonie uit te laten komen. Een prachtige toegang die de kracht van het stuk doet toenemen. Overigens zijn The Tallis Scholars sowieso erg goed om door de plaatsing van de leden de muziek te laten versterken. Zo staat de voorganger alleen en zijn de overige leden in twee ensembles opgedeeld waarvan één als een koorversie van het fernorchester functioneert. Allegri en zelfs Urbanus VIII zouden hier met veel goedkeuring en plezier naar hebben geluisterd. 

Oordeel FerdiBlog: ****

The Tallis Scholars in 1994 met 'Miserere' van Gregorio Allegri:


The Tallis Scholars treden door heel Europa op. Op 16 december traden ze op in de Aula Magna van de Sapienza Universiteit te Rome. Deze recensie is op basis van dat concert. Meer informatie over The Tallis Scholars hier

vrijdag 19 december 2014

Opera 14 december 2014: Dvořák's Kleine Zeemeermin in Rome


Teartro dell'Opera di Roma
Rusalka
(Antonín Dvořák, 1841-1904)

Anna Kasyan, Rusalka
Peter Berger, De Prins
Steven Humes, De Watergeest
Larissa Diadkova, Jezibaba
Michelle Breedt, Prinses
Anna Gorbachyova, Federica Giansanti 
& Hannah Esther Minutillo, Waternymfen

Denis Krief (regie)
Eivind Gullberg Jensen, Orcehstra, Coroe Corpo di Ballo del Teatro dell'Opera
Teatro dell'Opera, Rome

Het voormalige thuishonk van Riccardo Muti levert met Eivind Gullberg Jensen een keurige Rusalka af, maar van de enscenering had meer werk gemaakt mogen worden... 

De Italiaanse wereld van opera en klassieke wereld is vaker wel dan niet net zo dramatisch als de opera's die worden opgevoerd. Dirigenten die plots opstappen of stakingen onder het personeel zijn schering en inslag. Zo ook bij het met grote schulden kampende Teatro dell'Opera di Roma. Nog niet zo heel lang geleden stapte Riccardo Muti - die her en der zelfs wordt gezien als mogelijke opvolger van de Italiaanse president Napolitano - op bij de Romeinse opera. En zo kan het dus zijn dat waar oorspronkelijk Aida van Verdi onder leiding van Muti zou plaats vinden, nu een reeks Rusalka van Dvořák plaats vond met op de bok de onbekende Noorse dirigent Eivind Gullberg Jensen. En daarme dus een Noorse dirigent met een opera van een Tsjechische componist gebaseerd op een Deens sprookje in het culture hart van Rome. Een allerminst slechte uitvoering volgde waarbij van de saaie en weinig inventieve enscenering overigens wel veel meer werk gemaakt had mogen worden.

De Kleine Zeemeermin
Dvořák is natuurlijk vooral bekend van zijn orkestrale werk, niet in de laatste plaats zijn symfonieën. Zijn opera's zijn op Rusalka na nooit doorgebroken en ook wanneer Rusalka in ogenschouw wordt genomen, valt er - met name op het libretto en de oppervlakkige dramaturgie - het nodige aan te merken. Toch is Rusalka geen misser, want muziek componeren, kon Dvořák. Het mysterieuze en sprookjesachtige begin met drie Waternymfen doet denken aan Wagner's Das Rheingold zonder dat er sprake is van een kopie. Rusalka kent maar weinig dode momenten en met name het Lied van de Maan is Dvořák's claim to (opera) fame. Het verhaal van Rusalka is eigenlijk het verhaal van De Kleine Zeemeermin van Hans Christian Andersen. Opvallend daarbij is wel dat het libretto de karakter erg oppervlakkig maakt en daardoor niet erg geloofwaardig. De echte hoogtepunten - overigens ook door de uitstekende uitvoering door respectievelijk Steven Humes en Larissa Diadkova - zijn dan ook Rusalka's machtige vader die - tegen beter weten in - zijn dochter probeert te beschermen en de gemene heks Jezibaba die Rusalka de kans geeft om mens te worden in ruil voor haar stem... Een wens van Rusalka om haar liefde voor de prins te realiseren. Een liefde die door machinaties van Jezibaba wordt tegengewerkt en ertoe leidt dat de prins (wel heel erg makkelijk) in de klauwen van een buitenlandse prinses valt. Ellende is daarmee het lot van zowel Rusalka en de Prins die pas in de dood hun gezamenlijke verlossing vinden...

Prima uitvoering
Het orkest, koor en ballet (er is een kort balletintermezzo) kwijten zich onder leiding van Gullberg Jensen prima van deze opera. De enscenering is - wellicht door de financiële problemen van het Teatro dell'Opera - wel heel basic en voegt niets toe aan de opera. Velen zullen het jammer hebben gevonden dat een op en top Italiaanse uitvoering van één van de meest bekende opera's van de grootste Italiaanse componist met één zo niet de beste Italiaanse dirigent is vervangen door de vrijwel in alle opzichten tegengestelde productie van Rusalka. Maar op het decor na heeft dat de pret niet al te veel mogen drukken.

Oordeel FerdiBlog: ***½


Van 27 november t/m 14 december 2014 voerde het Teatro dell'Opera di Roma 'Rusalka' van Dvořák op. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 14 december 2014. 

zaterdag 13 december 2014

Zichtbare pracht en praal, verborgen macht: 'A History of Venice' van John Julius Norwich


John Julius Norwich steekt zijn liefde voor Venetië niet onder stoelen en banken en schrijft een heerlijk leesbare geschiedenis van Venetië dat ooit veel meer was dan de toeristische attractie van nu. 

John Julius Norwich
Het zaadje van de liefde van John Julius Norwich (1929) voor Venetië is geplant door zijn vader door hem in 1946 voor het eerst mee te nemen naar La Serenissima. Daar bracht zijn vader hem in aanraking met deze wonderlijke stad van lagunes die al eeuwenlang mensen aan zich bond door haar pracht. Daarmee plaatste vader en zoon Norwich zich overigens ook in de (adellijke) traditie van de Grand Tour: het bezoeken van de belangrijke steden van Europa als basis culturele toevoeging op de algemene ontwikkeling. En Venetië was zonder twijfel één van de parels in de kroon van de Grand Tour. Overigens ook een zeer fortuinlijke parel in de kroon van de Venetianen zelf. Niet alleen bracht deze upper class-toerisme veel geld binnen, maar stond tevens aan de basis van de niche in de schilderkunst om stadsgezichten te laten schilderen om thuis in het voorvaderlijk landhuis of kasteel te tonen. De grote Venetiaanse schilder Canaletto (1697-1786) is misschien wel het beste voorbeeld van deze Vedute. De grote kennis van Venetië die de vader van Norwich had zou een prachtig boek hebben opgeleverd, maar het is uiteindelijk zijn zoon die een geschiedenis van Venetië heeft geschreven. En wat een heerlijk boek levert Norwich af. Een geschiedenis die met plezier wordt gelezen, maar vooral ook inzicht geeft in het Venetië voorbij de pracht en praal en de toeristische attractie die het tegenwoordig is. Venetië als de Meest Serene Republiek!

Handel en vloot
Het Rijk van La Serenissima
Want voor velen is Venetië slechts een mooi gelegen stad van lagunes - het Giethoorn van Italië zo te zeggen - in dat typische vakantieland Italië. Toch is Venetië veel meer dan dat, want meer dan duizend jaar was de Republiek Venetië een regionale grootmacht wiens tentakels zelfs tot Constantinopel reikten. Een grootmacht wiens hoofdstad Venetië in al die jaren nooit bezet is geweest en pas haar einde vond door toedoen van Napoleon in 1797. John Julius Norwich - zoals zijn eerdere boeken over Byzantium, de Pausen en de Middellandse Zee - vertelt het verhaal van Venetië met overtuiging en sympathie, maar toch vooral zoals een aristocratische grootvader zijn kleinkinderen - uiteraard bij een knapperend haardvuur - meeslepende verhalen vertelt over lang vervlogen tijden. Dat zorgt ervoor dat het enorme aantal gebeurtenissen, personages en jaartallen dat noodzakelijkerwijs een dergelijk overzichtswerk vullen te overzien blijft. Want dat blijft het grote nadeel met een dergelijk werk: het is heerlijk weg lezen, maar na het wegleggen blijven slechts enkele hoofdlijnen in je hoofd achter. En één van die hoofdlijnen is hoe het kan dat een dergelijke stad voor een groot deel van haar bestaan de Middellandse Zee beheerste en zelfs het Byzantijnse Rijk en het latere Ottomaanse Rijk een run for their money heeft kunnen geven. De ligging met enerzijds toegang tot de Middellandse Zee en anderzijds een lagune die de stad tegen het vasteland van Italië beschermde, zorgde ervoor dat Venetië kon uitgroeien tot een grote economische macht. Een bijbehorende vloot gaven Venetië de militaire macht om tegelijkertijd een regionale grootmacht te zijn. Zie daar het wonder van Venetië! Een wonder dat - in haar meest donkere dagen - ook de oorzaak is geweest van de uiteindelijke val van het Byzantijnse Rijk in 1453 en de opkomst van het Ottomaanse Rijk die op een zeker moment heel Europa, en niet in de laatste plaats Venetië, bedreigde. Want Venetië speelde een dubieuze rol in de Vierde Kruistocht (1202-1204) die gericht was op Jeruzalem, maar uiteindelijk leidde tot de bezetting van Constantinopel en de instelling van een zeventigjarig durend Latijns Keizerrijk waarbinnen Venetië werd aangeduid als Dominator quartae et dimidiae partis totius Romaniae ("Heer van een kwart en een half kwart van het Romeinse Rijk"). Hoewel het Byzantijnse Rijk zou terugkeren, was zij nog maar een schim van haar voormalige grootsheid en viel langzamerhand - over meer dan 200 jaar! - ten prooi aan het Ottomaanse Rijk. 

Een democratische oligarchie
De Meest Serene Republiek was tegelijkertijd één van de weinige Europese machten, zo niet de enige, die niet werd bestuurd door een koning of keizer. Met veel bewondering beschrijft Norwich het bijna democratische karakter van Venetië. Zijn liefde voor Venetië verblindt hem daar ietwat, maar de democratische oligarchie die Venetië was, kan zonder meer als democratischer worden aangeduid dan de monarchieën die haar omringden. Want hoewel de Doge - waarvan er maar liefst 118 zijn geweest - aan de top stond, was er geen sprake van almacht. In alles wat dit - toch ook veelal symbolisch - Staatshoofd deed werd hij bijgestaan door een zeskoppige Signoria die juist was ingesteld om een dictatuur te voorkomen. Zijn verkiezing (er zijn geen vrouwelijke Doges geweest, de Dogaressa was de vrouw van de Doge) volgde een zeer ingewikkelde procedure waarbij het startpunt ligt bij de Great Council die bestaat uit de voorname families van Venetië. Tegelijkertijd is er ook een Council of Ten ingesteld die formeel niet tot de besluitvormingspiramide behoort, maar wel grote macht kon uitoefenen. Hoewel de gewone Venetiaan eigenlijk niet zoveel in de melk had te brokkelen, zijn revoluties in Venetië amper aan de orde geweest. De welvaart van Venetië, de beschermde ligging, maar ook een cultuur van religieuze tolerantie en focus op de geneugten van het leven zullen hier vast en zeker een grote rol in hebben gespeeld.

Liefhebbers van de andere boeken van John Julius Norwich zullen A History of Venice zonder meer al kennen of op de leesstapel hebben liggen, want ook dit is weer een feestje. De grote hoeveelheid informatie en de ingenomen vertelling worden dan zonder meer voor lief genomen. Want Norwich schrijft uit enthousiasme en heeft geen academische pretenties, maar juist daardoor werpt hij een licht op een verborgen geschiedenis die immer fascineert.

Oordeel FerdiBlog: ****

'A History of Venice' van John Julius Norwich is in 1977 en 1981 door Penguin in twee delen uitgegeven ('Venice, the Rise to Empire' en 'Venice, the Greatness and the Fall'). In 1982 is de samengevoegde 'A History of Venice' verschenen die in 2003 opnieuw is uitgebracht. Bestellen kan hier

vrijdag 12 december 2014

Dans 10 december 2014: Een verlangen vervuld met het NDT


Nederlands Dans Theater
Sehnsucht/Schmetterling

Sehnsucht (2009)
Schmetterling (2010)

Sol León & Paul Lightfoot (choreografie)
Nederlands Dans Theater 1
Lucent Dans Theater, Den Haag 

Met een prachtige double bill vervullen Sol León & Paul Lightfoot met hulp van danser Medhi Walerski wederom het verlangen naar moderne dans dat je raakt. 

Vorige maand vierden de huischoreografen van het Nederlands Dans Theater (NDT) - Sol León en Paul Lightfoot - hun 25-jarige jubileum met een wervelend programma met de jonge dansers van NDT2. Een maand later is het de beurt aan de oudere garde van NDT1 om dit jubileum nog eens dunnetjes over te doen. En met de prachtige double bill van Sehnsucht en Schmetterling slagen ze daar zonder meer in. Met een bijzondere hoofdrol voor één van de meest markante van de NDT-dansers: Medhi Walerski. 

Roll over Beethoven!
Het NDT is een permanent onderdeel van de mondiale top van de moderne dans. En met de kenmerkende choreografie van León & Lightfoot waarbij liefde, het leven, het individu en de groep vaak centraal staan door 'directe' dans worden belichaamd, heeft het NDT een prachtige niche voor zichzelf gecreëerd. Een niche waarbij vaak de meest succesvolle producties een versmelting zijn van moderne dans en klassieke muziek. Zo ook in het uit 2009 stammende Sehnsucht waar het Largo uit het Derde Pianoconcert, de laatste twee delen van de Vijfde Symfonie en het Andante con Moto van het Vierde Pianoconcert van Beethoven de inspiratie voor een drieluik waar het verlangen naar een soul mate, maar ook naar een groep worden uitgewerkt. In een prachtig decor waar een draaibaar vierkant een huiselijke situatie van man en vrouw voorstelt, zien we de relatie tussen een man en een vrouw met een omstander buiten het huis. Op de prachtige tonen van Beethoven's Derde Pianoconcert ontwikkelt zich dit tot een verlangen van de man om ook onderdeel van de groep te zijn. Juist dan volgt één van de absolute hoogtepunten van de avond wanneer op de magistrale muziek van Beethoven's klassieke Vijfde Symfonie individu en groep samen komen in een wervelende choreografie. Uiteindelijk komt toch weer de liefde voor de vrouw in beeld en eindigt het drieluik zoals het begon, maar dan op de klanken van het Vierde Pianoconcert van Beethoven. 

Vlinder
Met Schmetterling gooien León & Lightfoot het over een ander boeg. Op de eclectische combinatie van muziek van The Magnetic Field (het album 69 Love Songs) en orkestrale muziek van Max Richter (1966) wisselen vrolijkheid en melancholie elkaar is. Net als bij Sehnsucht is het decor bepalend waarbij diverse deuropeningen in grootte afnemen en zo functionele coulissen op het podium vormen waaruit de dansers van het NDT naar voren komen. Langzamerhand worden de deuren dan één voor één weggehaald zodat alleen nog het individu resteert. Want ook hier staat de relatie tussen groep en individu weer centraal. Waarbij het opvallend is dat de groep, zowel in Sehnsucht als in Schmetterling, geen onderscheid naar sekse maakt. De mannelijke en vrouwelijke dansers van NDT2 zijn gelijkvorming door enerzijds allemaal vrouwelijke kleding dragen (Schmetterling) en anderzijds mannen en vrouwen met ontbloot (doch voor de vrouwen "bedekt" strak getrokken) bovenlijf te tonen (Sehnsucht). Het effect hiervan versterkt het idee van de groep en de grotere kloof tussen het individu en de gemeenschappelijke deler van de groep. Enige kritiekpunt is overigens wel dat Schmetterling - in markante tegenstelling tot Sehnsucht - met name ook door de muziekkeuze wat fragmentarisch is. Dit doet soms een beetje afbreuk aan het centrale idee en geeft het idee van een opeenvolging van kleinere werkjes. Voor de echte emotionele knock-out werkt de opzet van Sehnsucht beter.

Medhi Walerski
Beide programma's hebben overigens dezelfde hoofdrol die het gehele programma draagt: Medhi Walerski. De Franse danser én choreograaf Medhi Walerski (1979) is voor de trouwe bezoeker van het NDT geen vreemde. In veel van de NDT-producties heeft hij een prominente plek die hij met zijn techniek en aanwezigheid zonder meer rechtvaardigt. 

Het NDT1 bewijst met Sehnsucht/Schmetterling eer aan hun artistieke leiders en wederom tekenen León & Lightfoot voor een programma dat een verlangen vervult en zonder twijfel je raakt.

Oordeel FerdiBlog: ****

Sehnsucht:


Schmetterling:



Lees hier de eerdere recensie van '25 Years León & Lightfoot' op FerdiBlog. 

Na de premiere van 'Sehnsucht/Schmetterling' in 2010 heeft deze 'double bill' wereldtour gemaakt en sinds kort weer op Nederlandse bodem teruggekeerd. Van 10 t/m 21 december is 'Sehnsucht/Schmetterling' te zien in Den Haag en Amsterdam. Kaarten bestellen kan hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 10 december 2014. 

zondag 30 november 2014

Opera 29 november 2014: Een klinkende, maar vooral orkestrale 'Lohengrin'


De Nationale Opera
Lohengrin
(Richard Wagner 1813-1883)

Nikolai Schukoff, Lohengrin
Juliane Banse, Elsa von Brabant
Günther Groissböck, Heinrich der Vogler
Evgeni Nikitin, Friedrich von Telramund
Michaele Schuster, Ortrud
Bastiaan Everink, Der Heerrufer des Königs

Pierre Audi (regie), Jannis Kounsellis (decor)
Angelo Figus (kostuums)

Koor van De Nationale Opera
Marc Albrecht Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Het aanstekelijke enthousiasme van chef-dirigent Marc Albrecht verleidt het Nederlands Philharmonisch Orkest tot een klinkende 'Lohengrin' die vervolmaakt wordt door de solisten en de nog altijd uitstekende enscenering.

De Nationale Opera heeft de afgelopen jaren bijna het gehele oeuvre van Richard Wagner (1813-1883) zien passeren. Niet alleen de magistrale Ring des Nibelungen, maar ook Parsifal, Der Fliegende Holländer en Die Meistersinger von Nurnberg. Wagner's sleutelwerk Lohengrin  waar de Graalridder de van moord op haar broer verdachte Elsa von Brabant te hulp schiet op voorwaarde dat zij nooit naar zijn naam vraagt, ontbrak nog bij deze serie opvoeringen. Juist Lohengrin markeert, na de eerste volwaardige opera's Der Fliegende Holländer en Tannhäuser, de overgang naar de 'volwassen' Wagner die de wereld versteld zou doen staan met zijn opera's die terecht als gesamtkunstwerk de geschiedenis zijn ingegaan. De Nationale Opera kan daarbij terugvallen op een enscenering uit 2002 die twaalf jaar later nog steeds 'werkt'. Maar de echte ster van de avond was het Nederlands Philharmonisch Orkest dat aangejaagd door chef-dirigent Marc Albrecht de muziek van Wagner zonder meer recht deed.

Anonieme redder
Lohengrin en Elsa
Wagner had veel kwaliteiten (en ook een aantal zeer nare trekjes en overtuigingen), maar het schrijven van een kort en bondig libretto is er daar niet één van. Zo is het voor hem geen enkel probleem om het hierboven in één regel samengevatte verhaal van Lohengrin om te vormen tot een 3,5 uur durend epos. Dat sommige bezoekers dit nogal een zit vinden, is begrijpelijk, maar wanneer je je overgeeft aan de muziek die Wagner schreef voor dit verhaal van de anonieme redder vliegt de tijd voorbij. Want heel Brabant staat in vuur en vlam wanneer de Duitse koning Heinrich Brabant aandoet om ridders te werven voor zijn strijd tegen de Hongaren. Hij treft echter een Brabant in verwarring aan door de verdwijning van de Heer van Brabant laatst gezien met zijn zus Elsa. Friedrich von Telramund - ingefluisterd door zijn weinig prettige vrouw Ortrud - beschuldigt Elsa van moord. Een tweekamp onder het zicht van God moet uitmaken wie de waarheid spreekt. Niemand lijkt het voor Elsa op te nemen tot dat onze anonieme ridder verschijnt en Von Telramund verslaat. Dit leidt natuurlijk meteen tot een huwelijk met Elsa en daarmee is een nieuw Brabants power couple geboren die samen met Heinrich de strijd tegen de Hongaren aangaan. Enige voorwaarde voor deze happy end is dat Elsa nimmer naar naam en afkomst van onze anonieme ridder mag vragen. Aangespoord door de vileine Ortrud doet zij dit toch en wordt Lohengrin gedwongen - via het prachtige In Fernem Land - om te vertellen dat hij een Graalridder is de zoon van Parsifal. Prompt wordt hij aangevallen door Von Telramund. Lohengrin overwint uiteindelijk, maar verlaat een doodongelukkige Elsa die enige troost krijgt wanneer bij het vetrek van Lohengrin de zwaan die hem vergezelde bij zijn komst haar broer blijkt te zijn. Een relatief happy end, zeker wanneer de overige werken van Wagner in ogenschouw worden genomen...

Het orkest is de ster
De uitvoering van deze Lohengrin wordt gedragen door een uitstekend spelend Nederlands Philharmonisch Orkest. Met name de koperblazers hebben in deze opera de avond van hun leven, want ze worden te pas en te onpas ingezet om de koning en allerhande andere belangrijke momenten aan te kondigen. Niet alleen vanuit het orkest, maar ook als fernorchester en vanuit de zaal van het Muziektheater zelf. En ook het Koor van De Nationale Opera laat zich weer van haar beste kant zien in deze opera waar Wagner massaliteit graag onderstreept door het gebruik van een koor. Een massaliteit die uitstekend naar voren komt in de abstracte maar effectieve enscenering. Zowel koor als orkest worden enorm geholpen door het aanstekelijke enthousiasme van Marc Albrecht die iedereen dwingt het beste uit zichzelf te halen. Ook op de solisten valt weinig aan te merken hoewel gek genoeg niemand echt boven het ensemble uitstijgt. Meest opvallende was dan toch Michaele Schuster die de naargeestige Ortrud overtuigend gestalte gaf. Deze uitvoering van Lohengrin toont niet alleen de kracht aan van Wagner, maar ook het succesverhaal dat Marc Albrecht als chef van De Nationale Opera is. 

Oordeel FerdiBlog: ****


'Lohengrin' van Richard Wagner is van 10 t/m 29 november 2014 uitgevoerd door De Nationale Opera. Deze recensie is op basis van de laatste opvoering op 29 november 2014. 

vrijdag 28 november 2014

Concert 27 november 2014: De grillige vuurdoop van Gatti bij het KCO

Daniele Gatti tijdens zijn eerste repetitie bij het KCO als hun aanstaand chef-dirigent (foto: Renske Vrolijk)

Mahler: Symfonie Nr. 6
Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Net benoemd tot beoogd opvolger van Mariss Jansons wil Daniele Gatti te veel zijn stempel drukken bij het KCO met een (te) eigenzinnige uitvoering van Mahler’s Zesde. Voor dit moment een brug te ver. 

Met het aangekondigde vertrek van Mariss Jansons ontstak een silly season in de wereld van de klassieke muziek. Eén van de meest felbegeerde posities als chef-dirigent kwam vrij, een positie die over het algemeen voor zeer lange tijd wordt vervuld aangezien het orkest sinds 1888 slechts zes chef-dirigenten heeft gehad: Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en Mariss Jansons. Lange tijd leek Andris Nelsons, protegé van Jansons, de frontrunner met als gevaarlijke outsider Iván Fischer. Enigszins verrassend was het daarom ook dat na slechts een korte tijd na de aankondiging van het afscheid van Jansons witte rook aan de Van Baerlestraat in Amsterdam werd gesignaleerd met de aankondiging dat de Italiaan Daniele Gatti (1961) het stokje zou overnemen. Echt verbazingwekkend is dat niet aangezien Gatti al lange tijd dienst doet als gastdirigent en overduidelijk een connectie heeft opgebouwd met het orkest. Dit startte in 2004 met een indrukwekkend Wagner-programma en zette door in puike en vooral lyrische en temperamentvolle uitvoeringen van de Vijfde Symfonie (2010) en Negende Symfonie (2012) van Mahler en de succesvolle uitvoering van Verdi’s Falstaff met het KCO bij De Nationale Opera afgelopen seizoen. Met de Zesde Symfonie van Mahler kreeg Gatti zijn vuurdoop bij zijn nieuwe orkest. Helaas een grillige vuurdoop. 

Een veilige keuze
Het was gisteravond zonder meer duidelijk dat het optreden van Gatti bij het KCO het karakter van een first date had. Het publiek verwelkomde Gatti met open armen en Gatti laafde zich aan zijn aankomende nieuwe thuis, maar hij zal zonder meer de druk die op zijn schouders rust voelen. Zeker aangezien zijn benoeming, met name de afgelopen weken, in binnen- maar vooral buitenland behoorlijk kritisch is ontvangen. Termen als ‘te veilige keuze’ domineerden de instantoordelen. Deze recensent behoort niet tot dat koor. De concerten met Gatti zijn tot op heden immer wervelend geweest en een meer dan uitstekende uitvoering van de Negende van Mahler in oktober 2012 was voor deze recensent alle aanleiding om te voorspellen dat Gatti de grootste kanshebber zou zijn om Jansons op te volgen. Juist die Negende Mahler die - samen met de uitvoering van Verdi's Falstaff en een Alban Berg-opname voor RCO Live - het KCO hebben overtuigd om hun zegen aan Gatti te geven.

Gatti zoekt de uitersten
Met de Zesde van Mahler als vuurdoop maakt Gatti het zichzelf niet makkelijk. Dit krachtige en imposante werk is hondsmoeilijk om volledig goed te krijgen. In de Mahler-serie van het KCO was het aan (de inmiddels overleden) Lorin Maazel om de KCO door deze ‘tragische’ symfonie te loodsen. Het dreigende van de eerste delen ging hem niet goed af, maar een werkelijk prachtige en lyrische uitvoering van het Andante Moderato was het absolute hoogtepunt van de avond en misschien wel één van de beste uitvoeringen van dat deel. Gatti had zich heel duidelijk voorgenomen om zijn visitekaartje af te geven en een echt eigen interpretatie van Mahler’s Zesde neer te zetten. De dreiging van met name het eerste deel werd enorm voelbaar waardoor je meteen op het puntje van je stoel ging zitten. Een gejaagde dreiging van de marsgedeeltes in dit eerste deel wisselde Gatti af met de trager genomen rustige tussendelen. Gatti was op zoek naar de uitersten en zette deze lijn in de volgende delen door. Dit had als gevolg dat het hele stuk op zijn instigatie doorspekt was met tempowisselingen die het nodige vroegen van het KCO. En daar begon het toch flink te schuren wat de overall experience van dit donkere werk van Mahler geen goed deed. Het KCO moest op vele momenten alles uit de kast halen om de aankomend chef-dirigent bij te houden danwel dat bij de vertraging de consistentie verloren dreigde te gaan. En dat was – op de spannende en beeldschone momenten na - helaas flink hoorbaar en deed afbreuk aan dit monumentale werk. 

Desondanks een zonnige toekomst
Het lijkt er sterk op dat Gatti in zijn zucht om een goede eerste indruk te maken bewust kiest voor een duidelijk eigen interpretatie en het orkest met hem mee wilde nemen op die onstuimige reis. Dit kwam helaas niet uit de verf, waardoor de vuurdoop van Gatti – op z’n zachtst gezegd – nogal grillig was. Wat Gatti wilde met het orkest was duidelijk, maar is eigenlijk pas te realiseren wanneer dirigent en orkest een symbiose vormen door een hechte samenwerking. Een samenwerking die juist de komende jaren moet ontstaan. Hoewel de avond daarom teleurstellend is verlopen, biedt het alle perspectief voor de toekomst: een chef-dirigent die weet wat hij wil, de noodzakelijke kwaliteiten in huis heeft en alle tijd van de wereld om het KCO de sterren van de hemel te laten spelen. 

Oordeel FerdiBlog: ***

Lees eerdere recensies van het KCO onder Gatti op FerdiBlog: de Vijfde Symfonie van Mahler (als onderdeel van de KCO Mahler-serie), de Negende Symfonie van Mahler en Falstaff van Verdi. 

Aankomend chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest Daniele Gatti staat op 27, 28 en 30 november 2014 op de bok met zijn nieuwe orkest met de Zesde Symfonie van Gustav Mahler. Kaarten bestellen kan hier.

woensdag 26 november 2014

De terugkeer van Hercule Poirot: 'The Monogram Murders' van Sophie Hannah



Sophie Hannah treedt in de voetsporen van Agatha Christie en laat Hercule Poirot terugkeren voor de Monogram Murders. Helemaal geslaagd is de terugkeer helaas niet. 

David Suchet als Hercule Poirot
Niets zo vervelend wanneer een iconisch fictief figuur geen nieuwe avonturen meer kan beleven omdat de schrijver – al dan niet te vroeg – het aardse voor het eeuwige heeft verruild. De erfgenamen willen dan nog wel eens, zowel uit artistieke of geldelijke overwegingen of een combinatie van deze twee, een vervolg geven door een andere schrijver een nieuw avontuur te laten schrijven voor publiekslieveling. James Bond, Sherlock Holmes maar ook The Godfather zijn allemaal tot leven gewekt door nieuwe schrijvers. Tot voor kort bleef Hercule Poirot buiten schot. Zijn finale optreden Curtain: Poirot’s Last Case verscheen in 1975 van de hand van Agatha Christie (1890-1976). De afgelopen jaren is Poirot opnieuw leven ingeblazen door de nauwgezette en zeer succesvolle TV-bewerking met in de hoofdrol David Suchet die zonder twijfel tekent voor de definitieve vertolking van de Belgische detective Hercule Poirot. Recent is echter de verfilming van Curtain verschenen en is ook op dit valk een einde gekomen aan Poirot. Sophie Hannah springt in dit gat en levert met The Monogram Murders een nieuw avontuur van Poirot af.

De retraite van Poirot
Met Curtain maakte Agatha Christie definitief een einde aan het personage Poirot. Een einde dat zij al in de jaren veertig voorzag en schreef, maar pas in 1975 uitbracht als slot voor de Poirot-reeks. Dit betekent dat ieder nieuw avontuur van Poirot binnen de bestaande canon moet plaats vinden. Thrillerauteur Sophie Hannah (1971) heeft dit handig opgelost door The Monogram Murders in de hoogtijdagen van Poirot – de jaren twintig – te laten plaats vinden. In die periode is Poirot op retraite en is hij ‘ondergedoken’ bij een hospita niet ver van zijn befaamde kantoor en huis in de Whitehaven Mansions. Toevalligerwijs woont daar ook Edward Catchpool van Scotland Yard die voor dit mysterie de rol van Poirot’s trouwe sidekick Hastings heeft overgenomen. En ondanks dat Poirot niet zo lang op retraite is, heeft hij al diverse gewoontes opgedaan waaronder koffie drinken bij het nabijgelegen Pleasant’s Coffee House. Op een avond stormt daar een mysterieuze dame binnen die uiteindelijk een connectie heeft met een drievoudige moord in het Bloxham Hotel. De drie slachtoffers – die elkaar blijken te kennen – zijn allemaal op hun eigen kamer vermoord, teruggevonden in dezelfde houding en met in hun mond een manchetknoop met initialen: de Monogram Murders zijn geboren. Aan Poirot en Catchpool de taak om dit mysterie op te lossen.

Niet geheel geslaagd 
Hoewel The Monogram Murders lekker wegleest en een prima pageturner is die zonder meer herkenbaar is als Poirot-mysterie schort er toch het nodige aan. De gebeurtenissen en (tussentijdse) oplossingen zijn soms vergezocht en niet heel erg realistisch. Daarbij komt het karakter van Poirot ook pedanter over dan normaal en zijn de door hem aangedragen oplossingen zo uniek dat het de geloofwaardigheid, maar ook de consistentie van het verhaal niet ten goede komt. Het hangt somt net iets te veel van toevalligheden aan elkaar. Ook introduceert Hannah een wat geforceerd jeugdtrauma om Catchpool wat reliëf te geven. Al met al – zeker voor fans van Poirot – geen straf om te lezen, maar het zal voor David Suchet hoogstwaarschijnlijk geen aanleiding zijn om nog één keer in de huid van Hercule Poirot te kruipen. En dat is dan de echte misdaad van The Monogram Murders.

Oordeel FerdiBlog: ***½


‘The Monogram Murders. The Brand New Hercule Poirot Mystery’ van Sophie Hannah is op 9 september 2014 door HarperCollins uitgegeven. Bestellen kan hier.

zondag 16 november 2014

Concert 14 november 2014: Ticciati's potpourri van Franse 'petits bonbons'


Fauré: Suite 'Pelléas et Mélisande'
Berlioz: La Mort de Cléopâtre
Ravel: Valses Nobles et Sentimentales
Debussy: La Mer

Vesselina Kasarova (mezzosopraan)
Robin Ticciati, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Rising star Robin Ticciati weet hoe hij een orkest moet laten spelen, maar de potpourri aan bekend en minder bekend Frans werk overtuigt niet helemaal. Niet in de laatste plaats door mezzosopraan Vesselina Kasarova.

Robin Ticciati (1983) heeft de wind in de zeilen. Nog niet zo lang chef-dirigent van het Scottish Chamber Orchestra met wie hij al enkele goed ontvangen opnames uitbracht, is hij sinds begin dit jaar de zevende music director van de eminente Glyndebourne Festival Opera. En op zo'n jonge leeftijd voor het Koninklijk Concertgebouworkest staan, is ook niet niets. Hoewel het Rotterdams Philharmonisch Orkest al veel eerder zijn talent signaleerde. Al in 2011 stond hij niet onverdienstelijk op de bok bij de Rotterdammers met een programma van Schumann's Vierde Symfonie en het Tweede Pianoconcert van Brahms met pianist Emanuel Ax. En ook in dit programma met alleen maar Franse werken etaleert Ticciati zijn talenten. Maar een succesvol concert was het helaas niet.

Invaller
Naast drie orkestrale werken van Franse componisten heeft Ticciati ook gekozen voor een cantate van Hector Berlioz (1803-1869). In La Mort de Cléopâtre vertaalt Berlioz de laatste momenten van Cleopatra - bekend van haar romantische en strategisch mislukte liaison met Marcus Antonius tegen Octavianus - wanneer zij zelfmoord pleegt door zich te laten bijten door een slang. Voor deze cantate zou Elina Garanca aantreden, maar door ziekte is zij voor de hele reeks vervangen door de Bulgaarse mezzosopraan Vesselina Kasarova. Een niet zo gelukkige keuze aangezien Le Mort de Cléopâtre door  Kasarova niet echt tot leven werd gebracht. Niet alleen omdat haar stem niet echt passend leek voor dit stuk en zij ook vaak moeite moest doen om vanuit de lage registers hogerop te komen. Ook speelde de uitspraak haar parten waarbij het soms moeilijk voorstelbaar was dat hier sprake was van een Franse tekst. Het klonk allemaal wel erg Bulgaars. Ten slotte leidde Kasarova af door - zeker in het begin - door een staaltje overacting weg te geven die eerder op de lachspieren werkte dan de dramatiek van het moment onderstreepte. Laten we het erop houden dat Kasarova zeker geen slechte solist is, maar dat dit geen goede match was.

Petits bonbons
Gelukkig liet Ticciati in het gehele programma horen dat hij oog voor detail heeft, want dit programma van muzikale petits bonbons was zonder meer up his alley. In alle werken kwam het melodieuze en sprankelende van de Franse componisten zonder meer naar voren. De suite van Gabriel Fauré (1845-1924) naar het toneelstuk van Maeterlinck (een inspiratie voor tal van componisten) was daar een goed voorbeeld van. Met name in het prachtige en melancholische derde deel Sicilienne liet Ticciati zijn meesterschap gelden. Ticciati tekende tevens voor een goede uitvoering van La Mer van Claude Debussy (1862-1918). Dit prachtige toondicht over de zee is één van de favorieten van deze recensent en sowieso één van de hoogtepunten in het genre. Bovendien is dit werk ook een favoriet van het Koninklijk Concertgebouworkest. Bernard Haitink tekent voor de benchmark-opname en voerde hem diverse malen met zijn oude orkest uit. De laatste keer was in maart 2009 en deze recensent heeft nog steeds zeer warme herinneringen aan deze lyrische uitvoering. En het mooie is dat deze uitvoering bewaard is gebleven en onderdeel is van de livebox The Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra (2000-2010). Ook in 2012 stond La Mer nog op de lessenaars maar toen met Andris Nelsons op de bok. Een compleet andere uitvoering dan Haitink die bijna jazzy te betitelen was, maar daardoor evenzo bevredigend. Aan beide uitvoeringen kan Ticciati (nog) niet tippen. Daar was de uitvoering net iets te langzaam en te standaard voor, maar het was zeker wel een goede uitvoering. 

Grote probleem met dit concert is het programma zelf: het is teveel een samenballing van Franse petis bonbons. Hoe mooi de werken ook zijn, het is te fragmentarisch met als beste voorbeeld hiervan de Valses Nobles et Sentimentales van Maurice Ravel (1875-1937). Dit werk kent acht delen en dat is prachtig als onderdeel van een programma met een groot werk na de pauze, maar als onderdeel van alleen maar dit soort werken is het gewoon te veel van het goede. Ticciati is zonder meer een goede dirigent, maar een programma met focus en een betere zangeres hadden tot iets mooiers kunnen leiden.

Oordeel FerdiBlog: ***

Lees hier een eerdere recensie van een optreden van Robin Ticciati met het Rotterdams Philharmonisch Orkest in 2011. Lees hier de recensie van een eerdere uitvoering van 'La Mer' door het KCO. 

Robin Ticciati speelt bekend en onbekend Frans werk met het Koninklijk Concertgebouworkest en met medewerking van mezzosopraan Vesselina Kasarova op 12, 13 en 14 november in het Concertgebouw. Op 16, 17 en 18 november gaat het programma op tournee via Brussel, Luzern en Wenen. 

vrijdag 14 november 2014

Een terechte klassieker: 'Het Zwanenmeer' van het Nationale Ballet


Nationale Opera & Ballet
Het Zwanenmeer
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Maia Makhateli, Odette/Odile
Artur Shesterikov, Siegfried
Roman Artyushkin, Von Rothbart
Serguei Endinian, Alexander
Louise Vine, De Vorstin
Raimondo Fornoni, Von Rasposen

Rudi van Dantzig (choreografie)
Het Nationale Ballet

Mattew Rowe, Het Balletorkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Het Nationale Ballet tekent met overtuigende solisten en het uitstekende Balletorkest voor een meeslepend Het Zwanenmeer dat de status van terechte klassieker meer dan waar maakt.

Hoewel Tsjaikovski zelf weinig succes heeft beleefd aan Het Zwanenmeer is dit ballet uitgegroeid tot de maatstaf van het klassieke ballet en het populairste ballet aller tijden. Sowieso heeft Tsjaikovski - weliswaar postuum - weinig reden tot klagen: zowel Het Zwanenmeer als De Schone Slaapster en De Notenkraker vormen de heilige drie-eenheid van het ballet. Het geheim van het succes van zijn werk ligt besloten in het feit dat de verhalen en de muziek niet slechts ten dienste staan van het tonen van achtereenvolgende dansen, maar een uniform geheel vormen waardoor het geheel meer is dan de som der delen. Het helpt natuurlijk ook ontzettend dat de muziek van Tsjaikovski bomvol zit met prachtige en aansprekende melodieën. En op dat vlak is Het Zwanenmeer de eerste onder diens gelijken. Alle reden dus voor het Nationale Ballet om Het Zwanenmeer weer op te voeren in de choreografie van Rudi van Dantzig. 

Oude meuk?
Bij een dergelijk populair ballet - het Muziektheater was uitverkocht net als de resterende uitvoeringen in november - is het gevaar levensgroot dat de populariteit ten koste gaat van de vernieuwing. En wanneer je beseft dat de choreografie van Rudi van Dantzig - naar de choreografie van Marius Petipa en Lev Ivanov uit 1895 - uit 1988 stamt en dat het decor- en kostuumontwerp van Toer van Schayk eveneens uit die tijd stamt, ligt de conclusie al snel voor de hand dat hier sprake is van het opwarmen van oude meuk. Niets is echter minder waar. De choreografie is nog altijd even fris en zelfs de decors, hoewel wat ouderwets, werken nog steeds. Een evergreen als Het Zwanenmeer heeft niet zonder reden die status bereikt en dat was wederom te zien en te horen in de uitvoering door Het Nationale Ballet. 

Het Balletorkest
Want Het Nationale Ballet weet zonder twijfel een klassieker als deze een uitvoering te geven die het verdient. Niet in de laatste plaats door het uitstekend spelende Balletorkest onder leiding van Matthew Rowe. Door zijn strakke en meeslepende begeleiding zette het Balletorkest een puntgave uitvoering van Tsjaikovski's prachtige muziek neer. Dan is toch weer duidelijk hoe belangrijk het is dat een goede dirigent voor een orkest staat. Wie het AVROTROS-programma Maestro kijkt, weet welke muzikale ramp zich voltrekt met een slechte dirigent op de bok. En aangezien het Balletorkest (voorheen als Holland Symfonia) in Maestro de hoofdrol speelt, zal het orkest blij zijn dat in dit geval niet Oscar Hammerstein dirigeert alsof hij op een paard zit, maar hun eigen Matthew Rowe die precies weet hoe hij het beste uit zijn orkest haalt. 

De twee gezichten van Maia Makhateli
Tegelijkertijd is Het Nationale Ballet gezegend met uitstekende dansers, niet in de laatste plaats het uitstekende corps de ballet. Ster van de avond was zonder twijfel Maia Makhateli die de moeilijke taak heeft om zowel de Witte Zwaan (Odette) en de Zwarte Zwaan (Odile) te spelen. Odette - waar Prins Siegfried verliefd op wordt - moet onschuldig en onzeker zijn. Odile - de spitting image van Odette die door de kwade tovenaar Von Rothbart wordt gebruik om Siegfried in de luren te leggen - moet juist zeker en een tikkeltje arrogant zijn. Geen geringe opgave voor een danseres, maar een opgave waar Makhateli zich overtuigend van kweet. In Artur Shesterikov had zij een competente tegenspeler, maar op het gebied van de mannelijke rollen wordt Siegfried eigenlijk altijd weggespeeld door de veel interessantere rol van Von Rothbart uitstekend uitgevoerd door Roman Artyushkin. Zo zorgde het collectief van Het Nationale Ballet ervoor dat Het Zwanenmeer werd geëerd door een meeslepende uitvoering waarbij de tijd voorbij vloog. Het Nationale Ballet tekent daarmee voor een voorbeeldige uitvoering van een terechte klassieker. 

Oordeel FerdiBlog: ****½


'Het Zwanenmeer' wordt door Het Nationale Ballet in het 2014/2015-seizoen maar liefst tijdens drie reeksen uitgevoerd: in 2014 van 14 t/m 28 september & 6 t/m 15 november en in 2015 van 1 t/m 8 maart. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 11 november. De overige voorstellingen in 2014 zijn uitverkocht, maar voor de voorstellingen in 2015 zijn nog kaarten. Bestellen kan hier