zaterdag 31 maart 2012

Toneel: 'De Prooi' van het Nationale Toneel


'De Prooi'

Het Nationale Toneel

Mark Rietman (Rijkman Groenink)
Jaap Spijkers (Jan Kalff/Jan Maarten de Jong)
Jeroen Spitzenberger (Joost Kuiper)
Hajo Bruins (Wilco Jiskoot)
Betty Schuurman (Alexandra Cook-Schaapveld)
Pieter van der Sman (Rijnhard van Tets)

Naar het boek van Jeroen Smit
Script: Sophie Kassies Regie: Johan Doesburg

Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Rijkman Groenink zal zich bij zijn aantreden in mei 2000 als voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN-Amro vast wel bedacht hebben dat een dergelijke belangrijke functie tot een boek zou kunnen leiden. Waar hij gehoopt zal hebben op een vleiende biografie en een 'must read' voor succesvolle CEO's werd het Jeroen Smit's 'De Prooi' over de ondergang van de grootste bank van Nederland. Een toneelstuk met hemzelf in de hoofdrol zal hem zeker niet door het hoofd zijn geschoten. En toch is het daar: het Nationale Toneel bewerkte het succesvolle en zeer lezenswaardige boek van Jeroen Smit tot een toneelstuk. Met in de hoofdrol Rijkman Groenink, gestalte gegeven door Mark Rietman.

De overnamestrijd om ABN Amro tussen Barclay's, de voorkeur van Rijkman Groenink, en het trio Royal Bank of Scotland (RBS), Banco Santander en Fortis zal niemand ontgaan zijn. Net zoals de ontluisterend snelle ontrafeling van de overname door het trio die uiteindelijk RBS en haar topman, (inmiddels ex) Sir Fred Goodwin tot de afgrond zou leiden en Fortis deed ophouden te bestaan. En ABN Amro? Gehavend en samen met het Nederlandse deel van Fortis is zij nu eigendom van de Staat onder leiding van oud-minister van Financiën Gerrit Zalm. 

Maar ABN Amro beheerste al langer de publieke aandacht. Vanwege het simpele feit dat ABN Amro de grootste bank van Nederland was, maar ook een grote wereldspeler. Maar ook vanwege de verwoede pogingen van de top van ABN Amro om de bank in de vaart der volkeren te laten opstomen, maar jaar na jaar moest toegeven dat hoewel de winst toenam de kosten nooit beheersbaar bleken en bleven toenemen. De laatste keer dat ABN Amro echt positief in het nieuws kwam was in 2005 door de overnamestrijd om Antonveneta waar Italiaans chauvinisme en malversaties uiteindelijk het onderspit moesten delven tegen de vrijheid van de Europese markt en haar open economie. Rijkman Groenink beleefde daarmee zijn 'finest hour': een tweede Europese thuismarkt voor ABN Amro en de cover van Elsevier als Nederlander van het Jaar. Snel zou echter de focus weer komen te liggen op de achterliggende prestaties van ABN Amro en verwerd deze trotse bank van jager tot armzalige prooi. 

Het boek van Jeroen Smit was in 2008 terecht een sensatie en vestigde diens reputatie, na 'Het Drama Ahold', definitief. Het boek voorzag ook duidelijk in een behoefte. Hoe kon een zo grote en trotse bank, ontsproten uit de Nederlandse Handel-Maatschappij opgericht door Koning Willem I, zo aan haar einde komen? De persoon van Rijkman Groenink was daar gedeeltelijk de oorzaak van en zijn optreden, voor tijdens en na de overname, bevestigde alleen maar het beeld bij het grote publiek dat deze Groenink, in tegenstelling tot zijn keurige voorganger Jan Kalff, de bank in de vernieling had geholpen. 

Het onderwerp bleek niet alleen meer dan voldoende voor een prachtboek, maar ook voor een toneelbewerking van datzelfde boek. Het Nationale Toneel heeft die klus op zich genomen en toen vorig jaar de kaarten voor het huidige toneelseizoen besteld konden worden, twijfelde ik geen moment en bestelde ik kaarten voor een toneelstuk dat vast en zeker de moeite van het zien waard zou zijn. Opvallende daarbij is overigens dat ik de kaarten al maanden in huis had toen zelfs het script nog geschreven moest worden. Een script dat ergens pas einde van het vorige jaar gereed is gekomen. Het moet gezegd: het Nationale Toneel is er in geslaagd om het boek tot een indrukwekkende toneelvoorstelling om te vormen. Men heeft daarbij gekozen voor een (soms wat oppervlakkige) bewerking van het gegeven dat vooral enerveert en vermaakt. De promofilm maakt dat overigens al duidelijk:


De focus in het toneelstuk ligt met name op de persoonlijke verhoudingen in de ABN-top waarbij een aantal episodes langs komen: de economische dynamiek van de jaren negentig gekoppeld aan een meer risicovolle inzet van de middelen van ABN, de strijd om de opvolging van Jan Kalff, de mislukte pogingen van ABN Amro om een succesvolle zakenbank te worden, de overname van Antonveneta en uiteindelijk, maar met veel minder aandacht ervoor dan je zou denken, de overnamestrijd over en het einde van ABN Amro (de epiloog van  economische crisis en de nationalisatie van ABN Amro blijven, in tegenstelling tot het boek, onbehandeld). De focus in het toneelstuk blijft binnen al die episodes op de persoonlijke verhoudingen binnen de ABN-top. Rijkman Groenink, ondanks dat men hem autistisch en weinig empathisch vindt, wint de strijd om de opvolging van Jan Kalff ten koste van Kalff-kloon Jan Maarten de Jong (een mooie dubbelrol van  Jaap Spijkers). Maar niet zonder de onaantastbare Wilco Jiskoot en zijn adjudant Rijnhard van Tets te beloven dat alle middelen gericht zullen zijn om een 'wholesale' zakendivisie op te richten. Een besluit dat veel geld zal kosten en uiteindelijk niets zal opleveren. Tussendoor figureert de staat van de Nederlandse divisie, geleid door Joost Kuiper, die niet sexy is, wel degelijk, maar continu efficiënter moet werken om de andere ambities waar te maken. Ook komt de enige vrouw in het verhaal Alexandra Cook-Schaapveld langs die het glazen plafond net niet weet te breken.

Het stuk wordt gedragen door de uitstekende acteerprestaties van allen, maar met name de geweldige invulling van de rol van Rijkman Groenink door Mark Rietman. Rietman laat telkens zien waarom hij zo'n goede acteur is. Ook al lijkt hij in het geheel niet op Groenink, toch is hij Groenink door een perfecte nabootsing van diens onhandige spraak en gedrag. Enige jammere aan het stuk is dat het allemaal erg lineair is en de personages, door de gekozen invalshoek, nogal plat zijn. Verdieping van de karakters kom je, ook door het relatief grote ensemble, niet tegen. Daarbij is de opbouw wel erg lineair en dat voedt de oppervlakkigheid. Desalniettemin is een het een mooie toneelvoorstelling die het aanraden meer dan waard is. Met name ook door het inventieve gebruik van het decor. Een grote draaiende wand waar de acteurs zich letterlijk aan vast moeten klampen, via een bergbeklimkit, om hun scènes te spelen. Of de 'real life'-hoofdrolspelers het toneelstuk kunnen waarderen is een tweede. Ik denk niet dat Rijkman Groenink een van de voorstellingen zal bezoeken.

zondag 25 maart 2012

Concert 25 maart 2012: Claus Peter Flor en James Ehnes bij het Residentie Orkest


Beethoven: Vioolconcert
Berlioz: Symphonie Fantastique

James Ehnes (viool)
Claus Peter Flor, Residentie Orkest
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Terwijl de terrasjes in Den Haag vol zaten en de zon volop scheen, vulde vanmiddag de Dr. Anton Philipszaal zich voor het Residentie Orkest. Ditmaal onder de Duitse dirigent Claus Peter Flor en met de Canadese violist James Ehnes. Op de lessenaar: de onweerstaanbare Romantische combinatie van het Vioolconcert van Ludwig van Beethoven (1770-1827) en de Symphonie Fantastique van Hector Berlioz (1803-1869). 

Flor is geen onbekende voor het Residentie Orkest aangezien hij de afgelopen jaren ieder seizoen een aantal gastoptredens verzorgt. Zo hoorde ik hem een aantal jaren geleden al met een volledig Wagner-programma en vorig jaar nog met een sublieme uitvoering van Ein Deutsches Requiem van Brahms (recensie hier). James Ehnes is inmiddels een 'rising star' met steeds meer aandacht voor zijn opnames en optredens. De reden dat ik een kaartje voor dit concert kocht, was niet alleen de combinatie van Beethoven en Berlioz, maar vooral de combinatie van Flor en Ehnes. Bijna twee jaar geleden was ik, tijdens een vakantie in Texas (tip!), in Dallas bij het Dallas Symphony Orchestra waar Flor en Ehnes optraden met de 'Scottish Fantasy' van Bruch, 'The Wooddove' van Dvorak en de Symfonie in D van Franck. Een prachtig concert in een mooie concertzaal, de Meyerson Symphony Hall, in het culturele hart van Dallas: het Dallas Arts District. Particulier gefinancierd dankzij een ander belastingstelsel met nadruk op individuele liefdadigheid. Jaap van Zweden zwaait overigens al een tijdje de scepter in Dallas en ze zijn lyrisch over hem. Helaas voor Flor die het in de eindronde af moest leggen tegen Van Zweden om chef-dirigent in Dallas te worden.

In Dallas viel al op dat Flor en Ehnes goed op elkaar zijn ingespeeld en in Den Haag was het niet anders. Voor de pauze volgde een prachtige, nauwgezette en lyrische uitvoering van misschien wel het meest bekende vioolconcert, dat van Ludwig van Beethoven. Duidelijk is ook dat Ehnes een erg goede violist is die zonder dramatiek zijn instrument volledig tot z'n recht laat komen. Gekoppeld aan een goede begeleiding door het Residentie Orkest onder Flor met een perfecte balans en vooral zeer gearticuleerd spel, alles was te horen, leidde dit tot een pracht uitvoering die terecht grote bijval oogstte van het publiek. Ehnes is een talent om naar uit te zien, we zullen nog veel van hem horen de komende jaren.

Na de pauze was het de beurt aan 'alleen' Flor. Het vreemde aan Flor is dat hij een zeer gewaardeerde dirigent is, die zijn vak heeft geleerd bij de ideale leerschool: de vele regionale orkesten die Duitsland rijk is. Met de Bamberger Symphoniker maakte hij prachtige opnames van de ouvertures en symfonieën van Mendelssohn. Toch is deze echte Kapellmeister nooit wereldwijd doorgebroken, maar is hij bij veel goede orkesten regelmatig te horen. Gezien de warmte tussen hem en het Residentie Orkest zal dat voor de orkesten die te maken hebben met de sympathieke Flor zeker geen straf zijn. Op de lessenaar stond de eerste symfonie van Hector Berlioz geschreven toen hij slechts 27 jaar was. Opvallend daarbij is dat deze symfonie, maar een paar jaar van Beethoven verwijderd, al zo anders is dan het magnum opus dat de symfonieën van Beethoven zijn. De 'Symphonie Fantastique' heeft overigens een verhaal dat door de Rough Guide to Classical Music wordt omschreven als: ''Mythologizing Berlioz's neurotic obsession with Harriet Smithson, the "plot" of the Symphonie Fantastique is an opium-induced phantasmagoria, in which the hero imagines the torrid progress of a love affair that ends ultimately in his execution for the murder of his lover.'' En dat is te horen ook in deze ultieme expressie van de symfonie als representant van de Romantiek. De uitvoering van Flor liet daarbij niets te wensen over. Wederom was er sprake van een lyrische, maar vooral goed gearticuleerde (lees: precies gespeelde) uitvoering waar de verschillende stemmingen van het werk, van feeëriek (mooie inbreng van de harpen) via 'whimsical' (via de klarinet) tot grotesk, perfect tot uiting kwamen. Zeker de laatste twee delen, 'Marche au supplice' en 'Song d'une nuit du Sabbat' werden spectaculair uitgevoerd door het Residentie Orkest waarbij Flor nadrukkelijk de hoofdrol gaf aan het koper en het slagwerk dat de zaal er terecht stil van en daarna laaiend enthousiast over werd. 

De zon scheen niet alleen buiten, maar zeker ook in de Dr. Anton Philipszaal. Moge Flor en Ehnes nog maar vaak naar Den Haag komen!

Concert 24 maart 2012: Paul McCartney in Ahoy


Paul McCartney
'On the run'

Ahoy, Rotterdam

Wanneer je de zoon van een groot kenner en fan van The Beatles bent, is de muziek van The Beatles, maar ook de muziek van George Harrison, Ringo Starr, John Lennon en Paul McCartney uit de post-Beatles-periode niet onbekend. Jarenlang heb ik me, zoals een goed tegenstribbelende zoon behoort te doen, tegen deze muziek verzet. Dat verzet was echter al snel gebroken en kan ik muziek van The Beatles, net zoals de rest van de wereld, alleen maar enorm goed en tijdloos vinden. Na het uit elkaar gaan van The Beatles zijn alle Beatles met een solocarrière begonnen waarvan die van Paul McCartney ontegenzeggenlijk de succesvolste is. In dat licht zal het niet verbazen dat gisteravond de vierde keer was dat ik Paul McCartney live in concert zag. Het was de tweede keer in Ahoy: de eerste keer in Ahoy in 1993 toen ik dertien was. Daartussenin zag ik hem nog twee keer in het Gelredome in Arnhem waarvan de laatste keer drie jaar geleden. Over erfelijke belasting gesproken.

Hoewel Ahoy nog steeds een enorme concerthal is, is deze toch een stuk kleiner en daarmee 'intiemer' dan het massale Gelredome. En dat was gisteravond ook te merken met wederom een topconcert van deze oerrocker en opperBeatle. Paul McCartney brengt nog sporadisch nieuwe popnummers uit, waardoor zijn concerten vooral een 'Greatest Hits' zijn van zijn periode met The Beatles, The Wings en de periode daarna. Overigens componeert Paul McCartney er nog lustig op los, maar dan op het vlak van de (lichte) klassieke muziek. Iets compleet anders, maar ook dat doet hij niet zonder succes zoals de positieve recensie in 'Gramophone' over 'Ocean's Kingdom' duidelijk maakte.

Zoals bij al zijn concerten ligt de nadruk in de setlist toch met name op de grote hits uit zijn Beatles-tijd afgewisseld met wat nummers uit zijn solo-periode al dan niet met The Wings. Toch staan deze op een tweede plan. En dat is ook helemaal niet erg, zeker niet wanneer klassieke post-Beatle-hits zoals 'Band on the run', 'Jet' en bovenal 'Live and let die' (James Bond!) schallen door Ahoy. Met name 'Live and let die' is al jarenlang de showstopper in de concerten van Paul McCartney: een uitvoering waren alle remmen los gaan en begeleiding met vuurwerk en knallen nog eens aangeven waarom deze titelsong terecht een 'license to thrill' heeft. Overigens was het knallende vuurwerk nu nog spectaculairder dan andere jaren waardoor de volgende paar nummers in een waas van rook plaatsvonden.

Opvallend bij McCartney blijft overigens dat hij nog steeds zulke volle zalen trekt, maar het ook voor elkaar krijgt om ruim drie uur op het podium de sterren van de hemel te zingen. Weinigen die hem dat na zullen doen, zeker niet wanneer zijn leeftijd bereikt is. Want ook al is McCartney inmiddels 69, aan zijn stem en performance valt het niet te merken. Waarschijnlijk vooral omdat hij er zelf zoveel plezier in heeft, want voor zijn inkomen hoeft hij het al lang niet meer te doen. Duidelijk is ook de klik tussen hem en zijn huidige band. Een band die al tien jaar met hem toert en waarbij de drummer, Abe Laboriel jr., de show steelt met zijn drummen en zingen. Bij een van de meer recentere hits van McCartney, 'Dance tonight', gaat de drummer helemaal los door het hele nummer allerlei dansje te doen: van de 'Submarine' tot de 'Macarena'. Dat McCartney zich op zijn gemak voelt op het podium werd ook duidelijk door de 'praatjes', gelardeerd met Nederlandse zinnetjes, tussendoor die deze keer uitgebreider en meer gemeender waren dan bij vorige concerten. Er mocht zelfs nog even een fan op het podium komen die een zakje wafels wilde ruilen voor een omhelzing van McCartney. Toen de omhelzing binnen was, probeerde ze nog reclame te maken voor Radio 2 maar werd ze resoluut door McCartney met een paar goed gemikte grappen het podium afgedreven.

Hoogtepunten van de avond, naast 'Live and let die', waren toch de Beatles-nummers zoals 'Hello, goodbye', 'Paperback Writer', 'The long and winding road', 'All you need is love', 'Let it be', 'Hey Jude', 'Back to the USSR' en mijn persoonlijke favoriet 'Eleanor Rigby'. Overigens hanteert McCartney daar altijd een scherpe selectie, maar liet hij zich deze ene keer verleiden om spontaan samen met de zaal 'Yellow Submarine' te spelen. Het concert eindigde met twee sets van toegiften en Paul McCartney die met de Nederlandse vlag het podium opkwam. In tegenstelling tot een vorig concert was het gelukkig nu de goede vlag.

Zoals gebruikelijk eindigde McCartney de avond met de belofte Nederland weer terug te zien. Laten we het hopen, want zolang hij nog zulke shows neerzet doe je jezelf een groot plezier door een kaartje te kopen want 'life's very short and there is no time'.

woensdag 21 maart 2012

'Dirigenten. En nog eens dirigenten' van Roland de Beer


Dat muziek, en met name klassieke muziek, een grote hobby van me is, zal lezers van deze blog vast en zeker niet zijn ontgaan. Maar naast het luisteren naar muziek en het bijwonen van concerten is er bijna niets zo heerlijk als lezen over muziek. Dat kan door maandbladen zoals het geachte 'Gramophone' maar juist ook boeken van muziekrecensenten die schrijven over muziek, maar vooral smeuïge verhalen neerschrijven over de alleenheerser van de muziek: de dirigent. De directe aanleiding voor het (voor de derde keer her)lezen van het boek van Volkskrant muziekrecensent Roland de Beer was het concert van deFilharmonie onder onze eigen Edo de Waart (recensie van het concert hier). Ik kon me herinneren dat in het boek van De Beer wat stond over de bonje die De Waart had in Bayreuth (waar hij uiteindelijk zich terugtrok en dus nooit zou dirigeren). Naar aanleiding hiervan ben ik het hele boek weer gaan lezen en voor de liefhebber van klassieke muziek en het wel en wee van dirigenten is een boek als dat van De Beer onweerstaanbaar. De Beer lijkt in bepaalde mate op Norman Lebrecht die de muzikale roddeljournalistiek (met duidelijk eigen vooroordelen en voorkeuren) naar ongekende hoogten bracht (zie voor bespreking van zijn boek 'The Maestro Myth' hier).

De Beer pakt het allemaal wat geserreerder aan. Hij bundelt eerder geschreven artikelen in 23 hoofdstukken waarbij elk hoofdstuk is gewijd aan een dirigent waarbij eerst een korte schets wordt gegeven van de dirigent in kwestie gevolgd door een of meerdere artikelen en/of door De Beer afgenomen interviews en afgesloten met een puntsgewijs overzicht van de carrière en opnames van de bewuste dirigent. Het boek start met een beschouwing over de positie van de dirigent en eindigt met de constatering dat ook de globalisering invloed heeft op de orkestklank die weliswaar eigen blijft, maar wel minder eigen is dan vroeger. Het zal niet verbazen dat de Nederlandse dirigenten volop aan bod komen (Haitink, Mengelberg, De Waart, Van Zweden en Vonk) of dirigenten met een band met Nederlandse orkesten zoals het KCO, het RPhO en het NedPhO (Jansons, Chailly, Davis, Gergiev, Kreizberg en Hanchen).

Wanneer je niets met klassieke muziek hebt is het misschien niet het beste boek om aan te bevelen, maar toch zijn de verhalen vaak om te smullen. Edo de Waart die gek werd van de wisselende samenstelling in het orkest van de Bayreuther Festspiele, zich terugtrok en daarmee de kans op een echte internationale doorbraak vergooide. Haitink en de nare breuk tussen hem en het KCO die het einde van zijn chef-dirigentschap betekende, om later terug te keren als één van de absolute muzikale sterren van Nederland en de wereld. Gardiner en zijn biologische boerderij en Bach-project. De opstand in Baltimore tegen de benoeming van de vrouwelijke dirigent Marin Alsop. En het genie van Jansons gekoppeld aan de angst voor zijn zwakke hart. Deze en meer verhalen, ook een aantal bekend uit het boek van Lebrecht, komen bij De Beer terug. Het boek is goed geschreven, leest lekker weg, maar is nieuw niet meer verkrijgbaar: het lot van veel boeken uit deze categorie. Mocht je het boek zien liggen, aarzel dan (ondanks enige gedateerdheid, het boek stamt oorspronkelijk uit 2003, maar de laatste herziene druk uit 2007)  niet en dompel je heerlijk onder in de wondere wereld van dirigenten en nog eens dirigenten.

'The Sea' van John Banville



'The Sea' van John Banville is nu typisch een boek dat je koopt (of in mijn geval krijgt), benieuwd naar bent om het boek vervolgens jaren ongelezen in je kast te hebben staan. Voor mijn afstuderen, in oktober 2005 alweer, kreeg ik onder andere dit boek. 'The Sea' had net de Man Booker Prize van dat jaar gewonnen. Toch verdween 'The Sea' in mijn boekenkast en ondanks een verhuizing en de aanschaf van een boekenkast op maat bleef de status ongewijzigd in ongelezen. Recent heb ik 'The Sea' er dan toch toch bij gepakt en gelezen. Eerlijkshalve moet ik zeggen dat ik het boek al een tijdje geleden heb gelezen, maar dat het boek samenviel met een leesdip. Na 'The Sea' ben ik begonnen aan 'Herinneringen van Hadrianus' van Marguerite Yourcenar, maar dat boek ligt al een hele tijd voor de helft gelezen stilletjes in huis. Of ik het boek nog uitlees en daarmee een recensie schrijf, blijft dus nog even in het ongewisse. Inmiddels is het boek 'Dirigenten. En nog eens dirigenten' van Roland de Beer gelezen en ben ik nu bezig in 'The Diamond Queen' van Andrew Marr.

Terug naar 'The Sea'! Hoewel het proza van Banville prachtig is en de wijze waarop hij drie verhaallijnen uit verschillende periodes uit het leven van hoofdpersoon Max Morden verweeft in één bmooi en niet verwarrend verhaal heeft het verder allemaal geen bijster diepe indruk op me achtergelaten. Het boek handelt over Max Morden die terugkeert naar de kust waar hij zijn jeugd doorbracht en in contact kwam met de rijkere familie met meer aanzien de Graces. Een gezin dat bestond uit moeder Connie, vader Carlos, tweeling Chloe en Myles en oppas Rose. Hij overnacht in het voormalige huis van de Graces dat nu wordt gerund als B&B door mevrouw Vavasour. De derde verhaallijn gaat over zijn vrouw Anna en de laatste fase van haar leven wanneer een terminale ziekte is geconstateerd. De dood van Anna komt in het boek samen met de gelijktijdige dood van Myles en Chloe die de zee inzwemmen om (bewust) niet meer terug te keren. Dit onder toeziend oog van Max en Rose. Max die verliefd leek op Chloe, maar dat was op Connie en Rose die verliefd leek op Carlos, maar in werkelijkheid ook verliefd was op Connie. Het boek eindigt met de dochter van Max die hem ophaalt en opneemt in haar eigen huis daar hij niet meer voor zichzelf kan zorgen (mede door een val veroorzaakt door overmatig drankgebruik). In de slotpagina's blijkt mevrouw Vavasour Rose te zijn waarmee de cirkel rond is.

Zoals gezegd heeft het boek geen bijster diepe indruk op me achtergelaten behalve het mooie proza. Gewoon niet helemaal mijn soort boek vrees ik! Leesdip of niet.

maandag 19 maart 2012

Concert 16 maart 2012: De Russische querulant en de populaire Griekse hippie


Dutilleux: Métaboles
Sibelius: Vioolconcert
Prokofjev: Symfonie Nr. 5

Leonidas Kavakos (viool)
Valery Gergiev, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Het concert van afgelopen vrijdag valt het beste samen te vatten als de succesvolle terugkeer van een Russische querulant en geweldig optreden van een populaire Griekse hippie. Hoe dat zo komt? Voor het eerst in 16 jaar stond de voormalige chef-dirigent van het Rotterdam Philharmonisch Orkest en huidige chef van de London Symphony Orchestra en bovenal het Mariinsky Theater, Valery Gergiev, weer op de bok bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Gergiev staat niet bekend als de meest makkelijke en betrouwbare dirigent en zijn overvolle agenda leidt vaak tot stress bij orkesten en met name hun directies. Daarbij is het bij Gergiev 'hit or miss': het kan een topconcert zijn, maar ook een aanfluiting. Deze eigenschappen hebben er lange tijd voor gezorgd dat Gergiev persona non grata was bij het KCO, maar daar was vrijdag niets van te merken. Sterker nog: Gergiev presteerde het om het KCO volledig Russische te laten klinken met een diepe donkere Russische klank met veel nadruk op de strijkers en het beperken van de blazers. Het leverde hele eigen uitvoeringen op en een prachtige avond.

Het concert begon met 'Métaboles' van de nog levende Franse componist Henri Dutilleux (geboren in 1916). Nu is deze representant van de moderne Franse muziek niet meteen mijn ding. Wanneer je traditioneel tonale dan wel lyrische muziek zoekt, is 'Métaboles' niet bepaald een juiste keuze. Desondanks deed de uitvoering me meer dan ik vantevoren gedacht had en werd een geacht moetje tot een interessante luisterervaring. Gelukkig werd 'Métaboles' gevolgd door het prachtig Romantische en lyrische Vioolconcert van de Finse Jean Sibelius (1865-1957). Sibelius past in de traditie van componisten die met hun werk de nationale trots c.q. nationalisme (maar dan in de meer positieve zin van het woord) onderstrepen. Het bekende orkestrale werk 'Finlandia' van Sibelius was zelfs zo'n succesvolle oproep tot nationale identiteit van Finalnd tegenover de Russische overheersing dat de autoriteiten zelfs mensen verboden om de melodie op straat te fluiten. Het Vioolconcert kent een minder succesvolle geschiedenis daar de première in 1903 dermate kritisch ontvangen werd dat dit leidde tot stevige wijzigingen naar een versie van het Vioolconcert die vandaag de dag meestal op de lessenaar belandt. He stuk is van nature zeer lyrisch en pakkend en nog meer zo in de versie van Gergiev en de fantastische Griekse solist Kavakos die op het eerste gezich eruit ziet als een hippie of zoals de Volkskrant schreef John Lennon. Toch één van de weinige Grieken die in Nederland populair is. Toch week de uitvoering van het Vioolconcert sterk af van andere 'mainstream' uitvoeringen. Gergiev hanteerde afwijkende (lees: snellere) tempi waardoor de intensiteit toenam. Juist ook door de Russische diepe en donkere klankkleur met nadruk op de strijkers en inperking van de blazers klonk dit Vioolconcert in een ander, niet per se beter, maar zeker ook niet slechter, licht. Een klankkleur die soms deed denken aan Moessorgski. Kavakos, maar zeker ook Gergiev, kregen terecht een stormachtig applaus voor hun uitvoering. Na de pauze was het de beurt aan de Vijfde Symfonie van Prokofjev (1891-1953). Op de combinatie van Gergiev en Russiche muziek is zijn faam gebaseerd en dat was in het Concertgebouw ook goed te horen. Wat volgde was een diep-Russische uitvoering met perfecte klankkleur van deze heroische symfonie.

Na een dergelijk concert is de constatering toch wel terecht dat het jammer is dat het 16 jaar heeft geduurd voordat Gergiev weer op de bok stond bij het KCO. Laten we hopen dat het niet wederom 16 jaar zal duren. Overigens is Gergiev die dag erna met het KCO naar Frankrijk getrokken waar prinses Maxima, thans beschermvrouwe, nog werd uitgejoeld door een deel van het Franse publiek. Na de uitvoering van Gergiev zal de mond meer dan gesnoerd zijn!

zaterdag 17 maart 2012

Cabaret 13 maart 2012: 'Alle Dagen' van Richard Groenendijk


'Alle Dagen'
Richard Groenendijk

Rijswijkse Schouwburg, Rijswijk

Als je echt een keer een avond het bijna in je broek wilt doen van het lachen moet je naar één van de solovoorstellingen 'Alle Dagen' van Richard Groenendijk gaan. Zelden een heel programma zo gelachen als bij hem. Nu is cabaret in Nederland sterk ontwikkeld en hebben we een 'major league' van cabaretiers waar je u tegen zegt: Youp van 't Hek, Freek de Jonge, Herman Finkers, Hans Teeuwen, Brigitte Kaandrop en Theo Maassen. Richard Groenendijk klust ook al jaren aan de weg, maar is nooit echt helemaal doorgebroken, al is zijn bekendheid toegenomen door mee te doen aan de musical 'Hairspray'. Groenendijk is echter weer op tournee met zijn solovoorstelling 'Alle Dagen'.

Dus zo trok ik samen met een vriendin (waarbij één van haar collega's haar bijna opdroeg om te gaan, zo leuk had ze Groenendijk gevonden) naar de voorstelling in de, of all places, Rijswijkse Schouwburg. Daar kregen wij een bijna twee uur durende marathon vol vlijmscherpe, maar ook aandoenlijke grappen voorgeschoteld waardoor de tijd voorbij vloog. De kracht van Groenendijk is niet dat hij een programma met maatschappelijk engagement brengt. Als je dat in cabaret zoekt, vervoeg je dan bij Freek de Jonge of het inmiddels wat repetitieve programma van Youp van 't Hek ('Leef elke dag van je leven alsof de laatste is, want anders ben je ongelooflijke suffe boerenlul' en dat het hele programma door al jarenlang). Groenendijk's programma drijft vooral op zijn zelfspot, zijn Rotterdamse achtergrond en het op hilarische wijze anecdotisch beschrijven van de dingen die hij mee maakt: van de mislukte musical over de opkomst van Veronica met Lange Frans en zijn eerste ervaring met een man in de Rotterdamse Bijenkorf. Cabaret is moeilijk in tekst weer te geven, dus een voorbeeld via YouTube van een van zijn andere programma's biedt uitkomst:


Dat betekent overigens niet dat zijn programma geen gevoelige kanten heeft. Hij brengt mooie ontroerende liedjes en probeert een rode draad in het programma aan te brengen dat gebaseerd is op zijn angst om knopen door te hakken en zijn bewondering voor mensen, zoals Maria Callas, die dat wel durven. Wie, in deze soms sombere tijden, een avond ongecompliceerd wil lachen hoeft niet verder te kijken dan Richard Groenendijk!

maandag 12 maart 2012

Concert 11 maart 2012: Edo de Waart terug in Rotterdam



Bruckner: Symfonie Nr. 8 (versie 1890, Nowak-editie)

Edo de Waart, deFilharmonie - Royal Flemish Philharmonic
De Doelen, Rotterdam

Anton Bruckner (1824-1896) geniet al jarenlang (terecht) grote populariteit in de Nederlandse concertzalen. Dit in tegenstelling tot het grootste deel van het buitenland, op Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland na. Een beetje zelfrespecterend Nederlands orkest en zeker haar dirigent heeft met enige regelmaat Bruckner op de lessenaar staan. Ditzelfde geldt overigens nog meer voor het werk van Gustav Mahler. Afgelopen donderdag hoorde ik al de Zesde Symfonie van Bruckner uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons (zie voor recensie hier), terwijl Marc Albrecht met het Nederlands Philharmonisch Orkest in november al voorging met Bruckner's Derde (zie voor recensie hier). Lezers van die recensies zal het niet ontgaan zijn dat Bruckner, naast Mahler, mijn andere symfonische held is. En binnen de symfonieën van Bruckner is de meest monumentale de grootse Achtste Symfonie, opgedragen aan de Habsburgse keizer Frans-Jospeh (u weet wel van Sisi!).  De door het overlijden van Bruckner onafgeronde Negende staat op een nipte tweede plaats en was bij afronding van het vierde deel wellicht de absolute nummer één geweest.

Van de Achtste heb ik inmiddels twintig opnames waarvan drie opnames met Haitink (de Philips-Bruckner-cyclus die zijn naam internationaal vestigde, zijn recente opname voor RCO Live en de live-opname met de Staatskapelle Dresden van enkele jaren geleden). Naast Haitink heersen Von Karajan, Wand en Giulini in het Bruckner-universum. Hoe goed cd-opnames ook zijn, evenaren van een live-uitvoering zit er gewoon niet in, zeker niet met een werk zoals de Achtste van Bruckner. Jaren geleden hoorde ik deze symfonie voor het eerst 'live': als onderdeel van de Matinee op de Vrije Zaterdag met het Radio Filharmonisch Orkest onder Jaap van Zweden. Gek genoeg viel die uitvoering me tegen en duurde het tot gisteren voordat ik de symfonie weer 'live' hoorde. Ditmaal met de door mij hoog aangeslagen Nederlandse dirigent Edo de Waart met zijn nieuwe (Vlaamse) orkest deFilharmonie in het buitenland ook bekend als Royal Flemish Philharmonic.

Als waarschijnlijk één van de weinigen ben ik in het bezit van de cd-box met de Mahler-cyclus van het Radio Filharmonisch Orkest onder Edo de Waart op Cobra Records. Als bonus bij deze box zit een DVD met een NPS/IdtV-documentaire over Edo de Waart, 'Edo',  van Leon Giesen en Marcel Prins. Een dirigentenportret waar De Waart als no-nonsense naar voren komt met een sterke eigen wil. Dit komt ook terug in zijn carrière als dirigent. Via assistenschappen bij Leonard Bernstein (New York Philharmonic) en Bernard Haitink (Concertgebouworkest - toen nog niet Koninklijk) rees zijn ster snel aan het dirigentenfirmament. Wat volgde waren prachtigen benoemingen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, de San Francisco Symphony en De Nederlandse Opera. In die laatste hoedanigheid heeft hij een 'Rosenkavalier' van Richard Strauss neergezet waarvan een vriend (en groot kenner van klassieke muziek in het algemeen en opera in het bijzonder) nog steeds ondersteboven is. In San Francisco was De Waart ook een voorvechter van John Adams wat heeft geleid tot een geweldige opname van diens eigentijdse opera 'Nixon in China'. Maar ook een man die een roeping uit de wegging door een reeds aangenomen uitnodiging af te wijzen om te spelen in het muzikale Walhalla: Bayreuth. De afgelopen jaren leek het carrièrepad van De Waart wat minder evident met benoemingen in Santa Fe en Hong Kong. Met de benoeming tot chef-dirigent, naast hoofd-dirigent Philippe Herreweghe, van deFilharmonie is De Waart weer terug in de Lage Landen. En dat is zeker iets om te vieren! Mede vanwege de eerder genoemde documentaire heb ik een zwak voor De Waart. Helaas was ik pas één keer eerder bij een concert met De Waart op de bok: Mahler's Eerste met het Rotterdams Philharmonisch Orkest bijna tien jaar geleden. Een mooi concert dat vooral in mijn geheugen gegrift staat omdat de orkestleden 'in staking' waren en daarom in hun gewone kloffie op het podium zaten. Een vreemd gezicht wat toch afbreuk doet aan de magie van een concert.

En dat hebben we gisteravond geweten! Helaas zat de zaal verre van vol. Waarschijnlijk te wijten aan het feit dat het een ongebruikelijke concertavond betrof, de zondag, en het concert (zover ik kan nagaan) is ingelast en weinig publiciteit heeft gekregen. Dit maakte voor De Waart en diens orkest niets uit. Met verve en enthousiasme zetten zij zich aan Bruckner's monumentale en groots opgezette romantische (de stroming, niet het Lady en de Vagebond-gevoel) symfonie. Een symfonie die volgens het programmaboekje ernaar streeft 'iets van de kosmos' in zich te dragen. Daar waar ik teleurgesteld was in de uitvoering van Van Zweden daar werd ik gisteren geconfronteerd met een fabelachtige uitvoering die qua tempo richting de (snelle) Haitink-opname uit zijn originele Bruckner-cyclus voor Philips gaat. Daarbij loert het gevaar dat oneffenheden zich meester maken van het orkest: bij een werk als deze vraag je bij een hoger tempo nogal wat van de orkestleden. Echter was er weinig op te merken aan deze uitvoering van De Waart en vooral veel te genieten van uitstekende prestaties van alle orkestleden, met name de (hout)blazers en het koper. Wat volgde was een terech groot en enthousiast applaus dat het grote aantal lege plekken compenseerde. Opvallend was ook dat De Waart zeer genoot van het applaus maar ook oprecht zijn dankbaarheid aan het orkest toonde. Voor de bühne was het duidelijk: De Waart heeft met zijn nieuwe orkest al een warme band opgebouwd. In het programmaboekje stond ook vermeld dat het de bedoeling is dat De Waart met deFilharmonie het grote orkestrepertoire zal opnemen. De eerste cd op het eigen label is inmiddels uit: Ein Alpensinfonie van Richard Strauss. Dat een volgende uitgave deze Achtste Symfonie zal zijn, lijkt me een kwestie van tijd. Het zal dan met veel enthousiasme mijn 21e opname van Bruckner's meestwerk worden.

zaterdag 10 maart 2012

Concert 8 maart 2012: Jansons met Britten en Bruckner


Britten: Vioolconcert
Bruckner: Symfonie Nr. 6

Dmitry Sitkovetsky (viool)
Mariss Jansons, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Ik vraag me weleens af of Mariss Jansons wel eens een slecht concert aflevert. Ik heb de chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) al een behoorlijk aantal keer op de bok meegemaakt in het Concertgebouw, maar elk concert is weer een feest. Zo ook donderdagavond met de aparte combinatie van werken van Benjamin Britten (1913-1976) en Anton Bruckner (1824-1896). Ik zeg niets nieuws wanneer de combinatie van Jansons en het KCO een gouden combinatie is: de talloze huldebetuigingen en prijzen, waaronder de betiteling door Gramophone van het KCO als het beste orkest ter wereld (en Janson's  andere orkest Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks op de zesde plaats)  spreken boekdelen. En tijdens het afgelopen traditionele en wereldwijd massaal bekeken Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker stond Jansons voor de tweede maal in zijn carrìere voor de Weense muzikale top. De enige angst is de broze gezondheid van de maestro die er bij tijd en wijle toe leidt dat hij een concert moet afzeggen waardoor door de KCO-bezoekers, hoe goed zijn vervanger ook, zich toch een beetje bekocht voelen.

Het opvallende is overigens dat Jansons vanaf zijn aantreden in 2004 als chef-dirigent van het KCO geen 'gedoe' bij het orkest om zich heen heeft gehad. Hoewel Ricardo Chailly grote kwaliteiten heeft en in Leipzig bij het Gewandhausorchester helemaal op zijn plek is, lijkt de periode van diens chef-dirigentschap de minste impact gehad te hebben van de (imposante doch overzichtelijke) lijst van chef-dirigenten van het KCO. Bernard Haitink blijft natuurlijk de absolute superster, maar het is opvallend hoe complimenteus Haitink altijd spreekt over Jansons. Dit in tegenstelling tot over zijn directe opvolger Chailly waar enige spanning toch te ontwaren valt. In het boek 'Dirigenten en nog meer dirigenten' van Volkskrant-recensent Ronald de Beer komt de internationale presentatie van Jansons als nieuwe chef-dirigent van het KCO in 2004 aan de orde. Na een mooi debuut met Richard Strauss' Ein Heldenleben volgt een concert in Luzern: 'onder de bravo roepende Zwitsers, die wel van applaudisseren houden maar niet gewend zijn zich van hun plaats te verheffen, rijst op rij tien een bezoeker van zijn stoel. Geheel alleen houdt hij een staande ovatie vol. Het is Bernard Haitink.' Een mooiere 'Peer recognition' is niet denkbaar.

Na deze veel te lange (en wellicht te jubelende) inleiding terug naar het concert. Voor de pauze stond het voor mij onbekende vioolconcert van Benjamin Britten geprogrammeerd. Een niet zo vaak uitgevoerd werk dat ik zelf alleen op cd heb in een uitvoering van Janine Jansen (samen met het overbekende vioolconcert van Beethoven) gekocht in de aanloop naar dit concert. Liefhebbers van klassieke vioolconcerten van Beethoven, Brahms en Mendelssohn moeten verder kijken. Dit werk, wier première aan het begin van de Tweede Wereldoorlog plaats vond, is niet het makkelijkste concert en is een duidelijke representant van modernistische vioolconcerten zoals die van Korngold en Shostakovich. De solerende viool is juist geen lyrische vertolker, maar juist de brenger van enig ongemak terwijl het orkest heen en weer beweegt tussen lyrische en imposante tot 'craggy' ondersteuning. De solist was de voor mij onbekende Dmitry Sitkovetsky die met ware passie en intensiteit zijn viool bespeelde. Omdat ik het werk niet goed ken, vind het lastig om goed te kunnen beoordelen hoe deze uitvoering moet worden getypeerd, maar het gevoelen na afloop van de laatste noot was dermate goed dat deze uitvoering recht doet aan de vader van de Britse moderne klassieke muziek.

Na de pauze was het de beurt aan volledig andere componist. Een componist van bescheiden achtergrond, gebrekkige intellectuele curiositeit, veel zelftwijfel en een diep geloof in God. Een man die vaak met Mahler wordt vergeleken maar wiens oeuvre zo eigen is en zijn karakter zo anders dan die van Mahler dat zij allebei (terecht!) hun eigen domein in de klassieke muziek bestieren. De symfonieën van Bruckner (en Mahler) zijn als sinds jaar en dag mijn 'evergreen'-favorieten. Het monumentale c.q. de kathedralen van muziek die Bruckner in zijn symfonieën los laat komen is onovertroffen. In zijn werk hoor je zijn achtergrond als organist. Hoewel zijn muziek vaak wat onhandigs heeft, niet in de laatste plaats bij de overgangen binnen delen van zijn symfonieën, en hij grote orkesten gebruikt om slechts een thema unisono te laten klinken, is zijn muziek altijd overweldigend en zijn eerbetoon aan het hemelse. Symfonieën die hij, zeer gevoelig voor kritiek, Bruckner vaak herschreef om aan zijn critici tegemoet te komen. Het is niet voor niets dat wordt gesproken van 'The "Bruckner Versions" Problem' Zijn muziek, die vrijwel alleen bestaat uit zijn symfonieën die hij pas op latere leeftijd schreef, is bij het eerste gehoor niet altijd erg toegankelijk, maar zodra je de symfonieën, van soms immense lengte, omvat, is de beloning er ook naar.

Jansons, van wie de Derde en Vierde Symfonie van Brucker al op het eigen huislabel RCO Live verschenen, koos ditmaal voor de minder vaak uitgevoerde en daarmee onbekendere (doch niet door Bruckner nadien aangepaste!) Zesde Symfonie. De Zesde staat bij minder op mijn netvlies daar mijn voorkeur uitgaat naar de derde, vierde, achtste en negende symfonie. Met een prachtig lyrische en intense uitvoering door Jansons en het KCO is daar echter verandering in gekomen. De wijze waarop Jansons het geheel vorm gaf van het stevige eerste deel en het prachtige adagio gevolgd door een intens scherzo en imposante finale was weergaloos. Juist voor concertbezoekers onbekend met het werk van Bruckner moet dit een geweldige introductie zijn geweest die smaakt naar meer. Die kans hebben ze overigens op zondagavond in De Doelen in Rotterdam wanneer Edo de Waart met zijn nieuwe orkest, DeFilharmonie uit Vlaanderen, Bruckner's monumentale Achtste Symfonie uitvoert.


dinsdag 6 maart 2012

CD-recensie: 'Format' van Pet Shop Boys

Het aantal cd-recensies op mijn blog houdt nog niet echt over. Dit is, na 'Happiness' van Hurts (voor recensie zie hier), slechts de tweede recensie, maar dan hebben we het wel over het nieuwste album van de Pet Shop Boys! Hoewel nieuw misschien wat misleidend is nu Neil Tennant en Chris Lowe in Los Angeles in de studio zijn gedoken voor een nieuw album is met 'Format. B-sides and bonus tracks 1996-2009)' een album uitgegeven met alle B-sides en bonustracks die niet op een van de PSB-albums uit de periode 1996 tot 2009 zijn uitgegeven. Ik ken eigenlijk geen andere voorbeelden van popacts die een dermate groot oeuvre hebben dat zij een dubbel-cd met 38 nummers kunnen uitgeven die nooit eerder op album zijn verschenen. En dan te bedenken dat dit het tweede soortgelijke album van de Pet Shop Boys is: in 1995 was daar al 'Alternative'. Zoals alle albums van de Pet Shop Boys heeft ook 'Format' slecht een titel die bestaat uit één woord gekoppeld aan opvallend uiterlijk. Ditmaal een mooi kartonnen doosje met twee cd's en een boekje met een interview met Neil Tennant en Chris Lowe over de achtergrond van de nummers op 'Format'.

Nu ben ik al jaren groot fan van de Pet Shop Boys: het meest succesvolle Britse popduo dat meer dan 100 miljoen platen wereldwijd heeft verkocht. Met recht dus 'Pop Royalty'. In hun hoogtijdagen in de jaren tachtig was ik overigens nog geen uitgesproken fan. Ik kende toen wel 'Go West' en had ook de single, maar hun andere hits zoals 'It's a Sin', 'West End Girls', 'Being Boring', 'Love Comes Quickly', 'Heart' etc., laat staan hun albums, waren mij volstrekt onbekend. Dat is inmiddels veranderd. Sinds hun album 'Fundamental' (2006), gevolgd door 'Yes' (2009), ben ik aan boord en heb ik inmiddels ook hun klassieke albums zoals 'Behaviour', 'Please', 'Actually' in retrospectief gekocht alsmede hun 'greatest hits'-albums 'Pop Art' (2003) en 'Ultimate' (2010) in bezit. Het aardige aan de Pet Shop Boys is dat ze verder kijken dan standaardalbums door bewerkingen van nummers voor of samenwerking aangaan  met toppers als Madonna ('Sorry'), Elton John ('In Private' - te vinden op 'Format') en Robbie Williams (cover van 'We're the Pet Shop Boys'). Maar ook projecten zoals 'Concrete' waar de Pet Shop Boys een live concert verzorgden in het Mermaid Theatre met het BBC Concert Orchestra, de compositie van een eigen soundtrack voor de klassieke film 'Battleship Potemkin' en recent nog muziek voor het ballet 'The Most Incredible Thing'. Niet voor niets waren de Pet Shop Boys de ontvanger van de speciale Brit Award voor 'Outstanding Contribution to Music' wat leidde tot een geweldige set van tien minuten met een overzicht van hun meest bekende nummers ondersteund door Lady Gaga en Brandon Flowers:

Na deze lofzang op alles dat Pet Shop Boys is terug naar 'Format'. Hoewel er tussen de 38 nummers ook wat zwakke broeders zitten, zit er veel tussen om van te genieten met een aantal grote toppers zoals de al eerder genoemde 'In Private' met Elton John, maar ook een nummer als 'The Resurrectionist' uit 2006 dat terecht volgens een recensie van BBC Music doet denken aan de PSB-hoogtijdagen in de jaren 80. Een nummer overigens geïnspireerd door het boek 'The Italian Boy' van Sarah Wise over de medische wetenschap in de 19e eeuw die voor anatomische proeven moest terugvallen op grafrovers, de 'resurrectionists' uit de titel. Een ander fantastisch nummer is, ondanks de titel, niet eens een origineel nummer van de Pet Shop Boys: 'We're the Pet Shop Boys'. Het nummer is oorspronkelijk van My Robot Friend als hommage aan de Pet Shop Boys en is ook in hun stijl geschreven. Het nummer is ook gecoverd door Robbie Williams met medewerking van de Pet Shop Boys voor zijn album 'Rudebox' en die versie vind ik eigenlijk nog net ietsje beter dan de PSB-cover op 'Format'. Mooiste is overigens dat Chris Lowe, altijd op de achtergrond als toetsenist, hier als backing vocal optreedt door slechts een groot aantal PSB-hits op te zeggen. Hoogtepunt van het album is voor mij 'After the Event' uit 2009 en gaat eigenlijk over de waanzin die volgt wanneer een 'celebrity' overlijdt:


Wanneer je dit nummer hoort, kan je niet anders concluderen dat de Pet Shop Boys terecht weer in de studio zijn gedoken voor hun elfde (originele) album! En wanneer de BBC (en mijn bescheiden blog-mening) je niet overtuigen dan wellicht de Volkskrant: 'Betrayed, The Calm Before The Storm, Always en Friendly Fire zijn nummers die tot hun beste werk behoren, en maken van Format niet alleen een cruciale titel in hun oeuvre maar in dat van de Britpopgeschiedenis van de laatste 15 jaar.'

zaterdag 3 maart 2012

Concert 2 maart 2012: Jaap van Zweden in Rotterdam


Wagner: Vorspiel uit 'Lohengrin'
Mahler: Symfonie Nr. 5

Jaap van Zweden, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Dirigenten van Nederlandse bodem doen het al jaren goed internationaal gezien en Jaap van Zweden is geen uitzondering. Een Amerikaanse vakjury kende hem recent al de prestigieuze 'Conductor of the Year-award' toe en bij het Dallas Symphony Orchestra lopen ze al vanaf de eerste dag met hem weg. Daarnaast wordt Van Zweden door vele toonaangevende orkesten gevraagd als gastdirigent. Gelukkig is Van Zweden ook nog met enige regelmaat in Nederland te bewonderen, niet in de laatste plaats door zijn (dit jaar aflopende) betrekking bij het Radio Philharmonisch Orkest.

Voor de lezers van mijn blog zal het niet als een verrassing komen dat ik Nederlandse dirigenten hoog heb zitten. Dit geldt met name voor Edo de Waart en uiteraard voor de onnavolgbare en de terecht internationaal vermaarde Bernard Haitink. Jaap van Zweden viel voor mij nog niet in die categorie. Jaren geleden heb ik een concert van hem bijgewoond met het Radio Philharmonisch Orkest tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag met Bruckner's Achtste Symfonie. Hoewel van een slechte uitvoering geen sprake was, kon het me allemaal weinig bekoren. Zo anders was het gisteravond in Rotterdam. Van Zweden trad in Rotterdam voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest aan met een pauzeloos programma bestaande uit het 'Vorspiel' uit Wagner's opera 'Lohengrin' gevolgd door Mahler's Vijfde Symfonie.

Van het Vorspiel had ik bij voorbaat al hoge verwachtingen gezien de bijzondere verrichtingen van Van Zweden met concertane uitvoeringen door het Radio Philharmonisch Orkest van Wagner's opera's Lohengrin, Die Meistersinger von Nürnberg en recentelijk Parsifal. Allen overigens op cd verkrijgbaar en unaniem lovend beoordeeld. Van Zweden stelde niet teleur. Hoewel het 'Vorspiel' in afzondering van het gehele werk werd gespeeld (een gevreesde 'bleeding chunk') zorgde Van Zweden voor een prachtige spanningsboog met een spel vol intensiteit die tegen het einde tot een vervoerend hoogtepunt kwam. De kwaliteit van de Rotterdamse musici werd daarmee kristalhelder: in de zachte passages zo mooi intens spelen is zoveel knapper dan uitpakken bij de lekker luide momenten van een stuk.

Hoewel het 'Vorspiel' een kort stuk is, was ik toch wat verbaasd dat er geen pauze zat voorafgaand aan de uitvoering van Mahler's Vijfde. Dit was inmiddels de derde keer dat ik deze symfonie van Mahler 'live' hoorde en van de eerste twee keer kan ik me herinneren dat ik soms een moment van verveling had. Terwijl ik de uitvoeringen die ik bijwoonde, beide met het Koninklijk Concertgebouworkest onder respectievelijk Mariss Jansons (oktober 2007) en Daniele Gatti (juni 2010 - zie voor recensie, als onderdeel van de beschouwing van de KCO Mahler-serie hier), van enorm hoge kwaliteit vond. De uitvoering van Jansons is de basis van de cd-opname in de RCO Live serie die zeer de moeite waard is om aan te schaffen.

Terug naar Van Zweden waar de avond werkelijk waar voorbij vloog met een prachtig zwierende en energieke uitvoering van Mahler's vijfde. Een symfonie die vooral bekend is geworden door het Adagietto dat is gebruikt in Visconti's 'Death in Venice' en door Leonard Bernstein werd uitgevoerd bij de mis ter gelegenheid van de begrafenis van Robert F. Kennedy. Het adagietto, gebaseerd op Mahler's Rückert-Lied 'Ich bin der Welt abhanden gekommen',  werd voorbeeldig uitgevoerd. De hoogtepunten waren een loepzuivere hoornsolo van Martin van de Merve en een werkelijk spectaculair uitgevoerde laatste deel waarbij de muziek als golven over de De Doelen werden uitgestort. Enige minpunt was de 'off-day' van de eerste trompet. Het was duidelijk dat hij iets onder de leden had en daardoor, met name in het eerste deel, een paar steken liet vallen. Ondanks deze (kleine) schoonheidsfoutjes was de (volledig uitverkochte) zaal terecht na het wegsterven van de laatste noot laaiend enthousiast over de uitvoering. Van Zweden heeft met deze uitvoering terecht laten horen waarom hij inmiddels zoveel waardering oogst en ik durf niet te zeggen welke uitvoering van de Vijfde die ik 'live' heb gehoord nu de beste vind. Het internationale succes van Van Zweden is hem zeer gegund, zeker wanneer hij met enige regelmaat in Nederland te aanschouwen is. Voor de liefhebber is dat overigens spoedig wanneer Van Zweden op de bok staat bij het Residentie Orkest voor de Matthaüs-Passion.