dinsdag 26 februari 2013

Campagne Hollandaise: 'Niets gaat zoals verwacht' van Laurent Binet



Na het succesvolle debuut HhhH over  de aanslag op Heydrich werpt Laurent Binet zich op de campagne van François Hollande. Een tegenvallende aanrader die een mooi kijkje geeft in de Franse campagnekeuken.

De Franse schrijver Laurent Binet (1972) schreef met HhhH ('Himmler's hersenen heten Heydrich') een geweldig debuut dat niet alleen in Frankrijk, maar ook in Nederland (en nog eens 19 landen) zowel door publiek als recensenten is omarmd. HhhH is veel meer dan de beschrijving van aanslag op Heydrich en de aanloop ertoe en de gevolgen ervan. Het is het persoonlijke relaas van Binet om het boek te schrijven en de zaken die hij bij het schrijven is tegengekomen: van anekdotes die maar op zeer beperkte wijze samenhangen met het onderwerp tot de duidelijke aanwezigheid van de (polemische) mening van Binet.

Na een dergelijk succes is een volgend boek natuurlijk een tall order. Gebruikmakend van zijn bekendheid door HhhH is het Binet gelukt om toegang te krijgen tot de hofhouding van François Hollande om zo van dichtbij diens deelname aan de voorverkiezingen van de Parti Socialiste (PS) en eventuele kandidatuur voor het Franse presidentschap te volgen. Binet heeft daarbij geluk gehad: Hollande won niet alleen de PS-nominatie voor het presidentschap maar versloeg in de tweede ronde op 6 mei 2012 ook zittend president Sarkozy. 

Binet volgt bij Niets gaat zoals verwacht. Een fascinerend kijkje achter de schermen van een politieke campagne de succesformule van HhhH. Wie een objectieve beschouwing van de campagne van Hollande zoekt of het relaas van een insider wil lezen, moet verder kijken. De uiteindelijke hoofdpersoon is niet Hollande, maar Binet zelf. Via een dagelijks dagboek dat loopt van 20 juni 2011 tot en met 6 mei 2012 volg je Binet in zijn queeste om een plek te vinden in de entourage van Hollande en tegelijkertijd daar een interessant boek over te schrijven. Gelijk HhhH loopt hij voor zijn eigen mening (en angsten!) niet weg. Binet zit aan de linkerkant van de PS en steekt zijn bewondering voor de linkse splinterkandidaat en voomalig PS-lid Jean-Luc Mélenchon (Front de Gauche) niet onder stoelen of banken. Tegelijkertijd is hij bevreesd voor de vergelijking die wordt gemaakt met een soortgelijk boek van Yasmina Reza, één van de bekendste toneelschrijvers van Frankrijk, die Sarkozy volgde in de aanloop naar diens overwinning in 2007.

Het boek van Binet geeft door zijn onbeschaamde uitgangspunt van zichzelf een mooi beeld van een journalist die worstelt met zijn rol als observerende deelnemer. Tegelijkertijd voel je door het lezen heen het ongemak waarmee Binet probeert contact te leggen met de sfinx Hollande. Juist in zijn gesprekken met de hofhouding van Hollande, die veelal nu hoge plekken bezetten in de Franse regering, krijg je als lezer daadwerkelijk een kijkje in de Franse campagnekeuken. En dat is een nog braakliggend terrein omdat boeken (en documentaires) over Amerikaanse en in mindere mate Britse campagnes in overvloed aanwezig zijn, maar over de Franse variant niet. Dat terwijl Hollande in het boek zelf de wat arrogante doch niet volledig onterechte observatie doet dat door het directe karakter van de Franse presidentsverkiezingen dit na de Amerikaanse en Britse verkiezingen de belangrijkste verkiezingen in de wereld zijn. De Duitse Bondskanselier wordt nu eenmaal niet rechtstreeks gekozen. 

Toch zijn de hooggespannen verwachtingen niet volledig ingelost. Fascinerend zo dit boek moge zijn, Binet moet waken geen one-trick pony te worden door zichzelf immer als het object van zijn boeken te nemen. Zeker niet wanneer verdere diepgang zoals in HhhH in dit boek volledig ontbreekt. Wie echter geïnteresseerd is in Franse politieke campagnes in het algemeen en de campagne Hollandaise in het bijzonder kan zonder schroom terecht bij deze tegenvallende aanrader.

Lees hier mijn recensie van 'HhhH' van Laurent Binet.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

woensdag 20 februari 2013

As van Eigenbelang: 'Patriots' van David Frum



Hoewel Nederland en de Verenigde Staten op een aantal (cruciale) punten zich anders ontwikkelen lijkt het aloude uitgangspunt dat Amerikaanse trends zich binnen enkele jaren of decennia ook doen gelden in Nederland nog steeds opgeld te doen. En mocht dit uitgangspunt richtinggevend zijn voor de polarisatie in de politiek dan geldt voor Nederland, om Bachman-Turner Overdrive te citeren, ‘You ain’t seen nothing yet’. 

Over de grote afstand tussen Democraten en Republikeinen en de gevolgen voor het landsbestuur (denk aan de Fiscal Cliff) is al veel geschreven. De toenemende polarisatie in de Amerikaanse politiek heeft van het politieke centrum een braakliggend terrein gemaakt, dat alleen nog wordt betreden door langzittende politici of durfals met een politieke death wish. De geringe waardering van de Amerikaanse kiezer voor het Amerikaanse Congres, die in de approval ratings niet boven de 20% uitkomt, spreekt boekdelen. 

Juist dit thema van de polarisatie heeft David Frum gedreven tot het schrijven van de politieke satire Patriots die, ontdaan van satire en hyperbool, angstvallig lijkt op de huidige Amerikaanse politieke realiteit. In Patriots volg je het leven van Walter Schotzke, erfgenaam van het gelijknamige mosterdimperium, maar vooral een grote lapzwans. Dit verandert wanneer hij, gedwongen door zijn grootmoeder die tevens beheerder is van het Schotzke-fortuin, gaat werken als medewerker van Senator Hazen die namens de Constitutionalists (lees: Republikeinen) Rhode Island in de Senaat vertegenwoordigt. Hazen heeft een lange staat van dienst en is een ferme moderate in de mal van Senator Margaret Chase Smith (de plaaggeest van Joe McCarthy). 

Walter begint onder een goed politiek gesternte want het hele land kijkt vol spanning naar de nieuwe president (en partijgenoot) Pulaski. Aan Pulaski de schone taak om na de (zeer) teleurstellende termijn van president Williams van de Nationalists (lees: Democraten) het land weer op orde te brengen. En er is veel op orde te brengen: de economie hapert, een langdurige en geldverslindende en ogenschijnlijk onoplosbare oorlog in Mexico (geëscaleerd vanwege de drugsoverlast in een inval) en schrijnende werkloosheid. Hoewel fictief en soms wat vergezocht valt veel te herkennen: de oorlogsveteraan Pulaski, thans aan een rolstoel gekluisterd, is gebaseerd op John McCain terwijl Williams, de eerste zwarte president die geen tweede termijn krijgt, overduidelijk is gemodelleerd op Barack Obama. Ook de omstandigheden waaronder Pulaski aan de macht komt, zijn een (sterk) overdreven versie van de Verenigde Staten van de afgelopen jaren waar Mexico staat voor Irak/Afghanistan. 

Al snel raakt de achterban van Pulaski teleurgesteld in hem en ontwikkelt zich een soort Tea Party die met behulp van de media (w.o. het op Fox News geënte Patriot News) een meedogenloze campagne voert tegen Pulaski. Door het grote belang van senator Hazen, neemt het belang van Walter Schotzke ook toe en door, een hier niet te verraden, plotwending wordt Walter een held van deze beweging en is zijn ster rijzende. Vanuit zijn nieuwe rol krijgt Walter, en daarmee de lezer, een inkijkje in de anti-Pulaski-beweging en daarmee dus ook een (fictief en overdreven) inkijkje in het huidige Amerikaanse politieke systeem. Een inkijkje dat voor both sides of the aisle niet complimenteus is. 

De kracht van het boek zit in de satire die onmiskenbaar is gebaseerd op de realiteit die vaak doet gniffelen, maar nooit over the top gaat. Dat is overigens niet zo vreemd aangezien David Frum geen onbekende in Washington, D.C. is. Hij was werkzaam in het Witte Huis van George W. Bush onder andere als speechschrijver. Zijn bekendheid heeft hij vooral te danken aan het schrijven van de State of the Union-speech van 2002: de befaamde rede waar de Axis of Evil wordt geponeerd. Frum heeft sinds die jaren echter een ontwikkeling doorgemaakt die hem heeft gevoerd van de conservatieve vleugel van de Republikeinen naar de moderates in zijn partij. Zijn boek is daarom vooral, maar niet alleen, een aanklacht tegen de invloed en het verdienmodel van Fox News en talkradio-grootheden zoals Rush Limbaugh en de Teaparty-beweging. Frum ziet in deze actoren niet zo zeer een As van het Kwaad als wel een As van het Eigenbelang.

Voor liefhebbers van de Amerikaanse politiek is het een prima geschreven politieke satire die prettig weg leest en de lezer continu doet raden wie als voorbeeld heeft gediend voor de karrenvracht aan personages. 

In tegenstelling tot veel Amerikaanse boeken is ‘Patriots’ van David Frum in Nederland slecht verkrijgbaar. Het boek is echter wel te bestellen via Amazon

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

woensdag 6 februari 2013

'You might very well think that...': een terugblik op 'House of Cards'

© BBC

Nothing lasts forever. Even the longest, most glittering reign must come to an end one day’. Zo startte in november 1990 de BBC-serie House of Cards. Deze woorden gesproken door conservatief parlementslid en Chiep Whip Francis Urquhart, kijkend naar een foto van de net als partijleider en premier gevallen Margaret Thatcher, vormde het startschot van een serie waarin de kijker getuige is van de meedogenloze beklimming door Urquhart van the greasy pole om uiteindelijk premier te worden. Deze iconische serie is nu door Netflix, een soort Amerikaanse digitale Videoland die zelf ook content verzorgt, voorzien van een remake in het hart van de Amerikaanse politiek, Washington D.C., met in de hoofdrol Francis Underwood gespeeld door Kevin Spacey. Helaas is deze remake (nog) niet in Nederland te zien, maar vormt deze wel de perfecte aanleiding om het succes en blijvende fascinatie van het origineel in ogenschouw te nemen.

In de vier delen die House of Cards nodig heeft om de opkomst van Urquhart te schetsen, wordt ook een inkijkje gegeven in de stand van de Britse politiek. Dat Urquhart namens de Conservative Party in het parlement zit, mag niet verbazen aangezien de Conservatieven, tot dat moment, de machtigste politieke partij van het Verenigd Koninkrijk vormden. Dit wordt onderstreept door het feit dat in 20e eeuw slechts twee partijleiders niet het premierschap bereikten: Austen Chamberlain aan het begin van de 20e eeuw en William Hague aan het einde ervan.

Tegelijkertijd hebben de makers ongelooflijk geluk gehad met de timing van de serie. Toen de serie in november 1990 uitkwam bleek het fictieve uitgangspunt van Thatcher’s val ook de realiteit. Juist deze uncanny coincidence gaf de serie een dermate realiteitswaarde dat vele kijkers zich wellicht zouden vergissen te denken dat er bijna sprake was van een documentaire over de Britse politiek in het algemeen en de Conservatieven in het bijzonder. En wat betreft de Britse politiek in het algemeen worden in House of Cards de omgangsvormen en handelswijzen in de politiek (veel) sterker aangezet, maar zeker niet zonder realiteitswaarde. Een mooi voorbeeld is hoe Francis Urquhart als Chief Whip omgaat met een parlementslid van zijn eigen partij die gesnapt is bij de hoeren en tegelijkertijd tegen wetgeving van de regering dreigt tegen te stemmen.


Het succes van House of Cards was op een gegeven moment zo groot dat Urquhart’s catchphrase om ontkennend iets te kunnen bevestigen, ‘You might very well think that, I couldn’t possibly comment’, ook in de echte House of Commons een gevleugelde uitdrukking werd.

Aan de andere kant is de serie niet heel erg realistisch over de status van de Conservatieven. Daar waar onder premier Urquhart de Conservatieven hun totale dominantie van de Britse politiek doorzetten tot ver in de 21e eeuw ging het de Conservatieven in de realiteit stukken slechter af. Na de vermorzeling van de natural party of goverment in 1997 zou Tony Blair, na William Hague, nog eens twee Conservatieve leiders, Iain Duncan Smith en Michael Howard, hun politieke graf in helpen. Pas met de opkomst van David Cameron en het dramatische premierschap van Blair’s opvolger Gordon Brown kwamen de Conservatieven weer aan de macht, maar dan slecht via met de Liberal Democrats gedeelde macht.‘How the mighty have fallen’ hoor je Urquhart al fluisteren.

Toch weet de serie elke keer weer de goede thematiek aan te stippen die de actualiteitswaarde verhoogt. In de tweede serie, To Play the King (1993), krijgt premier Urquhart het aan de stok met de troonopvolger die verdacht veel is geënt op prins Charles. In de derde serie, The Final Cut (1995), beleeft Urquhart zijn nadagen als premier en zijn queeste om langer premier te zijn dan Margaret Thatcher. Om zijn tanende positie te verstevigen gaat hij het avontuur van een buitenlandse oorlog aan waarvan, zoals iedere politicus weet, het effect onvoorspelbaar is. Het zou de voorbode zijn van thematiek die Tony Blair en zijn transatlantische buddy George w. Bush nog lang parten zou spelen.

Overigens wordt de serie gedragen en houdt deze zijn waarde door het onnavolgbare spel van de in 2007 overleden Ian Richardson. Francis Urquhart is een meedogenloze schurk, maar als kijker geniet je, zonder enige reserve, van zijn doortraptheid en de beheersing van het politieke spel. De niet van sympathie ontdane betiteling scoundrel is volledig op hem van toepassing. Niet voor niets levert de BBC-adapatie van het gelijknamige boek van voormalig Thatcher-adviseur Michael Dobbs een veel ‘sympathiekere’ Urquhart op die, in tegenstelling tot het boek, wel premier wordt en niet in schande zelfmoord pleegt. Deze alternate ending van de BBC zorgde ervoor dat Dobbs, met veel plezier, twee vervolgen op zijn boek kon schrijven die de zelfmoord van Urquhart gemakshalve maar over het hoofd zagen en zich aansloten bij de BBC-serie en niet zijn eigen boek.

Een kleine 18 jaar na dato is House of Cards nog steeds een onmisbare aanrader voor allen die ook maar enige interesse hebben in (Britse) politiek dan wel hoogwaardig TV-drama waarderen. Of de remake door Kevin Spacey dit kan benaderen is natuurlijk de vraag. Remakes van intens Britse onderwerpen zijn een hachelijk avontuur. De vreselijke Nederlandse politiek-correcte remake van Yes, Minister als het erbarmelijke ‘Sorry Minister’ is daar een sprekend voorbeeld van. Zou Spacey dezelfde weg volgen? ‘You might very well think that, I couldn’t possibly comment’.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.