zondag 27 september 2015

Opera 27 september 2015: Een jubilerende én jubelende Rosenkavalier


De Nationale Opera
Der Rosenkavalier

Camilla Nylund, Die Feldmarschallin
Peter Rose, Der Baron Ochs auf Lerchenau
Paula Murrihy, Octavian
Hanna-Elisabeth Müller, Sophie
Martin Gantner, Herr von Faninal
Irmgard Vilsmaier, Jungfer Marianne Leitmetzerin

Koor van De Nationale Opera
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

De Nationale Opera trapt haar vijftigste seizoen af met de productie waarmee het allemaal begon: Der Rosenkavalier van Richard Strauss. Marc Albrecht toont wederom waarom de opera's van Strauss Chefsache zijn en laat zijn orkest en solisten stralen in een uitvoering om te jubelen. 

De Nationale Opera viert het komende seizoen het vijftigjarige jubileum, maar weigert op haar lauweren te rusten. Het hele seizoen kent slechts één reprise, die van de succesvolste (lees: meest verhuurde) productie: Dialogues des Carmélites van Poulenc. De rest van het seizoen is een mengeling van oud en nieuw, van wereldpremières en klassiekers in een nieuw jasje. Met het hernemen van Der Rosenkavalier in een volledig nieuwe enscenering keert De Nationale Opera terug naar haar roots. Want toen de voorganger van De Nationale Opera in 1965 van start ging, was de eerste productie het bekendste en meest geliefde werk van Richard Strauss. Met een bijna volledig Nederlandse cast deed de toenmalige Nederlandse Operastichting voor het eerst van zich spreken. Vijftig jaar later zijn de technische mogelijkheden compleet veranderd en is De Nationale Opera een opera van wereldfaam met een internationale cast. Maar hoe mooi de enscenering of internationaal de cast ook, het gaat uiteindelijk om de kwaliteit en die is onder Marc Albrecht uitmuntend. Zeker omdat Albrecht de laatste jaren - ook al voordat hij chef van De Nationale Opera werd - heeft bewezen dat de opera's van Richard Strauss een tweede natuur voor hem zijn. Het is daarom des te passender dat onder leiding van Albrecht voor de start van dit jubileumseizoen niet alleen wordt teruggegrepen naar die eerste productie, maar meteen dus ook een componist die met Albrecht misschien wel zijn beste hedendaagse vertolker te pakken heeft. 

Denkend aan Falstaff 
Na de perverse sensualiteit van Salomé en het schokkende en gewelddadige Elektra componeerde Richard Strauss (1864-1949) zijn grootste en meest geliefde hit: Der Rosenkavalier. In deze komedie steekt Strauss de draak met de elite van het Habsburgse Rijk en hun preoccupatie met rangen en standen. En dan vooral het Wenen van de 18e eeuw waar Maria Theresia de scepter zwaaide. Een niet zo gekke inspiratie aangezien Der Rosenkavalier in 1911 in première ging. Toen Oostenrijk-Hongarije nog niet uit elkaar gevallen was door de Eerste Wereldoorlog en nog steeds werd geleid door Franz Joseph. Der Rosenkavalier is Octavian die de minnaar is van de vrouw van de Veldmaarschalk en daarmee de absolute top van de Weense elite als zijn minnares heeft. Bijna worden Octavian en zijn hoogedele minnares gesnapt door haar adellijke doch aan lager wal geraakte familielid Baron Ochs af Lerchenau. Door Octavian zich voor te laten doen als haar dienstmeisje weten de minnaars ontdekking te voorkomen, maar de immer flirtende (en vadsige en onbeleefde) Ochs ziet in het "dienstmeisje" zijn kans schoon om een nieuwe verovering aan zijn palmares toe te voegen. Dit terwijl hij op bezoek is bij de Vorstin Werdenberg voor haar suggestie voor de  selectie van de traditionele Ridder van de Roos. Deze "Rosenkavalier" is de boodschapper van de wens van Ochs om te trouwen met Sophie, de dochter van Herr von Faninal. Wat deze Faninal in afkomst mist, maakt hij met zijn vermogen meer dan goed. Precies de combinatie die Ochs zoekt want deze adellijke charlatan bezit - op zijn naam na - niets van waarde meer. Om de onbeholpen boer die Ochs is in het ootje te nemen, stelt de vrouw van de Veldmaarschalk voor om Octavian dit klusje op te laten knappen. Zo geschiedde en het kan natuurlijk niet uitblijven dat Octavian verliefd wordt op Sophie en een en ander vreselijk uit de hand loopt, maar ware liefde overwint. Dit alles ten koste van Ochs die ook kan doorgaan voor een ver familielid van Verdi's Falstaff. Deze Falstaff is voor Strauss vast en zeker een deel van de inspiratie geweest voor deze heerlijke boef. 

Een feest voor ogen en oren
Naast Strauss hebben Jan Philipp Gloger (regie) en Ben Baur (decor) zich misschien ook wel door Falstaff laten inspireren, maar dan de productie van De Nationale Opera uit het seizoen 2013/2014. De prachtige stijl van die Falstaff-productie komt terug in met name de tweede akte waar Octavian op een groot wit speelgoedpaard zijn entree maakt in een feesttent dat een mooie vertaling is van de nouveau riche die Herr von Faninal is net zoals de prachtige salon van de Vorstin Werdenberg symbool staat voor haar hoge afkomst. Dat de derde akte - in ogenschijnlijke tegenstelling met de rest van de enscenering - plaats vindt in een goedkoop en tikkeltje sleazy motel is zeer toepasselijk. Want juist daar wordt door het dunne laagje vernis dat de rangen en standen onderscheidt moeiteloos doorheen geprikt en wordt Ochs ontmaskert en kan de ware liefde de hoofdrol opeisen. Een liefde die - gek genoeg - ondersteund wordt door de vorstin die gewillig Octavian laat aan Sophie en vrede dit verloop zelf sterk regisseert. Tel daarbij nog eens de uitstekende solisten op die De Nationale Opera voor deze seizoensstart heeft weten te strikken en natuurlijk het onder Albrecht immer excellerende Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nationale Opera start haar jubileumseizoen met een jubelende start. Want de heerlijke fluwelen muziek van Richard Strauss wordt op en top gebracht door een heel fijne samensmelting van solisten, dirigent en orkest. 

Oordeel FerdiBlog: *****


Van 5 t/m 30 september 2015 voert De Nationale Opera 'Der Rosenkavalier' van Richard Strauss op. Meer informatie en kaarten bestellen kan hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 27 september. 

woensdag 23 september 2015

There's something about Haya. 'Haya van Someren-Downer. Liberaal Activiste' van Alies Pegtel


There is no such thing as bad publicity geldt zeker ook voor de (beperkte) ophef over de nieuwe biografie van historica Alies Pegtel over de liberale politica Haya van Someren-Downer (1926-1980). Hoewel er het nodige valt af te dingen op die ophef, zal het boek vast hogere verkoopcijfers genereren en een grotere groep politiek geïnteresseerden inzicht geven in het leven van een gesloten voorvechtster van het liberalisme. 

Het blijft wonderlijk om te constateren dat grootschalige bekendheid zo vluchtig van aard kan zijn. Want wie de nieuwe biografie Haya van Someren-Downer. Liberaal Activiste leest, maar geen tijdgenoot was van deze liberale politica zal verrast zijn door de constatering van Pegtel dat zij één van de bekendste en meest populaire politici van haar tijd was. Om dezelfde reden werd haar (zelfverzonnen!) voornaam Haya feitelijk een eigen merk dat – binnen de VVD althans – nog steeds in zwang is. Dit alleen al omdat het trainingsinstituut van de liberalen (waar ondergetekende ook trainer voor is) naar haar vernoemd is. In die periode stak Haya zelfs Hans Wiegel naar de kroon, maar die “strijd” heeft Wiegel glansrijk gewonnen. Na haar voortijdige dood in 1980 – dus voordat het ware tijdperk van de massamedia echt intrede deed – is de bekendheid met haar naam en haar werk beperkt gebleven tot een kleinere kring. Het is daarom niet verrassend dat de VVD ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de Haya van Someren-stichting ervoor koos opdracht te geven tot een nieuwe biografie over Haya als opvolger van de biografie uit 1994 door huidige burgemeester van Utrecht en voormalig partijvoorzitter Jan van Zanen. Daar waar Van Zanen de betrokkenheid van haar familie bij de NSB uit de doeken deed, doet Pegtel er een flinke schep bovenop wat tot de eerder genoemde ophef heeft geleid. De officiële overhandiging aan premier Rutte en de familie van Haya was daarmee van de baan. En hoewel Pegtel het NSB-verleden wel heel erg als rode draad gebruikt en zich her en der ook bezondigt aan niet-onderbouwde implicaties ervan is het toch een lezenswaardige biografie geworden die inzicht geeft in een belangwekkende liberale politica die haar privé- en publieke persona – in markante tegenstelling tot elkaar – zorgvuldig uit elkaar wist te houden.

Neelie Kroes avant la lettre 
Neelie Kroes is voor velen het voorbeeld van de emancipatie van de vrouw in de politiek die zonder twijfel door haar posities als onder andere minister en eurocommissaris het glazen plafond aan diggelen heeft geslagen. Maar wie de carrière van Haya – geboren als Gerarda Victoria Downer – in ogenschouw neemt, kan niet anders concluderen dat Haya de ferme wegbereider was. Niet alleen was zij lid van zowel Tweede als Eerste Kamer, maar was zij ook een invloedrijke partijvoorzitter en ging een plek in het kabinet op diverse momenten vanwege een samenloop van omstandigheden aan haar neus voorbij. Samen met fractievoorzitter in de Eerste Kamer Harm van Riel, de fractievoorzitter in de Tweede Kamer Hans Wiegel en zijzelf als partijvoorzitter vormden zij een ‘merkwaardig trojka’ dat de VVD zou domineren en daarmee een stempel drukte op de Nederlandse politiek. Zelfs zo dat zij door het Franse tijdschrift Marie Claire in 1971 tot één van de machtigste vrouwen ter wereld werd bestempeld. Een eer die ze bijvoorbeeld deelde met de toenmalige premier van India Indira Gandhi. Het aardige aan de biografie van Pegtel is dat zij het succes van Haya – dat overigens toentertijd breed werd uitgedragen door haar voormalige werkgever De Telegraaf – een beeld schetst van een populariteit die voor velen – waaronder ondergetekende – als een verrassing zal komen. Haya had blijkbaar “ iets” dat aansloot bij die tijd en heeft daardoor haar stempel kunnen achterlaten als voorvechter van het ware liberalisme. Het aardige is overigens dat de evenzo vergeten Harm van Riel ook uitgebreid aan bod komt en een eigen biografie ook zonder meer waard zou zijn. Gek genoeg geldt voor Haya en Van Riel dat ze beiden aan bekendheid fors hebben ingeboet, zeker in vergelijking met dat derde lid van het driemanschap Wiegel. Het feit dat beide liberale politici in 1980 zijn overleden en hun politieke erfenis in een tijd van overvloedige media niet zelf hebben kunnen beheren zal daar ook debet aan zijn. Wederom in markant contrast met Hans Wiegel. 

Altijd weer die oorlog
Pegtel schreef al eerder een biografie over Kroes en is daarom geen vreemde keuze voor het verhaal van haar wegbereider Haya. Met het oog op de viering van het veertigjarig bestaan van de Haya van Someren-stichting schreef Pegtel dus deze biografie waarin ze in het voorwoord ook aangeeft dat door het beperkte tijdsbestek het boek geen wetenschappelijk pretenties heeft. Toch heeft ze – na de scoop van Van Zanen over het NSB-verleden van haar familie – van dit element werk gemaakt en staat ze uitvoering stil bij de betrokkenheid bij de NSB van de ouders én broers van Haya. Een betrokkenheid die niet op Haya van toepassing zijn, maar haar wel schade heeft berokkend en – naar aanleiding van smakeloze opmerkingen van boer Koekkoek (een Wilders avant la lettre) haar tot een (succesvolle) gang naar de rechter noopten. Niet het feit dat Pegtel schrijft over het NSB-verleden – wat in het toenmalige tijdsgewricht nog steeds ertoe deed in de politiek (denk Willem Aantjes) – maar de uitgebreidheid ervan was voor de familie Van Someren de reden om het boek niet in ontvangst te willen nemen waardoor ook de premier dat met goed fatsoen niet meer kon doen. Het boek werd daarom gewoon – volgens afspraak – uitgedeeld aan de deelnemers aan het Haya-jubileum. De relevantie van dit deel van het familieverleden is zonder meer evident en het kan zeker beargumenteerd worden dat het zowel negatief als positief effect op de carrière van Haya heeft gehad. Haar innerlijke en intens liberale drive kan een voorbeeld van dat laatste zijn, maar haar geslotenheid over haar privéleven (in markant contrast met haar publieke optredens) een voorbeeld van dat eerste. Wat bij het lezen van de biografie steekt is dat het korte tijdsbestek zonder wetenschappelijke pretentie Pegtel wel verleidt om dit element telkens terug te laten komen en te suggereren – zonder enig bewijs, wat Pegtel overigens ook meldt – dat dit bijvoorbeeld haar gang naar het kabinet heeft weerhouden. 

Tegelijkertijd moet deze controverse de lezer met enige politieke interesse niet weerhouden om het leven van Haya te leren kennen én in de context van haar tijd te plaatsen. Het is voor generatiegenoten vast en zeker een hernieuwde kennismaking met een ietwat vergeten verleden en voor lezers geboren na de hoogtijddagen van Haya een mooie blik die meer reliëf geeft aan die tijd. 

Oordeel FerdiBlog: ****

‘Haya van Someren-Downer. Liberaal Activiste’ van Alies Pegtel uitgegeven door uitgeverij Boom is deze maand verschenen. Bestellen kan hier. Deze recensie is ook verschenen bij het online nieuwsmagazine Jalta. 

vrijdag 18 september 2015

De geest van Tony Blair: 'The Ghost' van Robert Harris


Lemmingen en Labour: allebei marcheren ze hun ondergang tegemoet. Na het echec van Michael Foot in de jaren tachtig die de dominantie van Thatcher in de jaren tachtig alleen maar versterkte, is Labour nu in de greep van Corbynmania. En in de tussentijd is de meest succesvolle Labour-premier ooit bij het grof vuil gezet. Toch kan het erger: want de fictieve voormalige Labour-premier Adam Lang in The Ghost van Robert Harris is natuurlijk gewoon Tony Blair. Gelukkig voor Blair is in dit geval fictie daadwerkelijk erger dan de realiteit. Maar wat een fijn boek dat ook nog eens door Roman Polanski uitstekend is verfilmd. 

Enkele maanden nadat Tony Blair in 2007 voor het laatst de House of Commons had toegesproken en afscheid nam van 10 Downing Street verscheen The Ghost van Robert Harris. Hoofdpersoon is de Adam Lang die evenals Blair zijn partij naar grote successen bracht, werd geroemd bij zijn afscheid, maar wiens politieke nalatenschap al snel is overschaduwd door de War on Terror en zijn rol daarin. In het afgelegen strandhuis van zijn uitgever in Martha’s Vineyard schrijft Lang aan zijn memoires tot zijn trouwe medewerker en ghostwriter bij een tragisch ongeluk (?) om het leven komt. De financiële belangen van de uitgever zijn groot en al snel wordt een voor de lezer naamloze nieuwe ghostwriter geïntroduceerd die het stokje van de ongelukkige Mike McAra overneemt. En hoewel deze nieuwe scribent met zijn neus in de boter valt door onthullingen over Lang’s betrokkenheid bij het uitleveren van (vermeende) terroristen aan martelgevangenissen en daarmee de actualiteit op hol slaat, komt onze schrijver daardoor terecht in een verknipt huishouden van Lang, zijn vrouw Ruth, de PR-mevrouw en een roedel minor characters die het politieke equivalent is van de laatste dagen in de Führerbunker. En uiteraard herbergt een thriller van de hand van Harris onverwachte plotwendingen en blijkt het politieke leven van Adam Lang nog een veel duistere kant te hebben. Een duistere kant waar Tony Blair nog een puntje aan zou kunnen zuigen en zich kan troosten met het feit dat bij een dergelijke vergelijking zijn verminderde populariteit nog een godsgeschenk is. 

Als twee druppels water
Hoewel het boek het niet nodig heeft, is juist door de huidige actualiteit het lezen van dit boek een waar feestje. Harris bouwt de spanning op en laat het verhaal zich geloofwaardig ontvouwen. De parallellen met de politieke realiteit rondom Tony Blair versterken deze geloofwaardigheid. Uiteindelijk weeft Harris een enorm web van intrige waarbij elke vergelijking met Blair mank gaat, maar dat versterkt alleen maar het entertainment-gehalte van het boek. Het aardige is overigens dat drie jaar later de verfilming door Roman Polanski – als The Ghost Writer - is verschenen met Ewan McGregor als de naamloze en anonieme biograaf en Pierce Brosnan als Adam Lang. Opvallend daarbij is hoe trouw Polanski aan het boek is gebleven. Op een enkele afwijkende locatie na is het een erg getrouwe verfilming van het bronmateriaal waarbij citaten uit het boek letterlijk zijn terug te horen. Zowel boek als film zijn uitermate geschikt om – met een behoorlijke tussenpoos – nog eens te lezen c.q. te kijken. Een uitstekende prestatie van zowel Harris als Polanski. 

Die arme Blair?
Hoewel de geest van Blair zich doet gelden in The Ghost en de huidige actualiteit je weer doet grijpen naar dit boek komt Blair er in de realiteit een stuk beter af. Misschien herbergt – zonder dat dit beoogd was door Harris – het boek ook wel de les dat met alle op- en aanmerkingen over die te maken zijn het toch wel heel vreemd is dat een man die de Conservatieven in 1997 verpletterend versloeg, zijn eigen partij tot de natural party of government maakte en daarna nog eens twee eclatante verkiezingsoverwinningen op zijn naam wist te schrijven in de huidige partij zo wordt verfoeid. Hoewel Thatcher door haar partijvrienden lelijk ten val werd gebracht is zij – terecht – één van de dominante, zo niet meest dominante, figuren in de geschiedenis van de Conservatieven. Arme Blair. 
Oordeel FerdiBlog: ****


‘The Ghost’ van Robert Harris is in september 2007 uitgegeven door Hutchinson in het Verenigd Koninkrijk en Simon & Schuster in de Verenigde Staten. De Nederlandse vertaling ‘Geest’ is door de Bezige Bij uitgegeven. Bestellen kan hier

donderdag 17 september 2015

The name is Turner, Page Turner: 'Ik ben Pelgrim' van Terry Hayes



Hoewel Terry Hayes als scenarioschrijver al decennia werkzaam is, vond zijn debuut als schrijver nog maar twee jaar geleden plaats. En met het uitermate spannende Ik ben Pelgrim heeft Hayes een onvervalste pageturner geschreven die geen spaan heel laat van de (vermeende) romantiek van het leven van een geheim agent. 

Het schrijven van een echte pageturner is een vak op zich dat door vele schrijvers gepoogd wordt, maar lang niet altijd slaagt. Dan Brown (De Da Vinci code, Het Bernini Mysterie) is zo’n vakman. Hoe vergezocht ook, door de opgebouwde spanning en de korte hoofdstukken blijf je doorlezen. Wanneer je alle gebeurtenissen in perspectief plaatst en de toevallig- en onwaarschijnlijkheden goed op je laat inwerken, valt er genoeg aan te merken. Maar dan ben je stiekem alweer vele hoofdstukken verder als een junkie op zoek naar zijn volgende shot. Aan deze categorie kan een nieuwe vakman worden toegevoegd: Terry Hayes (1951). Deze schrijver van scenario’s bekend van o.a. diverse Mad Max-films en From Hell heeft pas in 2013 zijn debuut gemaakt met Ik ben Pelgrim. Deze vuistdikke (bijna 800 pagina’s) thriller vertelt uit het perspectief van een Amerikaanse geheim agenda – codenaam Pelgrim – over diens jacht op een geheimzinnige terrorist die de Verenigde Staten via de terugkeer van de pokken ten onder wil laten gaan. 

Een James Bond zonder romantiek
Hayes boort met Ik ben Pelgrim succesvol de angst voor grootschalige terroristische aanslagen die na 9/11 is ontstaan aan. Niet zo heel lang geleden was een aanval met een vuile bom of een virus één van de grootste angsten voor de huidige (Westerse) maatschappij. Met de opkomst van IS, de aanslag op Charlie Hebdo en diverse andere kleinschalige (mislukte) aanslagen lijkt deze angst ingewisseld voor de angst voor acties van lone wolves op beperktere schaal. De geheimzinnige terrorist ‘De Saraceen’ – een klassieke lone wolf – wijkt hier vanaf met zijn voornemen om de steunpilaar van het door hem gehate Saudi-Arabië op de knieën te dwingen door de aloude pokken op het Amerikaanse continent los te laten en op massale schaal dood en verderf te zaaien. Een plan – wanneer succesvol uitgevoerd – zou betekenen dat een wereldmacht feitelijk van het toneel verdwijnt. De puinhopen van de World Trade Center in New York vormen voor Hayes het vertrekpunt die hij verbindt aan de weinig romantische wereld van geheim agenten en de onderdrukking in Saudi-Arabië die de bron vormt voor de Saraceen om dood en verderf te willen zaaien. De angst voor terrorisme breed is, maar de aandacht ligt nu vooral op maatschappelijk ontregelende lone wolves. Dat brengt wel met zich mee dat het uitgangspunt van Hayes – zeker wanner je het nu leest – niet helemaal overeenkomt met het huidige tijdsgewricht, maar dat mag de “pret” op zich niet drukken.

Geloofwaardigheid
Zoals gezegd kan Terry Hayes zich op het vlak van pageturning zonder meer meten met Dan Brown. Helaas geldt dat ook wel een beetje voor het aspect geloofwaardigheid. Wat de Saraceen allemaal voor elkaar krijgt, is – zeker wanneer je het op een rijtje zet – niet echt geloofwaardig. Daarnaast biedt Hayes ook nog een subverhaal aan dat direct relateert aan de aanslag op de World Trade Center die ook wordt geforceerd aan doet. Echter is geloofwaardigheid nu niet het doel van dergelijke boeken, zolang de geloofwaardigheid maar houdbaar is tot het volgende vlotgeschreven hoofdstuk is het allang mission accomplished. De uitgever van Hayes heeft al aangekondigd dat in 2016 een opvolger van Ik ben Pelgrim volgt. Dit nieuwe verhaal dat los staat van Ik ben Pelgrim zal verschijnen als The Year of the Locust (Het jaar van de sprinkhaan) en is – met dit debuut in het achterhoofd – er vast en zeker eentje om in de gaten te houden.

Oordeel FerdiBlog:****

‘Ik ben Pelgrim’ is de vertaling door Henk Popken voor A.W. Bruna Uitgevers van ‘I am Pilgirm’. In 2016 wordt het stand alone tweede boek van Terry Hayes uitgebracht: ‘The Year of the Locust’ (Het Jaar van de Sprinkhaan). Bestellen kan hier.